Zoekresultaten 191-200 van de 5295 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8873
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 16-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts, tevens bestuurder van het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zorgweigering door een oogarts uit het ziekenhuis waarvan hij bestuurder is heeft gedoogd, het recht op vrije artsenkeuze blokkeert en geen herstelmaatregelen heeft genomen. Klager maakt naar oordeel van de voorzitter misbruik van zijn klachtrecht, omdat hij eerder een klacht met op hoofdlijnen dezelfde inhoud heeft ingediend en uit zijn uitlatingen op sociale media blijkt dat hij de tuchtprocedure inzet om verweerder doelbewust te schaden en te belasten. Daarnaast valt het handelen van verweerder, dat bestond uit het opstellen en ondertekenen van een brief in zijn hoedanigheid van bestuurder, niet onder het bereik van de eerste of tweede tuchtnorm. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3133
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:123
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2825
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:104
Klacht tegen een KNO-arts in zijn hoedanigheid van SCEN-arts. De echtgenote van klager (de patiënte) was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts van de patiënte het euthanasietraject ingezet en de SCEN-arts geraadpleegd. Klager verwijt de SCEN-arts dat hij te laat is gekomen en dat hij, in strijd met de wens van patiënte, niet akkoord is gegaan met het uitvoeren van euthanasie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3130
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:124
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2826
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:105
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager had een slechte gezondheid met veel pijnklachten en heeft de huisarts om euthanasie gevraagd. De huisarts heeft het euthanasietraject ingezet, maar de patiënte is uiteindelijk op natuurlijke wijze komen te overlijden. Klager verwijt de huisarts onder meer dat zij onvoldoende en warrig heeft gecommuniceerd over de gezondheidstoestand van de patiënte, dat zij onvoldoende bereikbaar was en dat zij geen euthanasie heeft uitgevoerd bij de patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege te 's-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing tot ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3129
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:125
.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-869/AL/MN
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:141
Verweerder is als advocaat van de wederpartij van klager opgetreden in een arbeidsgeschil. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder de geheimhoudingsverplichting heeft geschonden waar het feiten en omstandigheden betreft die in de mediation tussen klager en de cliënte van verweerder (zonder advocaten) aan de orde zijn geweest en die relevant zouden kunnen zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de ontslagaanvraag. Alhoewel verweerder de specifieke informatie over wie de mediation had beëindigd en de omstandigheden waaronder beter niet in zijn e-mail aan het UWV had kunnen vermelden, en daarmee reeds de geheimhouding heeft geschonden, meent de raad dat verweerder in genoemde e-mail geen ontoelaatbare mededelingen over de mediation aan het UWV heeft gemeld. Verweerder moest verweer voeren namens de werkgever op door klager ingenomen stellingen. Ook heeft verweerder zijn excuses gemaakt. Gelet op al deze omstandigheden is de geconstateerde onzorgvuldigheid naar het oordeel van de raad van onvoldoende gewicht om verweerder daarover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerder heeft ten aanzien van de andere verwijten niet de grenzen overtreden van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klager. Verweerder mocht de jurist van klager benaderen zoals gedaan. Niet is komen vast te staan dat verweerder zich in een telefoongesprek met de belastingadviseur van klager als diens advocaat heeft voorgedaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3179 VZ
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:126
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon tegen wie de klacht is gericht, staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:142 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-068/AL/OV
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:142
Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in een procedure als advocaat voor zijn zus (klaagster) en andere familieleden tegen een derde opgetreden en daarna als advocaat namens twee broers in een procedure - zonder haar instemming - tegen klaagster opgetreden. Door verweerder is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van lid 3 van regel 15. Verweerder heeft zich op advies van de deken daarna alsnog onttrokken aan die procedure tegen klaagster, maar had naar het oordeel van de raad de zaak van de twee broers tegen klaagster nooit moeten aannemen. Hij had toen al moeten inzien dat de familieverhoudingen en zijn optreden in de jaren daarvoor, onder meer bij de afwikkeling van de nalatenschap, daaraan in de weg stonden. Verweerder heeft hierdoor niet alleen gedragsregel 15 overtreden, maar ook anderszins onvoldoende inzicht getoond in het belang van de kernwaarde partijdigheid. Ook heeft verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden. Omdat verweerder zichzelf heeft uitgeschreven als advocaat en door het Hof van Discipline in februari 2026 is geschrapt, volstaat de raad met de maatregel van berisping. Het gewenste effect van een anders opgelegde maatregel van (voorwaardelijke) schorsing is in dit geval afwezig.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:180
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt hiertegen in beroep. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) is van oordeel dat klager wel kan worden ontvangen in klachtonderdeel c), waarin klager verweerder verwijt dat hij heeft gesjoemeld met zijn declaraties en excessief heeft gedeclareerd, maar verklaart dat klachtonderdeel ongegrond. Het hof verklaart één klachtonderdeel alsnog gegrond, te weten klachtonderdeel e), waarin klager verweerder verwijt dat hij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende regie gevoerd; hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar wie de onrechtmatige daad heeft gepleegd en teveel reactief gehandeld. Het hof legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.