Zoekresultaten 21-30 van de 20570 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:111 Raad van Discipline Amsterdam 24-353/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Voor zover klaagster verweerder verwijt zich onvoldoende onafhankelijk van zijn cliënt op te stellen, geldt dat klaagster hierover als wederpartij niet kan klagen nu dit een kwestie is die uitsluitend speelt tussen verweerder en zijn cliënt. Voor het overige is niet gebleken dat verweerder jegens klaagster de grenzen van het betamelijke heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 240142

    Hoger beroep te laat ingesteld en daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:187 Hof van Discipline 's Gravenhage 230190

    Klacht over de eigen advocaat. In hoger beroep is slechts nog aan de orde of verweerster de overeengekomen bijstand heeft verleend en of zij excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft de hierop gerichte klachtonderdelen ongegrond verklaard en deze beslissing wordt door het hof bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-423/DB/MN/W

    Beslissing op verzoek tot wraking. Niet gebleken is dat op grond van de wijze waarop de gewraakte tuchtrechter de zitting heeft geleid de rechterlijke onafhankelijkheid in twijfel moet worden getrokken. Dat sprake van subjectieve vooringenomenheid en/of partijdigheid ten opzichte van een van de partijen dan wel het voorliggende geschil is de wrakingskamer ook niet gebleken. Verzoeker heeft evenmin feiten en omstandigheden genoemd, die hem in objectieve zin grond geven te vrezen dat de tuchtrechter vooringenomen en/of partijdig is. Ook van de schijn daarvan is niet gebleken. Tot slot heeft de wrakingskamer niet kunnen vaststellen dat er anderszins zodanig is gehandeld dat daarmee geen recht is gedaan aan een eerlijk proces. Het verzoek tot wraking behelst ook voor het overige geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de genoemde tuchtrechter schade zou kunnen lijden. Bij gebreke van door verzoeker gestelde feiten die kunnen leiden tot inwilligen van het verzoek en waarover onduidelijkheid bestaat is een nader onderzoek ter zitting zinledig. Artikel 4.1 van het wrakingsprotocol raden van discipline laat als uitzondering op de hoofdregel toe dat bij kennelijk ongegronde verzoeken zonder zitting wordt beslist. De door verzoeker gestelde feiten kunnen niet leiden tot inwilliging van het verzoek. De conclusie is dat het verzoek tot wraking zonder zitting kennelijk ongegrond dient te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:112 Raad van Discipline Amsterdam 24-354/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft er juist goed aan gedaan klaagster erop te wijzen dat de proceskosten hoog zullen zijn en al helemaal in verhouding tot de relatief geringe hoofdsom. Van een dreigende of intimiderende mededeling is geen sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 240144

    Klachten tegen onder meer de deken niet verwezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:106 Raad van Discipline Amsterdam 24-004/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:188 Hof van Discipline 's Gravenhage 230153

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft getreuzeld met het opstellen van een conceptdagvaarding voor klager. Verweerder heeft klager onvoldoende procesadvies gegeven en de proces- en financiële risico’s onvoldoende duidelijk gemaakt. Voor een beperkte dienstverlening - klager stelt geen conceptdagvaarding van verweerder te hebben ontvangen - heeft verweerder een aanzienlijk bedrag bij klager in rekening gebracht. De raad oordeelde dat vier van de vijf klachtonderdelen gegrond waren en heeft daarvoor een berisping en een voorwaardelijke geldboete opgelegd van € 2000,-, onder de voorwaarde dat verweerder € 1.000,-aan klager betaalt. Het hof acht alle klachtonderdelen gegrond en legt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van twee weken op. Het hof laat daarnaast de geldboete in stand.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-424/DB/MN/W

    Beslissing op verzoek tot wraking. Niet gebleken is dat op grond van de wijze waarop de gewraakte tuchtrechter de zitting heeft geleid de rechterlijke onafhankelijkheid in twijfel moet worden getrokken. Dat sprake van subjectieve vooringenomenheid en/of partijdigheid ten opzichte van een van de partijen dan wel het voorliggende geschil is de wrakingskamer ook niet gebleken. Verzoeker heeft evenmin feiten en omstandigheden genoemd, die hem in objectieve zin grond geven te vrezen dat de tuchtrechter vooringenomen en/of partijdig is. Ook van de schijn daarvan is niet gebleken. Tot slot heeft de wrakingskamer niet kunnen vaststellen dat er anderszins zodanig is gehandeld dat daarmee geen recht is gedaan aan een eerlijk proces. Het verzoek tot wraking behelst ook voor het overige geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de genoemde tuchtrechter schade zou kunnen lijden. Bij gebreke van door verzoeker gestelde feiten die kunnen leiden tot inwilligen van het verzoek en waarover onduidelijkheid bestaat is een nader onderzoek ter zitting zinledig. Artikel 4.1 van het wrakingsprotocol raden van discipline laat als uitzondering op de hoofdregel toe dat bij kennelijk ongegronde verzoeken zonder zitting wordt beslist. De door verzoeker gestelde feiten kunnen niet leiden tot inwilliging van het verzoek. De conclusie is dat het verzoek tot wraking zonder zitting kennelijk ongegrond dient te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230366 en 230367

    Na overdracht van aandelen aan klagers is een geschil ontstaan over de waarde van die aandelen en, in het bijzonder, over de waardering ervan door een accountant. In verschillende procedures is vastgesteld dat de accountant ontoereikend werk heeft geleverd. De accountant is ook veroordeeld tot betaling aan klagers van een schadevergoeding van € 300.000,-, een bedrag van ruim € 40.000,- en een aanvullend voorschot op een schadevergoeding van  € 100.00,-. De gang van zaken rondom de executie van deze vonnissen waarbij de accountant schadeplichtig is bevonden heeft geleid tot de onderhavige klacht tegen verweerders. Klagers stellen samengevat dat verweerders door het innemen van onwaarachtige standpunten de betaling van de bedragen aan klagers hebben gedwarsboomd. Het hof is met de raad van oordeel dat de klachten van klagers, voor zover tijdig ingediend en dus ontvankelijk, ongegrond zijn.