We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 21501-21550 van de 47654 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:38 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627273 / DW RK 17/412

    De kamer is van oordeel dat het in dit geval op de weg van de gerechtsdeurwaarder had gelegen om bij de opdrachtgever na te gaan of het standpunt van klager dat er inmiddels bij het Hof was geschikt juist was en de bewijslast niet bij klager neer te leggen. Dit mede gelet op de omstandigheid dat klager het rolnummer van de zaak aan de medewerker heeft doorgegeven en daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een zaak was, hetgeen bovendien door het noemen van het nummer eenvoudig te verifiëren was. Verzet gegrond, geen termen aanwezig voor het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:56 Raad van Discipline Amsterdam 17-916/A/A

    Gegronde klacht over eigen advocaat. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder klager afdoende heeft geadviseerd over de aanpak van de zaak. Verder blijkt nergens uit dat verweerder met klager heeft afgestemd welke argumenten hij wel en niet zou aanvoeren. Hetzelfde geldt voor de aangeleverde stukken: ook daarvan blijkt niet dat verweerder met klager heeft afgestemd welke stukken hij wel en niet zou inbrengen. Een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat had dat wel gedaan. De raad ziet af van het opleggen van een maatregel, nu aan een eerder over verweerder ingediend dekenbezwaar (mede) hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt als aan deze zaak.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:64 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-819/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening en over bejegening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:32 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/612695 / DW RK 16/813

    De gerechtsdeurwaarder wel degelijk binnen een redelijke termijn steeds op de verzoeken van klager om informatie heeft gereageerd. De gerechtsdeurwaarder is bij een onder bewind gestelde in beginsel verplicht om met of via de bewindvoerder te communiceren. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager naar zijn bewindvoerder te verwijzen voor (verzoeken om) informatie terzake zijn dossiers. Het is uiteindelijk aan de werkgever van klager om de beslagvrije voet op correcte wijze toe te passen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/611683 / RK DW 16/734

    De door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten berusten op door de overheid vastgestelde en in het Besluit tarieven ambtshandeling gerechtsdeurwaarders neergelegde tarieven. Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder andere of hogere kosten in rekening heeft gebracht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:223 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-172

    Klacht tegen patroon en stagiaire. Een opdrachtbevestiging is niet vereist, maar een advocaat is wel verplicht de voorwaarden waaronder hij de opdracht aanvaardt vooraf te bespreken met de cliënt. Daartoe behoren o.a. de financiële consequenties van de zaak. In dit geval is niet komen vast te staan dat die zijn besproken, zodat risico van ontbreken van bewijs voor rekening van de advocaat komt. De mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp dient in beginsel met de cliënt te worden besproken. Nu dit niet is komen vast te staan, komt het ontbreken van bewijs eveneens voor risico van de advocaat. De kwaliteit van de rechtshulp is beneden de maat, omdat niet gebleken is dat de advocaat gedegen voorlichting heeft gegeven over mogelijke scenario's, strategieën en slagingskansen. Klacht over optreden van de advocaat jegens de gemachtigde van klager, is niet-ontvankelijk wegens ontbreken van eigen belang van klager. Als de advocaat de zaak niet zelf behandelt, maar dit een kantoorgenoot (in dit geval een stagiaire) laat doen, dient hij dit vooraf met zijn cliënt te bespreken. Verder dient een advocaat schikkingsvoorstellen vooraf met zijn cliënt te bespreken, ook als deze slechts dienen als "proefballon". Klacht deels gegrond, deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk. Maatregel opgelegd aan patroon: voorwaardelijke schorsing van twee weken en kostenveroordeling, aan stagiaire: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:222 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-270

    Klager is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Verweerster staat zijn echtgenote bij. Klager verwijt verweerster opruiende taal te gebruiken, mee te werken aan het geven van een verkeerde voorstelling van zaken aan de rechter en de rechter onjuiste informatie te verstrekken. Ook intimideert en dreigt verweerster. Bovendien zet verweerster zich onvoldoende in om het (echtscheidings-)geschil in der minne op te lossen. De raad is van oordeel dat verweerster geacht wordt terughoudend op te treden teneinde onnodige escalatie van de in dit soort zaken vaak aanwezige emoties te vermijden. Verweerster heeft er blijk van gegeven zich onvoldoende bewust te zijn van haar eigen verantwoordelijkheid op dit punt. Door de wijze waarop zij bij de aanzegging van een Kort Geding gewag heeft gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van de pers en van het feit dat haar cliënte “geen blad voor de mond” zou nemen, heeft zij impliciet gedreigd om zaken die in de relatie tussen klager en zijn vrouw speelde openbaar te maken wetende dat dit schade zou kunnen toebrengen aan klager. Dit onderdeel van klacht is daarom gegrond. Omdat er nog niet eerder disciplinaire maatregelen tegen verweerster zijn genomen volstaat de raad met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/12 en 13

    Wraking. Verzoek afgewezen en bepaald dat volgend verzoek tot wraking niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-936

    Het dekenbezwaar tegen verweerder is gegrond verklaard. Verweerder zei zijn cliënte toe werkzaamheden voor haar te zullen verrichte op basis van een toevoeging. De toevoeging werd aanvankelijk geweigerd. Daarom sloot verweerder met zijn cliënte een overeenkomst op grond waarvan zij moest betalen voor verweerders werkzaamheden. Verweerder zond een nota voor die werkzaamheden die door zijn cliënte betaald werd. Achteraf werd er toch een toevoeging met terugwerkende kracht aan de cliënte afgegeven. Zij vroeg toen om terugbetaling van het door haar betaalde bedrag. Verweerder weigerde dat met onder andere het argument dat hij geen partij was bij het aanvragen en toekennen van de toevoeging. Die aanvraag/toekenning heeft naar de mening van verweerder geen verandering gebracht in de civiele relatie die hij met zijn cliënte had. De cliënte riep de bemiddeling van de deken in. Deze diende over verweerders weigering een dekenbezwaar in. De raad acht het bezwaar gegrond en legt een voorwaardelijke boete op met als doel terugbetaling van het betaalde honorarium te bewerkstelligen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-699

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Hoewel verweerder ook had kunnen volstaan met een enkele mededeling aan de bindend adviseur dat en wanneer het kort geding precies plaats zou vinden, kan niet worden gezegd dat verweerder door de toezending (in cc) van de dagvaarding aan de bindend adviseur de grenzen van de hem toekomende ruime vrijheid als advocaat van de wederpartij heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-888

    Verweerder heeft naar het oordeel van de deken zijn mobiele telefoon met geheimhoudernummer ter beschikking heeft gesteld aan zijn inverzekeringgestelde cliënt. Dit is strijd met artikel 6.11 VODA waarin staat dat een advocaat ervoor moet zorgen dat een persoon zonder een verschoningsrecht of zonder een van een advocaat afgeleid verschoningsrecht, geen gebruikmaakt van een dergelijke telefoon. Het feit dat verweerder bij het door zijn cliënt gevoerde telefoongesprek aanwezig was en de regie had van het gesprek doet daar naar het oordeel van de raad niet aan af. de raad verklaart het bezwaar gegrond zonder oplegging van een maatregel omdat verweerder er blijk van heeft gegeven de juistheid van het bezwaar van de deken in te zien.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-492

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk voor zover hij het bestaan van een rechtsgeldige opdracht van de wedepartij aan verweerster betwist. Klager heeft daarbij onvoldoende persoonlijk belang. Daarnaast is niet gebleken dat verweerster onwaarheden heeft verkondigd of klager heeft aangezet tot fiscale fraude door het doen van bepaalde voorstellen tijdens de onderhandelingen. Klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-710

    Verweerder heeft blijkens de klacht van klager tijdens de behandeling van een strafzaak tegen klager achtergrondinformatie over klager niet naar voren gebracht. Hij heeft klager geadviseerd niets te vertellen over zijn nare levensloop. Verweerder erkent dat hij dat gedaan heeft omdat een dergelijk verweer niet paste in het overige – vrijspraak- verweer dat verweerder in overleg met klager voerde. Overigens is bedoelde achtergrondinformatie tijdens de strafzitting wel degelijk aan de orde geweest. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is aannemelijk geworden dat klager instemde met de aanpak van verweerder. De klacht is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-374

    Klacht tegen eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft nagelaten namens klagers een conclusie van dupliek in te dienen waarna vonnis is gewezen. Verweerder heeft weliswaar gesteld wel een conclusie te hebben geschreven maar deze stelling is met geen enkel bewijsstuk onderbouwd. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-465

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster wilde aanvullend betaald worden na het maken van een fixed fee afspraak omdat de zaak tegenviel. Door zich te onttrekken aan de zaak nadat haar duidelijk was dat klaagster geen andere betalingsafspraak wilde, heeft verweerster ten onrechte het financiële risico op haar cliënt afgewenteld. Daarnaast heeft verweerster, tegen de uitdrukkelijke wens van klaagster in, onvoldoende gecommuniceerd over een conceptprocesstuk. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-392

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door zijn berichten aan de rechtbank niet ook in kopie en per gelijke post aan de gemachtigde van klaagster te richten, nu hem bekend kon zijn dat klaagster zich door een gemachtigde liet bijstaan. Daarnaast heeft verweerder nagelaten om in het verzoekschrift te vermelden dat klaagster werd bijgestaan door een gemachtigde. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:220 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-880

    Wraking. Verzoeker heeft tijdens de behandeling van zijn verzetzaak de behandelende raad verzocht om aangifte wegens meineed te doen tegen een met name genoemd persoon. Dit is door de behandelende raad geweigerd, waarna de raad is gewraakt. Het wrakingsverzoek is eerst buiten behandeling gesteld en na de zitting alsnog door de wrakingskamer schriftelijk afgedaan, zonder zitting (art.4 wrakingsprotocol). Het door verzoeker tegen verweerders aangevoerde bezwaar faalt. De bevoegdheid om aangifte te doen is geregeld in artikel 161 van het Wetboek van Strafvordering. In verband met dit wetsartikel heeft de Hoge Raad bepaald in zijn arrest van 30 maart 1998, NJ 1998, 554, dat het de rechter niet vrijstaat om aangifte te doen naar aanleiding van een mondelinge behandeling op een openbare zitting. Naar het oordeel van de wrakingskamer is dit voor de tuchtrechter niet anders. Overigens bestaat er alleen een bevoegdheid tot het doen van aangifte als men kennis draagt van een strafbaar feit. Of er sprake was van tuchtrechtelijk verwijt, en daarmee mogelijk van een strafbaar feit, diende nu juist door verweerders onderzocht te worden, waarmee aangifte “op voorhand” natuurlijk niet te verenigen is, nog daargelaten het feit dat de tuchtrechter, zoals hiervoor overwogen, daartoe geen bevoegdheid heeft. Wrakingsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1046

    Voorzittersbeslissing: klacht tegen eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk nu daarover al eerder en onherroepelijk door de raad is beslist. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond wegens het ontbreken van een feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:66 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-354

    Klaagster die langdurig ziek was is in een arbeidsgeschil verwikkeld geraakt met haar werkgever, cliënte van verweerder. De vraag die tuchtrechtelijk ter beoordeling voor lag is of verweerster, ongeacht wat het UWV daarover heeft geschreven, zich er zelf van had moeten vergewissen of zij de door haar ontvangen medische en daarmee privacygevoelige gegevens van klaagster in de bezwaarprocedure bij het UWV wel mocht gebruiken en als producties mocht overleggen bij het verweerschrift in de andere procedure – arbeidsgeschil - tussen partijen bij het gerechtshof. De raad beantwoordt dit bevestigend. Klaagster heeft daarvoor geen toestemming gegeven. Weliswaar heeft verweerster kort daarna de bewuste producties alsnog teruggetrokken, maar tijdens de zitting bij het hof heeft verweerster, zoals blijkt uit haar pleitnota, naar het oordeel van de raad te veel informatie over de medische situatie van klaagster met het hof gedeeld, daarmee haar – door de deken geadviseerde - terugtrekking van de gewraakte bijlagen weer ontkrachtend. Daarnaast wordt verweerster tuchtrechtelijk verweten dat zij in de procedure bij het hof feitelijke onwaarheden heeft geponeerd over de ziekte van klaagster. Het standpunt daarover in deze procedure van verweerster valt niet te rijmen met het door haar in de procedure bij het hof ingenomen standpunt. Klachten in zoverre gegrond. Maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-415

