Zoekresultaten 20381-20390 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:221 Raad van Discipline Amsterdam 18-236/A/NH

    Klacht over advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Een klachtfunctionaris heeft een grote mate van vrijheid bij de wijze waarop hij de klachtafhandeling inricht en op de ingebrachte klacht beslist. In onderhavig geval heeft verweerder, na de ontvangst van de klacht te hebben bevestigd, evenwel niets meer aan klager laten horen. Ook op een daarop volgende vraag van klager over de duur van de klachtbehandeling heeft verweerder niet gereageerd. Afhandeling van de klacht heeft aldus niet plaatsgevonden. De redenen die verweerder hiervoor aanvoert kunnen naar het oordeel van de raad geen rechtvaardiging vormen. Het was de taak van verweerder als klachtfunctionaris om een beslissing te nemen ten aanzien van de (on)gegrondheid van de klacht. Dat verweerder dit heeft nagelaten valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Klacht gegrond, waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:215 Raad van Discipline Amsterdam 18-555/A/A

    Deels gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft een afspraak over het opstellen van een dagvaarding niet schriftelijk vastgelegd waardoor daar onduidelijkheid over is ontstaan en is langere tijd nauwelijks bereikbaar geweest voor klaagster. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:216 Raad van Discipline Amsterdam 18-177/A/A

    Verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de verzettermijn.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:80 Accountantskamer Zwolle 17/2552, 17/2553 en 17/2554 Wtra AK

    Toepassing driejaarstermijn. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-302/DB/OB

    Voorzitter heeft terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan de artikelen 46g en 46j Advocatenwet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-330/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder klagers onvoldoende heeft geïnformeerd over de gang van zaken bij het gerechtshof en niet naar behoren met hen heeft gecommuniceerd. Wel onvoldoende geadviseerd over mogelijke gevolgen van royement. Niet gebleken van het niet nakomen van een overeengekomen fixed fee of het afwentelen op klagers van een foute inschatting van uren. Deels gegrond. First offender. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:79 Accountantskamer Zwolle 17/2424 en 17/2573 Wtra AK

    Klachten over rapport uitgebracht met het oog op het leggen van conservatoir beslag. Ook in die situatie moet de betrokken accountant (en had betrokkene moeten) beseffen dat zijn rapport gebruikt wordt ter onderbouwing van het standpunt van zijn opdrachtgever (over de vordering in verband waarmee wordt verzocht om toestemming tot het leggen van beslag). Aan een zodanig rapport moeten daarom dezelfde eisen worden gesteld als aan rapporten waarvan duidelijk is of wordt dat zij dienen ter ondersteuning van het standpunt van de opdrachtgever in een (aan te spannen) gerechtelijke procedure. Dat betekent dat de accountant ervoor zorg dient te dragen dat het rapport de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert. De kans daarop is aanwezig als (kort gezegd) bevindingen en conclusies in het rapport geen deugdelijke grondslag hebben. Om de kans dat dit gebeurt tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, moeten de (feitelijke) grondslag voor een bevinding of een conclusie (de gegevens waarop een bevinding of conclusie stoelt, de daarbij gevolgde redenering en/of de gehanteerde maatstaf) en een gemaakt voorbehoud bij een bevinding of conclusie in het rapport zelf duidelijk worden uiteengezet. Op de werkzaamheden die ten grondslag liggen aan een dergelijk rapport is geen specifieke standaard van de NVCOS van toepassing. Als de wederpartij van de opdrachtgever niet is gehoord en niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op bevindingen en conclusies voordat rapport is uitgebracht moet dat duidelijk in het rapport worden vermeld. Inhoudelijk ontbeert het rapport van betrokkene op een aantal punten een deugdelijke grondslag. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 012/2018

    Patiënt heeft zelfmoord gepleegd. Klaagster, zijn echtgenote, verwijt de huisarts van patiënt dat hij in gebreke is gebleven in de zorg ten aanzien van patiënt en dat verweerder schuldig is aan het overlijden van patiënt. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 175/2018

    Patiënt heeft zich binnen een bestek van een aantal dagen meermaals gemeld bij eigen huisarts en huisartsenpost in verband met klachten van (achtereenvolgens) oorpijn, loopoor, duizeligheid, misselijkheid en koorts. Toen de echtgenote van patiënt contact opnam met de huisartsenpost is in overleg met verweerder pijnstilling door middel van Ibuprofen geadviseerd en het advies gegeven de volgende dag contact op te nemen met de eigen huisarts. Patiënt is enige dagen later overleden aan een bacteriële meningitis. Het college oordeelt dat verweerder vanuit zijn verantwoordelijkheid als huisarts op de huisartsenpost onvoldoende adequaat heeft gereageerd waar meerdere signalen hem daartoe wel aanleiding gaven. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:300 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.143

    Klacht tegen een chirurg. Klager verwijt de chirurg dat hij zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte de PAC linkst heeft geplaatst in plaats van rechts. De chirurg heeft zich niet van tevoren op de hoogte gesteld van de toestand van de huid in het operatiegebied, is zijn onderzoeks- en informatieplicht niet nagekomen en heeft ook de geldende richtlijnen niet gevolgd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Wat betreft het verwijt dat de chirurg de PAC links heeft geplaatst zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte, komt het Centraal Tuchtcollege op grond van de stukken en hetgeen door partijen over en weer ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door uit het feit dat op verschillende plekken in het medisch dossier van patiënte het woord ‘rechts’ in hoofdletters is vermeld, niet af te leiden dat de plaatsing van de PAC alleen rechts en dus niets links mocht plaatsvinden. Ten aanzien van de inspectie door de chirurg van de toestand van de huid in het operatiegebied stelt het Centraal Tuchtcollege vast dat de chirurg voor aanvang van de operatie kennelijk niet heeft opgemerkt dat er in de status van patiënte was vermeld dat er sprake was van een klein wondje rechts op de borst. Dit had de chirurg wel moeten zijn opvallen en reden moeten zijn voor nader onderzoek van het te opereren gebied voor aanvang van de operatie. Het is algemeen gebruik en noodzakelijk dat een chirurg, ook als het pré-operatieve consult door een collega is gedaan, het operatiegebied inspecteert als de patiënt nog bij kennis is. De chirurg kan een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden van het feit dat hij dit niet heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij het verwijt dat de chirurg zich niet van te voren op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de huis in het operatiegebied, ongegrond is verklaard; en opnieuw rechtdoende: verklaart dit onderdeel van de klacht alsnog gegrond; legt dienaangaande de chirurg de maatregel van waarschuwing op en verwerpt het beroep voor het overige.