Zoekresultaten 9841-9850 van de 48322 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3884

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts zich een mening te hebben gevormd over de persoonlijke situatie van klager en zijn gezin, en zich daarbij grievend, beledigend en zelfs bedreigend jegens klager te hebben uitgelaten. Ook verwijt hij de huisarts aan de doorverwijzing van de dochter van klager naar een specialist de voorwaarde te hebben gesteld dat klager samen met zijn ex-vrouw op gesprek moest komen. Verder heeft de huisarts klager in eerste instantie naar een onjuiste klachtenregeling verwezen. De huisarts heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat de huisarts voor het merendeel binnen de grenzen van zijn professionele rol is gebleven. Het algemene beeld uit het dossier is dat de huisarts er alles aan deed om in het belang van de kinderen met beide ouders in gesprek te blijven. De opmerking die de huisarts heeft gemaakt over de verplichting van klager om “living costs” aan zijn ex-vrouw te betalen had hij achterwege moeten laten. Deze (onterechte) inmenging is echter onvoldoende ernstig om de huisarts hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Wat betreft de doorverwijzing naar een specialist is het college van oordeel dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld door de dochter eerst te willen zien, samen met haar ouders. Niet zeker was of de moeder achter een verwijzing zou staan terwijl in beginsel toestemming van beide ouders nodig is. Het college vindt de vergissing van klager over de klachtenregeling van te weinig gewicht om hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De conclusie is dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 220204

    Artikel 13 beklag. Eén van deze voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet is dat de rechtszoekende aannemelijk moet maken dat hij/zij niet in staat is om zelf tijdig een advocaat te vinden die bereid is om hem/haar bij te staan. Klaagster heeft slechts aangegeven dat zij meerdere advocaten heeft benaderd. Anders dan zij nu in haar beklag schrijft heeft zij geen bewijsstukken en/of toelichting op de beweerdelijke afwijzingen van door haar aangezochte advocaten voorzien, althans het hof heeft die niet bij de stukken aangetroffen. De door klaagster verschafte informatie voldoet daarom niet aan de vereisten voor een verzoek tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:281 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-299/AL/MN

    De raad is van oordeel dat verweerder in onvoldoende mate ervoor zorg heeft gedragen dat geen misverstand kon bestaan over de hoedanigheid waarin hij optrad. De raad kan zich voorstellen dat klager dacht dat verweerder slechts als de woordvoerder van zijn zuster dan wel als een soort mediator optrad. Daarbij acht de raad van belang dat de gesprekken bij klager thuis plaatsvonden, en dat klager en verweerder kennissen van elkaar waren en meermalen vóór deze gesprekken (vriendschappelijk) contact met elkaar hebben gehad. Schending gedragsregel 9. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 220203

    Niet-ontvankelijk artikel 13 beklag. Klager heeft weliswaar op tijd beklag ingesteld op 27 juni 2022, maar hij heeft zijn beklag niet binnen de beklagtermijn voorzien van gronden (motivering). Klager heeft de mogelijkheid gekregen om toe te lichten waarom hij zijn beklag niet binnen de termijn van een motivering heeft voorzien. Klager heeft enkel aangegeven dat hij vindt dat het hof eerst zijn klachten over het functioneren van het hof moet behandelen. Uit de stukken heeft het hof geen bijzondere omstandigheden kunnen afleiden waaruit blijkt dat het ontbreken van de motivering een gevolg is van overmacht. Ook is niet gebleken van andere omstandigheden die meebrengen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Nu klager niet op tijd de motivering van zijn beklag naar voren heeft gebracht, dient het beklag van klager niet-ontvankelijk te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:282 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-380/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De raad heeft vastgesteld dat verweerder ten aanzien van de behartiging van de belangen van klager niet heeft gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel zijn inhoudelijke bijstand als zijn communicatie met klager was onder de maat. Verweerder heeft in strijd met verschillende gedragsregels gehandeld en heeft daarmee de kernwaarde deskundigheid geschonden. In het nadeel van verweerder houdt de raad rekening met de omstandigheid dat verweerder in deze zaak meermalen zijn ongenoegen heeft geuit over het – in zijn ogen – onjuiste handelen van de partner van klager, die in dienst was bij verweerder. De raad acht dat ongepast en laakbaar. Voorts houdt de raad er rekening mee dat verweerder onvoldoende blijk heeft gegeven van inzicht in de klachtwaardigheid van zijn handelen. Rekening houdend met alle omstandigheden acht de raad de maatregel van een berisping passend en gebonden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-048/DH/DH en 22-051/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 220201

    Artikel 13 beklag. Het hof stelt vast dat klager bijstand wenst van een advocaat voor een (tuchtrechtelijke) klachtprocedure tegen zijn voormalig advocaat. De deken heeft in dat verband terecht aangevoerd dat voor deze procedure geen sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Beklag ongegrond. Klager kan de deken - gelet op partikel 46c van de Advocatenwet - verzoeken hem te helpen bij het opstellen van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:283 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-271/AL/NN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad is van oordeel dat het handelen van verweerster met betrekking tot het innen van de dwangsommen bij klaagster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-380/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft een (concept)convenant en bijbehorende correspondentie overgelegd in de procedure. Daarmee is geen sprake van het delen van informatie over de inhoud van de schikkingsonderhandelingen; verweerster heeft slechts het resultaat ervan gedeeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 210381

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klager niet gewezen op de verhaalsmogelijkheid van de Raad voor Rechtsbijstand waarmee de toevoegingsvergoeding op klager zou kunnen worden verhaald. Het hof is van oordeel dat de op een advocaat rustende plicht om de cliënt van belangrijke informatie op de hoogte te brengen met zich brengt dat verweerder klager had moeten wijzen op die verhaalsmogelijkheid. Verweerder heeft dat niet gedaan. De klacht is daarom gegrond. Het hof legt in verband met bijzondere omstandigheden geen maatregel op. In zoverre wordt de beslissing van de raad vernietigd.