Zoekresultaten 11-20 van de 396 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:126 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-746/AL/GLD

    Klacht over eigen advocaat. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij grievende opmerkingen heeft gemaakt en hem niet goed heeft ingelicht. De raad verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:83 Raad van Discipline Amsterdam 24-186/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat in een erfrechtzaak. De voorzitter is niet gebleken dat verweerster onzorgvuldig heeft gehandeld wegens het niet doorsturen van relevante e-mails of het missen van relevante e-mails. Evenmin is komen vast te staan dat verweerster niet heeft zorggedragen voor een deugdelijke waarneming tijdens haar vakantie of dat door verweersters handelwijze onnodige kosten zijn gemaakt dan wel de zaak onnodige vertraging heeft opgelopen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:90 Raad van Discipline Amsterdam 23-711/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Verweerster heeft in strijd met gedragsregel 25 gehandeld door zich rechtstreeks tot klaagster 1 te wenden, terwijl verweerster wist dat zij werd bijgestaan door klager 2. Van de uitzonderingsbepaling in lid 2 is geen sprake. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-766/AL/GLD

    Raadsbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat verweerder de wederpartij in strijd met de gedragsregels rechtstreeks heeft benaderd. Ook heeft hij klaagster, de advocaat van de wederpartij, ten onrechte beschuldigd van liegen. De raad rekent verweerder dit handelen aan. In het nadeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat verweerder op de zitting van de raad geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond. Rekening houdende met alle omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:84 Raad van Discipline Amsterdam 24-219/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft in het artikel de mening van zijn cliënten verkondigd. Gelet op de hem als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid mocht verweerder dit doen ter behartiging van de belangen van zijn cliënten. Uit niets blijkt dat verweerder hiermee de belangen van klager (of van B) nodeloos of ontoelaatbaar heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:128 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-800/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht ontvankelijk na te laat betalen griffierecht. Klacht onder belangenverstrengeling ongegrond. Ook andere klachtonderdelen zijn niet gegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:85 Raad van Discipline Amsterdam 22-891/A/A

    Voorzittersbeslissing. Verzoek beperkte kennisneming. De deken heeft in het kader van haar onderzoek naar de klacht vertrouwelijke stukken bij verweerder opgevraagd en deze ter kennisgeving van de raad gebracht. Door de voorzitter is beoordeeld of de door de deken voor klager vertrouwelijk ingebrachte stukken (deels) ook aan klager ter kennis moeten worden gebracht. Zoals het Hof van Discipline in haar beslissing van 30 juli 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:130) heeft overwogen, kent de Advocatenwet de figuur van geheimhouding van stukken niet. Voor kwesties als de onderhavige kan evenwel aansluiting worden gevonden bij artikel 8:29 Awb, dat voorziet in een uitputtende regeling voor deze situatie. De beslissing of de verzochte beperking van de kennisneming van de vertrouwelijke stukken ten opzichte van klager gerechtvaardigd is, vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden. De voorzitter heeft kennisgenomen van elk van de stukken die als vertrouwelijk zijn aangemerkt. De voorzitter acht de beperking van de kennisneming van deze stukken tot alleen de raad, na afweging van de betrokken belangen, gerechtvaardigd. De stukken waarvan geheimhouding wordt verzocht hebben alle betrekking op de advocaat-cliëntrelatie, die wordt bestreken door de geheimhoudingsplicht van verweerder als bedoeld in artikel 11a Advocatenwet. Nu niet is gebleken dat de cliënte van verweerder toestemming heeft gegeven om de vertrouwelijke informatie openbaar te maken, staat het verweerder niet vrij om deze informatie prijs te geven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-853/AL/NN 23-854/AL/NN

    Raadsbeslissing. De klachten tegen de advocaat van de wederpartij zijn ongegrond. De advocaat heeft in een brief aan klaagster aangegeven dat vorderingen waren gecedeerd door recente acte van cessie terwijl dat op dat moment nog niet zo was. Standpunt van client van de advocaat is dat de vorderingen al veel eerder ook al waren gecedeerd. Tweede cessie was zekerheidshalve. Hoewel de brief van de advocaat alleen maar tot onduidelijkheid heeft geleid, is niet gebleken van misleiding of benadeling van klaagster. Verder heeft de advocaat een bijlage bij een e-mail van klaagster over het hoofd gezien waarin informatie stond die relevant was voor de rechter die het beslagrekest beoordeelde. Niet is gebleken dat verweerder de rechter bewust op het verkeerde been heeft willen zetten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:86 Raad van Discipline Amsterdam 22-892/A/A 22-893/A/A

    Voorzittersbeslissing. Verzoek beperkte kennisneming. De deken heeft in het kader van haar onderzoek naar de klacht vertrouwelijke stukken bij verweerders opgevraagd en deze ter kennisgeving van de raad gebracht. Door de voorzitter is beoordeeld of de door de deken voor klager vertrouwelijk ingebrachte stukken (deels) ook aan klager ter kennis moeten worden gebracht. Zoals het Hof van Discipline in haar beslissing van 30 juli 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:130) heeft overwogen, kent de Advocatenwet de figuur van geheimhouding van stukken niet. Voor kwesties als de onderhavige kan evenwel aansluiting worden gevonden bij artikel 8:29 Awb, dat voorziet in een uitputtende regeling voor deze situatie. De beslissing of de verzochte beperking van de kennisneming van de vertrouwelijke stukken ten opzichte van klager gerechtvaardigd is, vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden. De voorzitter heeft kennisgenomen van elk van de stukken die als vertrouwelijk zijn aangemerkt. De voorzitter acht de beperking van de kennisneming van deze stukken tot alleen de raad, na afweging van de betrokken belangen, gerechtvaardigd. De stukken waarvan geheimhouding wordt verzocht hebben alle betrekking op de advocaat-cliëntrelatie, die wordt bestreken door de geheimhoudingsplicht van verweerders als bedoeld in artikel 11a Advocatenwet. Nu niet is gebleken dat de cliënte van verweerders toestemming heeft gegeven om de vertrouwelijke informatie openbaar te maken, staat het verweerders niet vrij om deze informatie prijs te geven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:105 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-242/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk op grond van ne bis in idem.