Zoekresultaten 20271-20280 van de 46750 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/190

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster is de zuster van een inmiddels overleden patiënt. Patiënt werd in juni 2017 opgenomen nadat hij thuis gevallen was. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat hij terminaal ziek was. Klaagster verwijt verweerder 1) dat hij patiënt geen pijnmedicatie heeft gegeven, waardoor hij onnodig pijn heeft geleden; 2) dat hij lomp met patiënt is omgegaan; 3) dat hij patiënt met een zuurstofgebrek in zijn bloed naar huis heeft laten gaan; 4) dat hij geen antwoord gaf op vragen van klaagster en om alles heen draaide en 5) patiënt niet eerder naar huis liet gaan, terwijl toch al duidelijk was dat hij niet lang meer te leven had. Het college volgt klaagster niet in haar verwijten. Patiënt kreeg indien nodig pijnmedicatie en niet gebleken is dat verweerder lomp met patiënt omgegaan is en/of geen medeleven heeft getoond. Voorts heeft verweerder patiënt wel degelijk zuurstof meegegeven toen hij naar huis ging. Daarnaast geldt dat niet gebleken is dat verweerder op bepaalde vragen geen antwoord heeft gegeven en/of dat hij om alles heen draaide. Ten slotte heeft verweerder goed onderbouwd dat het niet verantwoord was om patiënt naar huis te laten gaan zonder dat er eerst thuiszorg was geregeld. De klacht is ongegrond. Deze klacht hangt samen met procedure G2017/181.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 316/2017

    Een van de klachten tegen een kinderarts, neuroloog, KNO-arts en anesthesioloog betreffende de behandeling van een patiënte met het MEGDEL syndroom. Patiënte heeft een ingreep ondergaan wegens drooling. Patiënte is korte tijd later overleden. De klacht betreft de zorgvuldigheid en de informatie. De kinderarts had nader onderzoek moeten doen. Klacht tegen kinderarts gegrond, waarschuwing. De overige verweerders hebben niet onzorgvuldig gehandeld. Die klachten worden afgewezen. Opmerking college: Initiatief voor een gesprek meer actief aan de zijde van verweerders

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-240

    Ongegronde tegen een plastisch chirurg. Niet gebleken dat de operaties onzorgvuldig zijn uitgevoerd. Door de tweede operatie tot verdere vergroting is een meer symmetrisch resultaat bemoeilijkt, maar niet kan worden geconcludeerd dat hiermee een onaanvaardbaar risico op schade voor klaagster is genomen. Dat PA-onderzoek bij het aantreffen van vocht tijdens een operatie routinematig wordt verricht en dat de patiënt pas wordt geïnformeerd indien de uitslag daartoe aanleiding geeft, wordt niet onjuist geacht. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen g2017/181

    Klacht tegen arts, werkzaam als ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist) op de SEH-afdeling van een ziekenhuis. Klaagster is de zuster van een inmiddels overleden patiënt. Patiënt werd in juni 2017 opgenomen op de SEH-afdeling nadat hij thuis gevallen was. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat hij terminaal ziek was. Klaagster verwijt verweerster 1) dat zij patiënt niet meteen naar huis liet gaan maar eerst onderzoek bij hem wilde verrichten, ondanks dat klaagster had aangegeven dat haar broer dat niet wilde; 2) dat zij overal omheen draaide in de gesprekken met klaagster en 3) dat zij niet bij het bemiddelingsgesprek aanwezig was. Het college volgt klaagster niet in haar verwijten. Aanvullend onderzoek was geïndiceerd en het was niet verantwoord om patiënt naar huis te laten gaan zonder dat er eerst thuiszorg was geregeld. Voorts geldt dat het feit dat verweerster niet bij het bemiddelingsgesprek aanwezig was, haar – alles overziend – niet tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. De klacht is ongegrond. Deze klacht hangt samen met procedure G2017/190.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 171/2017

    Klacht tegen neuroloog ongegrond. De beslissing tot een punctie van het hersenabces ligt bij de neurochirurg. Dat de neurochirurg die niet wilde verrichten kan verweerder niet verweten worden. Onder de gegeven omstandigheden, deels in die situatie gebracht door de beslissing van de neurochirurg om geen punctie van het hersenabces te verrichten op dat moment heeft verweerder naar het oordeel van het college, mede gelet op de omvang en de ligging van de abcessen, tot het laten verrichten van een LP kunnen beslissen. Verweerder is niet verantwoordelijk dat een CT-scan zonder contrastvloeistof is verricht. Er is voldoende gestuurd op vervroeging van de aangevraagde MRI.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-293

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet gebleken dat de huisarts tot een onjuiste diagnose is gekomen op een wijze die in strijd is met de zorgvuldigheid die van een beroepsgenoot mag worden verwacht. Geen aanwijzingen dat een afwachtend beleid geen verdedigbare keuze was. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-263a

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De behandeling is stap voor stap opgebouwd door eerst pijnstilling voor te schrijven en later tijdig door te verwijzen. Zo nodig is de behandeling telkens aangepast. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-223

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het gebruik van Azitromycine bij de nierwaarde die klager op dat moment had, is overeenkomstig de richtlijnen. Geen onderbouwing van een oorzakelijk verband tussen inname van Azitromycine en de verslechtering van de nierfunctie. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 313/2017

    Een van de klachten tegen een kinderarts, neuroloog, KNO-arts en anesthesioloog betreffende de behandeling van een patiënte met het MEGDEL syndroom. Patiënte heeft een ingreep ondergaan wegens drooling. Patiënte is korte tijd later overleden. De klacht betreft de zorgvuldigheid en de informatie. De kinderarts had nader onderzoek moeten doen. Klacht tegen kinderarts gegrond, waarschuwing. De overige verweerders hebben niet onzorgvuldig gehandeld. Die klachten worden afgewezen. Opmerking college: Initiatief voor een gesprek meer actief aan de zijde van verweerders

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:105 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-690

    Essentie: Advocaat van de wederpartij van klager. Naar het oordeel van de raad mocht verweerster, gelet op de lange en ernstige voorgeschiedenis tussen partijen na hun scheiding, als partijdige belangenbehartiger haar cliënte adviseren zoals zij heeft gedaan over het staken van de zorgregeling. Niet is gesteld of gebleken dat overleg met klager toen nog tot de mogelijkheden behoorde of dat verweerster haar cliënte anders had kunnen en moeten adviseren, temeer daar haar cliënte zelf had aangegeven geen procedures meer te willen voeren en de spanningen voor haar en de kinderen teveel waren geworden. Vast staat dat de cliënte van verweerster na 19 december 2016 de zorgregeling daadwerkelijk heeft opgeschort totdat klager aan de gestelde voorwaarden had voldaan. Dat klager daardoor zijn kinderen een tijd heeft moeten missen en naar zijn zeggen onder druk de verklaring op 31 december 2016 op papier heeft gezet zoals was verzocht, kan verweerster niet tuchtrechtelijk worden verweten. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster bij de advisering aan haar cliënte in haar belang en dat van de kinderen gehandeld en bij de behartiging van die belangen niet onevenredig de belangen van klager geschaad, zonder dat daarmee een redelijk doel werd gediend. Klacht ongegrond.