Zoekresultaten 20261-20270 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-54

    De klacht bestaat uit de volgende onderdelen: 1. aan klagers is elk het volledig tarief voor kadastraal recht van inschrijving royementsakte in rekening gebracht, terwijl in de betreffende royementsakte royementen van meerdere cliënten worden opgenomen en de notaris feitelijk slechts éénmaal het kadastraal recht aan het Kadaster betaalt. Hierdoor zijn er structureel onjuiste facturen opgemaakt c.q. ten onrechte niet gecorrigeerd ; 2. het hogere (niet KIK-tarief) in rekening brengen bij cliënten als onbelast kadastraal recht, terwijl de akte feitelijk voor het lagere KIK-tarief wordt ingeschreven bij het Kadaster en weigeren om desgevraagd (voorafgaand aan het passeren) het KIK-tarief toe te passen en vervolgens bij passeren verstrekken van feitelijk onjuiste informatie (“Wij werken niet met KIK”) ; 3. kopers aantrekken met een laag tarief voor honorarium voor levering/hypotheek, terwijl aan de verkoper een hoog tarief wordt opgelegd nadat de notariskeuze is gemaakt door de koper ; 4. het weigeren om in te gaan op een verzoek voorafgaand aan het passeren om een meer passend honorarium voor royement te hanteren; 5. het rekenen van een te hoog bedrag aan kadastrale recherchekosten (meer dan alle andere notariskantoren); 6. het weigeren – na daartoe te zijn verzocht – om zelf actie te ondernemen om alle cliënten die op basis van bovenstaande teveel hebben betaald actief restitutie te verlenen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:174 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-463/DB/OB

    Voor zover klager de correspondentie van de advocaat van de wederpartij niet heeft ontvangen, komt dit, nu klager zich voor die advocaat onvindbaar heeft gehouden, voor risico van klager. De raad houdt het er daarom voor dat klager in 2012 op de hoogte was, althans op de hoogte had kunnen zijn, van de gedragingen van verweerster waarop de klachtonderdelen 1 en 2 betrekking hebben. Klachtonderdelen 1 en 2 ingediend drie jaar na het verstrijken van de in art 46 g lid 1 sub a Advocatenwet bedoelde termijn. Het staat een advocaat vrij om in overleg met zijn/haar cliënte te bepalen op welke wijze en op welk moment de betekening van een verstekvonnis plaatsvindt. Dat tot juli 2017 is gewacht met de betekening van een verstekvonnis dd. 4 april 2012 vloeit bovendien voort uit het feit dat klager zich onvindbaar heeft gehouden voor (de cliënte van) die advocaat. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:241 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1047

    De raad is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verweerder klaagster niet naar behoren heeft bijgestaan bij de afwikkeling van de laatste geschilpunten met betrekking tot haar echtscheiding. Verweerder heeft van meet af aan aan klaagster voldoende duidelijk gemaakt dat en waarom hij een kort geding tegen haar man in haar belang, namelijk een snelle echtscheiding, niet als strategisch middel wilde inzetten. Klaagster, met juridische achtergrond, heeft dat kunnen begrijpen en met de voorgestelde strategie ook schriftelijk ingestemd. Tegen deze achtergrond heeft de raad geoordeeld dat niet is gebleken of vast is komen te staan dat verweerder onvoldoende kennis van het recht heeft, dat hij klaagster onjuist of onvoldoende heeft geadviseerd of dat hij anderszins klaagster niet naar behoren heeft bijgestaan. Verweerder heeft echter naar het oordeel van de raad niet zorgvuldig jegens klaagster gehandeld en voorts het vertrouwen in de advocatuur geschaad door in strijd met haar expliciete schriftelijke instructies om geen nader uitstel aan de wederpartij te verlenen dat toch en buiten medeweten van klaagster te verlenen. Geen sprake van een rechtvaardigingsgrond voor deze tuchtrechtelijk ontoelaatbare handelwijze. Voorts wordt verweerder verweten dat hij pas aan klaagster heeft toegegeven dat hij in strijd met haar instructies toch uitstel aan de wederpartij heeft verleend, nadat klaagster hem daar zelf per e-mail van 3 januari 2017 op heeft gewezen na haar contact met de rechtbank. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:175 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-127/DB/ZWB

    Verzettermijn gaat in de dag na de dag waarop deze door de raad is verzonden. Verzet niet binnen 30 dagen ingediend. Geen verschoonbare reden. Verzet niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1013

    Klager verwijt verweerder dat hij in twee strafzaken is tekortgeschoten bij behartiging van zijn belangen, te weten in de strafzaak in 2011/2012 als ook in de strafzaak in 2015. De raad oordeelt klager ex artikel 46g lid 1 sub a Aw niet-ontvankelijk ten aanzien van de eerste strafzaak wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Naar het oordeel van de raad kan niet worden vastgesteld dat verweerder de tweede strafzaak onjuist heeft aangepakt of daarin klager niet naar behoren heeft geadviseerd. Klager heeft ervoor gekozen om na afstemming met verweerder zijn hoger beroep alsnog in te trekken. Naar het oordeel van de raad was op voorhand niet uit te sluiten dat bij een ongewijzigde proceshouding en een enkele spijtbetuiging sprake was van een risico op een hogere straf voor klager terwijl bij een gewijzigde proceshouding weliswaar de persoonlijke omstandigheden meegenomen zouden kunnen worden maar dat het ook zou inhouden meewerken aan een eventueel multidisciplinair onderzoek. Dat weigerde klager. Naar het oordeel van de raad kan in het midden blijven of verweerder in de gegeven omstandigheden verplicht was om pro-actief met klager de verblijfsrechtelijke gevolgen van zijn proceshouding te bespreken. Gelet op de ondergrens van een strafmaat van veertien maanden met verblijfsrechtelijke gevolgen en de reeds aan klager opgelegde straf van zes jaar was sprake van een zover verwijderd verband daartussen dat verweerder dit niet met klager behoefde te bespreken en vast te leggen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-083

    Ontvankelijkheid. Verzoek om medisch dossier door zoon van overleden patiënt terecht geweigerd door huisarts.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/98

    Klaagster wenst een kinkhoestvaccinatie in verband met haar zwangerschap. Het gebruikelijke vaccin is niet beschikbaar en klaagster krijgt, zonder dat daar met haar over is gesproken, een alternatief vaccin toegediend. Dit vaccin is niet geregistreerd voor zwangere vrouwen en is bovendien in een hogere dosering toegediend dan gebruikelijk bij het reguliere vaccin. Verweerder had dit met klaagster moeten bespreken en had, ondanks de op dat moment aanwezige hectiek, geen toestemming aan zijn assistente mogen geven voor toediening van het alternatieve vaccin. Er was geen sprake van informed consent. Klachtonderdeel gegrond. Daarnaast heeft verweerder nagelaten te reageren op een e-mail van klaagster waarin zij haar ongenoegen en ongerustheid aan verweerder kenbaar heeft gemaakt. Het college acht dit onprofessioneel van verweerder, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Volgt een maatregel in de vorm van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:83 Accountantskamer Zwolle 18/350 Wtra AK

    Klacht over het niet betalen van een vergoeding hoewel betrokkene daartoe door het Hof is veroordeeld, en het niet inschakelen van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Gebleken is dat betrokkene inmiddels een betalingsregeling heeft getroffen. Ook heeft hij onweersproken gesteld dat hij een tegenvordering heeft op klager, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is. Betrokkene heeft zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering wel aangesproken zodat dit klachtonderdeel feitelijke grondslag mist en eveneens ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1899

    Klacht van vader betreffende weigering informatieverstrekking over (psychische gezondheid van) zijn kinderen tegen GZ-psycholoog ongegrond. De afwegingen daartoe zijn zorgvuldig en in overleg met ketenpartners gemaakt en hielden verband met de noodzaak de verblijfplaats van moeder en kinderen geheim te houden. Het door GZ-psycholoog opgestelde verzoek vervangende toestemming voor diagnose en behandeling van de kinderen is neutraal opgesteld en maakt geen melding van (de persoon van of verwijten aan) klager. ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:84 Accountantskamer Zwolle 18/790 Wtra AK

    Klachten over onderzoek naar de grondslag van uitlatingen klaagster in radioprogramma. Betrokkene heeft klaagster bij de start van het onderzoek geen van belang zijnde informatie over haar rol en de doelstelling van het onderzoek onthouden. Dat betrokkene als accountant dient te handelen in het algemeen belang staat er niet aan in de weg een onderzoek in te stellen naar de grondslag van uitlatingen van klaagster. Niet aannemelijk is gemaakt dat vragen die bij klaagster leefden en stukken die openbaar gemaakt moesten worden, licht konden werpen op die grondslag en daarom hoefden die vragen niet betrokken te worden in het onderzoek. Het niet beantwoorden van die vragen en het niet openbaar maken van die stukken doet dan ook geen afbreuk aan de waarheidsvinding met betrekking tot die grondslag. Het is voor een accountant niet verboden gegevens te verzamelen en aan te leveren ter onderbouwing van een partijstandpunt en daarmee het belang van die partij te dienen, mits de accountant zich daarbij houdt aan het fundamentele beginsel van objectiviteit dat wil zeggen zich bij zijn afwegingen niet ongepast laat beïnvloeden. Dat betrokkene dat niet heeft gedaan is niet aannemelijk gemaakt. Betrokkene heeft ook geen onjuiste indruk gewekt in het rapport over de betrokkenheid van klaagster bij de inhoud van het rapport.