ECLI:NL:TNORSHE:2015:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/46
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2015:12 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-01-2015 |
| Datum publicatie: | 26-08-2015 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2014/46 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Verzet ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager gaat in verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij hij kennelijk-niet ontvankelijk wordt verklaard omdat de klachttermijn van drie jaar is verstreken ten tijde van de indiening van de klacht. Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. |
Klachtnummer : SHE/2014/46
Datum uitspraak : 19 januari 2015
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van het verzet tegen de voorzittersbeslissing van 13 augustus 2014 naar aanleiding van de klacht van:
de heer [naam klager] (hierna: klager),
wonende in [naam woonplaats],
tegen
oud-notaris de heer mr. [naam oud-notaris] ,
voorheen gevestigd in [naam vestigingsplaats].
1. De procedure
1.1. Klager heeft bij brief van 4 juni 2014 een klacht geformuleerd tegen de oud-notaris en tegen notaris de heer mr. [naam notaris], gevestigd in [naam vestigingsplaats]. Deze klacht is op 6 juni 2014 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (hierna: de kamer). De klacht tegen notaris [naam notaris] wordt bij afzonderlijke beslissing afgedaan, zodat deze beslissing enkel betrekking heeft de op de klacht tegen oud-notaris [naam oud-notaris] (hierna: de oud-notaris).
1.2. Mr. S.J.G.N.M. Willard, plaatsvervangend voorzitter van de kamer (hierna: de voorzitter), heeft bij beslissing van 13 augustus 2014, samengevat, geoordeeld dat klager kennelijk
niet-ontvankelijk is in de klacht, omdat de klachttermijn van drie jaar was verstreken op het moment dat de klacht bij de kamer is ingediend.
1.3. Bij brief van 13 augustus 2014 heeft klager verzet gedaan tegen de beslissing van de voorzitter. Deze brief is op 19 augustus 2014 binnengekomen bij de kamer.
1.4. De kamer heeft het verzet behandeld op 15 december 2014. Klager is verschenen en heeft zijn verzet toegelicht. De oud-notaris heeft aan de kamer meegedeeld dat hij niet aanwezig zou zijn bij de mondelinge behandeling op 15 december 2014.
2. De beoordeling van het verzet
2.1. Op grond van artikel 99, lid 9, van de Wet op het notarisambt (Wna) kan een klager tegen de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk verzet doen bij de kamer. De kamer constateert dat het verzetschrift is ontvangen op 19 augustus 2014, zodat het verzet tijdig is gedaan.
Klager is dan ook ontvankelijk in het verzet.
2.2. Vervolgens is de vraag aan de orde of de voorzittersbeslissing op goede gronden is gegeven. De klacht heeft betrekking op de handelwijze van de oud-notaris naar aanleiding van de bij klager gerezen vragen over de inhoud van de uiterste wilsbeschikking van mevrouw [naam erflaatster].
De betreffende notariële akte is op 3 september 1982 verleden ten overstaan van de oud-notaris. Erflaatster is in 1983 overleden.
2.3. Op basis van de door klager verstrekte informatie heeft de voorzitter onder meer overwogen dat:
“uw zuster [naam zuster] in 2009 een afschrift van het testament heeft ontvangen en dat u in datzelfde jaar kennis hebt genomen van de inhoud daarvan. Omdat u daarvoor al in het bezit was gesteld van een ander afschrift van een testament van mevrouw [naam erflaatster] met dezelfde datum en hetzelfde dossiernummer, heeft dit bij u in 2009 tot verbazing geleid, aldus uw eigen mededeling. Daaruit leid ik af dat u in 2009 bekend bent geworden met het feit dat er verschillende afschriften bestonden.”
2.4. In zijn verzetschrift stelt klager dat de heer [naam] hem niet eerder dan op 23 mei 2014 heeft meegedeeld dat de inhoud van de beide versies van het testament verschillend was, zodat geen sprake is van verjaring.
2.5. Naar aanleiding van de bij klager gerezen onduidelijkheid over de gang van zaken overweegt de kamer als volgt. Uit de door klager overgelegde stukken blijkt dat mevrouw [naam erflaatster] hem bij haar uiterste wilsbeschikking uitdrukkelijk heeft uitgesloten als erfgenaam. Daaruit volgt dat klager toentertijd door de oud-notaris niet als rechtstreeks belanghebbende bij de afwikkeling van de nalatenschap is aangemerkt, als gevolg waarvan hij geen recht had op afgifte van een volledig afschrift van het testament. Bij brief van 7 februari 1984 heeft de oud-notaris enkel een uittreksel van dit testament toegezonden aan de (toenmalige) advocaat van klager.
2.6. Aan de onder 2.3. genoemde [naam zuster], die als afstammeling van mevrouw [naam erflaatster] is aangemerkt, is kennelijk wel een afschrift van de originele notariële akte verstrekt. Uit de eigen mededelingen van klager blijkt dat hij in 2009 kennis heeft genomen van de inhoud van dat afschrift. Op dat moment was hij eveneens op de hoogte van, dan wel moet hij naar het oordeel van de kamer bekend worden verondersteld met, de inhoud van het eerder aan hem verstrekte uittreksel. Aangenomen wordt dan ook dat hij in 2009 kennis heeft genomen dan wel kennis had kunnen nemen van het feit dat de inhoud van het uittreksel en het afschrift niet identiek was. De kamer merkt daarbij op dat een uittreksel van een testament altijd slechts een deel van de tekst van een volledig testament bevat en daarmee altijd afwijkend is van het volledige testament.
2.7. Op grond van het bepaalde bij artikel 99, lid 15, Wna kan een klacht tegen een (oud-)notaris slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van de notaris, dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen. Nu de klacht tegen de oud-notaris niet eerder bij de kamer is binnengekomen dan op 6 juni 2014, is de kamer van oordeel dat genoemde klachttermijn op dat moment was verstreken en dat de voorzittersbeslissing dan ook op goede gronden is gegeven. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Opmerking verdient dat de kamer het betreurt dat klager in de afgelopen jaren zoveel moeite heeft moeten doen om duidelijkheid te verkrijgen over zijn afstamming.
3. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
verklaart het verzet ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. H.G. Robers, rechterlijk lid, mr. J.L.G.M. Mertens, notarislid, mr. L.J.M. Teunissen, notarislid, en mr. J.J.G.M. Kuijpers, belastinglid.
Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2015 door mr. W.M. Weerkamp, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.E.L.A.M. de Groot-Hofstad, secretaris.