Zoekresultaten 19571-19580 van de 48283 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-248
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 05-03-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:43
Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Het had op de weg van de bedrijfsarts gelegen om bij herhaald verzoek van klager om hersteld verklaard te worden voor eigen werk, opnieuw de belastbaarheid te (laten) beoordelen, maar dit is niet gebeurd. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/292
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 05-03-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:29
Klager is door verweerders behandeld in verband met een ernstige dubbelzijdige ontsteking van het netvlies. Klager heeft zich erover beklaagd dat een van verweerders zou hebben gelogen c.q. de werkelijke situatie zou hebben verzwegen, de supervisie/regievoering zou zijn verloren en onvoldoende en onjuiste dossiervorming. Ook zou zijn oog als gevolg van de behandeling zijn beschadigd met blindheid tot gevolg. Klager verwijt een van de andere verweerders een ineffectieve behandeling, medische fouten tijdens de behandeling en onvoldoende nazorg. Met betrekking tot de laatste verweerder heeft klager naar voren gebracht dat hij onvoldoende zou zijn gewezen op de risico's van de behandeling. Verweerders hebben de klachten gemotiveerd weersproken. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:231 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 641034
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 26-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:231
verzet buiten termijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/78
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 05-03-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:8
Klager is achttien jaar geleden gedotterd en er is bij hem een stent geplaatst. Twee jaar geleden ondervond hij opnieuw klachten waarmee klager zich tot zijn huisarts heeft gewend. Klager heeft zich toen op 21 mei 2015 bij verweerster gemeld in verband met een hoge bloeddruk. Een bloeddruk van 200/100 werd gemeten. Een vervolgmeting werd wel afgesproken, maar is niet uitgevoerd. Gedurende anderhalf jaar is klager maandelijks gezien in verband met met name maag- en darmklachten. Eerst in december 2016 werd de bloeddruk van klager gecontroleerd en na constatering van een hoge bloeddruk is in december 2016 een 24-uursmeting ingezet. Vanaf dat moment is de hoge bloeddruk met medicijnen behandeld. In februari 2017 heeft klager zich ingeschreven bij een andere huisarts. Klager heeft binnen twee maanden nadien een ernstig hartinfarct gekregen. Volgens verweerder heeft klager geen melding gemaakt van de cardiale voorgeschiedenis en ook uit de medicatiehistorie kon daarover niets worden opgemaakt. Waar al bij het eerste consult van klager een hoge bloeddruk bleek, had het op de weg van verweerster gelegen een vervolgcontrole in te zetten, temeer daar dat ook de aanleiding voor het consult was geweest. Dat klager zijn voorgeschiedenis niet eigener beweging meldde, maakt dat niet anders. Eerst na anderhalf jaar werd een 24-uurs bloeddrukmeting ingezet en behandeling gestart. Klacht gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-277
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 18-02-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:43
deel klagers niet-ontvankelijk wegens ontbreken eigen belang bij klacht. Klacht ten aanzien van klaagster (sub 2) oordeelt de raad ongegrond. Verweerder heeft met het leggen van conservatoir beslag ten laste van zijn voormalige cliënten de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet ten nadele van klaagster overschreden. Het stond (het kantoor van) verweerder vrij om als crediteur van zijn voormalige cliënten de (derden)beslagen te leggen zoals hij dat heeft gedaan, onder meer op de aandelen van H Holding BV in Vrijheid A BV. Verweerder is daarbij zorgvuldig te werk gegaan door voorafgaand aan de beslaglegging eerst overleg met de deken te voeren en, blijkens zijn beslagrekest, de effecten van de betreffende maatregelen jegens klaagster, die immers executoriaal beslag had gelegd op diezelfde aandelen, voldoende mee te wegen. De juistheid van het verwijt van klaagster, dat verweerder bij deze beslaglegging misbruik heeft gemaakt van relevante informatie van klaagster uit het kort geding tegen de toenmalige cliënten van verweerder over mogelijke interessante beslagobjecten, kan de raad, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet vaststellen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:226 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 625875
