Zoekresultaten 19701-19750 van de 47568 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-150
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:186
Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is de schoonzus (de zus van de echtgenote) van de overleden broer van klager. De klacht gaat over handelen/nalaten jegens de overleden broer van klager en de minderjarige kinderen van de overleden broer. Klager behoort echter niet tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 Wet BIG, omdat de weduwe van de overleden broer eerst klachtgerechtigde is en niet blijkt dat zij met de klacht heeft ingestemd. Klager niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-506/DB/LI
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:171
Gelet op de voorgeschiedenis waarbij advocaat een collega-advocaat gedurende tien dagen in het ongewisse heeft gelaten over de overdracht van de zaak en de korte termijn waarop de pro forma strafzitting in een complexe strafzaak zou plaatsvinden valt de advocaat tuchtrechtelijk te verwijten dat deze na de toezegging om het dossier over te dragen daarmee nog 6 dagen heeft gewacht. Niet komen vast te staan dat de opvolgend advocaat door de aanvraag extra uren van financieel is benadeeld. Gebrekkige communicatie over de toevoeging en de verrekening daarvan valt beide advocaten aan te rekenen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:302 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.441
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:302
Klacht tegen internist. Klager verwijt verweerder dat hij ten onrechte de diagnose Diabetes Mellitus type 2 heeft gesteld en niet eerder onderzoek heeft gedaan naar Diabetes Mellitus type 1 LADA, dat hij niet meteen bij de eerste opname van klager de TSH-waarden heeft gecontroleerd en dat hij, na constatering van Graves Orbitopathie (GO) en hyperthyreoïdie, niet een echo heeft laten maken van de schildklieren en niet onmiddellijk klager door een oogarts heeft laten zien. Klager meent dat hierdoor een adequate behandeling te laat is ingezet. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-109
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:187
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De klacht is ingediend door de ex-werkgever van de verpleegkundige. De verpleegkundige heeft zich in korte tijd tegenover twee afzonderlijke cliënten grensoverschrijdend gedragen. Hij heeft onvoldoende inzicht getoond in het toelaatbare van dit gedrag door dit gedrag als slechts troostend te betitelen. Voor zover klaagster de verpleegkundige verwijt dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen en opmerkingen die een seksuele lading hadden, wordt de klacht ongegrond verklaard. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:172 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-476/DB/LI
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:172
In hoedanigheid van mentor opgetreden. Vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:303 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.516
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:303
Uitgangspunt is dat de hoofdbehandelaar is belast met de regie van de behandeling van de patiënt. In onderhavige zaak is in het behandeltraject van klager niet steeds sprake geweest van een adequate wijze van communicatie, hetgeen de hoofdbehandelaar is aan te rekenen. Verweerder heeft nagelaten e-mailberichten van klager te beantwoorden en klager had geen andere mogelijkheid om met verweerder in contact te treden. Klacht in zoverre gegrond. Ten aanzien van de rapportage aan de huisarts overweegt het Centraal Tuchtcollege dat klager aan het begin van de behandeling een toestemmingsformulier heeft getekend waarin hij toestemming verleende om relevante informatie over zijn behandeling uit te wisselen. De hoofbehandelaar mocht, gelet op deze verleende toestemming, ervan uitgaan dat de toestemming zich ook uitstrekte over de (gebruikelijke) terugkoppeling die nodig was met het oog op een goede continuïteit van de aan klager verleende zorg. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.”
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-126
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:188
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Vast staat dat de verpleegkundige ten onrechte een derde Pneu-vaccin heeft verstrekt. Dit vaccin was overbodig en had niet verstrekt mogen worden. Dat de verpleegkundige bij ontdekking van de fout, aan het einde van de middag, eerst overleg heeft gepleegd met de arts en een collega alvorens klaagster de volgende dag te bellen, wordt niet onzorgvuldig geacht. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1880
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:86
“Gegevensverstrekking in kader Pro Justitia-rapportage door aan Medisch Centrum verbonden huisarts, die niet de eigen huisarts was, was conform de KNMG richtlijn en conform de toestemmingsverklaring. Dat de huisarts klager nooit gezien had doet daaraan niet af. Klacht ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:304 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.517
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:304
Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-358/DB/ZWB
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:168
Een advocaat is niet gehouden om een opdracht te aanvaarden indien die advocaat geen kans ziet die opdracht met succes uit te voeren. Bovendien sprake van een vertrouwensbreuk. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1866
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:87
“Klacht tegen psychiater na rapportage op verzoek verzekeringsarts deels gegrond met berisping. Rapportage voldoet niet aan criteria: conclusie niet duidelijk, onvoldoende onderbouwd en niet in overeenstemming met anamnestische informatie. Gemiste kans dat heteroanamnese ontbrak. Gebrekkige communicatie.”
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-291/DB/ZWB 18-292/DB/ZWB
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 05-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:169
Voor zover verweerster in haar brief het standpunt van haar cliënte verwoordt, is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerster verwoordt namelijk slechts het gevoelen van haar cliënte en dat is haar, ook in scherpe bewoordingen, toegestaan. Voor zover verweerster echter aangeeft dat het belachelijk is dat door klager sub 2 een bepaalde stelling wordt ingenomen, neemt verweerster onvoldoende professionele afstand en heeft zij zich wel onnodig grievend uitgelaten. Verzending van de brief aan de gemeenteraad niet klachtwaardig, aangezien de gemeenteraad als toezichthoudend orgaan een rol vervult en de cliënte van verweerster dus belang had bij het informeren van de gemeenteraad. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-136
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:184
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Alhoewel klager heeft gesteld dat zijn uitlatingen een uiting van frustratie waren en niet dreigementen, maakt het College op dat zijn uitlatingen als persoonlijk zijn ervaren door de ambulancemedewerkers en dermate agressief en bedreigend waren dat die door hen serieus zijn genomen. Uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van de agenten blijkt niet dat verweerder klager heeft toegezegd dat de herhaling van zijn uitingen in het bijzijn van de agent geen problemen zou opleveren of geen nadelige gevolgen zou hebben. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17255
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:88
“CBR keuring alcohol door psychiater voldoet niet aan de criteria voor rapportages noch aan de daarvoor geldende richtlijn. Alleen afwijkende leverwaarden onvoldoende voor conclusie dat sprake is van alcoholmisbruik. Uit rapport blijkt niet dat meer factoren zijn meegewogen. Statistieken zeggen niets over individuele situatie. Berisping.”
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:306 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.031
- Datum publicatie: 21-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:306
De fysiotherapeut ziet het volstrekt ontoelaatbare van zijn gedrag niet in. Het ontbreekt de fysiotherapeut dan ook geheel aan inzicht op de gevolgen van zijn handelen op zijn patiënt. Daarbij overweegt het Centraal Tuchtcollege nadrukkelijk dat irrelevant is - zo dit al juist is - of de behandeling heeft plaatsgevonden op het verzoek van klaagster. Bevestiging beslissing eerste aanleg; doorhaling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-590/DH/RO
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 29-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:237
Klacht van advocaat over de handelwijze waarop verweerders een zaak hebben willen overnemen, is ingetrokken. Klacht hangt samen met dekenbezwaar 18-122/DH/RO-a-b.Deken en klager zijn in gelegenheid gesteld standpunt in te nemen, waarbij de deken te kennen heeft gegeven dat hij voortzetting van de klacht wenst. Raad heeft de intrekking in raadkamer besproken en beslist dat behandeling van de klacht niet zal worden voortgezet. Redengevend is de samenhang met en de uitkomst van 18-122/DH/RO-a-b.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3894/12.28/D-a
