Zoekresultaten 331-340 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-384/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een curator deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond wegens gebrek aan concretisering.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-380/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een familierechtelijke aangelegenheid. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat het niet aan de raad is te oordelen over de hoogte van de door de advocaat in rekening gebrachte bedragen. Klacht over de kwaliteit van bijstand in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-323/AL/NN/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad is van oordeel dat verweerder op ernstige wijze is tekortgeschoten als advocaat. Niet alleen in zijn taakopvatting als advocaat, die juist kritisch en proactief moet zijn in het belang van de cliënten, maar ook omdat sprake is van juist zeer kwetsbare en ook vaak niet-mondige cliënten in de Wvggz- en Wzd-zaken die verweerder doet. De deken heeft tijdens de zitting van de raad verklaard dat verweerder nog tientallen gelijksoortige zaken heeft liggen. Of verweerder voldoende met zijn cliënten bespreekt en hun belangen op juiste wijze behartigt, valt niet te controleren omdat verweerder niets schriftelijk vastlegt. Uit de stukken is de raad gebleken dat de deken met verweerder heeft gesproken over de mogelijkheid om zich op korte termijn als advocaat uit te schrijven gezien zijn pensioengerechtigde leeftijd. Als andere optie is door de deken coaching onder voorwaarden aan verweerder voorgesteld. Verweerder lijkt niet voor verbetering open te staan maar zich vast te klampen aan de situatie waarin hij nu zit. Hij heeft immers niet gereageerd op de door de deken voorgestelde opties. Verweerder is ook niet op de zitting van de raad verschenen. Het komt de raad voor dat verweerder ook voor zichzelf niet lijkt op te kunnen komen. Dit alles baart de raad ernstige zorgen. Onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-383/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van een piketadvocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-416/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de klachtenfunctionaris. Van onzorgvuldig of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-410/DH/DH 26-411/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de slachtofferadvocaat. Klagers en verweerder hebbe gecorrespondeerd over de schade en het opstellen van een vordering, maar klagers hebben er zelf voor gekozen toch geen vordering benadeelde partij op te (laten) stellen. Daar kan verweerder geen verwijt van worden gemaakt. Verweerder heeft zich vervolgens niet direct onttrokken bij het OM, maar daar hebben klagers geen nadeel van ondervonden. Van de late ontvangst van de sepotbrieven kan verweerder eveneens geen verwijt worden gemaakt. Alle klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:149 Raad van Discipline Amsterdam 26-531/A/A

    Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de raad; toewijzing verzoek om wijziging van de eerder op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet opgelegde voorlopige voorziening. Verzoeker heeft duidelijk gemaakt dat de opgelegde voorziening zeer belastend voor hem is en grote gevolgen heeft voor zijn praktijkuitoefening. De raad ziet hierin aanleiding om de opgelegde voorziening te versoepelen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:66 Accountantskamer Zwolle 25/1879 Wtra AK

    Betrokkene was penningmeester van een stichting. Na zijn defungeren is de administratie van de stichting onderzocht. Daarbij is gebleken dat betrokkene ten laste van de stichting allerlei betalingen heeft gedaan die niet in verband staan met het doel van de stichting en waarvoor hij ook geen toestemming van het bestuur had. Het gaat onder meer om betalingen voor privé-uitgaven. De klacht is gegrond. Betrokkene wordt de maatregel van doorhaling voor de duur van vijf jaar opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8905

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater onjuiste diagnosestelling, een onterechte aanvraag voor een LFPZ‑status en ernstige overtredingen zoals valsheid in geschrifte, smaad, laster, psychische mishandeling en schending van EVRM‑rechten. Het college vindt hiervoor geen enkele aanwijzing. De psychiater was niet betrokken bij de diagnosestelling, en voor zover hij betrokken was bij de LFPZ‑aanvraag, blijkt daaruit geen tuchtrechtelijk verwijt. Het college concludeert dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:60 Accountantskamer Zwolle 26/1463 Wtra AK

    Voorzittersbelissing inzake klacht tegen accountant die optrad als financieel adviseur voor klaagster en haar ex-man. De accountant zou onjuist hebben gehandeld bij de afwikkeling van de echtscheiding en een verkeerd waarderingsrapport hebben opgesteld van het bedrijf. Door klaagster is een grote hoeveelheid stukken ingediend maar daar niet naar verwezen in de klacht. Het is niet aan de Accountantskamer om zelfstandig in de bijlagen op zoek te gaan naar wat wel en niet dienstig zou kunnen zijn voor de klacht. Klacht is kennelijk ongegrond.