Zoekresultaten 20271-20280 van de 46814 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.432
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:136
De aangeklaagde huisarts, heeft contact gehad met de coördinator van Lokaal Zorgnetwerk (bemoeizorg) in verband met signalen dat klaagster niet goed voor zichzelf kon zorgen, zichzelf verwaarloosde en psychotisch was. De huisarts heeft klaagster naar Bavo ACT doorverwezen. Klaagster verwijt de huisarts dat: 1. zij onvoldoende informatie heeft gegeven; 2. zij onterecht en zonder toestemming van klaagster informatie heeft gegeven aan een derde; en 3. dat er sprake is van geestelijke mishandeling van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.308
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:130
In het algemeen mag er in gevallen als de onderhavige aan de orde vanuit worden gegaan dat de curator de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. In het onderhavige geval is niet van dergelijke omstandigheden gebleken. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.382 c2017.383 c2017.392 c2017.393
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:124
Enkele dagen nadat klager en zijn (inmiddels) ex-vrouw hebben gehoord dat hun achttienjarige dochter terminaal ziek is en nog maar twee tot zes maanden zal leven escaleert de situatie binnen het gezin tussen klager en zijn (inmiddels) ex-vrouw. De ex-vrouw was in behandeling bij een instelling in verband met borderline persoonlijkheidsproblematiek en klager heeft de therapeute van de ex-vrouw gevraagd om hulp om de zaak te de-escaleren. Deze therapeute wilde klager verwijzen naar de huisarts voor een verwijsbrief. Toen klager daar niet mee instemde is de leidinggevende van de therapeute (de psycholoog/psychotherapeut waartegen de klachten zijn ingediend) erbij betrokken geraakt. Klager dient diverse klachten in over haar handelwijze. Zowel het Regionaal Tuchtcollege als het Centraal Tuchtcollege oordelen dat klager op grond van de eerste tuchtnorm ontvankelijk is in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psycholoog/psychotherapeut wellicht in eerste instantie als leidinggevende van de therapeute van de ex-vrouw van klager is ingeschakeld, maar dat zij in de daarop volgende handelingen was aan te merken als hulpverlener. Vervolgens wordt de klacht dat de psycholoog/psychotherapeut hulp heeft geweigerd gegrond verklaard. De psycholoog/psychotherapeut had in de gegeven omstandigheden moeten begrijpen dat klager hulp vroeg voor een crisis in het systeem en had bij de vervolgens geboden hulp niet kunnen volstaan met crisisinterventie die uitsluitend zag op een mogelijk veiligheidsrisico, zonder aandacht te hebben voor de vraag hoe in de eerstvolgende dagen verder gehandeld moest worden. Aan de psycholoog/psychotherapeut wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. Diverse andere klachten worden ongegrond verklaard, onder andere omdat de lezingen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen en niet kan worden vastgesteld welke van beide lezingen aannemelijk is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.435
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:137
Klacht tegen huisarts. Verweerder voert een huisartsenpraktijk samen met zijn echtgenote. Klager verwijt verweerder dat hij klager tot een kennismakingsgesprek en consulten heeft gedwongen om deze te kunnen declareren, dat hij weigert klager zijn noodzakelijke medicatie voor te schrijven, en dat hij niet bestaande testen verzint zoals de verplichte jaarlijkse bloedtest voor epileptici. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 090A en 096A/2016
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 16-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:101
Klacht Inspectie tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. Grenzeloze en potentieel gevaarlijke wijze van contact via WhatsApp met ernstig getraumatiseerde patiënte. WhatsApp-berichten hoeven niet integraal in het dossier te worden opgenomen. Ontzegging van het recht om in beide hoedanigheden op solistische wijze patiënten te behandelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.341
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:131
Klacht tegen gz-psycholoog die een Pro Justitia rapportage heeft uitgebracht. De klacht betreft de zorgvuldigheid van de rapportage. Aan klager is een TBS-maatregel opgelegd. Klager wenste niet mee te werken aan het onderzoek. Verweerder heeft in de rapportage daarover genoteerd dat er vanwege deze weigering geen psychodiagnostische conclusies mede vanuit forensische optiek geconcipieerd konden worden. De gz-psycholoog heeft genoteerd dat hij de rapportage met de persoon die belast is met de behandelrapportage, mede door afwezigheid van het Hoofd Behandeling van de TBS-kliniek, heeft doorgesproken en dat uit dit overleg kon worden opgemaakt dat er in grote lijnen overeenstemming was. Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij: a) in zijn rapport onvoldoende duidelijk heeft aangegeven welke stukken hij tot zijn beschikking heeft gehad en heeft geraadpleegd; b) blijkens de inhoud van zijn rapport klager gevraagd heeft naar vertrouwelijke informatie tussen klager en zijn advocaat; c) zijn bevindingen rondom klager uitsluitend overlegd heeft met de persoon verantwoordelijk was voor de behandelrapportage en niet met het Hoofd Behandeling van klager, hetgeen in de situatie dat klager niet wenste mee te werken aan het onderzoek onvoldoende was ter controle en beoordeling van zijn bevindingen; d) zonder dat klager aan psychologisch (test-)onderzoek heeft meegewerkt, uitsluitend op basis van dossierinformatie, tot een risicotaxatie van een hoog recidiverisico op (seksueel) gewelddadig gedrag en tot een advies tot continuering van de dwangverpleging voor de duur van twee jaren is gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond (a), zonder oplegging van maatregel. Het beroep van klager beperkt zich tot de klachtonderdelen c. en d. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie van de uitspraak .
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.406
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:125
Patiënte heeft de huisarts vanaf 2012 veelvuldig bezocht met psychische klachten en maagklachten. In mei 2016 is bij patiënte de diagnose gemetastaseerd ovarium carcinoom gesteld. Op 9 juni 2016 is patiënte overleden. Klaagster verwijt de huisarts, voor zover in beroep van belang, dat hij een te afwachtende houding heeft aangenomen, een verkeerde of te late diagnose heeft gesteld en dat hij patiënte onvoldoende snel heeft doorverwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de huisarts niet nalatig is geweest in de zorg die hij aan patiënte behoorde te verlenen. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-871/DB/ZWB
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:69
Verweerster heeft de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid overschreden door de geheimhoudingsclausule uit de mediationovereenkomst waaraan haar cliënte jegens klager was gebonden te schenden. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.467
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:138
Klacht tegen huisarts. Klager is zeven jaar lang patiënt geweest in de praktijk van verweerder (huisarts). Op enig moment heeft een arts van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verweerder benaderd met (medisch specialistische) vragen over klager in verband met zijn aanvraag bij het CIZ om huishoudelijke hulp. Verweerder heeft bij brief de vragen van het CIZ beantwoord en het CIZ geadviseerd de aanvraag van klager af te wijzen. Klager verwijt verweerder dat hij: 1) destijds onjuiste en grievende uitlatingen over klager heeft gedaan richting derden in reactie op een verzoek om informatie van en instantie inzake een aanvraag van klager om huishoudelijke ondersteuning. Door deze valse beschuldigingen en smadelijke uitlatingen is klager aangetast is zijn persoonlijke levenssfeer en integriteit. Door de conclusies van verweerder in zijn brief aan het CIZ zijn voorzieningen en faciliteiten op grond van sociale- en zekerheidswetgeving voor klager gefrustreerd. Ter zitting heeft de gemachtigde van klager hier nog aan toegevoegd dat verweerder destijds bovendien had moeten weten dat zijn conclusie omtrent klager onjuist waren, nu drs. G. en prof. H. in hun rapportages heel anders over de gezondheidstoestand van klager verklaarden. Klager meent bovendien dat hem ten onrechte niet de kans is geboden zijn blokkeringsrecht uit te oefenen; en 2) hij opzettelijk door hem geschreven (smadelijke) documenten uit het medisch dossier van klager heeft verwijderd. Ter zitting heeft de gemachtigde van klager toegelicht dat klager met zijn verwijt doelt op de brieven die verweerder destijds aan het CIZ heeft geschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 (deels) gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel en klachtonderdeel 2 ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.217
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:119
De man die de dochter van klaagster heeft erkend, heeft bij de bedrijven, waarvan de zoon van de huisarts eigenaar is, een DNA-vaderschapstest gekocht en laten uitvoeren. De huisarts is als medisch adviseur aan die bedrijven verbonden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij in het kader van de DNA-vaderschapstest op alle fronten in gebreke is gebleven. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het handelen van de huisarts niet kan worden getoetst aan de in artikel 47 lid 1 WET BIG vastgelegde tuchtnormen. Tussen de huisarts en klaagster was geen sprake van een directe zorgrelatie en het handelen van de arts heeft niet het belang van een goede uitoefening de individuele gezondheidszorg geraakt. De beslissing, waarvan beroep, wordt vernietigd en klaagster wordt alsnog in haar klacht niet-ontvankelijk verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2027
- Pagina: 2028
- Pagina: 2029
- ...
- Pagina: 4682
- Volgende pagina zoekresultaten