Zoekresultaten 19831-19840 van de 47651 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:300 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.143
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:300
Klacht tegen een chirurg. Klager verwijt de chirurg dat hij zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte de PAC linkst heeft geplaatst in plaats van rechts. De chirurg heeft zich niet van tevoren op de hoogte gesteld van de toestand van de huid in het operatiegebied, is zijn onderzoeks- en informatieplicht niet nagekomen en heeft ook de geldende richtlijnen niet gevolgd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Wat betreft het verwijt dat de chirurg de PAC links heeft geplaatst zonder toestemming en tegen de expliciete wil van patiënte, komt het Centraal Tuchtcollege op grond van de stukken en hetgeen door partijen over en weer ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door uit het feit dat op verschillende plekken in het medisch dossier van patiënte het woord ‘rechts’ in hoofdletters is vermeld, niet af te leiden dat de plaatsing van de PAC alleen rechts en dus niets links mocht plaatsvinden. Ten aanzien van de inspectie door de chirurg van de toestand van de huid in het operatiegebied stelt het Centraal Tuchtcollege vast dat de chirurg voor aanvang van de operatie kennelijk niet heeft opgemerkt dat er in de status van patiënte was vermeld dat er sprake was van een klein wondje rechts op de borst. Dit had de chirurg wel moeten zijn opvallen en reden moeten zijn voor nader onderzoek van het te opereren gebied voor aanvang van de operatie. Het is algemeen gebruik en noodzakelijk dat een chirurg, ook als het pré-operatieve consult door een collega is gedaan, het operatiegebied inspecteert als de patiënt nog bij kennis is. De chirurg kan een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden van het feit dat hij dit niet heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij het verwijt dat de chirurg zich niet van te voren op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de huis in het operatiegebied, ongegrond is verklaard; en opnieuw rechtdoende: verklaart dit onderdeel van de klacht alsnog gegrond; legt dienaangaande de chirurg de maatregel van waarschuwing op en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/328
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:134
De klacht betreft de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte). De klacht houdt in dat de huisarts de klachten/serieuze signalen van patiënte genegeerd, gebagatelliseerd dan wel onzorgvuldig geïnterpreteerd heeft. De klacht betreft ook de onzorgvuldige dossiervoering door de huisarts. Patiënte is overleden aan gevolgen van hartinfarct. Gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:296 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.483
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:296
Klacht tegen cardioloog. Klaagster is gedurende bijna 20 jaar onder controle geweest bij verweerder vanwege HCM. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat hij in de periode van 2007 tot 2013 de geleidelijke progressie van haar HCM niet heeft (h)erkend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Het beroep van de cardioloog slaagt. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn voor de stelling dat er in de periode tussen 2007 en 2013 een geleidelijke progressie van de HCM zichtbaar was. Een feitelijke grondslag voor het verwijt dat klaagster de cardioloog maakt ontbreekt hiermee, zodat reeds hierom de klacht niet kan slagen. Voorts acht het Centraal Tuchtcollege de door de cardioloog verrichte onderzoeken adequaat en de keuze voor de medicatie in de aangegeven dosering begrijpelijk. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1875
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:84
De arts geeft aan het einde van de derde rapportage er blijk van dat zij niet is staat is om een medisch advies uit te brengen in het kader van de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart, terwijl zij wel een advies geeft door te stellen dat zij haar eerdere conclusie niet kan verwerpen. Daarmee voldoet haar rapportage niet aan de daaraan te stellen eis dat de rapportage op inzichtelijke en consistente wijze uiteenzet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De arts had er beter aan gedaan om de opdracht voor de derde keuring niet te aanvaarden. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:297 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.542
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:297
Klacht tegen verloskundige. Het dochtertje van klagers is zonder hartactie geboren en na reanimatie de volgende dag overleden. Klagers maken verweerster een aantal verwijten over haar handelen tijdens de bevalling. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat verweerster heeft nagelaten tijdig de gynaecoloog in te schakelen en legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op. Het beroep van klagers richt zich tegen de ongegrondverklaring van de overige klachtonderdelen, inhoudende onder meer – kort gezegd – dat verweerster onvoldoende vaardigheden had om de bevalling tot een goed einde te brengen en dat zij de ernst en de urgentie van de situatie onvoldoende aan de gynaecoloog en de anesthesioloog heeft overgebracht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:298 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.008
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:298
Klacht tegen verloskundige. Klaagster is in overleg met haar eerstelijns verloskundige voor een poliklinische bevallen zonder medische indicatie naar het ziekenhuis gegaan waar verweerster werkzaam was. Klaagster verwijt verweerster dat zij een episiotomie heeft gezet zonder medische noodzaak, zonder klaagster daarover te informeren en zonder dat er sprake was van informed consent. Ook verwijt klaagster verweerster dat zij niet genoeg betrokken is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het beroep van klaagster betreft alleen het punt van het informed consent en wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:299 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.080
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:299
De klacht van klaagster tegen een chirurg bestond uit zeven onderdelen, te weten 1. het niet overleggen van een schriftelijk en door klaagster ondertekend informed consent; 2. zonder deugdelijk vooronderzoek overgaan tot een anti-reflux operatie; 3. te vroeg overgaan tot die operatie; 4. het niet zelf doen van de (Davinci) robotoperatie; 5. onvoldoende nazorg leveren; 6. zich buiten zijn vakgebied jegens klaagster uitlaten over mogelijke medische problematiek en 7. het niet getuigen van een voldoende professionele houding in zijn reacties naar aanleiding van vragen van ARAG. Het RTC verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. In beroep komt het CTG tot een gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van het RTC. De klachtonderdelen 2 en 3 worden alsnog gegrond bevonden: door het ontbreken van een goede verslaglegging kan niet als vaststaand worden aangenomen dat de chirurg op goede gronden tot zijn diagnose en indicatiestelling is gekomen. Voorts was er in de gegeven omstandigheden van het geval, - te weten een complex klachtenbeeld met een psychosomatische component, grote stress (met name in de relationele sfeer) en overmatig alcoholgebruik, en het feit dat klaagster na het consult op 29 maart 2018 nog een telefonisch gesprek heeft gehad met de chirurg waarin zij haar ernstige twijfels uitsprak over het laten doorgaan van de operatie, terwijl ten slotte een acute medische noodzaak om te opereren ontbrak-, alle reden om de medische klachten nog eens nader te onderzoeken, althans een pas op de plaats te maken en klaagster meer bedenktijd te geven. Vanwege het tijdsverloop en het feit dat de chirurg niet eerder in aanraking is geweest met de tuchtrechter volstaat het CTG met de oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/210
- Datum publicatie: 15-11-2018
- Datum uitspraak: 15-11-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:133
Klagers dienen een klacht in als nabestaanden hun door suïcide overleden zoon/broer. Zij verwijten de psychiater het nalaten van het nemen van een maatregel om de veiligheid te waarborgen van hun zoon. Tevens verwijten ze de psychiater dat zij onvoldoende heeft gedaan om het door haar noodzakelijk geachte onderzoek spoediger te laten plaatsvinden. Daarbij voldoet het medisch dossier niet aan de eisen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-610/DB/LI
- Datum publicatie: 14-11-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:163
Klager heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat advocaat zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:237 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-663
- Datum publicatie: 14-11-2018
- Datum uitspraak: 14-11-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:237
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen voormalig eigen advocaat kennelijk niet-ontvankelijk nu deze is verjaard (nu de klacht ziet op een door verweerder in 1990 ingediend bezwaarschrift en het niet opvolgen).
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1983
- Pagina: 1984
- Pagina: 1985
- ...
- Pagina: 4766
- Volgende pagina zoekresultaten