Zoekresultaten 19571-19580 van de 47910 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:161 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621321 / DW RK 16/1406
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:161
Beslissing op verzet. Klager heeft onvoldoende uiteengezet op welke manier de gerechtsdeurwaarder geen rekening zou hebben gehouden met de huwelijkse voorwaarden op grond waarvan hij gehuwd is. Niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder zijn onderzoeksplicht zou hebben geschonden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:174 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632215 / DW RK 17/707
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:174
Beslissing op verzet. De klacht gaat over de tenuitvoerlegging van een aan de gerechtsdeurwaarder ter hand gestelde executoriale titel. Enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen is daarbij niet gebleken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:155 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627275 / DW RK 17/413
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:155
Beslissing op verzet. Klager kan zijn eigen betalingsnalatigheid niet aan de gerechtsdeurwaarder tegenwerpen. Gelet op de aantoonbaar vele mogelijkheden die klager zijn geboden ter voorkoming van hoge executiekosten, heeft de gerechtsdeurwaarder zich coulant opgesteld en is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen niet gebleken. Van schending van artikel 6 EVRM is geen sprake. De voorzitter is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:168 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627572 / DW RK 17/432
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:168
Een beslag op het inkomen staat, in beginsel, het beslag op roerende zaken niet in de weg. Het staat de gerechtsdeurwaarder ook vrij om met klagers een betalingsregeling overeen te komen om klagers op deze manier de gelegenheid te bieden het beslag op roerende zaken te voorkomen. Uit de door klagers aangeleverde stukken is verder niet gebleken dat er sprake is geweest van dwang of oneigenlijke druk hieromtrent. Het niet afwachten van een schuldsaneringstraject door een gerechtsdeurwaarder is in het algemeen niet tuchtrechtelijk laakbaar. Anders dan klagers menen te hebben begrepen uit de aankondiging beslaglegging, heeft de gerechtsdeurwaarder klagers slechts gewezen op de mogelijkheid voor hem binnen te treden op grond van art 444 Rv. Het als zodanig opnemen in de aankondiging is niet tuchtrechtelijk laakbaar, ook al kan dit mogelijk dreigend over komen. De koelkast en wasmachine maken vooralsnog geen deel uit van de lijst van objecten waar op grond van artikelen 447 en 448 Rv beslagverbod op rust. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 156/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:14
klachten tegen cardio thoracaal chirurg. Verweerder is betrokken geweest bij de operaties van 18 mei 2015 (als supervisor) en 2 juli 2015 (als operateur). Hij was op die dagen de hoofdbehandelaar van klaagster. Voor de behandeling van klaagster op het terrein van de cardiologie, de intensive care en interne is verweerder niet verantwoordelijk te achten, dus ook niet voor het gevoerde antistollingsbeleid en de dossiervoering daaromtrent. Verweerder was verantwoordelijk voor de perioperatieve communicatie en de regie daarover. Op basis van de geraadpleegde gegevens kon verweerder ervan uitgaan dat klaagster voldoende was voorgelicht en informed consent voor de operatie had gegeven, al acht het college de gang van zaken ongelukkig. Het college hecht aan persoonlijk contact voorafgaand aan en na afloop van de operatie van een patiënt met de operateur en verweerder heeft daaraan in zoverre voldaan, al was hij niet de feitelijke operateur maar de supervisor. De klacht faalt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:3 Raad van Discipline Amsterdam 18-648/A/NH
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:3
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klager niet op de hoogte gehouden van belangrijke informatie, heeft niet gereageerd op e-mails en herhaalde verzoeken om contact van klager, en heeft zich niet gehouden aan de gemaakte afspraken. Voorwaardelijke schorsing van vier weken en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:181 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633461 / DW RK 17/783
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 30-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:181
