Zoekresultaten 1-10 van de 4328 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-492/DH/RO
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:195
Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde wegens verwevenheid met eerdere tuchtklacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152
Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-516/DH/RO
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:196
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij/werkgever in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Klager lijkt niet te (willen) begrijpen dat verweerder optreedt als advocaat van de wederpartij en daarmee partijdig is. Klager kan zelf een advocaat inschakelen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënt. Het is voor klager steeds duidelijk geweest dat verweerder het aanspreekpunt was. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153
Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-470/DH/DH
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:192
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen stamadvocaat in een Wvggz-procedure. Verweerster heeft gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. Ook heeft zij haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd nadat een vertrouwensbreuk was ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-471/DH/DH
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:193
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening in een letselschadeprocedure. Niet gebleken dat verweerder heeft gedaan aan ontoelaatbare acquisitie of zijn zorgplicht richting klager heeft geschonden. Verweerder heeft een plan van aanpak opgesteld en aldus dat plan gehandeld. Verweerder heeft zijn werkzaamheden kunnen neerleggen na een ontstane vertrouwensbreuk. Dat heeft hij in overeenstemming met gedragsregel 14 lid 2 gedaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-472/DH/DH
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:194
Voorzittersbeslissing. Klacht over het standpunt dat een advocaat heeft ingenomen over de aansprakelijkheid van haar (kantoor) jegens klager. Klager dient zich daarvoor te wenden tot de civiele rechter. Niet gebleken van klachtwaardig handelen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-362/AL/OV
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:175
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klaagster verwijt de advocaat dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in een procedure tegen (ook) klaagster voor haar heeft gesteld en evenmin over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen op de rol (de agenda van de rechtbank), meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Uit het klachtdossier blijkt niet dat de advocaat dat wel heeft gedaan. De advocaat stelt er een mondelinge afspraak was. Hij zou zich wel in de procedure zou stellen, maar pas verdere werkzaamheden verrichten zodra openstaande rekeningen voor andere werkzaamheden waren betaald. De advocaat heeft deze afspraak niet schriftelijk vastgelegd. Hierdoor heeft hij de ontstane onduidelijkheid zelf veroorzaakt en in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16. Dit leidt tot de maatregel van een berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:176
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:271 Hof van Discipline 's Gravenhage 260099
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:271
Appelverbod artikel 46h Advocatenwet. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De bezwaren van klager tegen de samenstelling van de behandelend kamer worden door het hof verworpen. De door klager aangevoerde argumenten waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de voorzittersbeslissing van de raad. Klager wenst in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 433
- Volgende pagina zoekresultaten