Zoekresultaten 21-30 van de 6081 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:342 Hof van Discipline 's Gravenhage 260235
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:342
Beklagzaak. Artikel 13 Advocatenwet. Herhaaldelijk verzoek om aanwijzing. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:235 Raad van Discipline Amsterdam 26-091/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:235
Raadsbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Van de gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen is de raad niet gebleken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8554
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:162
Klacht tegen een arbo-arts deels gegrond, maatregel: waarschuwing. Klaagster is in het kader van haar ziekmelding (verzuimbegeleiding) en het hervatten van haar werk (re-integratie) drie keer op consult geweest bij de arts. De arts heeft een na het consult afgegeven actueel oordeel, inhoudende dat er geen benutbare mogelijkheden zijn, gewijzigd. De klacht gaat over het (niet) communiceren van die wijziging, het meerdere keren herzien van dat actueel oordeel, de dossiervoering en de onafhankelijkheid van de arts binnen de verzuimbegeleiding. De arts voert verweer. Het college oordeelt dat de klacht wat betreft het aanpassen van het actueel oordeel zonder klaagster te informeren gegrond is, dat had beter gemoeten. Ook het klachtonderdeel over wisselende en verwarrende communicatie waardoor klaagster de onafhankelijkheid van de arts in twijfel trok is gegrond. Het klachtonderdeel dat ziet op inconsistenties in het medisch dossier is ongegrond, ook is er geen sprake geweest van antedateren. Bij het bepalen van de maatregel wordt volstaan met waarschuwing nu het zwaartepunt van de klacht bij het gebrekkig en onzorgvuldig communiceren ligt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:236 Raad van Discipline Amsterdam 26-739/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:236
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een geschil tussen een consument en een webshop over de gang van zaken rondom het retourneren van een bestelling kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9562
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:163
Klacht tegen een huisarts. Het college komt tot het oordeel dat de behandeling van de klacht zal worden gestaakt omdat klager inmiddels is overleden en er geen nabestaande is die de behandeling van de zaak wil voortzetten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9912
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:164
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is door een collega-bedrijfsarts verzocht om bij het consult van klager aanwezig te zijn om coachende feedback te geven. Klager klaagt erover dat de bedrijfsarts zich in het gesprek heeft gemengd en daarbij buiten haar rol is getreden. De bedrijfsarts is mogelijk een kort moment ‘uit haar rol’ gevallen door kort iets inhoudelijks te zeggen, maar dit is niet klachtwaardig. Ook wat betreft de inhoud van de door de bedrijfsarts gedane mededeling is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:231 Raad van Discipline Amsterdam 26-688/A/NH
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:231
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Verweerder was niet gehouden om klager bij te staan in zaken waarin hij dat niet heeft toegezegd. Het stond verweerder vrij om prioriteit te geven aan een lopende procedure in plaats van aan een andere zaak van klager. Verweerder was niet gehouden om gevolg te geven aan het verzoek van klager om tot wraking over te gaan. Verweerder heeft zich niet onnodig kwetsend over klager uitgelaten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:340 Hof van Discipline 's Gravenhage 260339
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:340
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De voorzitter begrijpt uit de van klaagster ontvangen stukken dat zij in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak wenst, nadat haar klacht door de raad vanwege overschrijding van de termijn waarbinnen een klacht over een advocaat kan worden ingediend niet-ontvankelijk is verklaard en klaagsters verzet daartegen ongegrond. Om dat te bereiken stelt klaagster dat sprake is van nieuw aan het licht gekomen tuchtrechtelijke misstanden aan de zijde van de betrokken advocaat. Nu is gebleken dat de deken de klacht niet opnieuw in behandeling zal nemen, dient klaagster een klacht over de deken in. De voorzitter van het hof is van oordeel dat klaagster daarmee op een oneigenlijke manier dezelfde tuchtprocedure tegen een advocaat nogmaals probeert te starten, wat misbruik van klachtrecht oplevert.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:336 Hof van Discipline 's Gravenhage 260341
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:336
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken. Het hof heeft daartoe ook geen wettelijke bevoegdheid. Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over de deken laten toetsen door de raad. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken onder de aandacht van de raad brengen en aanvoeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-883/DH/A/W
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:254
Wrakingsbeslissing. De gemachtigde van klagers en de tuchtrechter delen een nevenfunctie. De enkele gezamenlijke deelname aan een professionele werkgroep is onvoldoende voor het oordeel dat zich omstandigheden voordoen waardoor de rechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij is onder meer relevant dat de tuchtrechter de nevenfunctie niet met verzoekers zelf deelt, maar met de gemachtigde. Kennelijk ongegrond.