Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 51-58 van de 58 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-085/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Dit bezwaar en eerdere klachtzaken tonen een patroon in het handelen van verweerder. De raad bedoelt in het bijzonder de zaak met nummer 19-678/DH/RO, waarin op 7 september 2020 de beslissing van 10 februari 2020 van de raad door het Hof van Discipline grotendeels is bekrachtigd en de maatregel van schrapping in stand is gelaten. Het patroon dat de dossiers tonen is dat verweerder stelselmatig informatie onthoudt aan de deken, terwijl de deken op terechte gronden om die informatie vraagt. De kwesties die in dit dekenbezwaar aan de orde komen tonen een beeld van gerommel met financiën, fiscale malversaties en onwaarachtige verklaringen over de beschikbaarheid van een dossier waarin mogelijk sprake is van een ongebruikelijke transactie. Dit dekenbezwaar ziet op uiteenlopende zaken waarin verweerder gehouden is om de deken inlichtingen te verschaffen. Verweerder heeft dit nagelaten en daarmee ontduikt hij het toezicht dat de deken op grond van de Advocatenwet en de Wwft moet uitoefenen. De kernwaarde integriteit is in het geding en mogelijk ook de kernwaarde onafhankelijkheid. Verweerder vormt met zijn gedragingen een gevaar voor het vertrouwen in de advocatuur. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-330/DH/RO

    Klacht die samenhangt met dekenbezwaar 20-331. Klager heeft zich na zijn ontslag op staande voet gewend tot verweerder. Verweerder heeft verzuimd om binnen de vervaltermijn een procedure in te stellen. Gedeeltelijk onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-676/DH/DH

    Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-042/DH/RO

    Raadbeslissing. Verweerster heeft nagelaten om schriftelijk aan klager te bevestigen dat alleen achteraf, in plaats van maandelijks, zou worden gefactureerd. Nadeel voor klager echter nihil geweest. Alle overige klachtonderdelen ongegrond. De raad volstaat met de gegrondverklaring en ziet af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-491/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:209 Raad van Discipline Amsterdam 20-611/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Uit het klachtdossier volgt dat verweerster haar werkzaamheden voor klager na de uitspraak van het hof in overleg met klager heeft beëindigd en de zaak heeft overgedragen aan een advocaat die cassatiezaken doet. Dat verweerster vervolgens, al dan niet in verband met de door haar gestelde vertrouwensbreuk, niet bereid was nieuwe werkzaamheden voor klager te verrichten is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:208 Raad van Discipline Amsterdam 20-612/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft aan klager bevestigd dat hij op korte termijn niet aan vervolgacties toekomt. Dat stond verweerder vrij. Verweerder heeft klager een faire keuze voorgelegd; of bij verweerder blijven en wachten totdat verweerder weer tijd voor de zaak zou hebben, of overstappen naar een andere advocaat. Klager heeft kennelijk voor het laatste gekozen. Dat valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-613/DB/LI

     Advocaat in hoedanigheid van deken. Gelet op de aard van de klacht tegen mr. X en de op grond daarvan toepasselijke tuchtrechtelijke norm, was volgens de deken in het onderzoek geen noodzaak aanwezig om nader feitenonderzoek te doen en was waarheidsvinding niet aan de orde. Klager heeft vervolgens niet onderbouwd op grond waarvan een nader onderzoek door de deken naar feiten aangewezen was. Partijdigheid niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond