Zoekresultaten 14481-14490 van de 47329 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:190 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200118

    Art 13 beklag. Het feit dat klager het niet eens is met de beschikking van de kantonrechter en daarin mogelijk feitelijke onjuistheden kan aanwijzen, maakt niet dat een hoger beroep juridisch ook kansrijk is. Met de deken ziet het hof geen aanleiding om te oordelen dat aan klager ten tweede male een advocaat zou moeten worden aangewezen. Het beklag is afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:184 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200112

    Klacht over eigen advocaat. Het hof stelt voorop dat verweerster met haar proceshouding miskent dat zij verantwoording heeft af te leggen aan de cliënt en aan de tuchtrechter. Het hof oordeelt dat verweerster niet heeft gehandeld zoals een redelijk handelend en bekwaam advocaat betaamt, doordat zij verzuimd heeft een vonnis te doen betekenen en daarbij klager niet heeft geïnformeerd hierover. Ook heeft verweerster verzuimd ter zitting naar voren te brengen dat de hypothecaire geldlening op dat moment volledig was afgelost. Het verzoek om een schadevergoeding, te bemiddelen bij de schadeclaim en nieuwe verwijten in beroep zijn door het hof afgewezen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.102

    Klacht tegen arts. Klaagster is gediagnosticeerd met hyperacusis (overgevoeligheid voor normaal harde geluiden). Dit kan bij klaagster tot verlammingsverschijnselen leiden. De gemeente heeft aan klaagster een woning toegewezen. Klaagster verzoekt om woningaanpassingen i.v.m. haar aandoening. De arts is werkzaam als WMO-adviesarts en heeft op verzoek van de gemeente een sociaal medisch advies opgesteld t.b.v. de bezwaarprocedure tussen klaagster en de gemeente. De arts heeft negatief geadviseerd over het aanpassen van de woning. De klacht houdt in dat de arts: a. een onkundig en niet-onderbouwd advies heeft gegeven in zijn hoedanigheid als arts, op een gebied waarin hij niet gespecialiseerd is (wat betreft gehoorbescherming en woonaanpassing aan de hand van geluiddichte boxen alsmede maatvoering leefruimte). De arts zou volgens klaagster geweigerd hebben contact op te nemen met door klaagster aangedragen behandelaren en medisch deskundigen. Ook heeft de arts volgens klaagster ten onrechte geen bronvermelding toegevoegd van zijn research; b. ten onrechte conclusies heeft getrokken die niet overeenkomen met de bevindingen van de betrokken specialisten. Zo heeft hij volgens klaagster ten onrechte geconcludeerd tot een noodzaak van een niet nader aangegeven behandeling, zonder het doel daarvan aan te geven en in tegenstelling tot de bevindingen van de betrokken specialisten; c. gedeeltelijk niet heeft voldaan aan de onderzoeksvraag door geen programma van eisen op te stellen. Hierdoor is volgens klaagster ook voor de volgende hulpverleners en instanties niet in te vullen naar welk soort passende woning gezocht dient te worden en vreest klaagster eindeloos niet passende woningaanbiedingen te zullen krijgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigd, de klacht (deels) gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.108

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.235 en C2019.236

    Klachten tegen psychiater. Klager is betrokken geweest bij een ongeval. Vanwege hoofdpijnklachten en concentratieproblemen is klager ontheven uit de leerplicht en gaat hij niet meer naar school. In het kader van een letselschadeprocedure de psychiater op verzoek van (de medisch adviseurs van) klager en de verzekeraar klager onderzocht met de vraag of er bij klager als gevolg van het ongeval een psychiatrische stoornis is ontstaan die beperkingen of blijvend functieverlies tot gevolg heeft. De conclusie van de psychiater luidde dat hij bij klager geen classificeerbare psychiatrische stoornis heeft kunnen vaststellen. Klager verwijt de psychiater dat hij 1) in strijd heeft gehandeld met de geldende criteria en richtlijnen voor het opstellen van een medische specialistische rapportage doordat hij niet of onvoldoende inhoudelijk is ingegaan op een aantal vragen en commentaren van klager en verschillende betrokkenen op het conceptrapport, en 2) contact heeft opgenomen met de hiervoor genoemde verzekeraar en klager daarbij heeft benadeeld door onwaarheden te verkondigen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager in beide zaken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-223/DB/OB