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Naar het oordeel van de raad mocht verweerster als partijdig belangenbehartiger de stellingen en feiten namens haar cliënt in de procedure aanvoeren zoals zij dat heeft gedaan. Niet gebleken dat verweerster klaagster (onnodig) heeft beledigd, bewust onwaarheden heeft verkondigd of de procedure heeft willen blokkeren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-185

    Wrakingsverzoek tegen twee leden van de raad kennelijk ongegrond. Uit de omstandigheid dat de voorzitter ter zitting niet direct en alleen (zonder de overige leden van de raad) op het verzoek van verzoeker om zijn probleem op te lossen heeft willen beslissen, volgt geen (vrees voor) rechterlijke partijdigheid. Datzelfde geldt voor het feit dat een ander lid van de raad al eerder over een klacht van verzoeker heeft (mede)beslist. Dat deze tuchtrechter stukken aan verzoeker heeft teruggegeven die de voorzitter na de schorsing van de behandeling ter zitting heeft geweigerd is evenmin een grond voor wraking.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-345

    Klager stelt dat de voorzitter zijn klacht ten onrecht kennelijk ongegrond heeft verklaard. De klacht tegen verweerster is wel degelijk gegrond. Verweerster heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te liegen onder ede tijdens het getuigenverhoor bij de rechtbank. Omdat niet is komen vast te staan dat verweerster gelogen heeft is de klacht terecht kennelijk ongegrond verklaard en ook het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:67 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-390

    Betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft terecht aangenomen dat hij niet op de mogelijkheid van een toevoeging hoefde te wijzen omdat het om een puur zakelijk geschil ging terwijl niet gebleken is dat de uitkomst van de procedure gevolgen had voor het voortbestaan van de onderneming van klager. Bovendien verleende verweerder klager al 25 jaar op betalende basis rechtsbijstand en er was geen reden om aan te nemen dat klager thans voor een toevoeging in aanmerking zou komen. Ten aanzien van de kwaliteit van de werkzaamheden is niet gebleken dat die beneden de maat is geweest en dat verweerder de procedure verkeerd heeft aangepakt. Verweerder is niet tekort geschoten in de voorlichting over de kansen van klager in de procedure. Diverse onderwerpen zijn besproken, zoals volgt uit een e-mail van verweerder die klager heeft ontvangen. Verder is niet gebleken dat verweerder de door klager verstrekte informatie onvoldoende heeft verwerkt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-418

    Verweerder heeft een “second opinion” gegeven over een geschil van klaagster met een aantal familieleden. Verweerder is van mening dat een procedure tegen deze familieleden over de meeste aspecten van deze zaak weinig kans op succes zal hebben. Over het strafrechtelijke aspect laat hij zich niet uit omdat hij geen deskundige op dat terrein is. Klaagster is het oneens met opvattingen van verweerder. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet tuchtrechtelijk onjuist gehandeld door zijn opinie weer te geven zoals hij dat gedaan heeft. De klacht is dus ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-329

    Aan de vraag of verweerder zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn voormalig cliënt heeft geschonden, komt de raad niet toe nu de raad niet kan vaststellen of verweerder ter zake tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116a

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Een aantal klachtonderdelen kan de chirurg niet verweten worden, omdat hij desbetreffende periode op vakantie was. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116b

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116c

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116d

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 050/2017

    Klacht tegen fysiotherapeut vanwege het aanschaffen en uitproberen van orthopedisch schoeisel bij een wilsonbekwame patiënte tegen de wil van de curator. Het college oordeelt dat verweerder hiermee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld nu de beslissing hierover in een multidisciplinair overleg was genomen onder verantwoordelijkheid van de arts verstandelijk gehandicapten. Ook overigens is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.431

    Klaagster is in 2013 thuis bezocht door de aangeklaagde psychiater en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De psychiater is werkzaam in een team van een instelling voor geestelijke gezondheid dat gericht is op zorgmijders. Aanleiding voor het bezoek was gelegen in klachten omtrent geluidsoverlast en vermoedens van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. De psychiater heeft geconcludeerd dat sprake was van een paranoïd psychotisch beeld met complottheorieën en (reuk/tactiele) hallucinaties. Klaagster verwijt de psychiater: 1. dat hij haar tijdens het bezoek niet juist heeft ingelicht over zijn functie en haar onder valse voorwendselen heeft overgehaald zich door TOP te laten begeleiden; 2. dat bij de instelling een valselijk medisch dossier is opgemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond zonder nader onderzoek af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.466

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt huisarts dat deze niet adequaat heeft gereageerd op neurologische uitvalsverschijnselen. Hierdoor werd klager te laat verwezen naar een neuroloog en werd te laat vastgesteld dat er bij klager sprake was van een CVA. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ten aanzien van het handelen van de huisarts op 3 november 2016 gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht klager in zijn beroep ontvankelijk en acht de klacht ook ten aanzien van het handelen van de huisarts na 3 november 2016 gegrond. Geen omstandigheden aanwezig om een andere maatregel op te leggen dan een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:15 Accountantskamer Zwolle 17/1144 Wtra AK

    Accountant treedt op voor beide echtelieden en een onderneming van de man. De echtelieden raken in echtscheiding. De accountant heeft onvoldoende het conceptueel raamwerk van art. 21 VGBA nageleefd en zich in strijd met het fundamenteel beginsel van objectiviteit gedragen door zonder overleg met klaagster (de vrouw) zich mede namens haar tot de Belastingdienst te wenden en een standpunt in te nemen. E.e.a. is ook in strijd met het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:16 Accountantskamer Zwolle 17/1264 Wtra AK

    Klacht niet-ontvankelijk want in strijd met het beginsel van concentratie van klachten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 049/2017

    Klacht van curator tegen arts verstandelijk gehandicapten. Verweerster heeft voordat zij de orthopedische schoenen voorschreef geen toestemming verzocht van de curator. Die toestemming was naar het oordeel van het college wel vereist. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen veronderstellen dat verweerster zich zou kunnen beroepen op artikel 7:465 lid 4 BW, dat bepaalt dat de hulpverlener zijn verplichtingen jegens de curator niet hoeft na te komen indien deze niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/81 en 82

    Klacht van BFT tegen notaris (N) en kandidaat-notaris (KN) n.a.v. berichtgeving over Panama Papers. Overdracht van aandelen in Nederlandse B.V. aan partij in Panama in april 2015 in verband met (schijn)transactie van onroerend goed in Ecuador. KN heeft informatie over de beoogde transactie, vervat in e-mailstring en in bijlage bij e-mail, gemist. KN en N (die heeft vertrouwd op de handelwijze van de ervaren KN) hebben verklaard dat zij zeker anders zouden hebben gehandeld als zij ten tijde van de voorgenomen transactie kennis zouden hebben genomen van die informatie en dat deze voor hen destijds zonder meer aanleiding zou hebben gevormd om nader onderzoek te verrichten. N heeft erkend dat het kantoorbeleid destijds niet afdoende was sinds op 1 januari 2013 de reikwijdte van de WWFT voor (kandidaat-) notarissen was uitgebreid. KN en N in gelijke mate verantwoordelijk voor gang van zaken. Van een KN mag een hoge mate van zorgvuldigheid worden verwacht. Kamer acht het verwijtbaar dat cruciale informatie is gemist, als gevolg waarvan de N een akte van aandelenoverdracht heeft gepasseerd zonder dat daaraan voorafgaand voldoende onderzoek is verricht en zonder dat (voldoende) stil is gestaan bij de vraag of uit hoofde van de WWFT een verscherpt cliëntenonderzoek had moeten worden verricht, of melding had moeten worden gemaakt van een ongebruikelijke transactie en of er aanleiding was om diensten te weigeren of op te schorten in afwachting van de uitkomst van nader onderzoek. Gelet op de belangrijke positie van de notaris in het rechtsverkeer, waaronder de rol van “poortwachter”, rekent de kamer het de KN en de N ernstig aan dat zij de relevante informatie hebben gemist. KN en N betreuren hun handelwijze zeer. Gegrond, maatregel van berisping met besluit tot openbaarheid van deze maatregel voor KN en N.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-875

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen (voormalig) deken kennelijk ongegrond. Niet aannemelijk gemaakt dat de deken de klacht van klaagster tegen haar voormalig advocaat onvoldoende heeft onderzocht of gegevens heeft achtergehouden.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:40 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/629256/NT 17-48 (B)

    De door klager aangevoerde feiten en omstandigheden brengen niet automatisch met zich dat erflater wilsonbekwaam was tot het opmaken van zijn uiterste wilsbeschikking. Echter de wetenschap van de dementie van erflater, de reden tot wijziging van het testament (die in het eerste gesprek anders bleek te zijn dan de notaris aanvankelijk was medegedeeld), de verklaring van erflater zelf in de aangifte dat hij niet goed meer wist wat er destijds was gebeurd, de omstandigheid dat [D] (overigens niet uit eigen wetenschap) volgens het proces-verbaal van aangifte heeft verklaard wat er gebeurd zou zijn, gecombineerd met het feit dat de instructie tot het testament afkomstig was van [C], de hoge leeftijd van erflater en het feit dat het nieuwe testament ingrijpend afweek van het vorige (dat minder dan een jaar oud was), hadden naar het oordeel van de kamer tot extra zorgvuldigheid van de notaris moeten leiden. Niet alleen had de meegenomen aangifte - waarin de verbalisant woordelijk opmerkt “[erflater] is dementerend, daarom heeft [erflater] zijn schoonzus [D] en buurman [C] meegenomen voor het doen van aangifte”- dan ook een duidelijk signaal voor de notaris moeten zijn, maar ook de mededeling dat notaris [Y] had geweigerd een testament op te stellen zonder een verklaring van een onafhankelijke arts, aangesloten bij de Vereniging van Indicerende en Adviserende artsen (hierna: VIA-arts), had voor extra alertheid bij de notaris moeten zorgen. Onder deze omstandigheden had de notaris naar het oordeel van de kamer gerede twijfel over de wilsbekwaamheid van erflater behoren te hebben en had het voor de hand gelegen dat hij - gelijk het Stappenplan adviseert – zich bij zijn besluitvorming ter zake had laten bijstaan door medewerkers van zijn kantoor en hen als getuigen had laten optreden bij het (eventueel) passeren van het testament. Minst genomen had hij evenwel, alvorens een eigen oordeel over de wilsbekwaamheid van erflater te vormen, informatie moeten inwinnen bij een VIA-arts, of zich anderszins moeten laten voorlichten over de geestesgesteldheid van erflater. De notaris kan tuchtrechtelijk worden verweten dat hij dat heeft nagelaten. De klacht is dan ook gegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 637837 /NT 17-73

