Zoekresultaten 9951-10000 van de 48411 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:225 Raad van Discipline Amsterdam 22-764/A/A 22-765/A/A 22-766/A/A 22-767/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk-ongegronde klacht van een advocaat over een advocaat. Betreft een conflict over de financiële afwikkeling bij vertrek van verweerder naar een ander kantoor.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4088

    Kennelijk niet ontvankelijke klacht. Klaagster verwijt de psychiater dat zij uit naam van een cliënte van klaagster een bezwaar op een indicatiebesluit CIZ heeft opgesteld, en dat zij deze cliënte gedwongen heeft dit bezwaar te ondertekenen. Klaagster stelt dat zij en haar organisatie in dit bezwaar vals beschuldigd zijn en zij wil dat haar naam wordt gewijzigd bij het CIZ. De psychiater verzoekt de klacht niet ontvankelijk te verklaren, omdat het verwijt de individuele gezondheidszorg niet raakt. Het college is van oordeel dat de klaagster, als professional, geen concreet belang heeft dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg. Zonder verder toelichting- die klaagster niet heeft gegeven- valt echter niet in te zien hoe haar klacht verband houdt met de individuele gezondheidszorg. De klacht is kennelijk niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:226 Raad van Discipline Amsterdam 22-763/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een kort geding jegens klager aan te kondigen (en ook daadwerkelijk aanhangig te maken) nadat klager een nieuwe tuchtklacht over hem had ingediend. Het stond verweerder vrij om in kort geding nakoming van de schikkingsovereenkomst van 7 augustus 2019 en dus intrekking van de nieuwe tuchtklacht te vorderen

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4051

    Klacht tegen psychiater gegrond, het college legt op de maatregel van berisping. Klager verwijt de psychiater dat hij onzorgvuldig en nalatig is geweest bij de uitvoering van de keuring (op last van het CBR is klager onderworpen aan een psychiatrische expertise ten behoeve van het verkrijgen van een verklaring van geschiktheid in het in het kader van een mededelingenprocedure). In dit verband heeft de psychiater klager gezien en nadien een rapport uitgebracht. Voorts verwijt klager de psychiater dat hij hem onvoldoende heeft gewezen op het correctierecht. De psychiater heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat het onderzoek van de psychiater en de rapportage niet voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Het rapport is onvoldoende inzichtelijk, consistent en zorgvuldig en vertoont op een aantal belangrijke punten verschrijvingen. Met betrekking tot het correctierecht is het college van oordeel dat de uitleg van de psychiater als ontoereikend moet worden beschouwd. Het college beveelt de psychiater aan in het vervolg gebruik te maken van het CBR-formulier ‘Toepassing correctie- en blokkeringsrecht’. De klacht is in beide onderdelen gegrond. Het college is met betrekking tot de op te leggen maatregel van oordeel dat zowel de keurling als de samenleving erop moeten kunnen vertrouwen dat een deskundigenrapport in het kader van een rijvaardigheidskeuring op een vakkundige en zorgvuldige tot stand komt. Er staan immers grote belangen op het spel, voor zowel de keurling (mogelijk verlies van het rijbewijs) als de samenleving als geheel (verkeersveiligheid). De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid. Klacht in al haar onderdelen gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:227 Raad van Discipline Amsterdam 22-175/A/A

    Deels gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft onvoldoende distantie betracht ten opzichte van zijn cliënt en is onvoldoende terughoudend geweest in het doen van uitlatingen over klaagster en hij heeft zonder medeweten en toestemming van klaagster met de minderjarige zoon van klaagster gesproken. Dat valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op het blanco tuchtrechtelijke verleden van verweerder zal de raad in dit geval volstaan met het opleggen van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4036

