Zoekresultaten 661-670 van de 47654 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:91 Hof van Discipline 's Gravenhage 250030D
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:91
Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter, burgerlijke rechter en bestuursrechter. De (bevoegde) deken (Limburg) heeft de Unit Financieel Toezicht Advocatuur (hierna: Unit FTA) van de Nederlandse Orde van Advocaten verzocht bij verweerder een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft), het beheer van derdengelden alsmede ontvangst van contante gelden. Door de Unit FTA is aan de deken en verweerder een definitief rapport verstrekt. Omdat de deken zich geconflicteerd achtte, heeft hij voor de beoordeling en de opvolging van dit rapport deze beoordeling en opvolging overgedragen aan de deken Oost-Brabant. De deken Oost-Brabant heeft na beoordeling een dekenbezwaar tegen verweerder ingediend. Uit HvD 15 november 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:214 is af te leiden dat de deken bij aanvang van enig in het kader van het toezicht te verrichten onderzoek niet hoeft te kiezen tussen een bestuursrechtelijk traject en een tuchtrechtelijk traject. De deken is ingevolge de Advocatenwet en de Wwft toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en als zodanig maakt hij gebruik van de in titel 5.2 Awb bedoelde (publiekrechtelijke) bevoegdheden. Hieruit volgt dat (ook) bij een tuchtrechtelijk onderzoek de deken gebruik maakt van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden. De tuchtrechter moet oordelen over de al dan niet juiste toepassing door de deken van deze bestuursrechtelijke bevoegdheden als de deken een dekenbezwaar indient. Het is voor een betrokkene onevenredig bezwarend zijn als betrokkene het geschil over de uitoefening van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden in en voor een tuchtrechtelijk onderzoek via een beroepsprocedure bij de burgerlijke rechter aan de orde zou moeten stellen naast de procedure bij de tuchtrechter. Het hof komt tot het oordeel dat de aard van de toezichthoudende taken en bevoegdheden van de deken in de weg staan aan het overdragen van deze taken en bevoegdheden aan iemand die niet ondergeschikt is aan de deken en waarbij niet is gewaarborgd dat de taken en bevoegdheden die de deken als wettelijk aangewezen toezichthouder moet uitoefenen binnen zijn invloedssfeer blijven, zoals in dit geval is gebeurd. Daarbij komt dat in ieder geval de grondslag voor de overdracht van de zaak in dit geval ook zodanig onduidelijk en gebrekkig is geweest, dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. Het dekenbezwaar moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:85 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129H3
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:85
Herzieningsverzoek van (tweede) herzieningsbeslissing naar aanleiding van een beslissing van het hof op grond van artikel 13 Advw niet-ontvankelijk. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep, en daarvoor is het middel van herziening niet bedoeld. Misbruik van recht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-467/DH/DH
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:61
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft rauwelijks geprocedeerd door slechts drie dagen nadat op een door haar geïnitieerd kort geding was beslist, over te gaan tot het verzoeken van nieuwe voorlopige voorzieningen. Geen de-escalerend optreden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-062/DH/DH
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:68
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft namens het CJIB met klagers advocaten gecorrespondeerd. De klacht over die correspondentie is voor een groot deel te laat en daarom niet-ontvankelijk. De klacht over de laatste brief is op tijd. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:16 Accountantskamer Zwolle 25/1311 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:16
Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening van een metaalverwerkingsbedrijf. Betrokkene heeft een controleverklaring met oordeelonthouding afgegeven. Naar aanleiding van een politie-inval bij dat bedrijf heeft betrokkene een incidentmelding bij klaagster gedaan. Klaagster is daarop een onderzoek gestart naar de wijze waarop betrokkene de wettelijke controle van de jaarrekening 2020 van het metaalverwerkingsbedrijf heeft verricht. Volgens klaagster heeft betrokkene onvoldoende werkzaamheden uitgevoerd om de risico’s op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude te identificeren en in te schatten. Betrokkene heeft niet scherp in beeld gehad dat de handel in goud van geheel andere aard is dan de handel in metalen. Als gevolg daarvan heeft betrokkene onvoldoende controlewerkzaamheden opgezet en uitgevoerd om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen over het bestaan (voorkomen) van de omzet uit de verkopen van goud. Betrokkene heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de kern van de klacht. De Accountantskamer verklaart de klacht geheel gegrond en legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor de duur van zes maanden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:62 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-640/DH/RO
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:62
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft in een brief aan klager te stellige en niet onderbouwde verwijten opgenomen. Hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de juistheid van die verwijten, terwijl hij dat (gezien de aard van de verwijten) wel had moeten doen. Verweerder heeft klager daarbij aansprakelijk gesteld voor de schade en bedragen gevorderd voor zaken die geen logisch verband houden met de verwijten en die niet zijn onderbouwd. In een latere aanmaning worden weer andere posten gevorderd, eveneens niet onderbouwd. Verweerder heeft ook klagers eenmanszaak aangeschreven en die entiteit als werkgever aansprakelijk gesteld, terwijl de verwijten geen enkel verband houden met deze entiteit. Verweerder had er bovendien bekend mee kunnen zijn dat klager werd bijgestaan door een advocaat, mar heeft de brieven desondanks direct naar klager gestuurd. Onzorgvuldig handelen. De bijzondere omstandigheden van het geval maken dat volstaan wordt met een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8431
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:58
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder was de dienstdoende longarts in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Gelet op de verslaglegging is er geen twijfel aan de betrokkenheid van de longarts bij de behandeling van klager. Er waren weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2026:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/06
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TDIVBC:2026:1
Klacht van een diereigenaar tegen een dierenarts over de behandeling van een paard (uitvoering keizersnede bij een paard, waarna het paard haar been heeft gebroken en moest worden geëuthanaseerd). Klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-086/DH/RO
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:69
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a van de Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:17 Accountantskamer Zwolle 25/710 Wtra AK 25/1817 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:17
Ongegronde klacht. Betrokkene heeft in opdracht van een rechtbank in relatie tot een civielrechtelijk geschil een rapport opgesteld. Klager vindt dat het rapport niet deugt onder meer omdat het onderzoek door betrokkene veel te beperkt was. De Accountantskamer overweegt dat de toetsing van een rapport dat in opdracht van een rechtbank in relatie tot een gerechtelijke procedure is opgesteld slechts in beperkte mate mogelijk is. Daarvan uitgaande wijst de Accountantskamer de klachten af omdat klager de gegrondheid van zijn verwijten tegenover het verweer van betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt.