We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 19811-19820 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-222/DH/RO

    Verzet gedeeltelijk gegrond. Verweerder is in zijn stellingname namens de man in procedures tegen klaagster onzorgvuldig geweest. Hij heeft een vermoeden van de man, waarnaar hij gelet op het verweer van klaagster onderzoek had moeten verrichten, gepresenteerd als een feit, hierbij bewoordingen kiezende die niet gerechtvaardigd werden door de hem door de man verstrekte informatie. Verweerder heeft daarmee de grens van de vrijheid die hem als advocaat van de wederpartij toekomt overschreden en een tuchtrechtelijke norm overschreden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1021/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-589/DH/RO

    Klacht van advocaat over de handelwijze waarop verweerders een zaak hebben willen overnemen, is ingetrokken. Klacht hangt samen met dekenbezwaar 18-122/DH/RO-a-b.Deken en klager zijn in gelegenheid gesteld standpunt in te nemen, waarbij de deken te kennen heeft gegeven dat hij voortzetting van de klacht wenst. Raad heeft de intrekking in raadkamer besproken en beslist dat behandeling van de klacht niet zal worden voortgezet. Redengevend is de samenhang met en de uitkomst van 18-122/DH/RO-a-b.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:217 Raad van Discipline Amsterdam 17-1005/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 222/2018

    Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Het college is van oordeel dat de onjuiste medicatiedosering niet tuchtrechtelijk te verwijten valt aan verweerder

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:218 Raad van Discipline Amsterdam 18-310/A/A 18-311/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij (verweerder sub 2) en advocaat in hoedanigheid van directeur van een trustkantoor (verweerder sub 1). Verweerder sub 1 is in de onderliggende kwestie naar buiten getreden als directeur van trustkantoor A, en ook – éénmaal - als advocaat. De raad stelt in zijn algemeenheid voorop dat het ongewenst kan zijn dat advocaten in meer hoedanigheden bij een zaak betrokken zijn, zoals in de onderhavige kwestie het geval was. Daarin schuilt immers het gevaar van schending van de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast kan het optreden van een advocaat met meer hoedanigheden een schijn van onvoldoende integriteit opleveren. In onderhavig geval kan aan het optreden van verweerder sub 1 in twee hoedanigheden evenwel niet de gevolgtrekking worden verbonden dat er sprake is van ongeoorloofde, verwarrende en schadelijke vermenging van de juridische en trustpraktijk van verweerder sub 1. Naar het oordeel van de raad heeft bij klaagster namelijk geen misverstand kunnen bestaan over de hoedanigheid waarin verweerder sub 1 optrad in enerzijds zijn e-mails, en anderzijds in de brief van 9 april 2015. Het enkele feit dat verweerder sub 1 in twee verschillende hoedanigheden is opgetreden levert naar het oordeel van de raad geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klaagster deels niet-ontvankelijk, klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 223/2018

    Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Het college is van oordeel dat de onjuiste medicatiedosering en -verstrekking niet tuchtrechtelijk te verwijten valt aan verweerder. Evenmin is aannemelijk geworden dat verweerder eerder in actie had moeten komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:219 Raad van Discipline Amsterdam 18-491/A/NH/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft in strijd met artikel 10a onder c en d Advocatenwet gehandeld door zich onnodig laatdunkend, gebiedend, niet-zakelijk en te grof uit te laten tegenover ketenpartners en zich niet te (kunnen) laten aanspreken op zijn houding en gedrag. Daarnaast beschikt verweerder niet over de vereiste kennis en vaardigheden op het gebied van het digitaal dossier. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:213 Raad van Discipline Amsterdam 18-480/A/A

    Ongegronde klacht over regel 7 lid 4 van de Gedragsregels 1992. Juist in een gevoelige zaak als deze kan van redelijke bezwaren aan de zijde van de (voormalige) cliënt eerder sprake zijn. In dit geval heeft verweerder, nadat de bezwaren van klager tegen zijn optreden in volle omvang bekend waren, de behandeling van de zaak neergelegd. Dat is voldoende tijdig.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:220 Raad van Discipline Amsterdam 18-808/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Klaagster heeft twee minderjarige kinderen bij twee verschillende vaders, een zoon en een dochter. Verweerster staat één van de vaders bij in een procedure tegen klaagster. De cliënt van verweerster is de vader van de zoon. De vader van de dochter wordt bijgestaan door mr. Z. Klaagster verwijt verweerster (kort gezegd) dat zij in de door haar tegen klaagster gevoerde procedure informatie heeft gebruikt die zij had verkregen via mr. Z. De voorzitter overweegt dat verweerster met het inbrengen van de e-mail van mr. Z aan verweerster van 20 maart 2018 en de daarbij behorende bijlagen het belang van haar cliënt heeft gediend. Dat de belangen van klaagster hierdoor onevenredig zijn geschaad is de voorzitter niet gebleken.