Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 35533 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:183 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210039

    Beroep in zaak waar appelverbod geldt. Klager stelt dat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden, omdat in strijd met de waarheidsplicht is geoordeeld en de beslissing van de raad geen feitelijke inhoudelijk oordeel bevat. Het hof overweegt dat de stellingen neerkomen op een beroep op een motiveringsgebrek en oordeelt dat dit geen doorbreking van het appelverbod kan meebrengen. Beroep niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:184 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210079

    Klacht over advocaat wederpartij in familiezaak. Wederzijds beroep. Het beroep van verweerster dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het gebeurde al te lang geleden is en zij de precieze gang van zaken zich niet kan heugen, faalt. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door ondanks de onherroepelijke gerechtelijke uitspraken, het oordeel van klagers behandelaren en het rapport van RvdK waaruit volgt dat zij geen risico van recidive van ontucht bij klager zien, toch (klacht)brieven te blijven sturen naar instanties dat klager een agressieve pedofiel is en meer van dit soort opvattingen van haar cliënte als feitelijk en neutraal te presenteren. Het beroep van klager faalt, omdat het verweerster vrij stond om met haar cliënte andere processtappen te verkennen en zich niet neer te leggen bij de uitspraak van het gerechtshof. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200260

    Klacht tegen eigen advocaat. Ontvankelijkheid klacht: uit de overgelegde stukken blijkt niet concreet dat klaagsters eerder dan in de civiele aansprakelijkheidsprocedure kennis konden hebben van verweerders (vermeende) betrokkenheid bij de overdracht van een licentie door de voormalig bestuurder van klaagster. Klaagsters zijn ontvankelijk. Voor de beoordeling van het beroep gelast het hof een getuigenverhoor, gezien de ernst van het verwijt aan verweerder en de uiteenlopende verklaringen (en stukken) die partijen hebben overgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:185 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210080W

    Wraking. Verweerder heeft een aanhoudingsverzoek van verzoekster wegens coronagerelateerde acute klachten geweigerd. Verzoekster meent dat uit de gang van zaken rondom het aanhoudingsverzoek een schijn van partijdigheid van verweerder blijkt. De wrakingskamer stelt voorop dat een klaagster uit het oogpunt van goede procesorde er baat bij heeft dat zij bijgestaan kan worden door haar gemachtigde, bij voorkeur fysiek en anders via Skype. Uit de gang van zaken en de toelichting van verweerder blijkt dat hij er vanuit ging dat de gemachtigde zich ten onrechte beriep op een snel verslechterende gezondheid om de zitting geen doorgang te laten vinden. De wrakingskamer ziet echter geen objectieve aanwijzing voor die aanname. Verweerder heeft de ziekmelding van de gemachtigde onvoldoende serieus genomen. Wraking gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200268

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een e-mail met inhoudelijke zaaksinformatie aan klager in CC aan de maatschappelijk werkster. Het enkele feit dat zij nauw betrokken was bij de gang van zaken, is geen rechtvaardiging dergelijke vertrouwelijke informatie voor klager met haar te delen. Dit zou anders zijn als klager toestemming heeft gegeven voor het zenden van die informatie aan haar. De stelling van verweerder dat hij die toestemming had, is gemotiveerd door klager en niet nader onderbouwd. Het hof verklaart de klacht gegrond. Het hof zou normaliter een berisping opleggen voor de schending van de kernwaarde vertrouwelijkheid, maar ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding te matigen naar een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:180 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200273

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft de zaak van klaagster neergelegd, terwijl zij binnen een week nadere stukken kon indienen bij de rechtbank. Het hof komt evenals de raad tot de conclusie dat een opdracht tot stand is gekomen (gezien de correspondentie tussen partijen) en dat verweerder de zaak ontijdig heeft neergelegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210030W

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft verweerders gewraakt omdat is geweigerd de zitting van 28 mei 2021 aan te houden en omdat is geweigerd het e-mailbericht van 20 mei 2021 van verzoeker gericht aan de griffie van het hof bij de behandeling van zijn zaak te betrekken en het terzijde te leggen. Een onwelgevallige (processuele) beslissing van het hof kan geen grond vormen voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het procesreglement is correct toegepast. Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:182 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210038

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster heeft volgens klager de rechtbank misleid door bij de rechter te wijzen op goede bedoelingen en te stellen dat die de verhoudingen wilde normaliseren, terwijl zij op de achtergrond ten strijde trok tegen klager. Het hof oordeelt dat dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, maar dit handelen past bij de vrijheid die een advocaat heeft om de belangen van de cliënte te behartigen. Evenals de raad acht het hof dit klachtonderdeel ongegrond. Ten aanzien van het verwijt dat verweerster in haar processtukken een vals beeld over klager heeft geschetst, geldt dat die klacht niet-ontvankelijk is voor zover die processtukken eerder dan 3 jaar voor indiening van de klacht aan klager bekend zijn geworden. Voor zover dit klachtonderdeel wel ontvankelijk is, concludeert het hof dat er onvoldoende bewijs is dat verweerster in strijd met de waarheid heeft verklaard. In zoverre is dit klachtonderdeel ongegrond. Bekrachtiging oordeel raad.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/372567 / KL RK 20-77

    De kamer is van oordeel dat de verwijten die klaagster de notaris maakt (onpartijdigheid, verwaarlozing zorg-, waarschuwings- en identificatie- en geheimhoudingsplicht, alsmede falen als partij-adviseur) geen van alle doel kunnen treffen. De ambtsverplichtingen waar klaagster haar verwijten op baseert, hoezeer deze uiteraard ook in deze zaak voor de notaris gelden, nemen immers niet weg dat de notaris op grond van zijn ministerieplicht gehouden was te voldoen aan het verzoek van de advocaat van [E.] om mee te werken aan de doorhaling van het recht van hypotheek in de vorm van het tekenen van een royementsvolmacht. Deze verplichting van klaagster berustte aanvankelijk op het verstekvonnis van 5 (hersteld op 6) februari 2020 en nadien (mede) op de uitkomst van het daartegen ingesteld verzet. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/5

    Klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld bij het verzorgen van de algehele doorhaling van de in 2011 en 2013 ten behoeve van de bank op (onder meer) de percelen gevestigde hypotheekrechten. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris de zorgvuldigheid heeft betracht die een behoorlijk handelend kandidaat-notaris betaamt. Zijn handelwijze getuigt niet van de door klagers gestelde verwijtbare partijdigheid. De bank was de enige die bevoegd was om de hypotheekrechten op te zeggen en daartoe een royementsvolmacht af te geven. Met de kandidaat-notaris is de kamer van oordeel dat de kandidaat-notaris niet verplicht was om klagers te informeren over het doorhalen van de hypotheekrechten. Dat de bank abusievelijk akkoord is gegaan met algehele doorhaling van de beide hypotheekrechten is niet toe te rekenen aan de kandidaat-notaris. Op basis van de verstrekte kadastrale informatie in het royementsverzoek en in de royementsvolmacht was het aan de bank om te onderzoeken welke onroerende zaken nog waren ondergezet en of er nog leningen/kredieten liepen die door de hypotheekrechten waren veiliggesteld. In de gegeven omstandigheden ziet de kamer niet in wat er nog meer van de kandidaat-notaris verwacht had mogen worden, temeer nu een (kandidaat-) notaris in het algemeen geen invloed heeft op de handel- en werkwijze van de bank. Dat dat in dit geval anders zou zijn, is gesteld noch gebleken. De klacht wordt ongegrond verklaard.