Zoekresultaten 35721-35730 van de 46814 resultaten

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2013:8 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 12-33

    De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen: 1. klagers stellen dat de notaris en de kandidaat-notaris valsheid in geschrifte hebben gepleegd. In het testament was notaris [oud-notaris] of diens rechtsopvolger benoemd tot executeur. Dit leidt tot de conclusie dat de notaris de benoemde executeur zou moeten zijn, als opvolger van [oud-notaris]. [oud-notaris] heeft nooit aanvaard, waardoor de kandidaat-notaris ook geen executeurbevoegdheid kan ontlenen aan een theoretische indeplaatsstelling door [oud-notaris] op grond van 4:142 lid 1 Burgerlijk Wetboek. De herhaalde stelling, vastgelegd in de verklaring van executele van 18 maart 2004, dat de kandidaat-notaris benoemd is tot executeur, is valsheid in geschrifte. Waarom heeft de notaris een akte houdende verklaring van executele opgemaakt en afgegeven, waarbij hij zelf belanghebbende was? Is dit niet in strijd met artikel 19 Wet op het notarisambt (hierna te noemen: Wna)? 2. klagers hebben nooit een afschrift van de akte van executele ontvangen; 3. in artikel 8 van de Verordening Beroeps-en Gedragsregels van de KNB is bepaald dat een notaris die in een nalatenschap optreedt als executeur niet zonder instemming van de erfgenamen kan optreden als boedelnotaris. Klaagster 1 heeft, voor zover bekend, in ieder geval niet ingestemd; 4. er is niet geadviseerd over de aanvaarding van de nalatenschap; 5. het onjuist uitoefenen van de opgedragen taak van executeur en het verstrekken van misleidende informatie aan de deelgenoten over de persoon van de executeur; 6. de notaris wordt financieel wanbeheer van de boedelgelden verweten (onjuiste valuteringen, te late betaling successierecht, betaling van voorschot aan [firma], betalingen terzake van het huis in [vestigingsplaats],waarvan een beduidend deel ten laste van de erven [D] moet komen, beleggingsrendement onthouden aan de boedel door “te vroeg” uitkeren van het legaat, het bepalen van een voorschotuitkering op 40%, het niet veiligstellen van de saldi op alle rekeningen, niet tijdig verzilveren van de effecten, drie bankrekeningen werden pas na vijf jaar opgeheven en bijgeschreven op de boedelkaart, het verrekenen van de niet gespecificeerde boedeldeclaratie van ruim € 20.000,- zonder afstemming met de rechthebbenden); 7. te hoge declaratie (140 uur werk); 8. de communicatie was abominabel (na 26 september 2007 lijkt er geen correspondentie meer te zijn geweest tussen de notaris en de erfgenamen); 9. bij de verkoop van het voormalige woonhuis van erflaatster heeft de notaris geen overleg gepleegd met de erfgenamen, laat staan met de sinds de dag van de crematie bij hem bekende klaagsters 3 en 4; 10. ten onrechte is door de notaris gesteld dat de heer [E] een bod heeft gedaan van € 114.000,- voor de onverdeelde helft van de woning in Spanje; 11. er is geen enkele vordering gemaakt door de notaris ter zake van de bankrekening in Spanje en de opening van het kluisloket aldaar; 12. de notaris heeft geen enkele actie ondernomen om de Spaanse] successieaangifte te kunnen doen; 13. de notaris heeft niet onderzocht of er een Spaans testament was.

  • ECLI:NL:TACAKN:2013:36 Accountantskamer Zwolle 12/1684 Wtra AK

    Vervolgklacht nadat eerdere klacht tegen betrokkene gegrond is verklaard (zie zaak 10/1788 Wtra AK, LJN YH0193) door familieleden/medebestuurders van de klagers in de eerdere klachtzaak. Van de nauwe verbondenheid van de huidige klagers met de klagers in de vorige zaak, moeten zij worden vereenzelvigd. Dit betekent dat de nieuwe klachtonderdelen in die eerdere klachtprocedure hadden kunnen en moeten worden aangevoerd. Volgt niet-ontvankelijkverklaring.

  • ECLI:NL:TADRARL:2013:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 162/12

    Onduidelijk is gebleven wat tussen klager en verweerder is besproken over de mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp.Het feit dat klager een eigen onderneming had is in ieder geval niet voldoende om aan te nemen dat klager niet voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking kwam. Schriftelijke vastlegging van het besprokene ontbreeekt, zodat het er voor moet worden gehouden dat dit onderwerp onvoldoende aan de orde is geweest. Klacht gegrond. Verweerder heeft verder onvoldoende onderzoek gedaan naar juridscih relevante stelling van klager waardoor de aanhangige procedure anders had kunnen verlopen en minder had gekost. Klacht gegrond. Maatregel : enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2013:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 002-2013