De gerechtsdeurwaarder erkent dat hij in de periode waarin hij de incasso medio 2015 (als herincasso) weer heeft opgepakt, tot 4 augustus 2015, het moment waarop hij loonbeslag heeft gelegd, klaagster niet heeft gevraagd naar haar bronnen van inkomsten, omdat hij dit reeds gedaan heeft in 2008, 2011 en 2012, maar dat klaagster hierop niet of volstrekt onvoldoende heeft gereageerd. De kamer overweegt dat dit geen reden is om bij een nieuw voornemen tot het leggen van beslag niet naar de inkomstengegevens van klaagster te vragen, teneinde de juiste beslagvrije voet te kunnen berekenen. De gerechtsdeurwaarder had in de onderhavige situatie niet slechts af mogen gaan op de wettelijke norm. De gerechtsdeurwaarder is vervolgens niet tegemoetgekomen aan het verzoek van klaagster om de berekening van de aanvankelijke en de aangepaste beslagvrije voet inzichtelijk te maken. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster tevens geen uitleg gegeven met betrekking tot de berekening van de rente, niet inzichtelijk gemaakt hoe de rente is berekend en klaagster bovendien onjuist geïnformeerd met betrekking tot de hoogte van de rente die in het vonnis van 21 juni 1996 is toegewezen. Nadat klaagster de gerechtsdeurwaarder erop gewezen had dat in het vonnis staat dat de wettelijke rente berekend moet worden, heeft de gerechtsdeurwaarder per e-mail, zonder nadere uitleg of excuses, erkend dat een onjuist rentepercentage is gehanteerd en heeft in dezelfde e-mail opnieuw opgave gedaan van het (opnieuw berekende) verschuldigde rentebedrag. Tussen partijen staat vast dat ook dit bedrag onjuist is berekend. De gerechtsdeurwaarder heeft toegelicht dat het gecorrigeerde rentebedrag te hoog is berekend, veroorzaakt door een menselijke fout bij de correctie van de rente. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder met deze tweede misslag ernstig onzorgvuldig heeft gehandeld. Het verweer dat er is vertrouwd op de juistheid van de gegevens in het computersysteem gaat niet op. Klacht op deze onderdelen gegrond, klacht voor het overige ongegrond. Voor het gegronde deel van de klacht wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:162 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/613185 / DW RK 16/1009
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:162
Het kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten dat DUO de door klager rechtstreeks verrichte betalingen niet eerder heeft doorgegeven. Namens klager is weliswaar eerder meermalen aangegeven dat er rechtstreekse betalingen waren verricht, maar hierbij heeft klager steeds geweigerd nadere gegevens en de door hem genoemde brief van DUO van 24 oktober 2014 te overleggen. Het kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat hij geen contact met DUO heeft opgenomen ter zake de betreffende betalingen, nu klager onvoldoende aanknopingspunten bood om met vrucht navraag te doen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:175 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619625 / DW RK 16/1287
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:175
Volgens vaste jurisprudentie van de kamer wordt het in zijn algemeenheid niet onzorgvuldig geacht dat de gerechtsdeurwaarder een beeld schetst van de gevolgen van het uitblijven van betaling. In deze situatie is de inhoud van de betreffende brief echter zeer intimiderend met als kennelijk doel klaagster onder druk te zetten om de vermeende vordering te betalen. Bovendien wordt verzuimd duidelijk te vermelden dat een vonnis ook in het voordeel van klaagster uit kan vallen, in welk geval zij helemaal niet hoeft te betalen en er dus ook geen beslagmogelijkheden zijn. Klaagster gaf tijdens de mondelinge behandeling aan getwijfeld te hebben om alsnog te betalen om een beslag met behulp van de politie te voorkomen. Desgevraagd verklaarde de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder ter zitting dat beslag op grond van artikel 444 Rv een uiterste executiemaatregel is, die niet vaak wordt genomen. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder gelet op al het voorgaande met de betreffende brief in strijd met artikel 8 in de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:156 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631704 / DW RK 17/661
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:156
Beslissing op verzet. De klacht betreft een executiegeschil waarover de kamer niet bevoegd is te oordelen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1957
- Pagina: 1958
- Pagina: 1959
- ...
- Pagina: 4791
- Volgende pagina zoekresultaten