We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13151-13200 van de 47908 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:94 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210016D

    Dekenbezwaar. Beroep op niet-ontvankelijkheid wegens verstreken klachttermijn ex 46g lid 1 onder a Advw faalt. Het hof oordeelt dat de deken een eigen bevoegdheid heeft om een bezwaar in het algemeen belang in te dienen in tegenstelling tot ieder ander die klaagt met een eigen persoonlijk belang, zoals degene die de deken ic heeft ingelicht. Het moment van bekendheid van de informant met de feiten wordt niet aan de deken toegerekend (geen rechtsopvolging). Het hof stelt vast dat verweerder in strijd met de kernwaarde onafhankelijkheid heeft gehandeld, omdat hij niet alleen namens zijn cliënten als advocaat is opgetreden maar hij had ook (al dan niet via aan hem gelieerde vennootschappen) in verschillende hoedanigheden eigen belangen bij de procedures die hij voor zijn cliënten voerde waardoor sprake was van (financiële) verwevenheid. Verder is het hof van oordeel dat verweerder met zijn bemoeienissen heeft gefaciliteerd dat de cliënt inkomsten/gelden buiten het zicht van de curator heeft kunnen houden en daarmee de kernwaarde integriteit heeft geschonden. Tot slot oordeelt het hof dat verweerder in de hoedanigheid van curator zijn eigen belang heeft gediend door een opdracht te geven aan een bedrijf waarvan hij zelf aandeelhouder is. Het hof legt de maatregel van schrapping op. Verweerder heeft geen benul wat de kernwaarden voor de advocatuur betekenen, wat wordt bevestigd door zijn handelen in vervolg op het dekenbezwaar, waarbij hij in de aansprakelijkheidsprocedures niet alleen voor cliënten maar ook voor zichzelf optreedt (schending kernwaarde partijdigheid). Bekrachtiging gegrondverklaring raad en vernietiging maatregel.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-26, 20-27, 20-28

    Klaagster maakt de notarissen verwijten inzake de afwikkeling van een nalatenschap.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:88 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210143

    Kennelijk niet ontvankelijk hoger beroep, omdat het beroepschrift door de griffie van het hof is ontvangen nadat de beroepstermijn is verstreken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-353

    Advocaat beklaagt een advocaat. Klager heeft de belangen van een bedrijf behartigd in een civiel geschil met een in Iran gevestigd bedrijf. De wederpartij van klager werd aanvankelijk bijgestaan door advocaat T, die samenwerkte met haar broer, een jurist. Advocaat T heeft conservatoir bankbeslag ten laste van de cliënt van klager gelegd. Kort voor het verstrijken van de 30-dagentermijn heeft verweerster in opdracht van de jurist van het Iraanse bedrijf de cliënt van klager rauwelijks gedagvaard. Door als opvolgend advocaat niet zelf eerst de voorgenomen rechtsmaatregelen aan te kondigen aan haar wederpartij, heeft verweerster in strijd met regels 1 en 6 geen doelmatige behandeling van de zaak nagestreefd en klager en cliënt de mogelijkheid tot overleg onthouden. Dat verweerster als doorgeefluik voor de jurist en zijn cliënte heeft gefungeerd zonder voldoende eigen regie is voor de raad niet komen vast te staan. Geen regel verbood verweerster om de jurist als hulppersoon in te schakelen, om de inhoudelijke processtukken op zijn briefpapier op te laten stellen en daarin domicilie op zijn adres te kiezen. Verweerster heeft wel in strijd met de regels 1, 8 en 24 gehandeld door bij haar bekende informatie niet tijdig met klager te delen. Verder heeft verweerster zich niet betamelijk jegens klager, zijn cliënt en de rechtbank gedragen door in strijd met de waarheid in de door haar genomen akte te stellen dat haar cliënt de betaling had gedaan. Voorts heeft verweerster zich in strijd met regels 5 en 24 niet welwillend opgesteld tegenover klager door de schikkingsonderhandelingen over te laten aan de jurist en daarin niet de regie op zich te nemen en doordat verweerster in de appelprocedure niet heeft gereageerd op verzoeken van klager tot intrekking daarvan. De raad legt, ondanks het ontbreken van een tuchtrechtelijk verleden, aan verweerster een berisping op als signaal.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-048