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 26-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:226
Over de vraag of kostgeld moet worden gezien als inkomen in de zin van art 475 d lid 6 Rv wordt verschillend gedacht. Niet kan worden gesteld dat het in het algemeen onjuist is om kostgeld als inkomen te zien bij het vaststellen van de beslagvrije voet.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/76
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 05-03-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:9
Klager verwijt huisarts dat hij langdurig heeft geweigerd zijn hartklachten serieus te nemen. Verweerder heeft nagelaten om met behulp van onderzoek vast te stellen wat de oorzaak was van de klachten, ondanks de schriftelijke gemotiveerde uitnodiging om dergelijk onderzoek uit te voeren van de bedrijfsarts die klager had gezien. Van een veelvuldig behandelcontact met verweerder is, anders dan klager stelt, geen sprake geweest. Bij het eerste contact had het wel op de weg van verweerder gelegen klager nader te bevragen bij de vaststelling van het cardiovasculair risicoprofiel, gelet op de tegenstrijdige informatie uit het medisch dossier. Verweerder heeft klager bij het tweede consult wel direct naar de eerste harthulp verwezen. Dat verweerder klager daarbij op eigen gelegenheid heeft laten gaan, terwijl ambulancevervoer geëigend was, is verwijtbaar. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/289
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 05-03-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:30
Klager is door verweerders behandeld in verband met een ernstige dubbelzijdige ontsteking van het netvlies. Klager heeft zich erover beklaagd dat een van verweerders zou hebben gelogen c.q. de werkelijke situatie zou hebben verzwegen, de supervisie/regievoering zou zijn verloren en onvoldoende en onjuiste dossiervorming. Ook zou zijn oog als gevolg van de behandeling zijn beschadigd met blindheid tot gevolg. Klager verwijt een van de andere verweerders een ineffectieve behandeling, medische fouten tijdens de behandeling en onvoldoende nazorg. Met betrekking tot de laatste verweerder heeft klager naar voren gebracht dat hij onvoldoende zou zijn gewezen op de risico's van de behandeling. Verweerders hebben de klachten gemotiveerd weersproken. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:227 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 643304
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 26-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:227
Op grond van ECLI:NL:GHAMS:2008:BC7801 kunnen ook privaatrechtelijk rechtspersonen een klacht indienen. In casu te weinig aanknopingspunten om de gemachtigde als belanghebbende aan te merken. Evenmin blijkt dat er sprake is van bevoegde vertegenwoordiging.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2019:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 656728/NT 18-53
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 26-02-2019
- ECLI:NL:TNORAMS:2019:2
Klager is met de koper van zijn woning, in verband met een probleem met asbest en tijdsdruk, overeengekomen een depotovereenkomst te laten opstellen. Bij de overdacht werd pas duidelijk welke kosten de notaris klager in rekening bracht voor het opstellen van de depotovereenkomst. Klager vond die kosten veel te hoog, maar verlaging daarvan was onbespreekbaar. Vervolgens heeft de notaris de depotovereenkomst niet uitgevoerd zoals deze was bedoeld: hij heeft het depotbedrag zonder toestemming van enige partij aan klager uitgekeerd. Toen dat duidelijk werd heeft klager van een medewerker van de notaris de instructie gekregen het depotbedrag onmiddellijk terug te storten. Klager vindt die gang van zaken onacceptabel. Klager meent dat de notaris zijn zorgplicht heeft geschonden. Klagers verwijt over de gang van zaken op het notariskantoor, de bejegening van de medewerker van de notaris nadat de door de notaris gemaakte fout was ontdekt, gecombineerd met het niet-reageren van de notaris, is naar het oordeel van de kamer gegrond. Waar vaststaat dat door de notaris een fout is gemaakt, was een andere toon van de medewerker op zijn plaats geweest en de notaris had klager, ook nog nadat klager de klacht had ingediend, op enige wijze kunnen laten weten dat hij de door hem gemaakte fout betreurde en daarvoor zijn excuses kunnen aanbieden. De ernst van het verwijt is echter niet van dien aard, dat de kamer de notaris daarvoor een maatregel oplegt. Daarbij houdt de kamer ook rekening met het feit dat de notaris ter zitting alsnog zijn spijt over de gang van zaken heeft betuigd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1957
- Pagina: 1958
- Pagina: 1959
- ...
- Pagina: 4829
- Volgende pagina zoekresultaten