Zoekresultaten 20261-20270 van de 47613 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-014/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder in strijd met artikel 21 Rv of Gedragsregel 30 heeft gehandeld door bewust onjuiste informatie te presenteren of informatie achter te houden. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180094a

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-013/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder in strijd met artikel 21 Rv of Gedragsregel 30 heeft gehandeld door bewust onjuiste informatie te presenteren of informatie achter te houden. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180094b

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180051

    Art. 5 beklag. Het hof vindt het thans veel te vroeg om klager de gelegenheid te geven terug te keren in de balie. Klager zal daartoe de raad van de orde een gedetailleerd en onderbouwd praktijkplan moeten overleggen en, alvorens een verzoek tot inschrijving als advocaat te doen, eerst met de raad van de orde dan wel de deken moeten overleggen welke elementen er wellicht aan dat plan ontbreken en daaraan toegevoegd moeten worden. Klager doet er verstandig aan om pas een hernieuwd verzoek tot inschrijving als advocaat te doen, nadat hij van de raad van de orde het signaal heeft gekregen dat hij aan alle voorwaarden voldoet om het groene licht te krijgen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-002

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De lezingen van partijen over het verloop van de behandeling en de inhoud van het gesprek tijdens de twee consulten lopen uiteen, zodat niet kan worden vastgesteld dat de fysiotherapeut klager twee stompen heeft gegeven en zich onterecht heeft bemoeid met het medicatiegebruik van klager. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/132F

    Klager is onder behandeling geweest bij de fysiopraktijk van verweerder voor revalidatie na een ruptuur aan zijn achillespees. Tijdens een oefening had hij een re-ruptuur en moest hij naar het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zich onbetamelijk heeft gedragen door geen inhoudelijk gesprek aan te gaan, en te bedreigen met geweld. Tevens verwijt hij hem het schenden van zijn beroepsgeheim. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180045D

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van het onvoorwaardelijk deel van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd , nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/156F

    Klager is onder behandeling geweest bij de fysiopraktijk van verweerder voor revalidatie na een ruptuur aan zijn achillespees. Tijdens een oefening had hij een re-ruptuur en moest hij naar het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zich onbetamelijk heeft gedragen door geen inhoudelijk gesprek aan te gaan, en te bedreigen met geweld. Tevens verwijt hij hem het schenden van zijn beroepsgeheim. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180017

    Klacht tegen voormalig deken. Verweerder heeft erkend dat hij - bij wijze van kwinkslag - tegen klager heeft gezegd dat klager zijn geld beter op de kermis zou kunnen besteden dan aan het griffierecht. Hoewel het hof dit een onhandige opmerking vindt, is de opmerking niet zo ongepast dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook overigens is de klacht ongegrond. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.