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van een toenmalige notaris. Van onnodig grievende of feitelijk onjuiste uitlatingen over klager in de dagvaarding van verweerder is de voorzitter niet gebleken. De juistheid van het verdere verwijt van klager dat verweerder ex artikel 1:14 BW de dagvaarding op zijn kantooradres had moeten laten betekenen als toenmalige notaris en geheimhouder en niet op zijn woonadres is niet komen vast te staan. Van een wettelijke of morele verplichting is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2196-A2021/002

    Klager verwijt de chirurg dat hij tijdens de operatie inwendige wondjes heeft veroozaakt, waardoor klager wekenlang pijn had. De klacht is in 16 onderdelen uitgesplitst. Klager verwijt de chirurg onder meer dat hij niet goed met klager heeft overlegd, dat hij heeft nagelaten iets aan de blokkade bij klager te doen en dat hij zijn afspraken niet is nagekomen. De chirurg heet gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. De klacht is (in alle onderdelen) ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:94 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-665

    Raadsbeslissing. Er is geen gedragsregel die het verweerder verbiedt om een zaak over te dragen aan een kantoorgenoot en zelf ook bij die zaak betrokken te blijven. De raad is van oordeel dat het verweerder niet betaamt om het bestaan van een advocaat-cliënt-relatie met klager te ontkennen. Omdat verweerder echter nadien heeft erkend dat hij klager als advocaat van adviezen heeft voorzien, is de raad van oordeel dat verweerder uiteindelijk geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht in drie onderdelen ongegrond. Klachtonderdeel over verweerders declaratie uit 2015 is niet-ontvankelijk, want te laat bij de deken ingediend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-190/DH/RO

    Voorzittersbeslissing, ook in 21-196/DH/DH en 21-193/DH/DH. Klacht tegen drie aan de wederpartij verbonden advocaten onvoldoende onderbouwd en daarom kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-049

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Klachten deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken eigen belang. Overige klachten tegen verweerster, die haar collega eenmalig heeft waargenomen tijdens een zitting, kennelijk ongegrond. Verweerster mocht in de door haar geschetste omstandigheden vertrouwen op de wilsbekwaamheid van haar cliënte.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-666

    Raadsbeslissing. Er is geen gedragsregel die het verweerder verbiedt om een zaak van zijn kantoorgenoot over te nemen en met die kantoorgenoot over de zaak te overleggen. De raad is van oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder had op klagers e-mails moeten reageren om uit te leggen hoe een en ander in zijn werk zou gaan, bijvoorbeeld over het geldende uurtarief als het kostenmaximum van DAS was bereikt. De raad begrijpt niet waarom verweerder niet is aangeslagen op de e-mails van klager en het daarin vermelde verzoek om nadere voorwaarden te bespreken voordat verweerder inhoudelijk met klagers zaak aan de slag ging. De tekst van de betreffende e-mails laten immers niets aan duidelijkheid te wensen over. In plaats van te reageren op klagers herhaalde verzoek heeft verweerder de onduidelijkheid bij klager over de opdracht in stand gelaten, een concept verzoekschrift opgesteld en zijn daarmee samenhangende werkzaamheden bij DAS gedeclareerd. Verder heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet eerder op de interne klachtenregeling te wijzen. Vier van de zes klachtonderdelen zijn gegrond. Maatregel van een waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-336

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Inhoudelijk oordeel over afwikkeling nalatenschap is voorbehouden aan de civiele rechter. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:86 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-185/DH/DH

    Voorzittersbeslissing, ook in 21-188/DH/DH, 21-191/DH/DH en 21-194/DH/DH. Klacht tegen de advocaten van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-050

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Verweerster heeft geen reden tot twijfel gehad, en hoefde dat ook niet te hebben, over de wilsbekwaamheid van haar cliënte en mocht dan ook haar belangen behartigen in de procedure waarbij klager was betrokken als zoon. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-846

    Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht als partijdige belangenbehartiger na uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis namens haar cliënte derdenbeslag ten laste van klager leggen. Daarbij is aan klager voldoende tijd voor beraad gegund. Verweerster mocht het met het standpunt van klager oneens zijn en beslag laten leggen. Of de getroffen executiemaatregelen onrechtmatig waren, daarover dient de civiele rechter te oordelen. Van misbruik maken van de executiebevoegdheid is in deze geen sprake geweest. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-186/DH/DH

