Zoekresultaten 361-380 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:143 Raad van Discipline Amsterdam 26-420/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:143
Voorzittersbeslissing; de klacht komt er grotendeels op neer dat verweerster zich in de procedure die klaagster namens haar cliënte voert volgens klaagster onbetamelijk heeft gedragen jegens haar cliënte. Bij klaagster als de advocaat van haar cliënte ontbreekt het aan een rechtstreeks eigen belang. De eventuele gevolgen van het handelen van verweerster treffen in de eerste plaats immers niet klaagster, maar haar cliënte. Klaagster - als advocaat - heeft hooguit een afgeleid belang bij de klacht over de houding van verweerster in onderliggende procedure en dat is onvoldoende om haar in haar klacht te ontvangen. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Het is de voorzitter verder niet gebleken dat verweerster in strijd gehandeld heeft met gedragsregel 24 of anderszins de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. De klacht is daarmee overigens kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250362
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:200
Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn ex-partner. Hij is met zijn ex-partner verwikkeld in een procedure over de beëindiging van hun samenlevingscontract en de omgang met hun kinderen. De klacht betreft door verweerder gekozen bewoordingen en uitlatingen in een conclusie van antwoord en tijdens een zitting bij de rechtbank. De raad van discipline Den Haag heeft overwogen dat, hoewel het de voorkeur had verdiend als verweerder zich minder scherp en ferm had uitgedrukt, geen sprake is van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen, gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en de uitlatingen heeft gedaan. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft klager hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8571
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161
Gegronde klacht tegen een psychiater. Volgens klager heeft de psychiater onzorgvuldig gehandeld omdat zij, door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager, diens belangen in ernstige mate heeft geschonden. Het college is van oordeel dat de psychiater, zoals zij zelf ook heeft erkend, de beëindiging van de behandelrelatie met klager onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan. De psychiater is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten door onaangekondigd en abrupt mee te delen dat zij de behandeling beëindigde, zonder te hebben zorggedragen voor een opvolging van de behandeling, voor overbruggingszorg, voor een overdracht naar de huisarts dan wel voor enige nazorg. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:144 Raad van Discipline Amsterdam 26-371/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:144
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Verweerder is in zijn bijstand aan de ex-partner van klager ruimschoots binnen de grenzen van het betamelijke gebleven
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:138 Raad van Discipline Amsterdam 26-403/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:138
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Er is geen sprake van intimiderende of ongepaste uitlatingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 260103
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:201
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen. De door klager aan de deken te verstrekken gegevens moeten ten minste een begin van bewijs voor zijn stellingen vormen om in aanmerking te komen voor aanwijzing van een advocaat. In deze zaak zijn in het dossier onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-04 (2025.V9-THAMESBORG)
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:4
Deze zaak gaat over een gronding op 6 september 2025 van het vrachtschip Thamesborg. Onderweg van Lianyungang (China) - via de Noordwestelijke doorgang (NWP) - naar Baie Comeau (Canada) is dit met carbon anodes beladen schip vastgelopen op een nog niet in kaart gebrachte ondiepte van 6,4 meter in de Franklin Strait, een Arctische zeestraat in Nunavut, Noord-Canada. Door de gronding raakten ruimten en tanks van het schip beschadigd en drong water binnen. De inspecteur vindt dat de kapitein heeft gehandeld in strijd met goed zeemanschap, doordat hij de vaarroute door een CATZOC C gebied met onbekende ondiepten en onbetrouwbare dieptepeilingen heeft laten gaan, terwijl enkele mijlen westelijk een alternatieve route beschikbaar was met een aanzienlijk grotere waterdiepte en een hogere CATZOC classificatie. Kritiek heeft de inspecteur vooral ook op het vervolgens niet met alle beschikbare middelen waarborgen van de veiligheid binnen dat vaargebied, waaronder het op juiste wijze gebruiken van het echolood. Nu is de Thamesborg met een snelheid van 14 knopen op een niet onderkende ondiepte gevaren. Wanneer men ervoor kiest om te navigeren in ondiepere wateren, met ook nog eens afwijkende en onbekende waterdiepten, is het van groot belang om de vaart aan te passen en het echolood continu te monitoren, aldus de inspecteur.Het tuchtcollege is het eens met de inspecteur en acht de tuchtklacht dan ook gegrond. Als maatregel volgt een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van zes weken waarvan drie weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:145 Raad van Discipline Amsterdam 26-424/A/NH
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:145
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. Dat verweerder zijn neef adviseert betreft een aangelegenheid tussen verweerder en zijn neef, waar klaagster als wederpartij buiten staat.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:139
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8432
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-05 (2025.V10-THAMESBORG)
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:5
Deze zaak gaat over een gronding op 6 september 2025 van het vrachtschip Thamesborg. Onderweg van Lianyungang (China) - via de Noordwestelijke doorgang (NWP) - naar Baie Comeau (Canada) is dit met carbon anodes beladen, 14 knopen varende, schip vastgelopen op een nog niet in kaart gebrachte ondiepte van 6,4 meter in de Franklin Strait, een Arctische zeestraat in Nunavut, Noord-Canada. Door de gronding raakten ruimten en tanks van het schip beschadigd en drong water binnen. Betrokkene was ten tijde van de gronding de OOW (Officer of the Watch). De inspecteur verwijt hem te hebben gehandeld in strijd met goed zeemanschap, doordat hij – varend in een gebied met ondiep water en een lage CATZOC classificatie - het risico van het bestaan van een onbekende ondiepte of obstructie voor lief heeft genomen en geen (juist) gebruik heeft gemaakt van het echolood. Wanneer men ervoor kiest om in ondiepere wateren te navigeren, met ook nog eens afwijkende en onbekende waterdiepten, is het van groot belang om de vaart aan te passen en het echolood continu te monitoren, aldus de inspecteur.Het tuchtcollege is het eens met de inspecteur en acht de tuchtklacht dan ook gegrond. Als maatregel volgt een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van drie weken waarvan twee weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:146 Raad van Discipline Amsterdam 26-425/A/A 26-429/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:146
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van dreiging of intimidatie, maar een gebruikelijke advocatenbrief met sommatie. Verder is het aan de civiele rechter en niet aan de tuchtrechter om de rechtmatigheid van een gelegd beslag te beoordelen. De toets door de tuchtrechter is op dit punt een terughoudende, namelijk het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van de wederpartij zonder redelijk doel. Daarvan is in de gegeven omstandigheden geen sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 260116
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:203
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor de vordering van klaagster is de kantonrechter bevoegd. Het is dus geen zaak waarvoor vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8568
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:158
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:140
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:147 Raad van Discipline Amsterdam 26-426/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:147
Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder tekortgeschoten is in zijn dienstverlening.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:198 Hof van Discipline 's Gravenhage 240119H
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:198
Verweerder heeft herziening verzocht van een uitspraak van het hof van 8 maart 2024. Het herzieningsverzoek is door het hof wegens schending van een fundamenteel rechtsbeginsel ontvankelijk geacht. Ten onrechte is een door verweerder ingediend verweerschrift bij de oorspronkelijke beoordeling niet meegenomen. Het hof stelt voorop dat na een gegrond verklaard herzieningsverzoek de zaak in hoger beroep opnieuw wordt behandeld, maar met dien verstande dat geen ruimte bestaat om nieuwe beroepsgronden naar voren te brengen. Er is slechts plaats voor een nadere beschouwing en/of onderbouwing van (een) reeds eerder ingenomen standpunt(en). Met medeneming van het eerder door verweerder ingediende verweerschrift in de integrale (her)beoordeling van de zaak komt het hof tot het oordeel dat het herzieningsverzoek niet slaagt. De uitspraak van het hof waarvan herziening is verzocht, wordt niet herzien.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8569
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de gz-psycholoog niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de gz-psycholoog geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:141 Raad van Discipline Amsterdam 25-813/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:141
Raadsbeslissing; verzet niet-ontvankelijk; te laat ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9029
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:106
klacht tegen huisarts ingediend door nabestaanden van patiente. Beroep op artikel 67 lid 3 Wet BIG door de huisarts is gehonoreerd. Klacht is kennelijk ongegrond.