    Klacht tegen bedrijfsarts kennelijk ongegrond. Dat verweerster niet onafhankelijk zou zijn geweest in de verzuimbegeleiding is door klager niet onderbouwd. Verweerster heeft kunnen besluiten, na ontvangst van de informatie van de behandelend internist, dat informatie van de huisarts niet meer nodig was. Verweerster heeft op correcte wijze aangegeven de verzuimbegeleiding van klager te beëindigen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2013:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 338-2012

    Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog kennelijk ongegrond. Gelet op de praktijk dat, naar het college bekend, gezinsvoogden in het belang van de aan hun zorg toevertrouwde minderjarigen zonder toestemming van de ouders informatie opvragen aan zorgverleners die dit plegen te geven en gelet op het feit dat toekomstige wetgeving hiervoor een basis zal bieden, ziet het college geen aanleiding verweerster op dit punt een tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:66 Raad van Discipline Arnhem 13-179

    Klacht betreft wijze waarop verweerster klager in een huurgeschil heeft bijgestaan. Omdat verweerster wel degelijk namens klager het woord heeft gevoerd tijdens de comparitie mist het verwijt dat verweerster geen enkel verweer namens klager heeft gevoerd feitelijke grondslag. Voor het overige heeft klager zijn klacht volstrekt onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:67 Raad van Discipline Arnhem 12-245

    Verweerder heeft geadviseerd en geprocedeerd namens de holding met betrekking tot een aantal IE-kwesties. Verweerder heeft ten behoeve van klaagster o.a. een licentieovereenkomst opgesteld en een pandakte. Klaagster was mede bestuurster van de holding. De aandelen van de holding zijn eigendom van R., de andere bestuurder en de zoon van de aanvankelijk IE gerechtigde van een aantal stoelen en fauteuils, R. sr. De holding was eigenaar van de IE-rechten. Verweerder trad voor de holding en klaagster op in inbreukkwesties. Op enig moment is er een geschil tussen klaagster en R. sr. ontstaan. R. sr. belette klaagster de toegang tot het bedrijfspand dat zijn eigendom is. Verweerder heeft namens klaagster een kort geding tegen R. sr aanhangig gemaakt tot toegang tot het bedrijfspand en afgifte van een aantal roerende zaken, waaronder mallen ten behoeve van de productie. Er is geen dwangsom gevorderd. Ter zitting is door R. sr onweersproken gesteld dat de mallen zijn eigendom waren. Niet duidelijk is waarom verweerder enkel R. sr en niet ook de holding in het kort geding heeft betrokken, nu de holding de eigenaar van de IE-rechten was. Omdat een aantal goederen niet is afgegeven, is R. sr in een tweede kort geding betrokken. In de aanloop naar het tweede kort geding heeft verweerder klaagster een algemene notitie gestuurd hoe een pandrecht op IE-rechten kan worden uitgewonnen. R. jr heeft op enig moment de dossiers opgeeist bij verweerder. Na tussenkomst van de deken zijn de dossiers afgegeven. Door de holding niet in de kort gedingen te betrekken en de vorderingen te beperken, zonder nadere (schriftelijke) uitleg, heeft verweerder de belangen van klaagster onvoldoende behartigd. Verweerder had zich bewust moeten zijn van een (mogelijk) tegenstrijdig belang.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:68 Raad van Discipline Arnhem 12-230

    Verzet ongegrond. Klager heeft onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om van een andere klachtomschrijving, dan die door de deken geformuleerd, uit te gaan. Werkzaamheden niet op voor klager ondoorzichtige of onzorgvuldige wijze in rekening gebracht. Geen aanleiding te veronderstellen dat creditering van circa de helft van de declaratie is gebeurd om aldus een begrotingsprocedure te voorkomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2013:80 Raad van Discipline Amsterdam 13-073A

    Verzetzaak. Klacht tegen eigen advocaat vanwege i) verrekening van derdengelden zonder toestemming, ii) miskenning van het risico dat proceskostenveroordeling zou moeten worden terugbetaald en iii) onzorgvuldige behandeling van de zaak door getuigenverhoor niet in geding te brengen en belangrijke informatie niet te delen. Verzet deels gegrond. Klacht gegrond voor zover het de verrekening van derdengelden en communicatie met klager betreft. Maatregel van enkele waarschuwing wegens verrekening. Verwijzing naar maatregel van enkele waarschuwing in zaak 13-097A vanwege tekortschietende communicatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2013:74 Raad van Discipline Amsterdam 13-040NH

    Klacht tegen advocaat wederpartij wegens i) schending van een voor diens cliënte geldende geheimhoudingsplicht die werd overeengekomen in het kader van mediation en ii) vanwege het doen van onjuiste mededelingen uit de mediation. Klacht gegrond voor zover het de schending van geheimhouding betreft. Maatregel van enkele waarschuwing.