Zoekresultaten 20261-20270 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180049A

    Klacht over procesadvocaat wederpartij. Nu niet is gebleken dat verweerder ter zake van de aspecten waarover klager klaagt enige bemoeienis heeft gehad met de procedure(s) die zijn kantoorgenote namens haar cliënte tegen klager aanhangig heeft gemaakt, is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van de processtukken die zijn kantoorgenote heeft opgesteld. Het hof verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:158 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180014

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij, dat hij onnodige procedures is gestart, niet onafhankelijk is ten opzichte van zijn client en niet de-escalerend wil werken, is ook in hoger beroep ongegrond. Klagers verzoek om schadevergoeding (onnodig gemaakte proceskosten) wordt afgewezen, omdat niet buiten twijfel is dat de vordering doorde civiele rechter zal worden toegewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/121 en 122

    SHE/2017/121 De notaris heeft niet eerst een conceptakte toegestuurd. Vader wilde zo spoedig mogelijk tot ondertekening overgaan. De notaris had niet aan die druk van vader moeten en mogen toegeven. De notaris had er beter aan gedaan om meer tijd te nemen tussen het opstellen en het passeren van het testament. Klacht tegen de notaris gegrond. Gelet op de beperkte werkzaamheden van de notaris in het dossier geen maatregel. SHE/2017/122 De kandidaat-notaris had, toen hem duidelijk werd dat vader de telefonisch doorgegeven aanpassing van het testament niet leek te begrijpen, pas op de plaats moeten maken en op dat moment de relevante conceptakte achter moeten laten en op een later tijdstip terug kunnen komen om in een gesprek met vader de reikwijdte van de aanpassing te bespreken. In plaats daarvan heeft de kandidaat-notaris derden erbij gehaald, die tegengestelde belangen hadden en wiens samenzijn eerder door de kandidaat-notaris als “ijzig” was omschreven. Door aldus te handelen en daaropvolgend de akte te passeren, heeft de kandidaat-notaris niet de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht die men, gelet op het bepaalde in artikel 17, eerste lid, Wna, van een kandidaat-notaris mag verwachten. De kamer zal de klacht tegen de kandidaat-notaris dan ook gegrond verklaren. Daarbij acht de kamer het passend en geboden om aan hem de maatregel van een waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180049B

    Klacht over advocaat wederpartij. Kernwaarde partijdigheid. Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat verweerster de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet heeft overschreden door de formulering van de stellingen van haar cliënte in de civiele procedure. De uitlatingen van verweerster waren functioneel nu verweerster deze heeft gedaan teneinde te voldoen aan haar stelplicht in een civiele procedure en ter onderbouwing van het standpunt van haar cliënte. Het hof verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:159 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180112

    Klacht tegen eigen advocaat, dat hij onder meer toezeggingen niet is nagekomen, is ook in hoger beroep ongegrond.De grief tegen de klachtomschrijving faalt. Geen ruimte voor nieuwe klachten in hoger beroep. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180102

    Hoger beroep tegen de beslissing van de wrakingskamer van de raad. Appelverbod (art. 515 lid 5 WvSv). Het verzoek om doorbreking van dit verbod wordt afgewezen. Geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:172 Raad van Discipline Amsterdam 18-519/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder klager inadequaat heeft bijgestaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180042

    Verzet tegen beslissing voorzitter dat beroep van klaagster wordt afgewezen vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Verzet ongegrond. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De redenen die klaagster heeft aangevoerd vormen geen rechtvaardiging voor het te laat instellen van het hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 098/2018

    null

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/125

    Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 15 juni 2018 Het verzoek tot w raking van de wrakingskamer wordt niet in behandeling genomen. Een verzoek tot wraking moet worden ingesteld onmiddellijk als de feiten en omstandigheden waarop het berust bekend geworden zijn. Klagers wisten al sedert de oproeping voor de behandeling van de samenstelling van de wrakingskamer. Indiening vrijdagmiddag voorafgaand aan de zitting op maandagmiddag is te laat. Voor de goede orde merkt de kamer nog het volgende op. Klagers melden in hun e-mailbericht bij de indiening van dit wrakingsverzoek dat zij ervan uitgaan dat de zitting van 18 juni 2018 niet doorgaat. Het is aan de kamer om te bepalen of een zitting doorgang vindt. De aanname van klagers dat de zitting niet doorgaat en het niet verschijnen van klagers bij de behandeling van het wrakingsverzoek komt voor verantwoordelijkheid van klagers. Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 17 februari 2017 Ter zake de bevoegdheid om het wrakingsverzoek te beoordelen zou men op kunnen werpen dat de kamer niet over haar eigen wraking mag oordelen. Echter, uit de beslissing van 11 december 2017, nr. 200.226.004/01 van het Gerechtshof Amsterdam leidt de kamer af dat zij hiertoe wel de bevoegdheid heeft, zodat de kamer tot beoordeling van het wrakingsverzoek overgaat. Inhoudelijk oordeelt de kamer aldus: in een wrakingsverzoek dat gericht is tegen alle leden van een college is een verzoeker (in dit geval: klagers) niet ontvankelijk omdat daarin niet een verband gelegd wordt tussen een tuchtrechter en een concrete zaak, zoals de via artikel 100 van de Wna toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering eisen. Dit maakt dat klagers niet-ontvankelijk zijn in hun wrakingsverzoek.