Zoekresultaten 11-20 van de 2979 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:109 Raad van Discipline Amsterdam 25-564/A/A
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:109
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 250302
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:173
Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij over onnodig grievende uitlatingen en het sturen van een brief naar het gerechtshof zonder daarvan een afschrift aan klager te zenden. De raad heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:116 Raad van Discipline Amsterdam 25-756/A/A
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:116
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-867/A/A 25-871/A/A
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:110
Raadsbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk. Klager als bestuurder van de vennootschap heeft hoogstens een afgeleid belang bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij in de procedures tegen de vennootschap.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250303
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:174
Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij zich met suggestieve argumenten heeft verzet tegen een verzoek tot uitstel bij het gerechtshof. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-823/A/NH
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:111
Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de behandeling van klaagsters zaak onvoldoende voortvarendheid te betrachten en door klaagster onvoldoende te informeren over de kans van slagen van de zaak. Bovendien heeft verweerster niet voorzien in passende waarneming in de periode dat zij vanwege gezondheidsproblemen trager werkte dan gebruikelijk en klaagster hierover ook niet geïnformeerd. Hierdoor heeft verweerster klaagster de mogelijkheid ontnomen om een andere advocaat in de arm te nemen. De raad acht het opleggen van een berisping in deze omstandigheden passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:131
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:132
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:136 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-002/AL/NN
- Datum publicatie: 04-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:136
Klager heeft de wederpartij van de advocaat bijgestaan als adviseur. Klager is ontvankelijk in zijn klacht omdat de advocaat in een processtuk uitdrukkelijk refereert aan klager. Vanwege de partijdige positie van een advocaat, stond het de advocaat vrij om het rapport van klager in een kritisch daglicht te stellen. De advocaat heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten over klager. De raad verklaart de klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 260177
- Datum publicatie: 04-06-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:168
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht die klager over de deken heeft ingediend heeft betrekking op het onderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L. De klacht van klager over de deken kan daarom niet los worden gezien van de klacht van klager over mr. L. Om die reden is er van een zelfstandige klacht over de deken geen sprake. Als klager de klacht over mr. L niet had ingetrokken had klager, na betaling van het griffierecht, die klacht kunnen voorleggen aan en laten beoordelen door de raad. Binnen de kaders van die procedure had klager naar voren kunnen brengen op welke punten het vooronderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L (in het bijzonder de visie van de deken dat klager daarbij geen eigen belang zou hebben) niet deugde, en de raad tot een andere conclusie had behoren te komen dan de deken. De raad is namelijk (evenals het hof) niet gebonden aan de bevindingen van de deken uit hoofde van het vooronderzoek.