Zoekresultaten 1681-1690 van de 3040 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2015:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/37
- Datum publicatie: 26-08-2015
- Datum uitspraak: 18-05-2015
- ECLI:NL:TNORSHE:2015:10
De notaris heeft aan klagers (verkopers van een fabrieksterrein) onvoldoende duidelijkheid verschaft over de samenwerking met een belastingadviseur, die aan een kantoor met (onder meer) accountants en belastingadviseurs verbonden is. De betreffende belastingadviseur heeft als adviseur van kopers opgetreden bij de transactie. Hoewel het briefpapier van de notaris melding maakt van een “strategische alliantie” tussen zijn kantoor en het kantoor waaraan deze adviseur verbonden is, is er geen sprake van een zodanig samenwerkingsverband (als bedoeld in de Verordening interdisciplinaire samenwerking), dat de notaris en de adviseur als kantoorgenoten dienen te worden aangemerkt. Dit laat echter onverlet dat de notaris in correspondentie met klagers de adviseur heeft aangeduid als zijn kantoorgenoot. De strategische samenwerking tussen de notaris en de adviseur indachtig, had van de notaris mogen worden verwacht dat hij, teneinde iedere schijn van partijdigheid te voorkomen, de rol en de positie van de adviseur uitdrukkelijk zou bespreken met klagers voordat de notaris met zijn werkzaamheden aan zou vangen. De notaris heeft deze duidelijkheid niet vooraf aan klagers verstrekt, zodat bij klagers, juist nu zij bij de aanvang van de onderhandelingen nog geen deskundige bijstand hadden, aanvankelijk verwarring heeft kunnen ontstaan omtrent de rol en de positie van de adviseur. Dat deze verwarring is (kunnen) ontstaan en in stand is gebleven door de kwalificatie van de adviseur als kantoorgenoot door de notaris, heeft tot gevolg dat bij klagers de schijn van partijdigheid kan zijn gewekt. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Overige onderdelen van de klacht, onder meer met betrekking tot schending van de geheimhoudingsplicht, ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2015:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/47
- Datum publicatie: 26-08-2015
- Datum uitspraak: 19-01-2015
- ECLI:NL:TNORSHE:2015:11
Klager gaat in verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij hij kennelijk-niet ontvankelijk wordt verklaard omdat de klachttermijn van drie jaar is verstreken ten tijde van de indiening van de klacht. Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2015:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/46
- Datum publicatie: 26-08-2015
- Datum uitspraak: 19-01-2015
- ECLI:NL:TNORSHE:2015:12
Klager gaat in verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij hij kennelijk-niet ontvankelijk wordt verklaard omdat de klachttermijn van drie jaar is verstreken ten tijde van de indiening van de klacht. Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:55 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/108
- Datum publicatie: 22-08-2015
- Datum uitspraak: 04-11-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:55
Vlak voor het passeren van de akte hebben de huurders voor klaagsters ingrijpende wijzigingen in de te passeren akte verlangd en daaraan toegevoegd dat deze wijzigingen voor hen niet onderhandelbaar waren. Aangenomen mag worden, dat klaagsters de implicaties daarvan, zeker in geval van een mogelijk faillissement van huurders, niet - direct - konden overzien. Als familienotaris had de notaris gelet op deze omstandigheden prudentie in acht moeten nemen en klaagsters moeten adviseren om ondertekening van de akte uit te stellen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2014:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/28
- Datum publicatie: 21-08-2015
- Datum uitspraak: 20-11-2014
- ECLI:NL:TNORARL:2014:52
Met betrekking tot de wijze waarop de notaris via internet naar buiten treedt is van belang dat in artikel 19 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 is bepaald dat de notaris bij het naar buiten optreden zorg draagt voor een juiste en volledige presentatie van het kantoor. In de uitspraak van 3 oktober 2003 (kenmerk 327/2003 NOT) heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat het gebruik van internetadressen valt onder het begrip “naar buiten optreden”. In het onderhavige geval handelde de notaris tot voor kort, in ieder geval ten tijde van het indienen van de klacht, in strijd met het bepaalde in artikel 19 van voornoemde verordening.
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/08
- Datum publicatie: 18-08-2015
- Datum uitspraak: 07-07-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:27
Te laat. Niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat klaagster destijds mogelijk geen aandacht heeft besteed aan de betekenis van het finaal verrekenbeding en/of het niet heeft begrepen wat het finaal verrekenbeding inhield, neemt immers niet weg dat zij daar destijds, alvorens ermee in te stemmen, naar had kunnen vragen, dan wel nadien tegen opname van het beding kunnen protesteren. Van dergelijke vragen en/of protest is echter niet gebleken, terwijl als onweersproken is komen vast te staan dat het concept van de akte huwelijkse voorwaarden destijds voorafgaand aan het passeren aan klaagster en haar destijds aanstaande echtgenoot is toegezonden. Uit het voorgaande volgt dat klaagster voor wat betreft de klachtonderdelen a) en b) niet tijdig gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een klacht in te dienen in de zin van de Wna. Feiten of omstandigheden op grond waarvan deze termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn te achten, zijn niet gesteld en niet gebleken. Klaagster kan daarom niet worden ontvangen in de klachtonderdelen a) en b).
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/44 en AL/2015/45
- Datum publicatie: 13-08-2015
- Datum uitspraak: 29-06-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:24
Klaagster maakt het verwijt dat de notaris in de verklaring van erfrecht geen melding heeft gemaakt van het bestaan van een samenlevingscontract met een verblijvingsbeding. De kamer stelt vast dat in artikel 188 Boek 4 BW wordt aangegeven welke feiten in een verklaring van erfrecht kunnen worden vermeld en dat daaronder niet is begrepen een samenlevingscontract met een verblijvingsbeding. Ook overigens is niet gebleken dat op de notaris de plicht rustte in de verklaring van erfrecht daarvan melding te maken. De kamer is van oordeel dat de notaris niet onzorgvuldig of anderszins klachtwaardig handelt door aan de gemachtigde van klaagster mee te delen kosten te willen declareren voor werkzaamheden die zij moeten maken indien zij door klaagster aansprakelijk worden gesteld.
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/11
- Datum publicatie: 13-08-2015
- Datum uitspraak: 03-07-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:25
De kamer stelt vast dat klager geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit is gebleken dat de notaris in gesprekken met derden zijn geheimhoudingsplicht jegens klager heeft geschonden. Hoewel het naar het oordeel van de kamer van meer prudentie had getuigd als de notaris had afgezien van het meezenden van de brief van het Openbaar Ministerie met zijn verweer, acht de kamer het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris in het belang van zijn verdediging deze brief wel heeft overgelegd.
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/15
- Datum publicatie: 13-08-2015
- Datum uitspraak: 03-07-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:26
De kamer acht het onzorgvuldig van de oud-notaris dat hij in het geheel niet heeft gereageerd op brieven van klager. De geconstateerde onzorgvuldigheid rechtvaardigt de maatregel van waarschuwing. Gelet echter op het feit dat de oud-notaris niet meer als notaris, kandidaat-notaris of toegevoegd notaris werkzaam is, ziet zij daarvan af en volstaat met het gegrond verklaren van de klacht zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/97
- Datum publicatie: 11-08-2015
- Datum uitspraak: 18-06-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:23
Klagers zijn niet aan te merken als partijen die rechtstreeks belanghebbende zijn en op grond daarvan in hun klacht kunnen worden ontvangen. Met betrekking tot de vraag of sprake is van “enig redelijk belang” als bedoeld in artikel 99 Wna resteert in dit geval de vraag of sprake is van betrokkenheid bij een specifieke zaak. De kamer beantwoordt die vraag ontkennend.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 168
- Pagina: 169
- Pagina: 170
- ...
- Pagina: 304
- Volgende pagina zoekresultaten