    Klacht tegen psychiater gedeeltelijk gegrond, zonder oplegging van maatregel.De psychiater is door de Centrale Raad van Beroep benoemd om, in verband met een door klager aangevraagde arbeidsongeschiktheidsuitkering, psychiatrisch onderzoek te doen. Klager meent dat het onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd, dat de psychiater zijn ziektebeeld en de daaruit voortvloeiende beperkingen heeft onderschat en dat hij onvoldoende onafhankelijk is van de instantie die aan klager de uitkering heeft geweigerd, het UWV. Ook heeft de psychiater volgens klager uitlatingen gedaan waarmee hij buiten de grenzen van zijn opdracht is getreden. Het college toetst het expertiserapportrapport aan vijf bekend veronderstelde criteria (vaste jurisprudentie van het CTG). Het college betreurt het dat de psychiater, hoewel met de beste bedoelingen, geen tweede gesprek heeft gevoerd met klager. Als er wel een tweede gesprek was gevoerd, zou de psychiater er mogelijk beter in geslaagd zijn inzichtelijk te maken wat zijn werkwijze was geweest. Op dit onderdeel is de klacht gegrond. Op onderdelen van het rapport mist het college meer explicietere uitleg en motivering. Ook dit klachtonderdeel is gegrond. Het klachtonderdeel over belangenverstrengeling wordt ongegrond verklaard. Incidentele werkzaamheden van de psychiater voor het UWV worden niet als een belemmering gezien voor zijn benoembaarheid als onafhankelijk gerechtelijk deskundige. Met betrekking tot de uitlatingen van de psychiater kan het college niet vaststellen wat er destijds precies is gezegd. Dit leest u terug in 6.12 t/m 6.14 van de beslissing. De klacht wordt daarom op dit onderdeel ongegrond verklaard. De conclusie is dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en het college alles overwegend (zie 6.17 van de beslissing) aan de psychiater geen maatregel oplegt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:228 Raad van Discipline Amsterdam 22-520/A/A

    Klacht over de eigen advocaat ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd. Dat verweerder geen bodemprocedure voor klager aanhangig heeft gemaakt omdat hij daar (nog) geen heil in zag is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klager heeft niet toegelicht van welke belangrijke informatie hij door verweerder niet op de hoogte is gebracht. Klager heeft ermee ingestemd dat verweerder hem eerst op betalende basis zou bijstaan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4194

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft tijdens een consult bij haar behandelend psychiater deze om hulp gevraagd voor haar zus die op dat moment met psychische problemen kampte. Klaagster verwijt beklaagde dat hij is tekortgeschoten in zijn informatievoorziening over het aanvragen van een zorgmachtiging voor haar zus. Volgens klaagster had hij moeten doorvragen over de situatie van haar zus en had hij voortvarender moeten handelen. Ook meent klaagster dat beklaagdes rapportage van het consult op dit punt gebrekkig is. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het was niet beklaagdes verantwoordelijkheid om tijdens het consult met klaagster nader te informeren naar de situatie van haar zus dan wel met klaagster de procedure omtrent de aanvraag van een zorgmachtiging voor haar zus door te nemen. Ook hoefde beklaagde het besprokene hierover niet in het dossier van klaagster vast te leggen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:39 Accountantskamer Zwolle 22/51 Wtra AK

    Klacht AFM tegen accountant die de jaarrekening van een groep heeft gecontroleerd. Klacht deels gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van één maand. Betrokkene heeft zijn ongedeelde verantwoordelijkheid en taak als groepsaccountant lichtvaardig opgepakt door zich onvoldoende professioneel-kritisch op te stellen. Hij heeft daardoor niet steeds over voldoende en geschikte controle-informatie de beschikking gekregen. Waar betrokkene stelt dat hij wel voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen, blijkt dat niet uit zijn controledossier.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:229 Raad van Discipline Amsterdam 22-507/A/A