    Voorzittersbeslissing, ook in 21-189/DH/DH, 21-192/DH/DH en 21-195/DH/DH. Klaagster heeft geen belang bij de klacht en is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-593

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De voorzitter heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Hij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/64

    Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de financiële afwikkeling van erflaters nalatenschap. De klacht valt uiteen in de volgende drie klachtonderdelen. De notaris brengt ten onrechte erfbelasting in mindering op klagers erfdeel. Klager woont in Spanje en is in Spanje al erfbelasting verschuldigd. De notaris weigert ten onrechte om het erfdeel van klager aan een derde uit te betalen. Klager woont in Spanje en heeft geen bankrekening. Hij is vanwege (de beperkende) corona(maatregelen) niet in staat om zijn erfdeel zelf op te halen of een bankrekening te openen. De notaris dreigt ten onrechte de negatieve rente over de aan klager toekomende gelden op haar derdengeldenrekening vanaf 1 juli 2020 aan klager door te berekenen. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Ten aanzien van klachtonderdeel 1 heeft de kamer onder meer overwogen dat niet ter discussie staat dat klager de door de notaris opgemaakte eindafrekening en verantwoording met betrekking tot erflaters nalatenschap voor akkoord heeft getekend. Uit die eindafrekening volgt dat klager € 387,-- aan erfbelasting is verschuldigd en dat aan hem daarom een netto erfdeel toekomt van € 2.835,21. Gesteld noch gebleken is dat het in de eindafrekening vermelde bedrag aan erfbelasting van € 387,-- niet overeenkomt met de betreffende aanslag voor de erfbelasting. De notaris heeft toegelicht dat zij navraag heeft gedaan bij de Nederlandse belastingdienst, nadat klager de verschuldigdheid van erfbelasting ter discussie had gesteld. Volgens de notaris heeft de belastingdienst bevestigd dat klager in Nederland erfbelasting is verschuldigd en is er geen verdrag met Spanje op grond waarvan een eventuele dubbele belastingheffing voorkomen zou kunnen worden. De kamer is van oordeel dat de notaris door haar hiervoor geschetste handelwijze heeft gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt. Ten aanzien van klachtonderdeel 2 heeft de kamer overwogen dat de notaris zich op het terechte standpunt heeft gesteld dat uitbetaling in contanten - gelet op de hoogte van het aan klager toekomende bedrag - op grond van regelgeving in het geheel niet mogelijk is en dat zij de aan klager toekomende gelden in beginsel niet mag overmaken op een bankrekening die niet ten name van klager is gesteld. De kamer heeft daaraan toegevoegd dat het beter was geweest als de notaris duidelijk met klager had gecommuniceerd over haar mogelijkheden tot uitbetaling. Dat de notaris niet meteen duidelijk en correct heeft uitgelegd welke mogelijkheden tot uitbetaling er op basis van de geldende regelgeving zijn, is echter van onvoldoende gewicht om de notaris hierover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Hierbij neemt de kamer in aanmerking dat de notaris in dupliek heeft toegelicht dat zij in de bijzondere omstandigheden van het geval (klager woont in Spanje, heeft geen bankrekening en is onder meer vanwege (de) (beperkende) corona(maatregelen) niet in staat om een bankrekening te openen) ruimte ziet om van de regelgeving af te wijken en klager tegemoet te komen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:97 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-870

    Naar het oordeel van de voorzitter is de juistheid van het verwijt van klaagster dat haar eigen advocaat, verweerster, zich voor haar onbereikbaar heeft gehouden, tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerster, niet vast te stellen. Gezien de inhoud van haar brief van 24 februari 2020 mocht verweerster er vanuit gaan dat dat klaagster het daarin gegeven advies om de zaak te laten rusten had opgevolgd. Niet onbegrijpelijk is dat verweerster daarna niet zelf het initiatief tot nader contact met klaagster heeft genomen. Voor zover de secretaresse van verweerster had toegezegd dat verweerster zou terugbellen, dan nog is het uitblijven daarvan niet onmiddellijk klachtwaardig. Naar het oordeel van de voorzitter geldt dat ook voor de omstandigheid dat verweerster na het tweede telefonisch contact van klaagster met haar kantoor op 3 juni 2020 niet voor 8 juni 2020 gelegenheid heeft gehad om klaagster terug te bellen, omdat klaagster toen de opdracht al had geëindigd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-066

