Zoekresultaten 20261-20270 van de 47591 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 098/2018

    null

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/125

    Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 15 juni 2018 Het verzoek tot w raking van de wrakingskamer wordt niet in behandeling genomen. Een verzoek tot wraking moet worden ingesteld onmiddellijk als de feiten en omstandigheden waarop het berust bekend geworden zijn. Klagers wisten al sedert de oproeping voor de behandeling van de samenstelling van de wrakingskamer. Indiening vrijdagmiddag voorafgaand aan de zitting op maandagmiddag is te laat. Voor de goede orde merkt de kamer nog het volgende op. Klagers melden in hun e-mailbericht bij de indiening van dit wrakingsverzoek dat zij ervan uitgaan dat de zitting van 18 juni 2018 niet doorgaat. Het is aan de kamer om te bepalen of een zitting doorgang vindt. De aanname van klagers dat de zitting niet doorgaat en het niet verschijnen van klagers bij de behandeling van het wrakingsverzoek komt voor verantwoordelijkheid van klagers. Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 17 februari 2017 Ter zake de bevoegdheid om het wrakingsverzoek te beoordelen zou men op kunnen werpen dat de kamer niet over haar eigen wraking mag oordelen. Echter, uit de beslissing van 11 december 2017, nr. 200.226.004/01 van het Gerechtshof Amsterdam leidt de kamer af dat zij hiertoe wel de bevoegdheid heeft, zodat de kamer tot beoordeling van het wrakingsverzoek overgaat. Inhoudelijk oordeelt de kamer aldus: in een wrakingsverzoek dat gericht is tegen alle leden van een college is een verzoeker (in dit geval: klagers) niet ontvankelijk omdat daarin niet een verband gelegd wordt tussen een tuchtrechter en een concrete zaak, zoals de via artikel 100 van de Wna toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering eisen. Dit maakt dat klagers niet-ontvankelijk zijn in hun wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:60 Accountantskamer Zwolle 18/337 Wtra AK

    Betrokkene was de accountant van een onderneming en van de vennootschappen van de vennoten van de onderneming. Over de afwikkeling van de vennootschap onder firma liepen en lopen procedures. Een van de klachten ziet op een schriftelijke verklaring van betrokkene die is ingebracht in een van deze procedures. Aannemelijk is dat deze verklaring is afgelegd op een tijdstip dat betrokkene niet meer stond ingeschreven in het accountantsregister. Daarom is deze klacht niet-ontvankelijk. De klacht dat betrokkene frauderende praktijken van een van de vennoten heeft genegeerd is niet aannemelijk gemaakt. Dat geldt ook voor de klacht dat betrokkene partij heeft gekozen voor deze vennoot. Deze twee klachten zijn dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180076

    Klacht eigen advocaat. Verweerder heeft eerst een declaratie naar klaagster gestuurd en pas later de Raad voor Rechtsbijstand verzocht de verleende toevoeging in te trekken. Hiermee heeft verweerder in strijd met gedragsregel 18 lid 2 (gedragsregel 24 lid 2, oud) gehandeld. Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170120

    Klacht over eigen advocaat. De deken heeft op verzoek van het hof in de tussenbeslissing (ECLI:NL:TAHVD:2017:267) nader onderzoek ingesteld en van zijn bevindingen verslag gedaan bij het hof over de vraag waaraan het bedrag van € 200.000,- op de derdengeldenrekening van verweerder is gespendeerd. Eindbeslissing: Het hof stelt vast dat verweerder de conclusies van de deken op geen enkele wijze heeft weersproken. Het hof is van oordeel dat verweerder zich doelbewust aan de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen heeft proberen te onttrekken door zich van middelen te bedienen om de constateringen van de deken te verdoezelen. Door het overboeken van (forse) bedragen van de derdengeldrekening naar de kantoorrekening dan wel privérekeningen van verweerder en zijn kantoorgenoot, waarvoor geen deugdelijke onderbouwing is gegeven, heeft verweerder zijn eigen financiële (privé en kantoor)belang voorop gesteld en niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerder heeft door het overtreden van belangrijke regels in ernstige mate gehandeld in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid. Schrapping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:151 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170002

    Klacht over advocaat wederpartij. Advocaat schendt kernwaarden deskundigheid, integriteit en onafhankelijkheid door namens zijn cliënt kansloze/nutteloze procedures te starten tegen klagers in privé. Voorts heeft hij het (dreigen met het) doen van strafrechtelijke aangifte als pressiemiddel gebruikt. Tevens is hij verantwoordelijk voor grievend taalgebruik door één van zijn juridisch medewerkers. De slotconclusie is dat verweerder een structurele kruistocht jegens klagers voert. Schorsing drie maanden vanaf moment dat verweerder zou worden toegelaten tot het tableau. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:152 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180002

    Eindbeslissing. Klacht advocaat wederpartij. Het hof acht - alles afwegende - het, gelet op de discrepantie tussen de deskundigenrapporten in de letselschadezaak en het grote financiële belang van de cliënte van verweerster (schadeverzekeraar), in de onderhavige zaak niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster haar cliënte niet heeft weerhouden een observatieonderzoek naar klagers door een privaat onderzoeksbureau te laten uitvoeren teneinde te bezien of daarmee de conclusies van een deskundige konden worden versterkt, hoezeer daarmee ook een ernstige inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van klagers. Dat de rechtbank in een later vonnis, nadat verweerster de betreffende conclusie al had genomen, het observatierapport heeft bestempeld als onrechtmatig verkregen bewijs doet aan het voorgaande niets af. Verder acht het hof het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster onder verwijzing naar de deskundigenrapporten een beroep heeft gedaan op wetsartikelen en daarbij wettelijke termen, zoals ‘opzettelijke misleiding’, heeft gehanteerd. Bekrachtiging. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180050

    Klacht over eigen advocaat. Het doorlopen van een interne klachtenprocedure van het kantoor van de advocaat in kwestie is geen vormvereiste voor de toegang tot de onderhavige tuchtprocedure. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de inboedellijst niet bij de rechtbank in te dienen. In het licht van de kernwaarde deskundigheid (zie art. 10a lid 1 sub c Advocatenwet) lag het op de weg van verweerder om navraag te doen bij zijn cliënt als hij een document, dat in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt nodig is voor het voeren van de procedure, niet (tijdig) heeft ontvangen van zijn cliënt. Voorts acht het hof niet geloofwaardig dat verweerder een klachtbrief van klager niet heeft ontvangen. Het is tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder niet heeft gereageerd op de klachtbrieven van klager. Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 180060

    Klacht advocaat wederpartij. Het hof is van oordeel dat de inhoud van de mails tussen verweerster en de advocaat van klager geen blijk geeft van chantage door verweerster, maar eerder van een op zich zelf verstandige poging confraterneel aan te sturen op de-escalatie van het conflict. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht dat verweerster het dagboek van klager heeft ingebracht in de procedure bij het gerechtshof in 2012, omdat de termijn van drie jaren als bedoeld in art. 46g lid 1 sub a Aw was verstreken. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in zijn klacht over de verstrekking van zijn dagboek door verweerster aan een onderzoeksbureau. Het hof verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Al zou verweerster het dagboek ter beschikking van het onderzoeksbureau hebben gesteld, dan is dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit onderzoeksbureau is in opdracht van de cliënte van verweerster gevraagd een deskundig en objectief onderzoek in te stellen naar de informatie die de cliënte van verweerster over klager heeft. De deskundige heeft de relevantie van het aangeboden materiaal beoordeeld en verwerkt in het uiteindelijke rapport dat voor de cliënte van verweerster van belang kon zijn in het kader van het geschil dat aan de rechter is voorgelegd. Dit past binnen de ruime mate van vrijheid van een advocaat om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Klacht deels niet-ontvankelijk. Voor zover ontvankelijk verklaard, is de klacht ongegrond. Deels bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:154 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180201

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klaagster door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.