Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 21-30 van de 57 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-104

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster heeft op 22 november 2019 aangegeven dat zij, gezien de opspelende emoties, niet toe was aan de EMDR behandeling. Deze EMDR-behandeling is daarom op 22 november 2019 (tijdelijk) gestopt. Uit het behandeldossier is niet gebleken dat dit klaagster wordt aangerekend als een uitvlucht om de behandeling niet door te hoeven zetten. Voorts is tijdens de consulten regelmatig geïnformeerd naar het cannabis gebruik van klaagster. Op 31 januari 2020 wordt in het dossier voor de eerste maal melding gemaakt van het feit dat klaagster pijnklachten heeft en daardoor het stoppen met blowen uitstelt. Uit het behandeldossier blijkt niet dat beklaagde deze klachten heeft weggewuifd. Zij heeft de gevolgen van het blijven blowen benoemd en klaagster op haar eigen keuzes gewezen. De overige klachtonderdelen zijn ook kennelijk ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.  

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/208

    Klaagster dient een klacht in tegen een verzekeringsarts met het verwijt dat hij ondeugdelijk onderzoek heeft gedaan, ook door te overleggen met de bedrijfsarts, een ondeugdelijke rapportage heeft gemaakt, de lichamelijke pijnklachten van klaagster heeft gebagatelliseerd, niet onafhankelijk is overgekomen tijdens het controleren van een SMO (sociaal-medisch onderzoek) bij een UWV collega-arts door opnieuw zijn eigen oordeel weer te accorderen etc. Verweerder voert verweer. Naar het oordeel van het college kan overleg tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts aangewezen zijn om tot een juist en afgewogen oordeel tek omen. Het college is niet gebleken dat verweerder steken heeft laten vallen bij zijn onderzoek. Daarnaast is het college van oordeel dat verweerder de raportage die in het kader van de WIA-beoordeling door een collega is opgesteld, mocht contraseigneren. Van het constraseigneren van een eigen oordeel is, anders dan klaagster meent, geen sprake. De kaders waarbinnen een deksundigenonderzoek en een beoordeling van een aanvraag om een WIA-uitkering plaatsvinden zijn verschillend. Het collge verklaart de klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/168

     Klager verwijt verweerster, verpleegkundige in de spoedeisende psychiatrie, dat zij - toen hij de crisisdienst belde - hem acute psychiatische zorg heeft ontnomen en onverantwoord heeft gehandeld, door het telefoongesprek te beeindigen. Klager verwijt haar een gebrek aan vakbekwaamheid en het onvermogen om om te gaan met crisissituaties. Verweerster voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-106

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De klacht van klaagster ziet op grensoverschrijdend gedrag door beklaagde. Het betreft voornamelijk een overschrijding van de grenzen van klaagster. Hoewel het invoelbaar is dat het voor klaagster teleurstellend was te horen dat er gekeken werd naar mogelijkheden om het aantal zorgmomenten voor haar echtgenoot in aantal of duur te beperken, is dit niet als grensoverschrijdend gedrag te kwalificeren. Omdat Klaagster en beklaagde ten aanzien van verscheidene klachtonderdelen uiteenlopende standpunten hebben, kunnen de feiten niet worden vastgesteld. Voorts is klaagster in een aantal klachtonderdelen niet ontvankelijk verklaard. Klacht deels kennelijk ongegrond en deels niet ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/209

    Klaagster dient een klacht in tegen een (basis-)arts met onder meer het verwijt dat hij ondeugdelijk onderzoek heeft gedaan, een ondeugdelijke rapportage heeft gemaakt, niet onafhankelijk is door dezelfde deskundigenoordeel-arts te raadplegen om zijn sociaal-medisch oordeel (SMO) te laten toetsen en te accorderen etc.  Verweerder voert verweer. Naar het ooordeel van het college volgt uit het opgestelde rapport dat hij bij zijn beoordeling alle relevante gegevens heeft betrokken en voldoende heeft toegelicht waarom hij het verslag van de orthomanueel therapeut niet heeft gebruikt. Verweerder heeft terecht en overeenkomstig de voorschriften van het UWV zijn advies voor contraseign aangeboden. Er bestat geen wettelijk letsel om een raportage door dezelfde verzekeringsarts te laten contrasigneren die eerder het deskundigenoordeel heeft uitgebracht. Een contraseign door een verzekeringsarts die goed op de hoogte is van de situatie, is een voordeel en ook verder overeenkomstig het door het UWV ter zake gevoerde beleid. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/166

    Klager verwijt verweerder, psychiater, onder meer dat hij hem de juiste behandeling heeft onthouden, hem niet de juiste informatie heeft verstrekt over de mogelijke behandelingen en niet over is gegaan tot een gedwongen opname terwijl dat wel had gemoeten. Klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-094

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt beklaagde samengevat (seksueel) grensoverschrijdend te zijn opgetreden in c.q. in directe aansluiting op de zorgrelatie door vanaf oktober 2016 een intieme relatie met de patiënt te beginnen waarbij beklaagde in de periode vanaf december 2016 tot oktober 2017 meerdere seksuele contacten met de patiënt heeft gehad. Het College is van oordeel dat beklaagde daarmee op verschillende momenten kunnen en moeten stoppen. Door niet direct afstand te nemen, niet expliciet een einde te maken aan de zorgrelatie c.q. aan de contacten met de patiënt en door niet een afkoelingsperiode in acht te nemen, heeft beklaagde ernstig misbruik gemaakt van de afhankelijkheidsrelatie waarin de patiënt zich tot haar bevond. Door het aangaan en in stand houden van de relatie heeft beklaagde gehandeld in strijd met de voor haar geldende professionele normen en de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening ernstig overschreden. Ook heeft beklaagde nagelaten uit eigen beweging haar leidinggevende en/of collega’s in kennis te stellen van het contact met de patiënt en hetgeen zich tussen hen afspeelde. Aldus heeft beklaagde zich niet toetsbaar en transparant opgesteld. In het licht van de persoonlijke groei van beklaagde acht het College het risico van herhaling reeds behoorlijk verminderd. Klacht gegrond verklaard. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van 6 maanden.  

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-061a

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige . De klacht van klaagster houdt onder meer in dat d e verpleegkundige driemaal de vlindernaald verkeerd heeft ingebracht bij de patiënt wat de patiënt pijn heeft bezorgd. Ui t het zorgdossier blijkt dat de verpleegkundige alleen op 10 april 2020 een insuflon heeft geplaatst en dat die heeft losgelaten waarna klaagster er een pleister op heeft geplakt. Het loslaten van een insuflon kan gebeuren en is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar . De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.  

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-061b

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Het College constateert dat de verpleegkundige weliswaar zelf de toediening van 2,5 mg morfine juist heeft verzorgd, maar met achterlating van nog 7,5 mg in de spuit heeft zij het risico genomen dat de opvolgende collega’s dit niet in de gaten zouden hebben en teveel morfine zouden kunnen inspuiten. Dat is diezelfde avond gebeurd. De verpleegkundige zegt in het verweerschrift weliswaar dat zij ook aan klaagster heeft verteld dat er nog 7,5 mg in de spuit zat en dat dat goed was voor de nog komende drie inspuitingen, maar dat pleit de verpleegkundige niet vrij. Zij kan klaagster als mantelzorgster van haar man niet hiermee belasten. Klacht gedeeltel ijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/176

    Klager is door verweerder geopereerd wegens reflux-klachten. Volgens klager is tijdens de operatie onzorgvuldig gehandeld waardoor bloedingen zijn ontstaan, zijn na de bloedingen de protocollen genegeerd, operatieverslagen vervalst en was ook de nazorg ontoereikend. Verder is volgens klager ook de door de verweerder uitgevoerde galblaasoperatie niet goed gegaan. Verweerder voert verweer.   Ongegrond