Zoekresultaten 9851-9860 van de 48322 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1017/AL/GLD

    Herstelbeslissing. De raad overweegt dat sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor herstel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-598/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een familiezaak. De raad is van oordeel dat de (verifieerbare) informatieverstrekking van verweerder over de alimentatie te beperkt is geweest. Klacht in zoverre gegrond. Klacht voor het overige ongegrond, omdat niet kan worden vastgesteld dat verweerder te kort is geschoten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 210327 210328D

    Dekenbezwaar en TUL. In een eerder dekenbezwaar heeft het hof verweerder een voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd en als bijzondere voorwaarde gesteld dat verweerder gehouden is om in het lopende onderzoek van de deken volledige medewerking te verlenen en binnen twee weken na deze beslissing de deken inzage te geven in de door de deken verzochte dossiers. Het nieuwe, door de raad gegrond verklaarde, dekenbezwaar houdt in dat verweerder ook na de beslissing van het hof en na een nieuw verzoek van de deken de dossiers weigert te verstrekken. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad en legt in plaats van een schorsing van twaalf weken een schorsing van zesentwintig weken op. Het hof verklaart verweerder ontvankelijk in het beroep tegen de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ondanks de vermelding van de raad dat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open staat. Het hof bekrachtigt de beslissing tot tenuitvoerlegging van de eerder door het hof aan verweerder voorwaardelijk opgelegde schorsing van zes weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-610/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft een aangezegde getuige bezocht en is met hem in gesprek gegaan over de inhoud van het geschil. Hij heeft hiermee een handeling verricht die zou kunnen leiden tot ongeoorloofde beïnvloeding van de getuige en daarmee in strijd met gedragsregel 22 gehandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 210317

    Klacht over eigen (door de deken aangewezen) advocaat. Het hof is met de raad van oordeel van dat niet is gebleken dat de kwaliteit van de door verweerder verstrekte bijstand onder de maat was. Voor zover de klacht betrekking had op de aanwijzing van verweerder door de deken is de klacht niet-ontvankelijk. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:151 Hof van Discipline 's Gravenhage 220235

    Artikel 13 beklag. Het hof leidt uit de stukken af dat klaagster bijstand wenst van een advocaat voor het beëindigen van een zorgmachtiging en dat zij hiervoor een kortgedingprocedure bij de rechtbank wil starten. De deken heeft in dat verband terecht aangevoerd dat een kortgedingprocedure niet de geschikte weg is, maar dat klaagster een aanvraag tot beëindiging van de zorgmachtiging moet indienen bij de geneesheer-directeur (zie artikel 8:18 Wvggz). Voor het indienen van zo’n aanvraag geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Indien de geneesheer-directeur het verzoek tot beëindiging van de maatregel heeft afgewezen, kan wel de vraag rijzen of de deken een advocaat zou moeten aanwijzen. Die situatie is nu nog niet aan de orde. Het beklag van klaagster is in dit stadium ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:223 Raad van Discipline Amsterdam 22-774/A/A

    Voorzittersbeslissing; De gedragingen die klager verweerster verwijt, en die bovendien door verweerster worden betwist dan wel in een ander licht worden geplaatst, hebben zich volledig voltrokken in de privésfeer van verweerster en houden geen verband met verweersters praktijkoefening als advocaat. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3745

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is van mening dat de psychiater werkzaam in een TBS Kliniek waar klager verbleef, de verstrekking van Ritalin medicatie zonder deugdelijk onderzoek heeft gestaakt. Ook is klager van mening dat de psychiater door zowel de rol van psychiater als die van hoofd behandeling te vervullen, aan klager een onafhankelijk oordeel van een psychiater heeft onthouden. De psychiater heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat de psychiater, die ook als hoofd behandeling op een opname- en diagnostiekafdeling werkzaam is, en in die hoedanigheid het intakegesprek heeft gevoerd met klager, niet betekent dat hij klager niet als psychiater kan behandelen en onderzoeken. Niet valt in te zien waarom de psychiater na het voeren van het intakegesprek geen onafhankelijk oordeel als psychiater zou kunnen geven. Gelet op het gebrek aan een eenduidige indicatie voor het gebruik van Ritalin, is de handelswijze van de psychiater om dit middel om te zetten in een langwerkend methylfenidaatpreparaat en nader onderzoek te doen naar de indicatie niet onzorgvuldig. Het college ziet geen reden om te twijfelen aan de deugdelijkheid van het onderzoek van de psychiater. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:224 Raad van Discipline Amsterdam 22-768/A/A

    Voorzittersbeslissing; niet-ontvankelijk, omdat de klacht buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet is ingediend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3554

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is sinds 2001 bekend bij een GGZ instelling waar de psychiater werkzaam is. Sinds 2009 heeft klager onafgebroken een rechterlijke machtiging opgelegd gekregen (sinds 2020 heet dit een zorgmachtiging). De psychiater heeft klager een aantal keren beoordeeld voor de verlenging van de rechterlijk machtiging. Klager verwijt de psychiater dat zij geen onafhankelijk psychiater is en dat zij bij de rechter dingen beweert over het ziektebeeld van klager zonder hem te zien of te spreken. Ook verwijt hij haar dat ze zich schuldig heeft gemaakt aan insluiping en dat zij zonder toestemming bijna in zijn woning stond. Het college is van oordeel dat de psychiater, die in het geheel niet betrokken is geweest bij de behandeling van klager, onafhankelijk een oordeel kon geven over de verlenging van de zorgmachtiging, ook al was zij in dienst bij de instelling waar klager onder behandeling staat. Op basis van de stukken bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en de juistheid van de beoordeling van de psychiater ook al heeft zij bij niet alle beoordelingen voorafgaand met klager gesproken. Voorts is het handelen van de psychiater waarbij zij tot aan de voordeur van klager kwam zodat zij hem- door de deur heen- van informatie kon voorzien niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.