Zoekresultaten 1-10 van de 5987 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:290 Hof van Discipline 's Gravenhage 260001

    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in een erfrechtelijke procedure een verklaring van haar cliënte op de zitting van de rechtbank voorgelezen. Klager klaagt erover dat verweerster zich hiermee onnodig grievend heeft uitgelaten en ten onrechte feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan zij wist, althans behoorde te weten dat deze onjuist was. De raad heeft in een verzetprocedure geoordeeld dat het eerste klachtonderdeel slaagt en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster komt hiertegen in beroep. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad wat betreft de gegrondverklaring van het klachtonderdeel, maar acht het passend en geboden de zwaardere maatregel van berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:291 Hof van Discipline 's Gravenhage 250383

    Het betreft een klacht over de eigen advocaat. Klager verwijt verweerster drie rechtszaken te hebben gevoerd zonder daarvoor een opdracht van klager te hebben gekregen. Daarnaast verwijt klager verweerster een drietal gedragingen in de privésfeer. Verweerster heeft deze klachtonderdelen weersproken. De raad heeft het eerste klachtonderdeel deels en de klachtonderdelen over de gedragingen in de privésfeer niet-ontvankelijk verklaard. Voorzover het eerste klachtonderdeel ontvankelijk was is dit ongegrond verklaard. Klager komt daartegen in beroep. Het hof verklaart in hoger beroep het klachtonderdeel 1 niet-ontvankelijk voor zover dit ziet op het handelen of nalaten van verweerster voor 22 juli 2021 en ongegrond voor zover dit klachtonderdeel ziet op handelen of nalaten van verweerster vanaf 22 juli 2021 en vernietigt de raadsbeslissing uitsluitend in zoverre.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:288 Hof van Discipline 's Gravenhage 260052

    Vernietiging. Waarschuwing. Klaagster heeft een klacht ingediend over verweerster die als advocaat optrad voor een voormalig cliënt van het kantoor van klaagster. De klacht houdt in dat verweerster zich in een e-mail op agressieve en onnodig grievende wijze heeft uitgelaten over klaagster en haar kantoorgenoot, in die e-mail feitelijke en juridische standpunten heeft ingenomen waarvan zij wist dan wel behoorde te weten dat deze onjuist waren en daarbij aan klaagster en haar kantoorgenoot een termijn van nul dagen heeft gegeven om te reageren. De raad heeft geoordeeld dat het ging om een spoedeisende kwestie en dat het handelen van verweerster in de gegeven omstandigheden onvoldoende aanleiding vormt voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad, verklaart de klacht gegrond en legt aan verweerster de maatregel van een waarschuwing op. Naar het oordeel van het hof heeft verweerster te snel gehandeld, en zich teveel laten leiden door haar client, zonder zelf voldoende onderzoek te doen naar de spoedeisendheid, belang en gegrondheid van de zaak.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:289 Hof van Discipline 's Gravenhage 260026

    Bekrachtiging met uitzondering van de opgelegde maatregel. Berisping in plaats van waarschuwing. Klager heeft een klacht ingediend over zijn voormalig advocaat. Klager en zijn voormalige compagnon waren beiden (middellijk) bestuurder en ieder voor 50% (middellijk) aandeelhouder van een B.V., toen er tussen hen beiden een geschil is ontstaan. Sinds juli 2024 is klager enig bestuurder van de B.V.. Verweerder, die eerder ook klager en zijn persoonlijke B.V. heeft bijgestaan, heeft klager laten weten dat klagers voormalige compagnon en de aan hem gelieerde ondernemingen verweerder hebben verzocht hen bij te staan in het geschil met klager. Klager heeft daar bezwaren tegen geuit, wegens strijd met gedragsregel 15. De raad heeft de klacht gegrond verklaard. Daarvoor is aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Verweerder is het daarmee niet eens en heeft hoger beroep ingesteld bij het hof. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, zij het op andere gronden, en met uitzondering van de opgelegde maatregel. Het hof legt aan verweerder de maatregel van een berisping op. Het hof is van oordeel dat in het midden kan blijven of informatie waar verweerder mogelijk over beschikte daadwerkelijk van belang was of kon zijn bij de behandeling van de zaak van klagers voormalige compagnon, omdat het hof doorslaggevend acht dat het in de perceptie van klager wel zo was en ook redelijkerwijs kon zijn. Het hof is van oordeel dat sprake is van redelijke bezwaren bij klager tegen de ontstane verstrengeling. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde van gedragsregel 15 lid 3 onder c, zodat er geen ruimte is om een uitzondering te maken op de hoofdregel dat niet mag worden opgetreden tegen een (voormalige) cliënt. Ook daarbuiten is het hof niet gebleken dat het optreden van verweerder te rechtvaardigen viel. Daarmee is niet alleen de voornoemde gedragsregel in het geding, maar ook de kernwaarde partijdigheid.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-322/AL/NN/D

