Zoekresultaten 651-660 van de 47651 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:86 Hof van Discipline 's Gravenhage 250411 250412
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:86
Hoger beroep na beslissing op verzet. Het hof constateert op basis van de beroepsgronden dat het klager in feite gaat om een inhoudelijke herbeoordeling van de tuchtklachten. Dat is echter niet mogelijk vanwege het appelverbod. Dat volgens klager sprake is van een onjuiste beoordeling van tuchtklachten levert geen schending op van fundamentele rechtsbeginselen en ook los daarvan heeft het hof geen schending daarvan vastgesteld. Het hof concludeert dan ook dat het appelverbod niet kan worden doorbroken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:87 Hof van Discipline 's Gravenhage 250417
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:87
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Bij de beslissing op een verzoek om aanwijzing van een advocaat toetst de deken aan de voorwaarden op grond van artikel 13 Advw. Het geschil waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat verzoekt, komt in de kern neer op een huurrechtgeschil. Huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter. Daarvoor is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft het verzoek om aanwijzing terecht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:88 Hof van Discipline 's Gravenhage 250457
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:88
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken kan geen advocaat aanwijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:89 Hof van Discipline 's Gravenhage 250458
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:89
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken hoefde geen advocaat aan te wijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:19 Accountantskamer Zwolle 26/714 Wtra AK
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:19
Voorzittersbelissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Het eerste klachtonderdeel ziet op handelen van een register belastingadviseur, die onder een eigen tuchtrecht valt. Voor dit handelen draagt betrokkene geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Het tweede klachtonderdeel is door klager onvoldoende onderbouwd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:90 Hof van Discipline 's Gravenhage 250460
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:90
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:20 Accountantskamer Zwolle 25/1784 Wtra AK
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:20
Gedeeltelijk gegronde klacht. Klaagster heeft in februari 2024 de aandelen in een tweetal vennootschappen verworven. Bij het samenstellen van de jaarrekening 2024 is discussie ontstaan over de toerekening van enkele omzetfacturen die bepalend zijn voor de vraag of verkoper recht heeft op een overeengekomen earn-outvergoeding. Betrokkene was zowel voor als na de overname de samenstellend accountant van de vennootschappen. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zijn rol onvoldoende heeft bewaakt, dat hij over de omzettoerekening is blijven communiceren met de voormalige directie van de vennootschappen, dat hij zich op ongepaste wijze heeft laten beïnvloeden en dat hij onvoldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit en vertrouwelijkheid. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:91 Hof van Discipline 's Gravenhage 250030D
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:91
Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter, burgerlijke rechter en bestuursrechter. De (bevoegde) deken (Limburg) heeft de Unit Financieel Toezicht Advocatuur (hierna: Unit FTA) van de Nederlandse Orde van Advocaten verzocht bij verweerder een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft), het beheer van derdengelden alsmede ontvangst van contante gelden. Door de Unit FTA is aan de deken en verweerder een definitief rapport verstrekt. Omdat de deken zich geconflicteerd achtte, heeft hij voor de beoordeling en de opvolging van dit rapport deze beoordeling en opvolging overgedragen aan de deken Oost-Brabant. De deken Oost-Brabant heeft na beoordeling een dekenbezwaar tegen verweerder ingediend. Uit HvD 15 november 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:214 is af te leiden dat de deken bij aanvang van enig in het kader van het toezicht te verrichten onderzoek niet hoeft te kiezen tussen een bestuursrechtelijk traject en een tuchtrechtelijk traject. De deken is ingevolge de Advocatenwet en de Wwft toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en als zodanig maakt hij gebruik van de in titel 5.2 Awb bedoelde (publiekrechtelijke) bevoegdheden. Hieruit volgt dat (ook) bij een tuchtrechtelijk onderzoek de deken gebruik maakt van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden. De tuchtrechter moet oordelen over de al dan niet juiste toepassing door de deken van deze bestuursrechtelijke bevoegdheden als de deken een dekenbezwaar indient. Het is voor een betrokkene onevenredig bezwarend zijn als betrokkene het geschil over de uitoefening van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden in en voor een tuchtrechtelijk onderzoek via een beroepsprocedure bij de burgerlijke rechter aan de orde zou moeten stellen naast de procedure bij de tuchtrechter. Het hof komt tot het oordeel dat de aard van de toezichthoudende taken en bevoegdheden van de deken in de weg staan aan het overdragen van deze taken en bevoegdheden aan iemand die niet ondergeschikt is aan de deken en waarbij niet is gewaarborgd dat de taken en bevoegdheden die de deken als wettelijk aangewezen toezichthouder moet uitoefenen binnen zijn invloedssfeer blijven, zoals in dit geval is gebeurd. Daarbij komt dat in ieder geval de grondslag voor de overdracht van de zaak in dit geval ook zodanig onduidelijk en gebrekkig is geweest, dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. Het dekenbezwaar moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:85 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129H3
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:85
Herzieningsverzoek van (tweede) herzieningsbeslissing naar aanleiding van een beslissing van het hof op grond van artikel 13 Advw niet-ontvankelijk. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep, en daarvoor is het middel van herziening niet bedoeld. Misbruik van recht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-467/DH/DH
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:61
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft rauwelijks geprocedeerd door slechts drie dagen nadat op een door haar geïnitieerd kort geding was beslist, over te gaan tot het verzoeken van nieuwe voorlopige voorzieningen. Geen de-escalerend optreden. Berisping.