    Klager heeft ter zitting bevestigd dat hij tegen de notaris heeft verklaard dat de tekening aan de koopovereenkomst leidend is voor het antwoord op de vraag welk perceelsgedeelte klager destijds heeft gekocht. Vast staat voorts dat het perceelsgedeelte ten noord oosten (rechts) van de toen al bestaande sloot dat na de inschrijving van de akte van levering op naam van klager is gesteld ook na de transactie tussen partijen in het bezit van de verkoper is gebleven en door deze is gebruikt. Hieruit volgt dat dit perceelsgedeelte geen deel uitmaakte van de transactie tussen partijen. Nu voorts in de destijds door partijen getekende koopovereenkomst geen oppervlakte van het verkochte is vermeld, en daarin voor de aanduiding van het verkochte wordt verwezen naar de “aangehechte schets”, heeft de notaris met recht tot de conclusie kunnen komen dat de leveringsakte, waarin het verkochte is omschreven als de Noord-Hollandse stolpwoning c.a. “ter grootte van ongeveer negenenveertig are (..), uitmakende een (..) resterend gedeelte van het terrein aldaar, (..) no. 1390”, een kennelijke verschrijving bevat. Het verwijt van klager dat de notaris niet had mogen overgaan tot het opmaken van een proces-verbaal tot verbetering van de leveringsakte, acht de kamer dan ook ongegrond. Weliswaar was het beter geweest als de notaris partijen van tevoren had laten weten voornemens te zijn een proces-verbaal van verbetering op te maken, maar tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat niet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:51 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170269

    Verweerder is ten aanzien van verschillende aspecten van nauwgezetheid en zorgvuldigheid in financiële aangelegenheden in gebreke gebleven. Hij heeft te lang gedraald met het uitbetalen van bedragen (derdengelden) die hij voor klaagster onder zich hield en heeft hierover ook gebrekkig gecommuniceerd terwijl het gelet op de met de deurwaarder gemaakte afspraak van belang was adequaat en voortvarend te behandelen. Anders dan de raad acht het hof de klacht dat verweerder zonder toestemming van klaagster derdengelden zonder haar toestemming rechtstreeks naar de deurwaarder heeft overgemaakt, ongegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-080

    Ongegrond verzet. Volgens de voorzitter heeft klaagster zich in eerste instantie akkoord verklaard met het door verweerder gegeven advies. Kennelijk is klaagster daarop later teruggekomen maar dat maakt niet dat het oordeel van de voorzitter op dit punt onjuist is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:52 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170279

    De gedragingen die de advocaat worden verweten - brandstichting en vernieling van een woning - hebben zich in de prive sfeer voorgedaan. Met de raad is het hof van oordeel dat de verweten gedraging in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moeten worden geacht. De verweten gedragingen raken de integriteit van een advocaat. De verweten gedragingen zijn daarmee vatbaar voor een tuchtrechtelijke toetsing. De raad acht bewezen dat door toedoen van verweerder brand heeft gewoed in de vakantiewoning van klaagster en dat hij ook overigens vernielingen heeft aangebracht in die woning. In zijn beroepschrift heeft verweerder slechts aangegeven dat de raad van onjuiste feiten is uitgegaan, dat de weergave van zijn verklaring door zijn voormalig werkgever onjuist is en dat de politie hem niet heeft staande- noch aangehouden. Verweerder verzuimt echter zijn stellingen nader te onderbouwen danwel te concretiseren. Hij geeft geen verklaring hoe de brand zou kunnen zijn ontstaan en de vernielingen zijn verricht. Klacht gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-552

    Klacht van cliënt. Gestelde tekortkomingen zijn niet komen vast te staan. Zo is niet gebleken van een vaste prijsafspraak i.p.v een uurtarief. De schriftelijke bevestiging van een opdracht aan de advocaat hoeft niet te worden ondertekend door de cliënt. Ook is niet gebleken dat de advocaat tekort is geschoten in zijn informatie over de mogelijkheid van rechtshulp op toevoegingsbasis dan wel dat de kwaliteit van zijn werkzaamheden onder de maat is gebleven, terwijl ook overigens niet van enig klachtwaardig handelen van de advocaat is gebleken. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:53 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170220

    Verzoek tot herziening van de beslissing van het hof, waarin de klacht tegen verzoeker gegrond is verklaard en aan hem de maatregel van een schorsing voor de duur van een maand is opgelegd. Verzoeker beroept zich op schending van eeen fundamenteel rechtsbeginsel. Aan een inhoudelijke beoordeling van de eerste twee gronden voor herziening komt het hof niet toe, omdat de termijn waarbinnen een herzieningsverzoek op deze gronden moet worden ingediend is overschreden. De derde grond, schending van het beginsel van hoor en wederhoor doordat verzoeker niet in de gelegenheid was gesteld tegenbewijs te leveren tegen de meinedige verklaringen van klaagster, haar vader en zus, kan geen herziening rechtvaardigen, nu de conclusie van verzoeker dat meinedige verklaringen zouden zijn afgelegd niet is af te leiden uit de beslissing van de kantonrechter, waarin verzoeker wel tot het leveren van tegenbewijs was toegelaten. Het herzieningsverzoek wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-608

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Of het door verweerder gelegde beslag onrechtmatig is geweest, is een vraag van civielrechtelijke aard. Niet gebleken is dat verweerder op evident onjuiste gronden beslag heeft gelegd en dwangsommen bij klager heeft geïnd. Verder was verweerder niet verplicht klager onverwijld te melden dat het beslag doel had getroffen of dat het bedrag van de rekening van klager was afgeschreven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/632925/NT 17-58

    De kamer is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat voor hem op geen enkel moment aanleiding heeft bestaan om aan de wilsbekwaamheid van erflater te twijfelen. Klager heeft onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat erflater niet meer in staat was zijn wil in vrijheid te bepalen, laat staat dat dat voor de notaris kenbaar moet zijn geweest. Het enkele feit dat erflater terminaal ziek was en dat hij kort voor zijn (naderende) dood opdracht heeft gegeven voor het opmaken van een (nieuw) testament brengt nog niet met zich dat de notaris het Stappenplan had behoren toe te passen. Tussen het eerste gesprek met erflater en het passeren van het testament is een periode van acht dagen verstreken. Het concept is tijdig - nog op de dag van de eerste bespreking op 22 september 2015 - aan erflater toegezonden, zodat aangenomen kan worden dat erflater dat goed heeft kunnen bekijken. Hoewel erflater volgens de notaris er ten tijde van het passeren van de akte fysiek minder goed aan toe was, betekende dat nog niet dat de notaris aan zijn wilsbekwaamheid behoorde te twijfelen. Hetgeen door klager is aangevoerd leidt ook niet tot het oordeel dat aan de betrouwbaarheid van de verklaring van de notaris moet worden getwijfeld. De kamer acht dit eerste klachtonderdeel dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-808/DB/LI

    Verweerder heeft zich, in strijd met het bepaalde in art 15 lid 2 van de gedragsregels zonder toestemming van de wederpartij en nadat om uitspraak is gevraagd, tot de kantonrechter gewend. Gegrond Waarschuwing. Proceskosten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-832

    Dekenbezwaar betreffende praktijkvoering. Verweerder heeft zich in een procedure betreffende huurachterstand gesteld voor 2 huurders, zonder dat hij daartoe opdracht had. Deze huurders hadden zich, op advies van een stichting die zich bezighoudt met schuldhulpverlening, tot een jurist, die bij verweerder werkte. Om redenen die verweerder heeft uiteengezet, heeft verweerder zich in de procedure voor de huurders gesteld. Nu daartoe een opdracht ontbrak en er ook geen contact was geweest met de huurders, oordeelt de raad deze handelwijze onbehoorlijk. Dekenbezwaar is gegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-872

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij in langdurig familierechtelijk geschil. In de geschetste omstandigheden mocht verweerster de advocaat van klager op diens (klagers) afwezigheid ter zitting aanspreken. Dat zij daarbij op een onnodig grievende wijze over klager heeft gesproken is door verweerster gemotiveerd betwist en derhalve niet vast komen te staan. Evenmin gebleken dat sprake is van schending van privacy. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-851/DB/LI

    Gedragsregel 12 geschonden door zonder toestemming van klaagster en zonder overleg met de deken aan de rechtbank confraternele correspondentie te overleggen. Gegrond. Waarschuwing. Proceskosten.