ECLI:NL:TGZRAMS:2022:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4088
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2022:161 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 11-11-2022 |
| Datum publicatie: | 11-11-2022 |
| Zaaknummer(s): | A2022/4088 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk niet ontvankelijke klacht. Klaagster verwijt de psychiater dat zij uit naam van een cliënte van klaagster een bezwaar op een indicatiebesluit CIZ heeft opgesteld, en dat zij deze cliënte gedwongen heeft dit bezwaar te ondertekenen. Klaagster stelt dat zij en haar organisatie in dit bezwaar vals beschuldigd zijn en zij wil dat haar naam wordt gewijzigd bij het CIZ. De psychiater verzoekt de klacht niet ontvankelijk te verklaren, omdat het verwijt de individuele gezondheidszorg niet raakt. Het college is van oordeel dat de klaagster, als professional, geen concreet belang heeft dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg. Zonder verder toelichting- die klaagster niet heeft gegeven- valt echter niet in te zien hoe haar klacht verband houdt met de individuele gezondheidszorg. De klacht is kennelijk niet ontvankelijk. |
A2022/4088
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG IN AMSTERDAM
Beslissing van 11 november 2022 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende in B, klaagster,
tegen
C,
psychiater, werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de psychiater.
1. De procedure
Het college heeft zijn beslissing gebaseerd op de volgende stukken:
- het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 23 maart 2022;
- het verweerschrift.
De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van
het college met
elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
Het college heeft de klacht op basis van de stukken, zonder aanwezigheid van partijen, beoordeeld.
2. De kern van de zaak
2.1 Klaagster verwijt de psychiater dat zij uit naam van een cliënte van klaagster
een bezwaar op
een indicatiebesluit CIZ heeft opgesteld, en dat zij deze cliënte gedwongen heeft
dit bezwaar te
ondertekenen. Klaagster stelt dat zij en haar organisatie in dit bezwaar vals beschuldigd
zijn en
zij wil dat haar naam wordt gezuiverd bij het CIZ. De psychiater verzoekt de klacht
niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het verwijt de individuele gezondheidzorg niet
raakt.
3. De overwegingen van het college
3.1 Het college moet allereerst toetsen of klaagster een rechtstreeks belang heeft
bij haar
klacht en daarmee klachtgerechtigd is in de zin van artikel 65 lid 1 sub a Wet BIG.
Onder
omstandigheden kunnen ook collega’s van beroepsbeoefenaren als rechtstreeks belanghebbenden
worden beschouwd. In zo’n geval moet de klagende collega als medisch professional
een concreet belang hebben dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg (aldus
CTG 20
november 2014, ECLI:NL:TGZCTG:2014:337). Dat is hier niet het geval. Klaagster verwijt
de
psychiater, zoals zij zelf schrijft, dat zij klaagster en haar organisatie vals beschuldigt.
Dit
maakt dat klaagster, zo begrijpt het college, een persoonlijk en/of een zakelijk of
financieel
belang zal hebben bij haar klacht. Zonder verdere toelichting – die klaagster niet
heeft gegeven –
valt echter niet in te zien hoe haar klacht verband houdt met de individuele gezondheidszorg.
3.2 De klacht van klaagster is niet ontvankelijk en het college bespreekt de klacht
daarom verder
niet inhoudelijk.
4. De beslissing
Het college
- verklaart de klacht kennelijk niet ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist,
A.E.
van ’t Hoog, A.C.M. Kleinsman en F.M.J. Bruggeman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door
R. van der Vaart, secretaris.