    Deels gegronde klacht over de eigen advocaat. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij de volledige dossiers van klaagster niet aan (de gemachtigde van) klaagster heeft verstrekt en dat hij de opdracht niet schriftelijk aan klaagster heeft bevestigd. Gelet op het beperkte tuchtrechtelijke verleden van verweerder zal de raad volstaan met de maatregel van waarschuwing. De raad hecht er wel aan om op te merken dat verweerder ter zitting weinig voortschrijdend inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen, met name wat betreft het verstrekken van de volledige dossiers aan (de gemachtigde van) klaagster en de regels omtrent het gebruik van de derdengeldenrekening.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:39 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/72

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een kat, die een maligne lymfoom in de neusholte had, een inadequate behandeling te hebben ingesteld, waarin klagers onvoldoende zijn betrokken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1048/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:157 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-245/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gehandeld in strijd met gedragsregel 25 door klaagster rechtstreeks aan te schrijven, maar gelet op de omstandigheden in deze zaak is dat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Omdat de inhoud van verweerders correspondentie en de wijze waarop hij klaagster tegemoet is getreden valt binnen de grenzen van de vrijheid die verweerder als advocaat bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt toekomt is de klacht ook voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-725/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:158 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-815/DB/LI

    Advocaat heeft gehandeld binnen de beleidsvrijheid die haar toekwam. Het staat een advocaat die zich door haar cliënt bedreigd voelt vrij om daarvan aangifte bij de politie te doen. Advocaat heeft zich niet ontijdig of onzorgvuldig onttrokken.Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:40 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/92

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond onvoldoende onderzoek te hebben verricht met betrekking tot oorklachten en met betrekking tot een bultje op de linker achterpoot. Deels gegrond. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:188 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-724/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalige advocaat van klager. Kwaliteit dienstverlening. Alimentatieberekening. De voorzitter kan op basis van de overgelegde stukken niet nagaan waardoor het verschil tussen het door verweerster ingevulde inkomen uit arbeid en het door de rechtbank gebruikte inkomen is ontstaan. Uit de stukken blijkt niet dat klager hier nadeel van heeft ondervonden. Van excessief declareren is niet gebleken. Het tarief en het aantal gedeclareerde uren staan in verhouding tot de door verweerster voor klager verrichte werkzaamheden zoals die blijken uit de overgelegde declaraties met urenspecificaties. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:41 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/18

    Dienstdoend dierenarts wordt verweten niet tijdig en niet adequaat te hebben gehandeld met betrekking tot de hond van klaagster, dat zij onvoldoende informatie heeft verstrekt en in de nazorg tekort is geschoten. Klacht deels gegrond, in die zin dat de dierenarts kan worden verweten dat zij na het stellen van de diagnose, een maagtorsie, onredelijk lang heeft gewacht met het instellen van een behandeling. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3948

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld op zijn werk vanwege spanningsklachten en paniekaanvallen. Klager verwijt de bedrijfsarts met name dat zij verschillende malen de werkgever van klager heeft geadviseerd dat er werkhervatting kon plaatsvinden zonder eerst de medische dossiers in te zien van de behandelaars van klager. Voor het opvragen van informatie bij de behandelende zorgverleners is een schriftelijke machtiging van de werknemer vereist. Na de eerste spreekuurcontacten moest de bedrijfsarts advies geven over de arbeidsgeschiktheid van klager, terwijl zij nog niet over de medische informatie van zijn behandelaars kon beschikken, omdat klager de daarvoor benodigde machtiging nog niet had ondertekend. Dat betekent dat de bedrijfsarts haar advies moest baseren op de informatie van klager en haar eigen bevindingen in de gesprekken met hem. Naar het oordeel van het college kon de bedrijfsarts op grond daarvan redelijkerwijs tot haar conclusie komen dat klager ongeschikt was voor zijn eigen werk, maar dat er geen medische redenen waren om hem ongeschikt te achten voor ander passend werk. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:189 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-727/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiezaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:42 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/75

    Klachten tegen drie dierenartsen. De eerste dierenarts wordt verweten dat zij een wond, die was ontstaan nadat haar collega een vetbult aan de buik van de hond van klager had verwijderd, verkeerd heeft gehecht. Deze klacht is ongegrond verklaard. De tweede dierenarts wordt verweten dat zij met betrekking tot het verwijderen van de vetbult veterinair onjuist heeft gehandeld en tekort is geschoten in de nazorg. Deze klacht is deels gegrond verklaard, met oplegging van een waarschuwing. De derde dierenarts wordt verweten dat hij, nadat klager zich met de hond op enig moment tot een andere dierenarts had gewend, als praktijkeigenaar zou hebben verboden contact met de opvolgend dierenarts te hebben. Deze klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3987

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts. Klager is betrokken geweest bij een ongeval waarbij zijn auto werd aangereden door een andere auto. Hij heeft bij de verzekeraar van de tegenpartij van dit ongeval een claim ingediend voor de lichamelijke klachten die hij daarna had en die volgens hem een gevolg van het ongeval waren. De arts heeft als zelfstandig werkend medisch adviseur twee medische adviesrapporten opgesteld op verzoek van de verzekeraar van de tegenpartij inzake de claim van klager. In deze rapporten komt hij tot de conclusie dat de lichamelijke klachten van klager geen gevolg van het ongeval kunnen zijn. Het college is van oordeel dat de arts in zijn medische adviesrapporten zowel onzorgvuldig is geweest in zijn weergave en/of (impliciete) interpretatie van de beschikbare informatie, als ongefundeerde aannames heeft gedaan. De rapporten voldoen niet aan de eisen waaraan het moet voldoen. Voor het overige is de klacht ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping. Publicatie. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:36 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/74

    Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten in de verleende zorg aan een paard. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:43 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/73

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten bij het couperen van staarten van runderen geen pijnstillende medicatie te hebben toegepast. Gegrond. Volgt geldboete van € 2.000, waarvan de helft voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3803

    Ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gezien in het kader van verzuimbegeleiding. Klaagster vindt om meerdere redenen dat dat consult zeer onzorgvuldig is geweest en dat geldt ook voor de opgemaakte documenten en de reactie op het verzoek om een second opinion. Klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:37 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/68

    Dierenarts wordt verweten bij een paard onvoldoende onderzoek te hebben verricht naar de oorzaak van koliekklachten en dat het paard onnodig is geopereerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-682/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:44 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/47

    Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten in de behandeling van en de nazorg aan een kreupel Konik-paard, behorend tot een kudde die leeft in het Oostvaardersplassengebied. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:38 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/60

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een keizersnede bij een hond onjuist te hebben gehandeld, met als gevolg dat de pups zijn overleden en daarnaast dat de moederhond na de ingreep te vroeg mee naar huis is gegeven. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:191 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1049/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen stafjurist van de Orde van Advocaten. Deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:156 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-440/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Klager heeft zich op 7 december 2021 met een klacht over verweerder tot de deken gewend, zodat de klacht, voor zover deze ziet op verweerders optreden van vóór 7 december 2018, op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege het verstrijken van de in voormeld artikel bedoelde verjaringstermijn. Op basis van de overgelegde stukken niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden, noch dat hij bewust gebruik heeft gemaakt van onjuiste gegevens.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:280 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-272/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:210 Raad van Discipline Amsterdam 22-349/A/A

    raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Hoewel verweerder niet aan alle aanbevelingen uit de uitspraak van 13 december 2019 (ECLI:NL:TAHVD:2019:235) van het Hof van Discipline heeft voldaan, belet de geheimhoudingsplicht van de overgestapte advocaat deze advocaat aan het nieuwe samenwerkingsverband mededelingen te doen over aan hem toevertrouwde informatie met betrekking tot zijn voormalige cliënt. Van het nieuwe kantoor kan, juist vanwege de geheimhoudingsverplichting van een advocaat jegens zijn (voormalige) cliënt, in redelijkheid niet verwacht worden op voorhand inzicht te hebben in cliënten die een toetredende advocaat bij zijn vorige kantoor heeft bijgestaan, maar niet heeft meegenomen naar het nieuwe kantoor. 5.10 Het enkele feit dat verweerder niet aan mr. R heeft verzocht contact op te nemen met zijn – voormalig, inmiddels opgeheven – cliënt, maakt in de gegeven omstandigheden niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. Hierbij merkt de raad op dat de betekenis van de aanbeveling van het Hof van Discipline sterk wordt ingekleurd door de omstandigheden van het geval en dat het uiteindelijk gaat om de vraag of het handelen of nalaten van verweerder – in het licht van alle omstandigheden van het geval – onbetamelijk is in de zin van artikel 46 Advocatenwet. In het onderhavige geval is onduidelijk wat het gevolg zou zijn geweest indien verweerder wel conform de aanbeveling had gehandeld, te meer nu verweerder meermaals heeft aangegeven nog altijd open te staan voor bemiddeling. Dat enige vertrouwelijke informatie via mr. R bij verweerder is terechtgekomen is bovendien niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:274 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-246/AL/OV

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klachtonderdelen de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Klager heeft niet duidelijk vermeld op welke specifieke punten de voorzittersbeslissing op een verkeerde grondslag en een verkeerde lezing van de feiten berust. In zijn verzetschrift heeft klager zijn stellingen herhaald zoals hij die ook in zijn klacht heeft geformuleerd, maar de onderbouwing daarvan ontbreekt. Klacht is terecht en op juiste gronden in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:217 Raad van Discipline Amsterdam 22-425/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-551/DH/DH

    Verweerster heeft niet tijdig een memorie van grieven ingediend. Klager is daardoor niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Dit is een beroepsfout die een verhoogde zorgplicht in het leven riep voor verweerster. Verweerster is daarin tekortgeschoten. Van verweerster had naar het oordeel van de raad verwacht mogen worden dat zij de door haar gemaakte beroepsfout al eerder had ontdekt en daarvan al eerder aan klager melding had gemaakt. Door het niet indienen van de memorie van grieven waren de kansen voor klager in het hoger beroep immers verkeken en daarmee was het belang van klager bij een schikking aanzienlijk geworden. Verweerster had daar alert op moeten zijn, had klager daarover moeten informeren en hem in de nu ontstane situatie op het belang van een mogelijke schikking moeten wijzen. Dat heeft zij nagelaten en daarmee heeft zij niet de zorgvuldigheid betracht die van haar als advocaat verwacht had mogen worden. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:211 Raad van Discipline Amsterdam 22-449/A/A

    raadsbeslissing; Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door er niet op toe te zien dat werd voldaan aan haar eigen kantoorklachtenregeling en art. 6.28 Voda. Ook heeft verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in haar werkzaamheden voor klaagster niet steeds de professionele standaard in acht te nemen, onder andere door bepaalde bescheiden niet in een procedure in te brengen en haar cliënt niet tijdig, duidelijk en schriftelijk te adviseren over bepaalde procesrisico’s.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:275 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-397/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Niet gebleken dat verweerder een procedure tegen klager aanhangig heeft gemaakt namens een vennootschap die niet meer bestaat. Niet de verweerder, maar de rechtbank bepaalt de hoogte van het griffierecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:218 Raad van Discipline Amsterdam 22-745/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk niet-ontvankelijke klacht van een voormalig advocaat over een voormalig advocaat. De gedragingen hebben plaatsgevonden nadat verweerder zich als advocaat had uitgeschreven, zodat het in de Advocatenwet neergelegde tuchtrecht niet van toepassing is. Bovendien betreft het een civiele kwestie tussen klager en verweerder, waarvoor het tuchtrecht niet bedoeld is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-338/DH/RO

    Klacht tegen de eigen advocaat te laat in gediend en daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:212 Raad van Discipline Amsterdam 22-452/A/A

    raadsbeslissing; Nu verweerder niet heeft kunnen aantonen dat hij klager (voldoende) heeft geïnformeerd over de uiterste datum waarop beroep kon worden ingesteld tegen de beschikking van de IND, heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Nu er echter voldoende aanwijzingen zijn dat klager op de hoogte is gebracht van de beschikking van de IND en dat deze met klager is besproken, waarbij aan klager is aangegeven dat hij een andere advocaat moest zoeken ingeval hij beroep wilde instellen, acht de raad het opleggen van een maatregel niet nodig.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:276 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-433/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over (voormalige) advocaat van klager. De voorzitter kan op grond van de stukken van een aantal klachtonderdelen de juistheid niet vaststellen. Uit de klacht blijkt dat klager uiteindelijk niet tevreden is met het behaalde resultaat en zich daar blijkbaar niet bij kan neerleggen, maar dat betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Het is uit de stukken niet gebleken dat verweerder de zaak ten onrechte heeft aangebracht bij de kantonrechter. Verder heeft verweerder toegelicht waarom hij het inschakelen van het OM zinloos vond. Als klager het toen niet eens was met verweerder had het op zijn weg gelegen om op een eerder moment een andere advocaat in te schakelen die wel bereid was om het OM bij de erfeniskwestie te betrekken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:219 Raad van Discipline Amsterdam 22-743/A/NH

    Voorzittersbeslissing; Betreft klacht over de advocaat van de wederpartij. Deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:213 Raad van Discipline Amsterdam 22-779/A/DH/W

    Wrakingsverzoek, deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Volgend wrakingsverzoek in de onderliggende procedure zal niet meer in behandeling worden genomen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:277 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-439/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:153 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-064/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij ondanks een belangenconflict blijft optreden voor Z. Vast staat dat verweerder op 13 april 2017 als advocaat van SB B.V. aanwezig geweest bij een aandeelhoudersvergadering van SB B.V. en na het faillissement van SB B.V. op 4 mei 2017 is gaan optreden voor Z, de erven Z en D B.V. tegen klaagster. Verweerder heeft aangevoerd dat gedragsregel 15 lid 1 niet van toepassing is, omdat klaagster geen cliënte van hem is of is geweest. De raad is van oordeel dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd op grond van welke feiten en omstandigheden zij erop mocht vertrouwen dat verweerder (ook) haar belangen zou behartigen. Tussen klaagster en verweerder heeft voorts geen overleg plaatsgevonden over vertrouwelijke informatie en heeft verweerder ook niet gericht aan klaagster om aanvullende informatie gevraagd. Klaagster heeft gesteld dat tijdens de AVA vertrouwelijke informatie is gedeeld, maar de raad volgt klaagster daarin niet. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:220 Raad van Discipline Amsterdam 22-757/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van onnodig procederen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:214 Raad van Discipline Amsterdam 22-282/A/NH

    Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht van een advocaat over een advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft zich rechtstreeks tot klagers client gewend, wetende dat klager in beeld was; Waarschuwing met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-252/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:154 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-456/DB/LI

    Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in echtscheidingszaak. Klaagster heeft na het verstrijken van de artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet genoemde termijn geklaagd, maar kan in een klachtonderdeel toch worden ontvangen, genoegzaam is gebleken dat de gevolgen van verweersters handelen of nalaten pas aan klaagster bekend zijn geworden toen zij zich eind 2021 voor advies en bijstand tot mr. K wendde en zij vervolgens binnen een jaar heeft geklaagd. Verweerster heeft het convenant niet met klaagster besproken en zich er niet van vergewist of klaagster de inhoud en de juridische gevolgen van het convenant begreep dan wel of zij daarmee instemde. De door verweerster gestelde spoed waarmee het verzoek moest worden ingediend, nog daargelaten dat klaagster die omstandigheid betwist, doet daar niet aan af. Verweerster heeft ten opzichte van klaagster niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden. Klachtonderdeel 1 gegrond, waarschuwing.