Zoekresultaten 20261-20270 van de 47538 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2018/01

    Een klacht over de wijze van communiceren ten tijde van een tandartsbehandeling. Het college kan de feiten niet vaststellen nu de verklaringen partijen tegenover elkaar staan. Wel kan worden vastgesteld dat de communicatie stroef en met wederzijdse spanning is verlopen. De behandeling had beter gekund. Dit is echter onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. De klacht wordt in al haar onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-372/DB/LI

    Niet gebleken dat advocaat-cliënt relatie tot stand is gekomen. Vertrouwen in advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.539

    Klacht tegen anesthesioloog. Klager is door een neuroloog verwezen naar verweerster voor een wortelblokkadebehandeling. Bij deze ingreep loopt klager een dwarslaesie op. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft ingelicht over de risico’s van de wortelblokkadebehandeling, dat zij onvoldoende onderzoek heeft verricht voorafgaand aan de behandeling en dat zij na de wortelblokkadebehandeling niet heeft ingegrepen en op geen enkel moment contact heeft opgenomen met het ziekenhuis om te horen hoe het met klager ging. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de anesthesioloog uiterlijk tijdens het tweede contactmoment na de ingreep nader onderzoek had moeten verrichten, dat zij het verpleegkundig personeel, in deze ongebruikelijke situatie, niet toereikend heeft geïnstrueerd en heeft nagelaten het verloop en de contactmomenten in het dossier vast te leggen en verklaart daarmee het derde klachtonderdeel gegrond. A an de anesthesioloog wordt de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de beslissing wordt gelast. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart alleen het deel van de klacht gegrond dat betrekking heeft op het nalaten van het doen van onderzoek bij het tweede contactmoment en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:235 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.051

    Klacht tegen psychiater die als hoofdbehandelaar is opgetreden voor klaagster, die een veelvoud van psychiatrische aandoeningen heeft. De klacht is gedeeltelijk gegrond verklaard door het RTG met oplegging van de maatregel van waarschuwing. De psychiater komt tegen de gedeeltelijke gegrondverklaring en de maatregel in beroep. Concreet verwijt de klaagster de psychiater dat zij onvoldoende alert is geweest en heeft ingegrepen, toen de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) in de behandeling van de patiënte de professionele distantie niet meer in acht nam. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt, anders dat het RTG, dat de psychiater als hoofdbehandelaar voldoende heeft gestuurd, maar door het gebrek aan informatie door de SPV niet een compleet en correct beeld heeft gehad van de situatie. Dit is de SPV aan te rekenen – in een beslissing van het RTG is hem een berisping voor dit verwijt opgelegd - . De psychiater mocht onder de omstandigheden afgaan op de informatie die zij van de patiënte en de SPV kreeg. De gegrondverklaarde onderdelen worden alsnog ongegrond verklaard; de maatregel vervalt.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-014a(1)

    Klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen tegen de psychiater die betrekking hebben op zijn zoon (patiënt). De curator is – nu patiënt door de ondercuratelestelling in beginsel onbekwaam is om rechtshandelingen te verrichten – de geëigende persoon om namens patiënt klachten in te dienen, dan wel om patiënt toestemming te verlenen om dit zelf te doen. Klager is dus geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 onder a van de Wet BIG. Klager is voor het overige wel ontvankelijk omdat deze betrekking hebben op het handelen van de psychiater jegens klager zelf. Het is juist dat de psychiater het contact over de behandeling van patiënt via de curator heeft laten lopen. Klager deels niet-ontvankelijk, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:168 Raad van Discipline Amsterdam 18-102/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-014a(2)

    Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een psychiater. Voor de ontvankelijkheid is in ieder geval vereist dat de curator van klager – als zijn vertegenwoordiger – in rechte schriftelijk heeft ingestemd met het door klager indienen van onderhavige klacht. Voorts heeft klager geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan klager toch in zijn klacht zou moeten worden ontvangen. Niet gebleken dat klager wilsbekwaam is. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/11F

    Klager is onder behandeling geweest bij de fysiopraktijk waar verweerder werkt. Klager verwijt verweerder een slecht behandelplan, ondeskundige behandeling en een slechte communicatie. Tevens verwijt klager hem zeer onprofessioneel gedrag door informatie op Facebook te plaatsen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:169 Raad van Discipline Amsterdam 18-111/A/NH

    Gegrond verzet. De klacht heeft betrekking op kwaliteit van dienstverlening. De raad is, anders dan voorzitter, van oordeel dat klacht van klager in licht van toetsingskader niet kennelijk ongegrond is. Het verzet is derhalve gegrond. Nu verweerder niet ter zitting is verschenen en de raad het voor de beoordeling van de klacht van belang vindt dat hij bij de behandeling daarvan aanwezig is, zal een nieuwe datum worden bepaald voor de behandeling van de klacht van klager. De raad houdt iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/087F

    Klaagster is bij verweerder (fysiotherapeut) geweest voor behandelingen tegen pijn in haar nek. Na de tweede behandeling is klaagster in het ziekenhuis opgenomen met een scheur in haar slagader, die tot een beroerte heeft geleid. Klaagster verwijt verweerder het stellen van een verkeerde diagnose. Tevens verwijt ze verweerder een onjuiste behandeling en onprofessionele en ongeschikte medische zorg. Ongegrond.