Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 38534 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4177

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij haar onheus heeft bejegend waardoor zij zich tijdens het consult ongemakkelijk en niet veilig heeft gevoeld. Dat het verloop van het consult minder gebruikelijk is geweest blijkt uit het medisch dossier. Dit zegt echter niets over hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens het consult. Het college kan niet vaststellen hoe het consult is verlopen. De klacht over het medische beleid is eveneens ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij haar onheus heeft bejegend waardoor zij zich tijdens het consult ongemakkelijk en niet veilig heeft gevoeld. Dat het verloop van het consult minder gebruikelijk is geweest blijkt uit het medisch dossier. Dit zegt echter niets over hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens het consult. Het college kan niet vaststellen hoe het consult is verlopen. De klacht over het medische beleid is eveneens ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.059

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 210161D

    Dekenbezwaar, bestaande uit 9 onderdelen. De dekenbezwaren zijn onderverdeeld in drie hoofdonderdelen: 1) wachtwoord(wijziging) en toevoegingskwesties, 2) de wijze van optreden van verweerder ten aanzien van piketdiensten van mr. R en 3) de wijze van optreden van verweerder ten opzichte van derden. De dekenbezwaren worden grotendeels gegrond verklaard. Verweerder heeft toevoegingen op naam van mr. R laten declareren zonder de uitdrukkelijke toestemming van mr. R. Daarna heeft verweerder geweigerd om op verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand de op zijn kantoorrekening ontvangen toevoegingsgelden terug te betalen.  Verder heeft verweerder piketdiensten van mr. R overgezet en vervolgens geweigerd om, ondanks toezeggingen aan de deken, die piketoverzettingen weer ongedaan te maken. Tot slot is het hof met de raad van oordeel dat verweerder medewerkers van het ordebureau en raad van de orde op intimiderende en buitensporige wijze onder druk heeft gezet, waardoor de grenzen van het betamelijke verre zijn overschreden. Aan verweerder wordt de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd. Het handelen van verweerder is in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Zijn escalerende houding jegens de raad van de orde en derden is bovendien niet professioneel. Hierdoor is het vertrouwen in de advocatuur in brede zin geschaad. Ook heeft verweerder met zijn handelen de deken buitensporig gehinderd in de uitvoering van zijn toezichthoudende taken

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1461

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster heeft de verzekeringsarts verzocht om in het kader van een beroepsprocedure tegen een beslissing van het UWV over haar WIA-uitkering een onafhankelijke expertise op te stellen. De verzekeringsarts heeft aan dit verzoek voldaan en heeft eerst onderzoek uitgevoerd. Hij heeft daartoe een deel van het medisch dossier van klaagster bestudeerd en heeft, gelet op de toen geldende coronabeperkingen, klaagster via videobellen gesproken. Op basis hiervan heeft hij zijn rapportage uitgebracht. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) op onzorgvuldige wijze een rapportage heeft opgesteld en 2) haar onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:295 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-699/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht van een voormalig advocaat tegen de deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.056

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Klager heeft eerder tegen verweerster een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal tuchtcollege heeft deze tuchtklacht toen afgewezen. Klager heeft tegen die beslissing geen beroep ingesteld. Na verloop van de beroepstermijn is deze beslissing onherroepelijk geworden. Klager heeft vervolgens opnieuw een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager op grond van ne bis in idem niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege beslist ook dat klager niet-ontvankelijk is, maar wel op deels andere gronden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.057

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.058

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:157 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715051 / DW RK 22/103 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Niet gebleken is dat klager alle gevraagde gegevens heeft verstrekt voor het vaststellen van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:158 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/716087 / DW RK 22/138 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Klager stelt dat hij geen openstaande schuld heeft. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.