Zoekresultaten 20261-20270 van de 47232 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2018/01
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:46
Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog. In opdracht van het OM heeft verweerder getracht klager, destijds verdachte in een strafzaak, psychologisch te onderzoeken. Het lukte verweerder niet om contact met klager te krijgen om hem te kunnen onderzoeken, waarop hij besloot een ‘weigerrapportage’ op te stellen. Deze weigerrapportage bevat samenvattingen van de beschikbare gerechtelijke stukken en een uitleg van de stappen die verweerder heeft ondernomen om met klager contact te krijgen. Klager is van mening dat verweerder onvoldoende heeft gedaan om met hem in contact te komen en daardoor niet een weigerrapportage mocht opstellen. Ook zou de rapportage allerlei onjuistheden en gekleurde opvattingen over klager bevatten. Het college is met klager van oordeel dat uit verweerders rapportage onvoldoende blijkt dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om contact met klager te krijgen. Nu dit ook niet op ander wijze blijkt, is niet gebleken dat verweerder heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting om met klager af te spreken. Dit gedeelte van de klacht is gegrond. De rapportage bevat echter geen oordelen en/of uitspraken van verweerder, maar samenvattingen van gerechtelijke stukken. Dit gedeelte van de klacht is ongegrond. Conclusie: klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.041
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:194
De zoon van klagers is bij De Waag polikliniek voor gespecialiseerde forensische zorg in behandeling geweest. De psychiater is, op verzoek van de hoofdbehandelaar van de zoon van klagers, in de periode van 22 november 2016 tot en met 24 januari 2017 bij de behandeling betrokken geweest. Klagers verwijten de psychiater, voor zover hier van belang, dat: - zij de bij hun zoon bestaande problematiek verkeerd heeft benaderd, hetgeen een negatieve uitwerking heeft gehad op de relatie met klagers; - het gevolg van haar handelen was dat hun zoon niet meer gemotiveerd was om aan zichzelf te werken; - zij de voorinformatie van klagers over hun zoon niet serieus heeft genomen; - zij een diagnose naar hun zoon heeft gecommuniceerd die op geen enkele tekst gebaseerd was en - zij slecht heeft gecommuniceerd met hen en hun zoon. Het Regionaal Tuchtcollege heeft voornoemde klachtonderdelen gegrond verklaard, aan de psychiater de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater op basis van het dossieronderzoek in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat er in het verleden onvoldoende aanwijzingen waren voor de diagnoses PDD-NOS en ADHD , voorts dat de psychiater niet tuchtrechtelijk kan worden verweten dat zij deze conclusie aan de zoon van klagers heeft meegedeeld en dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater in de wijze waarop zij met de zoon van klagers en klagers zelf heeft gecommuniceerd buiten de grenzen van een redelijke beroepsuitoefening is getreden. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt vernietigd, voor zover deze aan het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is onderworpen. De klachtonderdelen worden alsnog ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.478
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:200
Klager verwijt verweerster: a. dat het personeel onkundig en onbeschoft is, met het gevolg dat stelselmatig verkeerde medicatie wordt geleverd, of in de verkeerde dosering of helemaal niet wordt geleverd; b. dat de afspraak dat de medicijnen in één keer worden bezorgd niet wordt nageleefd. De medicijnen worden regelmatig in etappes en bij de buren afgeleverd. Van de 20 leveringen is het zeker 17 keer fout gegaan; c. dat de hiervoor genoemde zaken fout blijven gaan, ondanks de omstandigheid dat klager al meerdere jaren klaagt over deze klachten; d. dat bij klachten regelmatig wordt verwezen naar anderen, zoals de huisarts; e. dat klager moest bijbetalen voor een zalf die volgens zijn verzekering gewoon vergoed zou worden; f. dat onnodige discussies ontstaan bijvoorbeeld over spuitjes en ampullen en dat daarbij verkeerde informatie wordt gegeven over de houdbaarheid; g. dat in het systeem ten onrechte was ingevoerd dat klager ergens “ja” op had gezegd, terwijl dit “nee” moest zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/477
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:75
Klager dient een klacht in tegen verweerster (huisarts) vanwege het geven van valse informatie, het niet houden aan haar beroepsgeheim en dat zij de oorzaak is van zijn vrijheidsberoving. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-004
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:96
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De aan verweerster verweten gedragingen ten tijde van het separeren van klager, komen niet vast te staan. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige zich vijandig, denigrerend of kwetsend heeft gedragen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.069
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:195
Klacht tegen chirurg. Klaagster heeft zich met een polsfractuur gemeld bij de SEH van het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. Er volgde een repositie. Drie dagen daarna is klaagster teruggekomen op de gipspoli in verband met pijnklachten. Er volgen twee röntgencontroles met een tussenpauze van een week. De chirurg beoordeelt de conservatief gekozen behandeling – gipsmobilisatie – als juist. Nadien is bij een andere kliniek de diagnose ‘malunion distale radius links met ontregeling ernstig CTS links’ gesteld en is klaagster geopereerd. Het Regionaal Tuchtcollege verwerpt de klacht van klaagster inhoudende 1) dat de chirurg niet adequaat heeft geluisterd, 2) dat de chirurg onvoldoende heeft gehandeld nadat klaagster meerdere malen heeft aangegeven dat zij pijnklachten had sen 3) dat de chirurg klaagster niet heeft doorgestuurd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.530
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:201
Uit hetgeen vermeld op de patiëntenkaart blijkt dat de tandarts niet de verrichtingen heeft toegepast waarop de gedeclareerde code het oog heeft. Hieruit volgt naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat de tandarts een onjuiste code heeft gedeclareerd, hetgeen tuchtrechtelijk verwijtbaar is omdat de tandarts hiermee niet de zorgvuldigheid en nauwgezetheid heeft betracht die van hem verwacht mocht worden. Deze gedraging is naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege zodanig ernstig dat de maatregel van berisping passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.049
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:189
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168a
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:97
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft juist gehandeld door het medicatievoorschrift te controleren nadat bekend werd dat klaagster teveel medicatie had gekregen. Het was niet aan de arts om onderzoek te doen naar de uitvoering van het medicatievoorschrift en zij heeft door onder andere de directeur in te lichten voldoende actie ondernomen. Niet aannemelijk geworden dat de pijnklachten van klaagster het gevolg zijn geweest van de hervatting van het medicatieschema. Ook niet vat komen te staan dat de communicatie ondermaats is geweest, verweerster is steeds met klaagster in contact gebleven. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168b
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:98
Ongegronde klacht tegen een arts. Met de arts is het College van oordeel dat in de gegeven omstandigheden de afwijzing van het verzoek van klaagster om bij haar te kijken niet in strijd was met de zorgplicht. De arts kende klaagster goed, was op de hoogte van haar klachten en pijn en wist dat er afspraken waren gemaakt over ruime pijnmedicatie en zij had geen concrete alarmsignalen gekregen dat sprake was van een afwijkende situatie. Onder deze omstandigheden behoefde zij klaagster niet te bezoeken. Dit geldt temeer indien dat verzoek niet is gedaan of alleen betrekking had op het voorval. Klacht afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2026
- Pagina: 2027
- Pagina: 2028
- ...
- Pagina: 4724
- Volgende pagina zoekresultaten