Zoekresultaten 20261-20270 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 111/2018

    Klacht tegen huisarts. Het college is van oordeel dat verweerster zorgvuldig heeft gehandeld door bij zichzelf na te gaan of zij zichzelf bekwaam en bevoegd achtte om het middel PrEp voor te schrijven. Naar het oordeel van het college is het alleszins te billijken dat verweerster de beslissing heeft genomen om niet zelf deze medicatie voor te schrijven. Zij heeft klager verwezen naar andere zorgverleners deskundig op dit gebied. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 112/2018

    Klacht tegen huisarts. Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder is slechts betrokken bij de klacht in het kader van collegiaal overleg en kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de beslissing van een collega. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:235 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-691 17-692

    Voorzittersbeslissing: klacht van klagers (bestuurders van gefailleerde onderneming) over het optreden van de faillissementscurator (verweerder sub 1) en de advocaat van verweerder sub 1 (verweerder sub 2). Naar het oordeel van de voorzitter hebben verweerders een vrijheid om een schikking te beproeven en hebben zich daarbij redelijk opgesteld jegens klagers. Niet is gebleken dat verweerders misbruik hebben gemaakt van hun positie als respectievelijk curator en advocaat. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:224 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.018

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is werkzaam als trambestuurder. Na een ziekmelding is hij gezien door de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft ingezet op situationele arbeidsongeschiktheid. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij A) heeft verzuimd advies in te winnen en medische informatie op te vragen bij de behandelend specialist, B) dat hij het verhaal van klager niet serieus heeft genomen en de door klager meegebrachte foto’s niet heeft bestudeerd, C) dat hij pas op 8 juni 2016 beperkingen heeft vastgesteld en heeft geweigerd de beperkingen met terugwerkende kracht per 26 mei 2016 te noteren, D) dat hij de werkgever van klager volgt en daarom geen urenbeperking heeft opgelegd ten aanzien van aangepaste werkzaamheden, E) dat hij het deskundigenoordeel van het UWV gebruikt om zijn standpunt en het standpunt van werkgever te rechtvaardigen ondanks dat de werkgever verkeerde, niet bestaande, stukken in het geding heeft gebracht bij het UWV, F) dat klager door het handelen van verweerder in conflict is geraakt met zijn werkgever en G) dat hij klager niet heeft verwezen naar de bedrijfspsycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-044

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Het zou beter zijn geweest indien de ontvangst van de faxen was bevestigd aan (de gemachtigde van) klager en zij/hij was geïnformeerd over de wijze van verdere behandeling van deze faxen. Dit levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:218 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.052

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door haar huisarts doorverwezen naar verweerder in verband met dubbelzien en geheugenstoornissen. Verweerder heeft als diagnose gesteld het syndroom van Balint op basis van een degeneratieve aandoening. Klaagster verwijt verweerder dat hij bewust een verkeerde diagnose heeft gesteld en doorverwijzing heeft geweigerd. Ook verwijt klaagster verweerder onwaarheden aan de huisarts te hebben verteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.497

    Klacht van de inspectie tegen arts. Verweerster is basisarts en niet in het register ingeschreven als huisarts. De klacht van de inspectie houdt in dat verweerster zich begeeft op het terrein van de huisartsgeneeskundige zorg terwijl zij niet als zodanig geregistreerd staat, en voorts dat zij – kort gezegd – niet bekwaam is die huisartsgeneeskundige zorg te verlenen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard, de inschrijving van verweerster in het BIG-register doorgehaald, als voorlopige voorziening een schorsing van die inschrijving opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts. Nu het Centraal Tuchtcollege er ambtshalve van op de hoogte is dat de inschrijving van verweerster in het BIG-register reeds is doorgehaald omdat zij niet heeft voldaan aan de eisen voor herregistratie acht het Centraal Tuchtcollege de maatregel van een ontzegging van het recht tot herinschrijving in dat register aangewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:225 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.070

    Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij buiten zijn medeweten de batchnummers van zijn medicijnen heeft omgewisseld, waardoor klager de verkeerde medicijnen heeft gekregen en daardoor bijwerkingen in de mond, lever en nieren heeft ervaren. Ook verwijt klager de huisarts dat zij niet heeft gereageerd op brieven van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:20 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6194

    Klager is niet-ontvankelijk in zijn verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad nu hij het verzetschrift niet zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.059

    Klaagster kent een uitgebreide medische voorgeschiedenis met trombo-embolische incidenten, als gevolg waarvan haar rechterarm verlamd is geraakt. Vanwege een verstopping van de slagader naar haar linkerarm is voorgesteld klaagster te dotteren en een stent in de armslagader links te plaatsen. Deze ingreep is door een collega-radioloog met klaagster besproken. Een week nadien heeft de aangeklaagde radioloog de ingreep uitgevoerd. Tijdens de time-out voorafgaand aan de ingreep heeft klaagster tegen verweerder gezegd dat zij een benadering via de lies wilde en niet via de linker pols, omdat haar linker arm haar enige goede arm was. Daarop heeft de radioloog uitgelegd waarom volgens hem benadering via de pols beter en veiliger was dan via de lies. De radioloog heeft de ingreep verricht via de pols. Klaagster verwijt de radioloog: 1. dat hij zonder informed consent en tegen de uitdrukkelijke wil van klaagster, hetgeen was voorbesproken, de stent via de linkerpols heeft geplaatst; 2. dat de radioloog een beroepsfout heeft gemaakt; 3.dat de behandeling onjuist is geweest en/of er onjuiste c.q. onvoldoende informatie over de behandeling is verstrekt; en 4 dat er zeer ernstige complicaties zijn opgetreden, waarvan klaagster het risico niet had geaccepteerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster ontvankelijk in de klacht en overweegt dat hoewel het beter was geweest als de radioloog na zijn uitleg pas aan de ingreep was begonnen na uitdrukkelijke instemming van klaagster, het College het niet verwijtbaar acht dat hij in de gegeven omstandigheden is afgegaan op stilzwijgende instemming, bestaande uit de medewerking na de uitleg. Klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege geeft aan dat het informed consent al bij de voorbespreking met de collega radioloog tot stand is gekomen en verwerpt het beroep van klaagster.