    Dekenbezwaar. De raad is van oordeel dat verweerder serieus is tekortgeschoten als advocaat. Niet alleen in zijn taakopvatting als advocaat, die juist kritisch en pro-actief moet zijn in het belang van de cliënten, maar ook omdat sprake is van juist zeer kwetsbare en ook vaak niet-mondige cliënten in de Wvggz- en Wzd-zaken die verweerder doet. Verweerder lijkt niet in te zien dat zijn jarenlange werkwijze niet altijd (meer) het beste is voor de belangen van zijn cliënten. Zij hebben er recht op door hun advocaat gehoord en gezien te worden. Het is de taak van de advocaat om tijdig voor een zitting contact met cliënten te zoeken en hun wensen bij de rechter aan de orde te stellen, in plaats van zich (te) snel te refereren op basis van eigen aannames. Dat verweerder zijn eigen financiële belangen meeweegt bij de keuze of hij als advocaat gaat stoppen of niet, is zorgelijk. Dat mag nooit de drijfveer van een advocaat zijn. De raad legt een onvoorwaardelijke schorsing op voor de duur van 12 weken.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/782939 / DW RK 26/74 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder heeft verzuimd de (door haar overgenomen) executie voort te zetten. De voorzitter heeft de klacht van klaagster als kennelijk ongegrond afgewezen. Het verzet is gegrond voor zover het is gericht tegen de ontoereikende motivering van de voorzitter, maar de klacht is bij deze nadere beoordeling nog steeds ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755964 / DW RK 24/313 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder beslag op de auto van klager heeft gelegd zonder rechterlijke uitspraak. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt; het verzet dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778121 / DW RK 25/443 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder zich niet onafhankelijk en onpartijdig heeft opgesteld. De voorzitter heeft de klacht van klaagster als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klaagster ter zitting aangevoerde maken dit niet anders. Het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:285 Hof van Discipline 's Gravenhage 260344

    Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof is van oordeel dat de deken in redelijkheid tot haar standpunt kon komen dat een cassatieberoep in deze zaak geen redelijke kans van slagen heeft, gelet op de feitelijkheid en begrijpelijkheid van het door het gerechtshof gegeven oordeel. In de beklagprocedure heeft klaagster geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die tot de conclusie zouden moeten leiden dat het standpunt van deken onjuist is en het zinvol zouden maken een advocaat aan te wijzen voor het uitbrengen van een cassatieadvies. Volgens vaste rechtspraak van het hof levert de omstandigheid dat een procedure geen redelijke kans van slagen heeft een gegronde reden op als bedoeld in artikel 13 lid 2 Advocatenwet om een verzoek tot aanwijzing van een advocaat af te wijzen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9688 en H2026/9689

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid, omdat de secretaris tijdens het mondeling vooronderzoek 519 foto’s en 6 films niet aan het dossier had toegevoegd en het college desondanks akkoord is gegaan met behandeling van de tuchtklachten in de raadkamer. Daarnaast wees verzoeker op een eerder ingediende klacht. Het wrakingsverzoek is afgewezen.