Zoekresultaten 20371-20380 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:80 Accountantskamer Zwolle 17/2552, 17/2553 en 17/2554 Wtra AK
- Datum publicatie: 19-11-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:80
Toepassing driejaarstermijn. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-302/DB/OB
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:166
Voorzitter heeft terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan de artikelen 46g en 46j Advocatenwet. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-330/DB/LI
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:167
Niet gebleken dat verweerder klagers onvoldoende heeft geïnformeerd over de gang van zaken bij het gerechtshof en niet naar behoren met hen heeft gecommuniceerd. Wel onvoldoende geadviseerd over mogelijke gevolgen van royement. Niet gebleken van het niet nakomen van een overeengekomen fixed fee of het afwentelen op klagers van een foute inschatting van uren. Deels gegrond. First offender. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:79 Accountantskamer Zwolle 17/2424 en 17/2573 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 16-11-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:79
Klachten over rapport uitgebracht met het oog op het leggen van conservatoir beslag. Ook in die situatie moet de betrokken accountant (en had betrokkene moeten) beseffen dat zijn rapport gebruikt wordt ter onderbouwing van het standpunt van zijn opdrachtgever (over de vordering in verband waarmee wordt verzocht om toestemming tot het leggen van beslag). Aan een zodanig rapport moeten daarom dezelfde eisen worden gesteld als aan rapporten waarvan duidelijk is of wordt dat zij dienen ter ondersteuning van het standpunt van de opdrachtgever in een (aan te spannen) gerechtelijke procedure. Dat betekent dat de accountant ervoor zorg dient te dragen dat het rapport de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert. De kans daarop is aanwezig als (kort gezegd) bevindingen en conclusies in het rapport geen deugdelijke grondslag hebben. Om de kans dat dit gebeurt tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, moeten de (feitelijke) grondslag voor een bevinding of een conclusie (de gegevens waarop een bevinding of conclusie stoelt, de daarbij gevolgde redenering en/of de gehanteerde maatstaf) en een gemaakt voorbehoud bij een bevinding of conclusie in het rapport zelf duidelijk worden uiteengezet. Op de werkzaamheden die ten grondslag liggen aan een dergelijk rapport is geen specifieke standaard van de NVCOS van toepassing. Als de wederpartij van de opdrachtgever niet is gehoord en niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op bevindingen en conclusies voordat rapport is uitgebracht moet dat duidelijk in het rapport worden vermeld. Inhoudelijk ontbeert het rapport van betrokkene op een aantal punten een deugdelijke grondslag. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 012/2018
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 16-11-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:174
Patiënt heeft zelfmoord gepleegd. Klaagster, zijn echtgenote, verwijt de huisarts van patiënt dat hij in gebreke is gebleven in de zorg ten aanzien van patiënt en dat verweerder schuldig is aan het overlijden van patiënt. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 175/2018
- Datum publicatie: 16-11-2018
- Datum uitspraak: 16-11-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:175
Patiënt heeft zich binnen een bestek van een aantal dagen meermaals gemeld bij eigen huisarts en huisartsenpost in verband met klachten van (achtereenvolgens) oorpijn, loopoor, duizeligheid, misselijkheid en koorts. Toen de echtgenote van patiënt contact opnam met de huisartsenpost is in overleg met verweerder pijnstilling door middel van Ibuprofen geadviseerd en het advies gegeven de volgende dag contact op te nemen met de eigen huisarts. Patiënt is enige dagen later overleden aan een bacteriële meningitis. Het college oordeelt dat verweerder vanuit zijn verantwoordelijkheid als huisarts op de huisartsenpost onvoldoende adequaat heeft gereageerd waar meerdere signalen hem daartoe wel aanleiding gaven. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:300 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.143
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:300
Klacht tegen een chirurg. Klager verwijt de chirurg dat hij zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte de PAC linkst heeft geplaatst in plaats van rechts. De chirurg heeft zich niet van tevoren op de hoogte gesteld van de toestand van de huid in het operatiegebied, is zijn onderzoeks- en informatieplicht niet nagekomen en heeft ook de geldende richtlijnen niet gevolgd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Wat betreft het verwijt dat de chirurg de PAC links heeft geplaatst zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte, komt het Centraal Tuchtcollege op grond van de stukken en hetgeen door partijen over en weer ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door uit het feit dat op verschillende plekken in het medisch dossier van patiënte het woord ‘rechts’ in hoofdletters is vermeld, niet af te leiden dat de plaatsing van de PAC alleen rechts en dus niets links mocht plaatsvinden. Ten aanzien van de inspectie door de chirurg van de toestand van de huid in het operatiegebied stelt het Centraal Tuchtcollege vast dat de chirurg voor aanvang van de operatie kennelijk niet heeft opgemerkt dat er in de status van patiënte was vermeld dat er sprake was van een klein wondje rechts op de borst. Dit had de chirurg wel moeten zijn opvallen en reden moeten zijn voor nader onderzoek van het te opereren gebied voor aanvang van de operatie. Het is algemeen gebruik en noodzakelijk dat een chirurg, ook als het pré-operatieve consult door een collega is gedaan, het operatiegebied inspecteert als de patiënt nog bij kennis is. De chirurg kan een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden van het feit dat hij dit niet heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij het verwijt dat de chirurg zich niet van te voren op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de huis in het operatiegebied, ongegrond is verklaard; en opnieuw rechtdoende: verklaart dit onderdeel van de klacht alsnog gegrond; legt dienaangaande de chirurg de maatregel van waarschuwing op en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/328
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:134
De klacht betreft de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte). De klacht houdt in dat de huisarts de klachten/serieuze signalen van patiënte genegeerd, gebagatelliseerd dan wel onzorgvuldig geïnterpreteerd heeft. De klacht betreft ook de onzorgvuldige dossiervoering door de huisarts. Patiënte is overleden aan gevolgen van hartinfarct. Gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:296 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.483
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:296
Klacht tegen cardioloog. Klaagster is gedurende bijna 20 jaar onder controle geweest bij verweerder vanwege HCM. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat hij in de periode van 2007 tot 2013 de geleidelijke progressie van haar HCM niet heeft (h)erkend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Het beroep van de cardioloog slaagt. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn voor de stelling dat er in de periode tussen 2007 en 2013 een geleidelijke progressie van de HCM zichtbaar was. Een feitelijke grondslag voor het verwijt dat klaagster de cardioloog maakt ontbreekt hiermee, zodat reeds hierom de klacht niet kan slagen. Voorts acht het Centraal Tuchtcollege de door de cardioloog verrichte onderzoeken adequaat en de keuze voor de medicatie in de aangegeven dosering begrijpelijk. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1875
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:84
De arts geeft aan het einde van de derde rapportage er blijk van dat zij niet is staat is om een medisch advies uit te brengen in het kader van de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart, terwijl zij wel een advies geeft door te stellen dat zij haar eerdere conclusie niet kan verwerpen. Daarmee voldoet haar rapportage niet aan de daaraan te stellen eis dat de rapportage op inzichtelijke en consistente wijze uiteenzet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De arts had er beter aan gedaan om de opdracht voor de derde keuring niet te aanvaarden. Waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2037
- Pagina: 2038
- Pagina: 2039
- ...
- Pagina: 4820
- Volgende pagina zoekresultaten