    Advies over de (on)mogelijkheden en kans van slagen schriftelijk niet schriftelijk vastgelegd en onvoldoende gecommuniceerd. de zaak voorts onvoldoende voortvarend aangepakt door in de correspondentie meerdere malen de gerechtelijke procedure ter sprake te brengen, doch deze feitelijk niet aanhangig te maken Bij klaagster bestond de indruk dat verweerder haar zaak al die tijd daadwerkelijk in behandeling had. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-200/DB/LI

    Verweerder was zich bewust van de lopende bezwaartermijn en heeft deze op basis van de onjuiste uitgangspunten ongebruikt laten verstrijken. Die handelwijze is naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerders verweer, dat hij wel over voldoende kennis en kunde beschikte om de zaak van klagers aan te nemen kan niet worden gerijmd met hetgeen hij namens klagers in de voorlopige voorzieningenprocedure naar voren heeft gebracht. Klacht over gebrekkige informatie over de financiële afwikkeling met de verzekeraars is ongegrond. Deels gegrond, deels ongegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:60 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-134/DB/OB

    Klager heeft gesteld dat het verweerster niet vrij stond om als vereffenaar op te treden omdat hij, voordat zij werd benoemd, meerdere keren telefonisch had benaderd voor advies en haar daarbij vertrouwelijke informatie heeft gegeven. Verweerster heeft die gesprekken betwist. Omdat de raad geen feiten heeft kunnen vaststellen die de conclusie rechtvaardigen dat het verweerster niet vrijstond om als vereffenaar op te treden is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/687220 / DW RK 20/369 C/13/687222 / DW RK 20/370

    Schorsingsverzoek op grond van artikel 38 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw). Faillissement gerechtsdeurwaarderskantoor. Gerechtsdeurwaarder [a] heeft geen toegang tot de dossieradministratie. Koppeling financiële administratie met de dossiers is niet mogelijk. Schorsingsverzoek wordt ten aanzien van [a] toegewezen. Een gedeelte van de dossiers van [a] zijn overgedragen aan gerechtsdeurwaarder [b]. Die heeft ook enige tijd geen koppeling kunnen maken tussen de dossier- en financiële administratie. Omdat die situatie op kort termijn is opgelost en ten aanzien van [b] geen ernstig vermoeden van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is gerezen wordt het schorsingsverzoek ten aanzien van [b] afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/58

    Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van de verklaring van erfrecht in erflaters nalatenschap. De klacht valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris er op basis van informatie van drie van erflaters erfgenamen (de zussen) en zonder ruggespraak met de overige erfgenamen ten onrechte van is uitgegaan dat alle overige erfgenamen de drie zussen volmacht wilden geven om erflaters nalatenschap af te wikkelen. Dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Bij het opmaken van de (concept-)verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht is de notaris in eerste instantie weliswaar afgegaan op informatie van de zussen, maar de notaris heeft deze informatie naar het oordeel van de kamer voldoende toegelicht aan en geverifieerd bij klager. Het tweede klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris heeft nagelaten een opdrachtbevestiging aan klager toe te zenden, klager vooraf te infomeren over de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten en hem een declaratie toe te zenden. Ook dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Klager heeft namelijk niet weersproken dat de zus opdracht heeft gegeven aan de notaris om de verklaring van erfrecht inzake het overlijden van erflater op te maken. Dat de zus als opdrachtgever van de notaris moet worden beschouwd, volgt ook uit de door de notaris overgelegde opdrachtbevestiging. Op de notaris rustte daarom niet de verplichting de door klager gestelde informatie en stukken ongevraagd aan hem te verstrekken. Indien klager bedoelde informatie en stukken desondanks rechtstreeks van de notaris had willen ontvangen, had het op zijn weg gelegen om de notaris hiervan in kennis te stellen en haar een redelijke termijn te geven voor het verstrekken van de door hem gewenste informatie, alvorens een klacht in te dienen. Niet is gebleken dat klager dit heeft gedaan. Voor zover klager de kamer verzoekt om de notaris te veroordelen tot het betalen van een vergoeding van kosten, overweegt de kamer dat de Wna niet in deze mogelijkheden voorziet. Klager wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek.