Zoekresultaten 20251-20260 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:228 Raad van Discipline Amsterdam 18-557/A/A 18-556/A/A/D

    Klacht en dekenbezwaar. Naar het oordeel van de raad valt ook een indirect samenwerkingsverband als waarvan tussen de Zwitserse en de Nederlandse vestiging van het kantoor van verweerder sprake is onder de reikwijdte van artikel 5.3 Voda. Een advocaat mag in het algemeen niet optreden tegen een voormalige cliënt of een bestaande cliënt van hem of een kantoorgenoot van hem. De advocaat dient zich niet in een situatie te begeven dat hij in een belangenconflict met zijn cliënt geraakt, terwijl voorts de cliënt erop moet kunnen vertrouwen dat vertrouwelijke informatie niet tegen hem kan worden gebruikt. Dat geldt ook voor advocaten binnen hetzelfde samenwerkingsverband. Het behartigen van tegenstrijdige belangen is in beginsel niet toegestaan, ook niet binnen één kantoor of samenwerkingsverband. Verweerder heeft, gelet op hetgeen klagers naar voren hebben gebracht, niet aangetoond dat de aan hem toevertrouwde belangen niet dezelfde kwestie betreffen ten aanzien waarvan klaagster sub 1 werd bijgestaan door advocaat B, en daarmee ook geen verband hielden of houden en een daarop uitlopende ontwikkeling evenmin aannemelijk is. Schending van Gedragsregel 7 (Gedragsregels 1992) en Gedragsregel 15 (Gedragsregels 2018). Klacht en bezwaar gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling (éénmaal in beide zaken).

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 18/05 VB 18/06 VB 18/07 VB 18/08

    Hond. De zorg die de dierenartsen aan de hond hebben verleend is naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege niet tekort is geschoten, zodat de onzorgvuldigheid in de verslaglegging niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:235 Raad van Discipline Amsterdam 18-874/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen sprake van excessief declareren. Verweerder heeft klaagster voldoende gewezen op de gevolgen van het intrekken van het bezwaarschrift en klaagster voldoende voorgelicht omtrent de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-323/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder totaal geen inzet heeft getoond, noch dat klaagster door zijn toedoen geen stukken heeft ontvangen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:229 Raad van Discipline Amsterdam 18-413/A/A

    Zie ook 18-554/A/A/D. Verweerder is als advocaat opgetreden voor LW Holding B.V. en Dumapa Holding B.V. De heer W is directeur van deze vennootschappen. Klaagster sub 1 is de echtgenote van de heer W en tevens bestuurster van een stichting, klaagster sub 2. Klaagsters en verweerder zijn in geschil over de vraag of klaagsters zich borg hebben gesteld voor facturen van verweerder. Gelet op de bij verweerder aanwezige kennis over de volgens het handelsregister bevoegde vertegenwoordig(st)er van klaagster sub 2 en het kennelijk ontbreken van een uitdrukkelijke machtiging had het, indachtig Gedragsregel 23 lid 1 (Gedragsregels 1992), op de weg van verweerder gelegen om het gestelde akkoord van klaagster sub 1 op de door hem gestelde afspraak tot borgstelling schriftelijk vast te leggen. Dat verweerder dit heeft nagelaten valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij er, in het kader van de vordering van (het kantoor van) verweerder op klaagsters en ter onderbouwing van zijn standpunt dat de heer W, klaagster sub 1 en klaagster sub 2 vereenzelvigd kunnen worden, een reëel belang bij had het “proces-verbaal tot bewaring en toetsing rechtmatigheid” ter kennis van de rechtbank te brengen. Los van de vraag of het in het geding brengen van een stuk een uitlating van verweerder betreft en aldus onder de reikwijdte van Gedragsregel 31 (Gedragsregels 1992) valt, geldt dat in elk geval geen sprake is van een onnodig grievende uitlating. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken (één maatregel voor de onderhavige zaak en het heden gegrond verklaarde dekenbezwaar) en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 18/03

    Hond. Het Veterinair Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat het veterinair handelen van de dierenarts binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsbeoefening is gebleven. Klagers dienen, voor zover dit betrekking heeft op nieuwe klachten, niet‑ontvankelijk in hun beroep te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:223 Raad van Discipline Amsterdam 18-871/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Nergens blijkt uit dat verweerster de journalist van het Parool van stukken heeft voorzien of dat het artikel in het Parool in nauw overleg met verweerster tot stand is gekomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:319 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.541

    Klacht tegen huisarts werkzaam in een penitentiaire inrichting (PI). Klager verwijt de huisarts - zakelijk weergegeven - dat hij hem niet arbeidsongeschikt heeft verklaard. Klager heeft al 26 jaar een Wajong-uitkering, psychische problematiek en verslaving in zijn voorgeschiedenis en is eerder in een andere PI wel arbeidsongeschikt verklaard. Daarbij verwijt klager de huisarts dat hij door zijn toedoen te laat door een handenspecialist is gezien en dat klager niet is besproken tijdens het Psycho Medisch Overleg (PMO) in de PI. Het Regionaal Tuchtcollege stelt voorop dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid binnen detentie van een heel andere orde is dan de beoordeling van arbeidsongeschiktheid buiten detentie. De huisarts in een PI is in staat en ook bevoegd om te oordelen over de geschiktheid om arbeid in detentie te verrichten. De huisarts heeft klager op zorgvuldige wijze arbeidsgeschikt verklaard. Wat betreft de doorverwijzing naar een handenspecialist, is de vertraging niet aan de huisarts te wijten. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:236 Raad van Discipline Amsterdam 18-111/A/NH

    Kwaliteitsklacht over eigen advocaat ongegrond. Het was beter geweest als verweerder had onderzocht of er gronden waren voor een verweer tegen de hoogte van het door de benadeelde partijen gevorderde bedrag aan schadevergoeding in verband met daar al dan niet in opgenomen BTW. In de gegeven omstandigheden is het echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder dat niet heeft gedaan. De door verweerder aangevoerde verweren zijn voorts niet kennelijk onjuist.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:243 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-069

    Verweerster heeft op het verzoekschrift tot echtscheiding namens haar cliënte openbaar laten betekenen aan klager, die in die procedure echter niet is verschenen. Klager verwijt verweerster dat zij hem niet op de hoogte heeft gesteld van het verzoekschrift, waardoor hij is overvallen met de beslissing tot echtscheiding. Verweerster mocht naar het oordeel van de raad afgaan op de specifieke informatie van haar cliënte, en hoefde daar ook niet aan te twijfelen, dat klager ineens uit de echtelijke woning van haar cliënte was vertrokken zonder achterlating van adres- of contactgegevens. Daar komt bij dat verweerster jegens klager aan de wettelijke eisen heeft voldaan door de openbare betekening, zodat zij niet onnodig of onevenredig de belangen van klager heeft geschaad, zonder dat daarmee een redelijk doel was gediend. Dat klager achteraf door de echtscheidingsbeschikking is verrast, kan verweerster dan ook tuchtrechtelijk niet worden verweten. De raad heeft de klacht dan ook ongegrond verklaard.