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:238
Dekenbezwaar. Verweerder heeft met de door hem gepleegde ernstige strafbare feiten het vertrouwen in de advocatuur zodanig ernstig geschaad dat schrapping de enige passende maatregel is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-855
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 12-06-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:238
De raad oordeelt het verzet tegen de voorzittersbeslissing ongegrond. Verweerder mocht als advocaat van de wederpartij van klager, die executeur was in een nalatenschap, in de gegeven omstandigheden namens zijn cliënten volstaan met één brief aan klager over diens ontslag als executeur onder gelijktijdige aankondiging van rechtsmaatregelen. Daarbij heeft hij niet de grenzen van de hem toekomende vrijheid jegens klager overschreden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-337/DH/DH/D
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:239
Dekenbezwaar op alle onderdelen gegrond verklaard. Verweerster heeft in financieel opzicht onzorgvuldig en in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-160
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:181
Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Vast staat dat de ICVA bij klaagster is ontstaan na de behandeling, maar het College kan niet vaststellen dat dit letsel is ontstaan door onjuist of onzorgvuldig handelen van de fysiotherapeut tijdens de manuele behandeling van de nek, waarbij een laag cervicale manipulatie heeft plaatsgevonden. Beter was als er eerder contact met klaagster was opgenomen na haar ziekenhuisopname, maar dit is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-790/DH/RO
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 29-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:233
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-747/DH/RO
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:240
Dekenonderzoek. Verweerder heeft strafdossier rechtmatig verkregen en zich terecht op zijn functionele verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht beroepen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-137
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:182
Deels gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Het College volgt klaagster in haar klacht dat de gz-psycholoog jegens haar onvoldoende duidelijk is geweest in haar keuze voor een traumabehandeling, in het licht van het – betere – alternatief van een behandeling in de SGGZ. Dit had de gz-psycholoog duidelijker met klaagster moeten bespreken. Verder had de gz-psycholoog na klaagsters verwijt respectloos te hebben opgetreden meer zelfreflectie moeten tonen en een poging moeten doen de onvrede weg te nemen. De brief van de gz-psycholoog aan de huisarts bevat op zichzelf geen onjuiste feiten, maar zij had aanleiding moeten zien de brief in zoverre aan te vullen dat daarin de andersluidende opvatting van klaagster was opgenomen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-971/DH/RO
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 29-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:234
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening tegen de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2018-134
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:68
Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De fysiotherapeut heeft door het toepassen van de Nelson-techniek voor een juiste behandeling gekozen en de behandeling is niet onjuist uitgevoerd. Hierbij hoort wel een uitleg over de inhoud van de behandeling en de risico’s. Dit heeft de fysiotherapeut nagelaten. Ook is de dossiervoering niet op orde. Het College acht het verder aannemelijk dat de fysiotherapeut niet heeft begrepen dat klager van hem verwachtte dat hij meer zou doen aan de pijnklachten aan de nek naast het behandelen hiervan. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1020/DH/DH
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:241
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-180
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:183
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Verder is de gz-psycholoog niet betrokken geweest bij de behandeling van klager, zodat zij voor het terugplaatsen van klager in de kliniek niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-222/DH/RO
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 29-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:235
Verzet gedeeltelijk gegrond. Verweerder is in zijn stellingname namens de man in procedures tegen klaagster onzorgvuldig geweest. Hij heeft een vermoeden van de man, waarnaar hij gelet op het verweer van klaagster onderzoek had moeten verrichten, gepresenteerd als een feit, hierbij bewoordingen kiezende die niet gerechtvaardigd werden door de hem door de man verstrekte informatie. Verweerder heeft daarmee de grens van de vrijheid die hem als advocaat van de wederpartij toekomt overschreden en een tuchtrechtelijke norm overschreden. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1021/DH/DH
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:242
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-589/DH/RO
- Datum publicatie: 20-11-2018
- Datum uitspraak: 29-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:236
Klacht van advocaat over de handelwijze waarop verweerders een zaak hebben willen overnemen, is ingetrokken. Klacht hangt samen met dekenbezwaar 18-122/DH/RO-a-b.Deken en klager zijn in gelegenheid gesteld standpunt in te nemen, waarbij de deken te kennen heeft gegeven dat hij voortzetting van de klacht wenst. Raad heeft de intrekking in raadkamer besproken en beslist dat behandeling van de klacht niet zal worden voortgezet. Redengevend is de samenhang met en de uitkomst van 18-122/DH/RO-a-b.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:217 Raad van Discipline Amsterdam 17-1005/A/A
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:217
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 222/2018
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:176
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Het college is van oordeel dat de onjuiste medicatiedosering niet tuchtrechtelijk te verwijten valt aan verweerder
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:218 Raad van Discipline Amsterdam 18-310/A/A 18-311/A/A
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:218
Klacht over advocaat wederpartij (verweerder sub 2) en advocaat in hoedanigheid van directeur van een trustkantoor (verweerder sub 1). Verweerder sub 1 is in de onderliggende kwestie naar buiten getreden als directeur van trustkantoor A, en ook – éénmaal - als advocaat. De raad stelt in zijn algemeenheid voorop dat het ongewenst kan zijn dat advocaten in meer hoedanigheden bij een zaak betrokken zijn, zoals in de onderhavige kwestie het geval was. Daarin schuilt immers het gevaar van schending van de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast kan het optreden van een advocaat met meer hoedanigheden een schijn van onvoldoende integriteit opleveren. In onderhavig geval kan aan het optreden van verweerder sub 1 in twee hoedanigheden evenwel niet de gevolgtrekking worden verbonden dat er sprake is van ongeoorloofde, verwarrende en schadelijke vermenging van de juridische en trustpraktijk van verweerder sub 1. Naar het oordeel van de raad heeft bij klaagster namelijk geen misverstand kunnen bestaan over de hoedanigheid waarin verweerder sub 1 optrad in enerzijds zijn e-mails, en anderzijds in de brief van 9 april 2015. Het enkele feit dat verweerder sub 1 in twee verschillende hoedanigheden is opgetreden levert naar het oordeel van de raad geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klaagster deels niet-ontvankelijk, klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 223/2018
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:177
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Het college is van oordeel dat de onjuiste medicatiedosering en -verstrekking niet tuchtrechtelijk te verwijten valt aan verweerder. Evenmin is aannemelijk geworden dat verweerder eerder in actie had moeten komen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:219 Raad van Discipline Amsterdam 18-491/A/NH/D
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:219
Dekenbezwaar. Verweerder heeft in strijd met artikel 10a onder c en d Advocatenwet gehandeld door zich onnodig laatdunkend, gebiedend, niet-zakelijk en te grof uit te laten tegenover ketenpartners en zich niet te (kunnen) laten aanspreken op zijn houding en gedrag. Daarnaast beschikt verweerder niet over de vereiste kennis en vaardigheden op het gebied van het digitaal dossier. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:213 Raad van Discipline Amsterdam 18-480/A/A
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:213
Ongegronde klacht over regel 7 lid 4 van de Gedragsregels 1992. Juist in een gevoelige zaak als deze kan van redelijke bezwaren aan de zijde van de (voormalige) cliënt eerder sprake zijn. In dit geval heeft verweerder, nadat de bezwaren van klager tegen zijn optreden in volle omvang bekend waren, de behandeling van de zaak neergelegd. Dat is voldoende tijdig.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:220 Raad van Discipline Amsterdam 18-808/A/A
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:220
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Klaagster heeft twee minderjarige kinderen bij twee verschillende vaders, een zoon en een dochter. Verweerster staat één van de vaders bij in een procedure tegen klaagster. De cliënt van verweerster is de vader van de zoon. De vader van de dochter wordt bijgestaan door mr. Z. Klaagster verwijt verweerster (kort gezegd) dat zij in de door haar tegen klaagster gevoerde procedure informatie heeft gebruikt die zij had verkregen via mr. Z. De voorzitter overweegt dat verweerster met het inbrengen van de e-mail van mr. Z aan verweerster van 20 maart 2018 en de daarbij behorende bijlagen het belang van haar cliënt heeft gediend. Dat de belangen van klaagster hierdoor onevenredig zijn geschaad is de voorzitter niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:214 Raad van Discipline Amsterdam 18-719/A/A
