Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 21-30 van de 256 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:203 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.231

    Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht betreft de moeder van klaagster, overleden in 2010. Patiënte is na opname in het ziekenhuis door verschillende specialisten onderzocht. Patiënte zou, na een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer tien dagen, naar huis gaan. Haar waarden waren stabiel, patiënte had geen zuurstof meer nodig en de behandeling met antibiotica was afgerond. De nacht voordat patiënte naar huis zou gaan, is patiënte onverwacht overleden. Klaagster maakt de verpleegkundige verschillende verwijten, maar de verpleegkundige kan zich (de opname van) patiënte niet herinneren. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.232

    Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht betreft de moeder van klaagster, overleden in 2010. Patiënte is na opname in het ziekenhuis door verschillende specialisten onderzocht. Patiënte zou, na een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer tien dagen, naar huis gaan. Haar waarden waren stabiel, patiënte had geen zuurstof meer nodig en de behandeling met antibiotica was afgerond. De nacht voordat patiënte naar huis zou gaan, is patiënte onverwacht overleden. Klaagster maakt de verpleegkundige verschillende verwijten, maar de verpleegkundige kan zich (de opname van) patiënte niet herinneren.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.042

    Klacht tegen cardioloog, in 2010 arts in opleiding tot specialist. De klacht gaat over de behandeling van de moeder van klaagster, die eind 2010 is overleden. Zij was in de anderhalve week tot aan haar onverwachte overlijden opgenomen in het ziekenhuis waar de arts werkzaam was. Klaagster verwijt de arts dat zij a. afspraken niet is nagekomen, b. tekort is geschoten in de zorgplicht, c. de behandeling heeft gewijzigd, d. een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven en e. patiënte zeer onverwacht en zonder dringende reden heeft ontslagen. Ter onderbouwing voert klaagster onder meer aan dat de arts de behandeling van patiënte van de een op de andere dag heeft stopgezet, de zuurstoftoevoer heeft stopgezet en een herziening van het reanimatiebeleid heeft verzwegen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:206 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.033

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster is medio 2019 uitgevallen als huisarts van een grotere huisartsenpraktijk. Zij wordt eerst begeleid door de vaste bedrijfsarts van de werkgever. Deze verwijst klaagster in overleg met haar huisarts naar een GGZ-psycholoog. Verweerder is werkzaam als zelfstandig bedrijfsarts en neemt op verzoek van de werkgever de taken van de vaste bedrijfsarts over. Na een driegesprek met klaagster, verweerder en de werkgever volgt een re-integratieadvies van verweerder. Een UWV-deskundigen advies geeft aan dat klaagster niet (volledig) geschikt is voor haar eigen werk. Klaagster wordt op advies van de GGZ-psycholoog doorverwezen naar een psychiater. In 2020 wordt klaagster weer door haar oude bedrijfsarts begeleid die in een rapportage vaststelt dat de toestand van klaagster is verslechterd. In het klaagschrift wordt een groot aantal klachten geformuleerd. Met instemming van klaagster en haar gemachtigde is de klacht als volgt geformuleerd: klaagster verwijt beklaagde dat hij verwijtbaar tekort is geschoten in zijn begeleiding van klaagster en dat zij daardoor schade heeft opgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt een voorwaardelijke schorsing van de bevoegdheid van beklaagde op om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Publicatie in geanonimiseerde vorm. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de bedrijfsarts.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/51

    Ongegronde klacht tegen een oogarts. Klagers verwijten de oogarts dat hij de zoon van klagers niet zelf heeft onderzocht en dit heeft overgelaten aan een orthoptist. Daarnaast verwijten zij de oogarts dat onvoldoende onderzoek is gedaan, en dat de verwijzing van drie maanden voor (vervolg)onderzoek een te lange termijn is. Het college overweegt dat het gebruikelijk is dat bij scheelzien eerst een orthoptisch onderzoek plaatsvindt en dat een orthoptist zelfstandig haar/zijn beroep uitoefent. De juiste testen zijn gedaan en er is een volledig orthoptisch onderzoek verricht. Er was geen aanleiding om zo spoedig mogelijk over te gaan tot het vervolgonderzoek. De periode voor de vervolgafspraak is aan de lange kant voor het doen van een eerste funduscopie, maar valt binnen de maximaal toelaatbare termijn bij afwezigheid van alarmerende symptomen of bevindingen en is een termijn die vaker binnen de beroepsgroep wordt gehanteerd. Klacht ongegrond. 

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.043

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is tweemaal bij haar op consult geweest met buikpijnklachten. Tussen de consulten zat ongeveer twee weken. De eerste keer heeft de huisarts de diagnose obstipatie gesteld. De tweede keer heeft zij klaagster - na aandringen van klaagster en haar moeder - voor een echo doorverwezen naar het ziekenhuis. Daar werd een grote cyste geconstateerd die een dag later operatief is verwijderd. Klaagster verwijt beklaagde dat zij de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, een verkeerde diagnose heeft gesteld en klaagster niet eerder naar het ziekenhuis heeft doorverwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er geen verkeerde diagnose is gesteld en verklaart de klacht verder gegrond. De berisping blijf gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1026

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft een bedrijfsongeval meegemaakt (kreeg tijdens het werk een glazen deur tegen zijn linker-slaap). Klager heeft zich daarna regelmatig ziekgemeld op het werk. Beklaagde is bedrijfsarts en heeft klager beoordeeld. Klager verwijt beklaagde dat hij: a. op basis van onzorgvuldig onderzoek een ongefundeerd advies heeft opgesteld; b. informatie van andere artsen buiten beschouwing heeft gelaten, waaronder het advies van de UWV-arts; c. de arbeidsongeschiktheid onjuist heeft beoordeeld; d. klager niet heeft doorverwezen naar een andere bedrijfsarts dan wel andere beroepsgenoot voor een second opinion; e. niet gereageerd heeft op de herhaalde verzoeken om informatie van klagers jurist; f. zich niet heeft gedragen zoals een behoorlijk bedrijfsarts betaamt door grensoverschrijdend gedrag te vertonen en klager zijn spreekkamer uit te sturen en zich volkomen passief op te stellen in het voordeel van de werkgever, en g. het expertiserapport naast zich neer heeft gelegd. h. Tenslotte beklaagt klager zich erover dat de manager kwaliteit en de re-integratieadviseur van de arbodienst onzorgvuldig hebben gehandeld.  Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt de klachtonderdelen a, b, c en g: gegrond; klachtonderdeel f gedeeltelijk gegrond; klachtonderdelen d en e niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en klachtonderdeel h ongegrond en legt de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de bedrijfsarts, vernietigt de bestreden beslissing echter uitsluitend voor zover de maatregel van berisping is opgelegd en opnieuw rechtdoende schorst de bevoegdheid van de bedrijfsarts onvoorwaardelijk voor de duur van drie maanden en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2216-A2021/013

    Klacht tegen een arts. Klager verwijt verweerster dat zij klager onjuist heeft geïnformeerd, zodat hij te snel zijn rechterbeen heeft belast. Het college is van oordeel dat de instructie omtrent het mobiliseren correct is gegeven. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.034

    Klacht tegen patholoog. De dochter van klager is in 2012 overleden aangetroffen onderaan de trap in haar woning. Haar partner is verdacht geweest van betrokkenheid bij haar dood en is hiervoor vervolgd. Kort na het overlijden is op het lichaam van de dochter van klager door een patholoog sectie verricht. Nadien is tijdens het strafrechtelijk onderzoek op last van de rechtbank door beklaagde een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Tijdens de rechtszaak is de beklaagde door de rechtbank opgeroepen als getuige-deskundige. Uiteindelijk heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. In beroep heeft het Gerechtshof de verdachte opnieuw vrijgesproken. De klacht houdt in dat beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, doordat hij als getuige‑deskundige een onjuiste/ondeugdelijke rapportage heeft opgesteld dan wel onjuiste verklaringen heeft afgelegd bij de rechtbank. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.015

    Klacht tegen huisarts. De huisarts was tot aan het overlijden van patiënt ruim een jaar zijn huisarts geweest. Klaagster heeft tot kort voor het overlijden van patiënt met patiënt samengewoond. Zij verwijt de huisarts dat zij onvoldoende zorg heeft verleend aan patiënt, omdat zij heeft nagelaten om hem op te laten nemen in een kliniek terwijl hij een gevaar voor zichzelf en/of voor anderen vormde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard in de klacht omdat er twijfel bestaat of klaagster overeenkomstig de wil van de overleden patiënt de klacht heeft ingediend. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.