Zoekresultaten 20381-20390 van de 48283 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:313 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.120

    Klager is de zoon van de inmiddels overleden patiënte van de aangeklaagde huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij zonder motivering heeft geweigerd patiënte een afschrift te geven van haar eigen medisch dossier terwijl patiënte daar twee keer schriftelijk om heeft verzocht. Klager heeft na het overlijden van patiënte daarom alsnog inzage gevraagd maar ook dat verzoek heeft de huisarts afgewezen. Klager stelt voorts – onder meer – dat de huisarts tekort is geschoten in de diagnostiek bij zijn moeder en in de behandeling van en zorg voor haar geestelijk en lichamelijk lijden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege gaat ervan uit dat klager met het indienen van de klacht, voor zover deze betreft de weigering om aan zijn moeder een afschrift van haar eigen medisch dossier te verstrekken, niet de wil van zijn moeder vertegenwoordigt en dus geen afgeleid klachtrecht heeft. Klager is in zoverre in zijn klacht niet ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg in zoverre en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:308 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.481

    Klacht tegen arts. Klaagsters zijn moeder en dochter. Moeder had na een val een gecompliceerde breuk opgelopen en is vijf maanden voor geriatrische revalidatiezorg opgenomen in een instelling waar verweerder destijds als arts werkzaam was. In die periode heeft verweerder de moeder van klaagster tweemaal ingestuurd naar het ziekenhuis. De eerste keer kreeg zij een bloedtransfusie vanwege bloedarmoede. De tweede keer is zij opgenomen met een hypovolemische shock vanwege opnieuw bloedarmoede met als oorzaak acuut bloedverlies door een maagbloeding. Klaagsters verwijten verweerder a) dat hij niet de juiste diagnose heeft gesteld en b) dat hij tot tweemaal toe verzuimd heeft medisch in te grijpen. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:309 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.032

    Klacht tegen arts, werkzaam in een huisartsenpraktijk. Klaagster verwijt verweerder dat hij tijdens een spreekuurconsult een dreigend herseninfarct heeft gemist. Volgens klaagster waren er al uitvalsverschijnselen en had de arts haar naar het ziekenhuis moeten insturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft echter niet kunnen vaststellen dat tijdens het consult sprake was van dergelijke alarmsymptomen die de arts tot nadere actie hadden moeten brengen en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep voor zover zij nieuwe klachten naar voren heeft gebracht. Voor het overige wordt het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:310 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.278

    Klacht tegen een longarts. Klager verwijt de longarts 1) dat er een verkeerde diagnose is gesteld en er een onjuiste behandeling heeft plaatsgevonden 2) dat er geen neuroloog is geraadpleegd en 3) dat hij weigert te erkennen dat zaken niet goed gelopen zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege en neemt hetgeen het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht ongegrond is en dient te worden afgewezen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:311 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.345

    Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/89

    Klacht tegen bedrijfsarts wegens tegenstrijdige adviezen over de arbeidsongeschiktheid van klager. De bedrijfsarts wist op het moment van zijn onderzoek dat er bij klager sprake was van een al voorafgaande aanwezige aandoening. Hij heeft daarna zijn regiefunctie niet goed uitgevoerd door onvoldoende onderzoek te doen naar klagers herstelproces en door geen informatie op te vragen bij de behandelende sector. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-154

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts was niet betrokken bij de zorg voor klager betreffende de hoestklachten. Niet kan worden vastgesteld wat er wel of niet gezegd is in het gesprek tussen klager en de huisarts. Evenmin kan word worden vastgesteld of is komen vast te staan dat de huisarts de inhoud van het gesprek met de ex van klager heeft gedeeld. Het College ziet in het handelen van de huisarts, dat zij (vanuit haar professie) heeft doorgevraagd naar de echtscheiding en het contact van klager met zijn kinderen, geen tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/94

    Klacht tegen een verzekeringsarts wegens onjuist handelen en een onvoldoende gemotiveerd advies dat klager arbeidsgeschikt was. Klacht ongegrond en afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 126/2018

    Klacht tegen Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige kennelijk niet ontvankelijk. In dit geval kan niet worden aangenomen dat verweerster de verklaring heeft geschreven in haar professionele hoedanigheid, er is sprake van privé-gedrag. Hoe verweerster zich privé gedraagt is, behoudens bijzondere omstandigheden, geen zaak voor de tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/323057 / KL RK 17-92

    Het notariële tuchtrecht ziet op handelingen die worden verricht in het kader van het notarisambt. De door klagers verweten gedragingen hebben betrekking op het handelen van de notaris als bindend adviseur, niet op het handelen in zijn hoedanigheid van notaris. Handelingen van een notaris die niet in de uitoefening van het notarisambt zijn verricht zijn alleen aan het tuchtrecht onderworpen, voor zover deze een behoorlijk notaris niet betamen en het aanzien van het notariaat daardoor zou kunnen worden geschaad. Dit betekent dat de kamer slechts summierlijk zal beoordelen hoe de notaris de opdracht om een bindend advies op te stellen heeft uitgevoerd. De kamer zal ook terughoudend zijn in haar oordeel over de inhoud van het advies; zij kan alleen tot gegrondverklaring van een klacht hierover concluderen als het advies van dusdanig slechte kwaliteit is of de motivering van het advies dusdanig onzorgvuldig is, dat de reputatie van het notariaat als gevolg ervan in het geding is.