    Verzetbeslissing. Verzet gegrond. De klacht gaat evident alleen over het citaat uit de e-mail van 2 augustus 2019 zoals verweerster dat tijdens de zitting bij het RTG heeft gebruikt om het bezwaar van haar cliënte tegen de aanwezigheid van klager te onderbouwen, terwijl de voorzitter in zijn beslissing ook heeft geoordeeld over de door klager gestelde medische inhoud van deze e-mail. De raad beoordeelt de klacht inhoudelijk. Niet gebleken dat medische gegevens van klager aan de orde zijn geweest op de zitting bij het RTG, anders dan voor de onderbouwing van het bezwaar van verweersters cliënte tegen de aanwezigheid van klager. Ook is het de raad niet gebleken dat verweerster, zoals klager heeft gesteld, meer uit de bewuste e-mail heeft geciteerd dan de ene zin waar verweerster ter zitting op heeft gewezen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:98 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-950

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft gemotiveerd en steekhoudend verweer gevoerd tegen de verschillende klachtonderdelen die de kwaliteit van de door haar verleende dienstverlening betreffen. Deze verwijten zijn door klager niet voldoende met concrete feiten onderbouwd, ook niet alsnog in repliek. Klager heeft evenmin concreet onderbouwd dat het aantal door verweerster gedeclareerde uren niet in redelijke verhouding stonden tot de door verweerster verrichte werkzaamheden, zodat de voorzitter niet kan vaststellen dat verweerster excessief zou hebben gedeclareerd. Kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-963

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van deken. Niet gebleken dat verweerster zich bij haar onderzoek naar de klacht van klaagster zodanig heeft gedragen dat daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-067

    Verzetbeslissing. Verzet gegrond. Uit het dossier blijkt niet dat de voorzitter klaagster nog in de gelegenheid heeft gesteld te reageren op een door verweerder overgelegd stuk. Verder heeft de voorzitter ten onrechte geoordeeld dat klaagster klachtonderdeel b) onvoldoende heeft onderbouwd. De raad beoordeelt de klacht inhoudelijk. Klacht gaat over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft door het overleggen van klaagsters patiëntenkaart in de procedure bij het RTG de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij niet overschreden. Verder is het de raad niet gebleken dat sprake was van omstandigheden op grond waarvan verweerster redelijkerwijs had kunnen weten dat de informatie die afkomstig was van haar cliënte in strijd met de waarheid was. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-954

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager grotendeels niet-ontvankelijk in de klacht wegens verstrijken van de driejaarstermijn (artikel 46g, eerste lid, onder a. van de Advocatenwet). Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-030

    Dat verweerster het gerechtshof onjuist heeft geïnformeerd terwijl zij wist, althans behoorde te weten, dat de door haar verstrekte informatie onjuist was, is uit de overgelegde stukken niet gebleken. Bovendien heeft verweerster, toen bleek, dat de eerder door haar cliënt aan haar verstrekte informatie onjuist, althans onvolledig, was, de door haar opgestelde draagkrachtberekening aangepast en aan de advocaat van klaagster toegezonden. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-280/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de zoon van klaagster. Vast staat dat verweerster ambtshalve als advocaat aan de zoon was toegevoegd. Het was dan ook de taak van verweerster om de standpunten van haar cliënt naar voren te brengen. Klaagster was van mening dat plaatsing in een gesloten afdeling van een accommodatie voor jeugdzorg in het belang van de zoon was. De zoon was het daarmee niet eens en het was de taak van verweerster om de visie van haar cliënt bij de rechter onder de aandacht te brengen. Dat klaagster zich niet kon vinden in hetgeen verweerster namens haar cliënt naar voren heeft gebracht, waaronder de wens om de mogelijkheid van een alternatief voor een gesloten setting te onderzoeken, betekent nog niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-149a

    Ongegron de klacht tegen een arts. Beklaagde heeft aangevoerd dat bij opname van de patiënte het algemeen beleid is besproken. De patiënte wilde niet gereanimeerd maar wel behandeld worden. Het afgesproken beleid was actief en werd in overleg met de familie gevoerd. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde inzichtelijk gemaakt dat dit beleid ook zo is uitgevoerd. Beklaagde heeft naar het oordeel van het College zorgvuldig en in overleg met de familie besloten de patiënte niet voor onderzoek naar het ziekenhuis te verwijzen. Voorts heeft beklaagde naar het oordeel van het College aannemelijk gemaakt dat zij de zorg voor de patiënte adequaat heeft overgedragen voordat zij op vakantie ging. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-166

    Gegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. B eklaagde heeft in verschillende opzichten in strijd gehandeld met de zorg die zij ten opzichte van de patiënte behoorde te betrachten en is tekortgeschoten in haar communicatie met klager. Meer in het bijzonder heeft beklaagde verzuimd een inhoudelijk intake-gesprek te voeren en een behandelplan in het kader van het overeengekomen medisch beleid voor de patiënte op te stellen. Beklaagde heeft verder nagelaten om onderzoek te doen naar de vraag of, en zo ja in hoeverre, de patiënte nog (voldoende) in staat was haar wil te bepalen. Beklaagde is tekortgeschoten in haar dossiervoering. Meer algemeen is beklaagde tekortgeschoten in haar communicatie met de patiënte en klager, haar echtgenoot. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-154

    Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Het College is met beklaagde van oordeel dat het beter was geweest als beklaagde de verhoogde ontstekingswaarden in het bloed van de patiënte had toegeschreven aan een infectie van de geopereerde elleboogsfractuur. Dat betekent evenwel nog niet dat het missen van deze diagnose tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Beklaagde kon er, gegeven de specifieke omstandigheden van deze zaak, vanuit professioneel oogpunt voor kiezen de uitslag van herhaald bloedonderzoek af te wachten alvorens tot nadere diagnostiek over te gaan . Verder was er o nder de gegeven omstandigheden en gelet op de door patiënte geuite pijnklachten geen noodzaak om de patiënte door te verwijzen voor röntgendiagnostiek. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:35 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683201 / DW RK 20/189

    Beslissing op verzet. Kern van het verzet ziet op de stelling van klager dat de gerechtsdeurwaarder niet bevoegd was tot het incasseren van een vordering op klager en geen (deugdelijke) akte van cessie of een machtiging heeft overgelegd. De kamer ziet onder omstandigheden van deze zaak geen reden om te twijfelen aan de bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder. Verzet ongegrond, deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-187

    Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een (destijds) gz-psycholoog . Vast staat dat beklaagde niet een arts-patiënt relatie met klager heeft gehad, in die zin dat hij klager niet als patiënt heeft behandeld. De klacht kan daarom niet worden getoetst aan de eerste tuchtnorm. Het College is van oordeel dat er (in het licht van de tweede tuchtnorm) geen sprake is van weerslag op de individuele gezondheidszorg, omdat beklaagde niet in zijn hoedanigheid van gezondheidszorg-psycholoog met klager heeft gesproken. Ook handelingen van een BIG-geregistreerde die in de privésfeer plaatsvinden kunnen onder omstandigheden worden getoetst aan de tweede tuchtnorm. De gedragingen van beklaagde zijn niet van een dergelijke aard en ernst en vallen dus ook in dat kader niet onder de tweede tuchtnorm. Klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/229

    Klaagster verwijt verweerster (huisarts) met name dat zij nalatig is geweest met betrekking tot de recepten van haar hulpbehoevend kind (inmiddels meerderjarig), dat haar kind geen afspraak kon krijgen bij verweerster en niet de zorg kreeg waar hij om vroeg. Voorts verwijt klaagster verweerster dat zij het medisch dossier van haar kind en andere informatie, ondanks uitdrukkelijk bezwaar, heeft overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Verweerster heeft deze informatie ook niet gecorrigeerd, ondanks dat het fout en zwaar belastend was. Daarmee samenhangend verwijt klaagster verweerster ook dat zij eenzijdig een belastend verhaal heeft verklaard richting de RvdK. Verder heeft verweerster het medisch dossier niet willen vernietigen, ondanks uitdrukkelijk verzoek daartoe van klaagster. De zoon van klaagster is volgens klaagster wilsonbekwaam en de curator stemt in met de klacht.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:36 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/682494 DW RK 20/158

    De gerechtsdeurwaarder heeft klager geadviseerd geen verweer te voeren in een civiele procedure om kosten te besparen. Niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar, in geval klager duidelijk maakt dat hij of zij geen verweer wil voeren. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder met dergelijk advies wel prudent en terughoudend dient om te springen. De kamer oordeelt dat dat onder omstandigheden van deze zaak niet is gebeurd. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond. Klachtonderdeel met betrekking tot het ontslag van klager als gevolg van loonbeslag niet gegrond. Beslag op de woning van klager is ingezet als oneigenlijk drukmiddel. Ook dat klachtonderdeel acht de kamer gegrond. Maatregel: boete.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-140b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Het College is van oordeel dat beklaagde zorgvuldig heeft gehandeld en een goed onderbouwde behandeling voor de dochter van klager heeft voorgesteld. Zoals beklaagde terecht heeft aangegeven dient er bij een diagnose anorexia nervosa naar de huidige wetenschappelijke inzichten over het ontstaan en voortbestaan van eetstoornissen altijd eerst gewerkt te worden aan gewichtstoename. Anders gezegd: de dochter van klager moest eerst op gewicht en op krachten komen, voordat zij in staat zou zijn om een (intensief) onderzoek naar onderliggende oorzaken te ondergaan en daar (waar nodig) aan te gaan werken. Belangrijk is in (de beginfase van) de behandeling daarnaast, dat individuele begeleiding wordt geboden aan beide ouders in de omgang met de stoornis. Het behandelplan zoals dat door beklaagde is toegelicht aan klager is in lijn met deze wetenschappelijke inzichten en getuigt (daarmee) van een zorgvuldige aanpak. Ten slotte is onduidelijk is welke informatie klager verder van beklaagde had willen ontvangen en wat klager in de communicatie met beklaagde heeft gemist. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/274

    Klaagster dient een klacht in tegen een huisarts over de behandeling van wijlen haar broer. De broer van klaagster heeft de praktijk van de huisarts gebeld (via de reguliere telefoonlijn) met klachten van druk op de borst, benauwd gevoel en tintelende armen. De assistente heeft de huisarts niet kunnen bereiken, die met een andere patiënt aan het telefoneren was. Klaagster verwijt de huisarts dat zij nalatig en niet adequaat heeft gehandeld door na een aantal onbeantwoorde terugbelacties geen ander initiatief te nemen en de juiste hulpdienst voor de patiënt, haar broer, in te schakelen. De huisarts voert verweer. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-149c

    Gegronde klacht tegen een arts. Het College is van oordeel dat in ieder geval het tweede telefoongesprek met de verpleegkundige rond 1.16 uur in de nacht van 14 juni 2019 beklaagde aanleiding had moeten geven om de patiënte te zien en te beoordelen of, en zo ja welke, pijnmedicatie noodzakelijk was en of er maatregelen tegen uitdrogingsverschijnselen moesten worden getroffen. Een patiënte met een dergelijk belaste voorgeschiedenis zonder lichamelijk onderzoek morfine voorschrijven, nadat pijnbestrijding met diclofenac niet afdoende bleek, is naar het oordeel van het College in strijd met de zorgvuldigheid die van een arts verwacht mag worden. Beklaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat hij de morfine volgens de “WHO-standaard pijn” heeft voorgeschreven. Het College is echter van oordeel dat de WHO-richtlijn weliswaar het volgen van een pijnladder noemt maar dat dit niet betekent dat zonder gedegen (lichamelijk) onderzoek en het komen tot een gewogen differentiaaldiagnose op basis van de ontwikkeling van het ziektebeeld in voorafgaande periode, morfine kan worden gegeven. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-082a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog en klinisch psycholoog (2020-082b). In overleg met de ouders is besloten om voor de kinderen van klaagster de interventie ‘Signs of Safety’ – een behandelmethode speciaal bedoeld voor kinderen die opgroeien in een opvoedsituatie waarin vermoedens van mishandeling/huiselijk geweld aan de orde zijn – in te zetten. Omdat het vermoeden bestond dat de problematiek van de kinderen (mede) verband hield met de ex-partnerproblematiek van de ouders en omdat het programma Signs of Safety stilgelegd moest worden omdat de kinderen niet wilden dat bepaalde informatie met hun vader werd gedeeld, is in overleg met ouders een melding gedaan bij Veilig Thuis. Ook is deelname aan het programma ‘Kinderen uit de Knel’ geadviseerd, een intensieve groepstherapie. Het College acht de behandeling die is aangeboden zonder meer passend. Het behandelaanbod is bovendien steeds geëvalueerd en multidisciplinair besproken. Daar waar de behandeling vastliep, is gekozen voor een andere aanpak. Naar het oordeel van het College is voorts van onzorgvuldige of onvolledige verslaglegging geen sprake. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht (2020-082a en 2020-082b) kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-149b

    Gegronde klacht tegen een arts. Het College is van oordeel dat beklaagde uit de in het dossier vermelde observaties en onderzoeken in combinatie met de verandering op 11 juni 2019 de conclusie had moeten trekken dat sprake was van een ander en ernstiger ziektebeeld dan de dagen daarvoor. De patiënte voelde zich ziek, wilde niet of nauwelijks meer eten en was klam. Bij deze kwetsbare patiënte, die al langer met darmproblemen kampte en al eerder dreigde uit te drogen, had beklaagde deze signalen als alarmerend moeten duiden. Het totaal van symptomen paste bovendien bij een (zich ontwikkelende sub-)ileus. Van beklaagde, die op dat moment hoofdbehandelaar van de patiënte was, had mogen worden verwacht dat hij deze differentiaaldiagnose mede had overwogen en contact had opgenomen met de contactpersoon om het te voeren behandelbeleid te bespreken. Door dit na te laten is beklaagde naar het oordeel van het College verwijtbaar tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/276

    Klaagster verwijt de huisarts onzorgvuldig handelen door het stellen van een verkeerde diagnose, een onjuiste behandeling en het niet doorverwijzen van klaagster. Door de ontstane delay is de huisarts schuldig aan de volledige blindheid van klaagster - er is geen zicht op zelfs maar gedeeltelijk herstel. Als de behandeling die bewuste dag wel was ingezet, had het visusverlies volgens klaagster beperkt kunnen blijven tot haar linkeroog. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:37 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/682249 DW RK 20/149

    Klacht met betrekking tot het maken van een beschrijving in de zin van artikel 1019d Rv. De klacht is gegrond. Naar oordeel van de kamer is d e gerechtsdeurwaarder buiten zijn wettelijke bevoegdheid, zoals bepaald in artikel 1019d Rv getreden. Hij heeft geen beschrijving gemaakt van vermeend inbreukmakende producten en gegevens(dragers), conform het verleende verlof maar heeft een één-op-één kopie gemaakt van delen van de administratie van klager en van andere op de vermeende inbreuk betrekking hebbende bestanden. Ook door deze kopie af te geven aan zijn opdrachtgever is de gerechtsdeurwaarder buiten zijn bevoegdheid op grond van artikel 1019d Rv getreden. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:84 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-182/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Dit dossier getuigt er andermaal van dat verweerster onvoldoende voortvarend en adequaat optreedt in zaken die zij in behandeling heeft genomen. Verweerster laat cliënten aan hun lot over en benadeelt cliënten daarmee. Dat blijkt niet alleen uit dit dossier, maar ook uit eerdere zaken waarin de raad vanwege vergelijkbare verwijten aan verweerster maatregelen heeft opgelegd. Verweerster heeft ook niet gereageerd op vragen van de deken en niet voldaan aan formele verplichtingen die rusten op een advocaat. De eerdere klachten hebben echter niet geleid tot verbetering. Het nalaten van verweerster raakt aan de kernwaarden kwaliteit, integriteit en deskundigheid. Verweerster heeft tijdens de behandeling van klachtzaak 20-663/DH/RO, waarin de raad op 29 maart 2021 uitspraak heeft gedaan, meegedeeld dat zij een moeilijke periode achter de rug had en dat zij haar praktijkvoering probeerde te verbeteren door middel van intervisie en coaching. De mededeling van verweerster dat het wat beter ging met haar en dat zij bezig was om haar praktijkvoering te verbeteren heeft ertoe bijgedragen dat de raad in zaak 20-663/DH/RO een geheel voorwaardelijke schorsing heeft opgelegd, waarvan verweerster de consequenties slechts voelt als zij zich in de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan onbetamelijk handelen. De handelwijze van verweerster in deze zaak geeft er echter geen blijk van dat verweerster serieus werk maakt van de verbetering van haar praktijkvoering. Schorsing in de uitvoering van de praktijk voor de duur van zesentwintig weken, waarvan dertien voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-901/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft rechtstreeks contact opgenomen met klager, maar klager is daardoor niet in zijn belangen geschaad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.160

    Klacht tegen psychotherapeut. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van de psychotherapeut en een psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners. De klacht betreft het kiezen voor een vrijheidsbenemende interventie zonder eerst hulp aan te bieden, toestemming en informatieverstrekking, het overdragen naar de gesloten afdeling van de PAAZ, verslaglegging, schulderkenning, en beroepsgeheim. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:35 Accountantskamer Zwolle 20/1660 Wtra AK

    Klager leidt aan de ziekte van Alzheimer en heeft een levenstestament op laten maken. De gemachtigden van klager zijn niet bevoegd om klager te vertegenwoordigen. De klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-663/DH/RO

    Verweerster heeft onvoldoende voortvarend en onvoldoende adequaat gereageerd op verzoeken van klaagster. Zij heeft klaagster daarmee benadeeld. Het verzuim raakt onder meer aan de kernwaarde kwaliteit. Verweerster heeft zich in een eerdere zaak schuldig gemaakt aan vergelijkbare verwijtbare gedragingen in dezelfde periode. Verweerster heeft toegelicht dat de feiten in deze zaak en de feiten in die eerdere zaak zich hebben voorgedaan in een turbulente periode, waarin zij door diverse privéomstandigheden minder aandacht had voor haar advocatenpraktijk. Verweerster heeft verklaard dat zij zich inmiddels in rustiger vaarwater bevindt en dat zij zich laat begeleiden. De raad acht het daarom geïndiceerd om een maatregel op te leggen, waarbij verdergaande consequenties zullen volgen indien verweerster nogmaals de tuchtrechtelijke grens overschrijdt. Het is aan verweerster om haar verantwoordelijkheid te nemen en als zij dat doet, vormt deze maatregel geen belemmering voor haar praktijkuitoefening. Voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk van twee weken passend.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.174

    Klacht tegen arts. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van de psychotherapeut en een psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners, waaronder de arts die destijds werkzaam was als arts-assistent in opleiding tot psychiater. De klacht betreft de toestemming en informatieverstrekking, het (onrechtmatige) opsluiten op de gesloten afdeling van de PAAZ, de verslaglegging en (het ontbreken van) schulderkenning. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.336

    Klacht tegen psychiater. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van de psychotherapeut en de psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners. De klacht betreft het (onrechtmatig) opsluiten op de gesloten afdeling van de PAAZ, zonder onmiddellijk dreigend gevaar te hebben vastgesteld en zonder andere mogelijkheden te hebben bekeken, het uitnodigen van klager tot openheid en toen hij dat deed hem als arrestant afvoeren en opsluiten en het niet persoonlijk reageren naar aanleiding van de uitspraak van de klachtencommissie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367098 / KL RK 21-28

    T en tijde van de indiening van de klacht en de werkzaamheden waarop de klacht ziet, als kandidaat-notaris ingeschreven was bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Klachten over werkzaamheden in die periode vallen dus onder het bereik van het notariële tuchtrecht. Klaagsters kunnen derhalve in hun klacht worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.226

    Klacht tegen een arts. Klagers aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget is afgewezen, evenals het bezwaar en het beroep. In de beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep is de arts om een reactie gevraagd over een rapport dat door klager is ingebracht in de beroepsprocedure. Klager verwijt de arts – kort gezegd – dat hij het onderzoek onzorgvuldig heeft uitgevoerd en een rapportage heeft opgesteld die inhoudelijk niet juist is. Volgens klager is onvoldoende rekening gehouden met zijn klachten. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en wijst het verzoek om een kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-711/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.104

    Klacht tegen psychiater. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van een psychotherapeut en de psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners. De klacht betreft het zonder toestemming verstrekken aan anderen van inlichtingen over klagers gezondheidstoestand en het niet volgen van de geldende procedure voor het wilsonbekwaam verklaren van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.