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:214
Gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de geheimhoudingsplicht uit de mediationovereenkomst te schenden. Maatregel en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:221 Raad van Discipline Amsterdam 18-236/A/NH
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:221
Klacht over advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Een klachtfunctionaris heeft een grote mate van vrijheid bij de wijze waarop hij de klachtafhandeling inricht en op de ingebrachte klacht beslist. In onderhavig geval heeft verweerder, na de ontvangst van de klacht te hebben bevestigd, evenwel niets meer aan klager laten horen. Ook op een daarop volgende vraag van klager over de duur van de klachtbehandeling heeft verweerder niet gereageerd. Afhandeling van de klacht heeft aldus niet plaatsgevonden. De redenen die verweerder hiervoor aanvoert kunnen naar het oordeel van de raad geen rechtvaardiging vormen. Het was de taak van verweerder als klachtfunctionaris om een beslissing te nemen ten aanzien van de (on)gegrondheid van de klacht. Dat verweerder dit heeft nagelaten valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Klacht gegrond, waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:215 Raad van Discipline Amsterdam 18-555/A/A
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:215
Deels gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft een afspraak over het opstellen van een dagvaarding niet schriftelijk vastgelegd waardoor daar onduidelijkheid over is ontstaan en is langere tijd nauwelijks bereikbaar geweest voor klaagster. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:216 Raad van Discipline Amsterdam 18-177/A/A
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:216
Verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de verzettermijn.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:80 Accountantskamer Zwolle 17/2552, 17/2553 en 17/2554 Wtra AK
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:80
Toepassing driejaarstermijn. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-302/DB/OB
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:166
Voorzitter heeft terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan de artikelen 46g en 46j Advocatenwet. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-330/DB/LI
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:167
Niet gebleken dat verweerder klagers onvoldoende heeft geïnformeerd over de gang van zaken bij het gerechtshof en niet naar behoren met hen heeft gecommuniceerd. Wel onvoldoende geadviseerd over mogelijke gevolgen van royement. Niet gebleken van het niet nakomen van een overeengekomen fixed fee of het afwentelen op klagers van een foute inschatting van uren. Deels gegrond. First offender. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:79 Accountantskamer Zwolle 17/2424 en 17/2573 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 16-11-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:79
Klachten over rapport uitgebracht met het oog op het leggen van conservatoir beslag. Ook in die situatie moet de betrokken accountant (en had betrokkene moeten) beseffen dat zijn rapport gebruikt wordt ter onderbouwing van het standpunt van zijn opdrachtgever (over de vordering in verband waarmee wordt verzocht om toestemming tot het leggen van beslag). Aan een zodanig rapport moeten daarom dezelfde eisen worden gesteld als aan rapporten waarvan duidelijk is of wordt dat zij dienen ter ondersteuning van het standpunt van de opdrachtgever in een (aan te spannen) gerechtelijke procedure. Dat betekent dat de accountant ervoor zorg dient te dragen dat het rapport de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert. De kans daarop is aanwezig als (kort gezegd) bevindingen en conclusies in het rapport geen deugdelijke grondslag hebben. Om de kans dat dit gebeurt tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, moeten de (feitelijke) grondslag voor een bevinding of een conclusie (de gegevens waarop een bevinding of conclusie stoelt, de daarbij gevolgde redenering en/of de gehanteerde maatstaf) en een gemaakt voorbehoud bij een bevinding of conclusie in het rapport zelf duidelijk worden uiteengezet. Op de werkzaamheden die ten grondslag liggen aan een dergelijk rapport is geen specifieke standaard van de NVCOS van toepassing. Als de wederpartij van de opdrachtgever niet is gehoord en niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op bevindingen en conclusies voordat rapport is uitgebracht moet dat duidelijk in het rapport worden vermeld. Inhoudelijk ontbeert het rapport van betrokkene op een aantal punten een deugdelijke grondslag. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 012/2018
