Zoekresultaten 1-10 van de 3090 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:56 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-019/DB/LI
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:56
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder de afwikkeling van de nalatenschap fors heeft vertraagd en gefrustreerd, noch dat hij, zonder voorafgaand onderzoek en zonder feitelijke onderbouwing, onjuiste stellingen heeft herhaald. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:93
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:228
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-058/DB/OB
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:57
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels 21 lid 3 en 25, doordat zij een niet voor haar of haar cliënt bestemde e-mail van 8 oktober 2024 aan haar cliënt heeft doorgestuurd en doordat zij in rechte feiten heeft gesteld, waarvan zij de onjuistheid kende. Daarmee staat vast dat verweerster in een en dezelfde zaak meerdere tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen heeft gepleegd. Dat verontrust de raad want hierdoor ontstaat de indruk dat verweerster structureel onvoldoende alertheid betoont bij het naleven van de gedragsregels. Omdat verweerster ter zitting op overtuigende wijze reflectie heeft getoond, aan klaagster haar verontschuldigingen heeft aangeboden, de gedragsrechtelijke misstappen van verweerster van relatieve ernst zijn en geen schade bij klaagster hebben veroorzaakt, zal de raad echter volstaan met oplegging van een waarschuwing. Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels 21 lid 3 en 25, doordat zij een niet voor haar of haar cliënt bestemde e-mail van 8 oktober 2024 aan haar cliënt heeft doorgestuurd en doordat zij in rechte feiten heeft gesteld, waarvan zij de onjuistheid kende. Daarmee staat vast dat verweerster in een en dezelfde zaak meerdere tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen heeft gepleegd. Dat verontrust de raad want hierdoor ontstaat de indruk dat verweerster structureel onvoldoende alertheid betoont bij het naleven van de gedragsregels. Omdat verweerster ter zitting op overtuigende wijze reflectie heeft getoond, aan klaagster haar verontschuldigingen heeft aangeboden, de gedragsrechtelijke misstappen van verweerster van relatieve ernst zijn en geen schade bij klaagster hebben veroorzaakt, zal de raad echter volstaan met oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:94
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:229
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:113
Na een gegrond verzet heeft de raad de klacht inhoudelijk als volgt beoordeeld. Verweerder wist van zijn cliënte dat klager in een andere procedure tegen zijn cliënte een verklaring van mevrouw M had overgelegd. Volgens zijn cliënte had mevrouw M met die verklaring haar geheimhoudingsbeding als ex-werknemer van cliënte geschonden. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder - als niet betrokken advocaat - op verzoek van zijn cliënte rechtstreeks aan mevrouw M vragen naar de echtheid van die verklaring en had hij haar daarbij ook mogen wijzen op de mogelijke schending van het geheimhoudingsbeding. Dat laatste heeft verweerder echter niet in zijn brief van 1 maart 2024 aan mevrouw M genoemd. In plaats daarvan heeft hij mevrouw M gewezen op de onjuistheid van haar verklaring, haar aansprakelijk gesteld voor mogelijke schade voor zijn cliënte en daarbij ook mogelijke serieuze strafrechtelijke gevolgen genoemd. Een advocaat kan zich niet verschuilen achter een van zijn cliënt verkregen opdracht. Verweerder had ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van klager bij die verklaring en de belangen van mevrouw M. Met de toonzetting van zijn brief, die onnodig door de deurwaarder aan mevrouw M is betekend, is verweerder de grenzen van het betamelijke te buiten gegaan. Ook al was verweerder niet als advocaat bij die andere procedure betrokken, had hij gelet op de strekking van gedragsregel 22, die mogelijke getuige niet op deze wijze mogen benaderen. Dat is geen gedrag dat een advocaat betaamt. Het verwijt dat verweerder zich meermaals aan belangenverstrengeling schuldig heeft gemaakt, is de raad uit de stukken niet gebleken. Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een advocaat-cliënt relatie of dat verweerder de grenzen van het betamelijke hierin heeft overschreden. Waarschuwing.Verzetbeslissing. Er is door de voorzitter in de voorzittersbeslissing niet op alle klachtonderdelen beslist. Verzet gegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:95
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-662/AL/NN
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:114
De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klager, zijn cliënt, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:146 Hof van Discipline 's Gravenhage 240358
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:146
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 15 heeft gehandeld door zowel voor haar als (voormalig) cliënte van verweerder als voor de wederpartij op te treden in een geschil tussen hen beiden. De raad heeft geoordeeld dat de advocaat van klaagster (als voldoende gelijkwaardige partij) op uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze namens klaagster heeft ingestemd met de bemiddeling door verweerder tussen klaagster en de wederpartij (gedragsregel 15 lid 4), Klaagster heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen het gedeeltelijk buiten behandeling laten door de raad van haar oorspronkelijk bij de deken ingediende klacht en heeft verzocht om terugwijzing naar de raad. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de raad en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. De in het beroepschrift geformuleerde beroepsgronden bevatten geen grief tegen het inhoudelijk oordeel van de raad, zodat dit (in beginsel) vast staat. Voorzover klaagster heeft bedoeld het hoger beroep eveneens te richten tegen de beslissing van de raad, is het hof het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 309
- Volgende pagina zoekresultaten