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 16-11-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:174
Patiënt heeft zelfmoord gepleegd. Klaagster, zijn echtgenote, verwijt de huisarts van patiënt dat hij in gebreke is gebleven in de zorg ten aanzien van patiënt en dat verweerder schuldig is aan het overlijden van patiënt. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 175/2018
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 16-11-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:175
Patiënt heeft zich binnen een bestek van een aantal dagen meermaals gemeld bij eigen huisarts en huisartsenpost in verband met klachten van (achtereenvolgens) oorpijn, loopoor, duizeligheid, misselijkheid en koorts. Toen de echtgenote van patiënt contact opnam met de huisartsenpost is in overleg met verweerder pijnstilling door middel van Ibuprofen geadviseerd en het advies gegeven de volgende dag contact op te nemen met de eigen huisarts. Patiënt is enige dagen later overleden aan een bacteriële meningitis. Het college oordeelt dat verweerder vanuit zijn verantwoordelijkheid als huisarts op de huisartsenpost onvoldoende adequaat heeft gereageerd waar meerdere signalen hem daartoe wel aanleiding gaven. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:300 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.143
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:300
Klacht tegen een chirurg. Klager verwijt de chirurg dat hij zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte de PAC linkst heeft geplaatst in plaats van rechts. De chirurg heeft zich niet van tevoren op de hoogte gesteld van de toestand van de huid in het operatiegebied, is zijn onderzoeks- en informatieplicht niet nagekomen en heeft ook de geldende richtlijnen niet gevolgd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Wat betreft het verwijt dat de chirurg de PAC links heeft geplaatst zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte, komt het Centraal Tuchtcollege op grond van de stukken en hetgeen door partijen over en weer ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door uit het feit dat op verschillende plekken in het medisch dossier van patiënte het woord ‘rechts’ in hoofdletters is vermeld, niet af te leiden dat de plaatsing van de PAC alleen rechts en dus niets links mocht plaatsvinden. Ten aanzien van de inspectie door de chirurg van de toestand van de huid in het operatiegebied stelt het Centraal Tuchtcollege vast dat de chirurg voor aanvang van de operatie kennelijk niet heeft opgemerkt dat er in de status van patiënte was vermeld dat er sprake was van een klein wondje rechts op de borst. Dit had de chirurg wel moeten zijn opvallen en reden moeten zijn voor nader onderzoek van het te opereren gebied voor aanvang van de operatie. Het is algemeen gebruik en noodzakelijk dat een chirurg, ook als het pré-operatieve consult door een collega is gedaan, het operatiegebied inspecteert als de patiënt nog bij kennis is. De chirurg kan een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden van het feit dat hij dit niet heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij het verwijt dat de chirurg zich niet van te voren op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de huis in het operatiegebied, ongegrond is verklaard; en opnieuw rechtdoende: verklaart dit onderdeel van de klacht alsnog gegrond; legt dienaangaande de chirurg de maatregel van waarschuwing op en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/328
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:134
De klacht betreft de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte). De klacht houdt in dat de huisarts de klachten/serieuze signalen van patiënte genegeerd, gebagatelliseerd dan wel onzorgvuldig geïnterpreteerd heeft. De klacht betreft ook de onzorgvuldige dossiervoering door de huisarts. Patiënte is overleden aan gevolgen van hartinfarct. Gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:296 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.483
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:296
Klacht tegen cardioloog. Klaagster is gedurende bijna 20 jaar onder controle geweest bij verweerder vanwege HCM. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat hij in de periode van 2007 tot 2013 de geleidelijke progressie van haar HCM niet heeft (h)erkend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Het beroep van de cardioloog slaagt. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn voor de stelling dat er in de periode tussen 2007 en 2013 een geleidelijke progressie van de HCM zichtbaar was. Een feitelijke grondslag voor het verwijt dat klaagster de cardioloog maakt ontbreekt hiermee, zodat reeds hierom de klacht niet kan slagen. Voorts acht het Centraal Tuchtcollege de door de cardioloog verrichte onderzoeken adequaat en de keuze voor de medicatie in de aangegeven dosering begrijpelijk. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 394
- Pagina: 395
- Pagina: 396
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten