Zoekresultaten 12431-12440 van de 44758 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2019/10 VB 2019/11 VB 2019/12 VB 2019/13 VB 2019/14

    Het Veterinair Beroepscollege overweegt dat het in deze zaak gaat om overtredingen van wettelijke voorschriften. De dierenartsen hebben in de onderzochte periode ieder de voorschriften minstens 10 maal overtreden; vier van de vijf dierenartsen hebben in die periode de voorschriften zelfs meer dan 20 maal overtreden. Deze gedragingen bergen een risico in zich, want zij kunnen leiden tot resistentieontwikkeling en daardoor de volksgezondheid in gevaar brengen. Alles afwegende acht het Veterinair Beroepscollege een onvoorwaardelijke geldboete passend.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-257

    Betreft een klacht over het optreden van verweerder voor een cliënt in een huurtoeslagkwestie in een zaak waarmee ook één van de klagers (niet zijnde advocaat) bemoeienis heeft gehad. De andere klager is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van eigen belang. Verweerder wordt verweten dat hij bij het aannemen van de zaak met klager had moeten overleggen en daarmee gedragsregel 17 en 22 (gedragsregels 1992) heeft overtreden. De raad is van oordeel dat daarvan geen sprake is omdat de genoemde gedragsregels zien op de relatie tussen advocaten onderling, waarvan hier geen sprake is. Ook het verwijt dat verweerder klager een cliënt heeft afgetroggeld is ongegrond, omdat de cliënt zich eigener beweging tot verweerder heeft gewend. Verder stond het verweerder vrij klager mee te delen dat hij overwoog een klacht in te dienen bij een klachtencommissie tegen klager. Dat is geen onbehoorlijk dreigement maar een juridisch geoorloofde maatregel. Ten aanzien van het verwijt dat verweerder misbruik heeft gemaakt van overheidsgelden door op basis van een toevoeging op te treden, is klager niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van eigen belang. De klacht is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-502

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft een eigen verantwoordelijkheid en kan niet door haar cliënt worden verplicht zijn opdracht uit te voeren. Verweerster heeft bovendien haar opdracht op een zorgvuldige wijze, als bedoeld in Gedragsregel 14 lid 3, neergelegd. Verweerster is niet gehouden cliënten vooraf over haar afwezigheid te informeren, tenzij in de betreffende periode termijnen verstrijken of andere spoedeisende zaken spelen. Daarvan was, voor zover verweerster kon weten, geen sprake. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:108 Raad van Discipline Amsterdam 19-823/A/NH

    Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster is ernstig tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van klaagster door in een periode van vijf jaar niet, althans onvoldoende met klaagster te communiceren en door geen aanvang te maken met het verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht. Het klachtdossier laat het beeld zien van een advocaat die een te afwachtende houding inneemt en pas in actie komt als de cliënt daar meerdere keren om vraagt. De raad rekent verweerster dit gedrag zwaar aan en acht het passend en geboden dat verweerster daarvoor wordt berispt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-293

    Klacht over eigen advocaat, inhoudend dat het cassatiemiddel ondeugdelijk was. Verweerder heeft uitvoerig uiteengezet wat een cassatieprocedure inhoudt, op welke (beperkte) wijze in cassatie wordt getoetst en dat deze procedure niet een volledige derde instantie is die de zaak opnieuw beoordeelt, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is. Ook de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden is ongegrond. De werkzaamheden voldoen aan wat binnen de advocatuur als professionele standaard geldt. Verder heeft verweerder erkend dat hij vooraf geen afspraken heeft gemaakt met klager voor het geval zijn werkzaamheden de dekkingsruimte van de verzekering zouden overstijgen. Dat had hij moeten doen, maar nu hij het meerdere niet in rekening heeft gebracht aan klager, is dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorts is niet gebleken dat verweerder excessief heeft gedeclareerd. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-184

    Klaagster verwijt verweerder dat hij niet voor elke afzonderlijke opdracht van klaagster een schriftelijke bevestiging heeft verzonden. Verweerder heeft toegegeven dat hij heeft nagelaten voor elke nieuwe opdracht een bevestiging te zenden. Daarmee heeft hij gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Dit verwijt is dus terecht. Ook verwijt klager verweerder dat hij onjuist dan wel onterecht gedeclareerd heeft. De tuchtrechter toetst slechts of er excessief is gedeclareerd. Dat is niet door klaagster gesteld noch is dat de raad uit de stukken gebleken. De klacht dat verweerder een op zijn kantoor werkzame jurist heeft ingeschakeld voor een aantal werkzaamheden is ongegrond daar klaagster instemde met die werkwijze. Dat verweerder onprofessioneel zou hebben gehandeld in het kader van gelegde derdenbeslagen en de op grond daarvan afgelegde verklaringen, heeft klaagster niet aangetoond. Ook op dit punt is de klacht ongegrond. Het ontbreken van opdrachtbevestigingen is voor de raad geen aanleiding om een maatregel op te leggen mede omdat klager daardoor niet geschaad is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:109 Raad van Discipline Amsterdam 20-129/A/NH

    Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder is in grote mate tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager door (de inhoud van) het convenant niet met klager te bespreken. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. Nu (het kantoor van) verweerder de samenwerking met Scheidingsexpert inmiddels heeft verbroken, verweerder ter zitting inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen en hij een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft, zal de raad in dit geval volstaan met het opleggen van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-143

    Klacht over eigen advocaat. Deze zou klager onvoldoende hebben geïnformeerd over de mogelijke intrekking van de toevoeging door de Raad voor Rechtsbijstand. Daarvan is, naar het oordeel van de raad, niet gebleken want klager heeft onder meer via de Raad voor Rechtsbijstand een bijlage bij de toevoeging ontvangen waarin staat dat en in welke gevallen een toevoeging kan worden ingetrokken. Klager stelt verder dat hij verweerster heeft meegedeeld dat hij geen resultaat wilde uit de echtscheiding. Dit is niet komen vast te staan, maar afgezien daarvan, maakt dit het oordeel van de raad niet anders. Bij een toevoeging gaat het om door de overheid gefinancierde rechtshulp waaraan voorwaarden worden gesteld. Het is niet aan een advocaat om deze regels op een oneigenlijke manier te omzeilen. Overigens heeft verweerster de belangen van klager naar behoren behartigd. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-954

    Verweerder heeft een letselschadezaak overgenomen van de vorige advocaat van klager. Klacht betreft de vergoeding van de BGK van de vorige advocaat van klager. De afspraak was dat verweerder in de onderhandelingen met de verzekeringsmaatschappij de BGK van de vorige advocaat zou meenemen. Dat heeft hij gedaan, maar de verzekeringsmaatschappij was niet bereid het totale bedrag van de BGK te voldoen. Niet gebleken is dat verweerder aan klager heeft toegezegd dat deze “zich geen zorgen over de BGK van zijn vorige advocaat hoefde te maken”. De klachtonderdelen hierover zijn ongegrond. Wel is verweerder tekort geschoten in de informatievoorziening naar klager toe door hem er niet uitdrukkelijk op te wijzen dat in de vaststellingsovereenkomst niet was opgenomen dat de BGK van de vorige advocaat niet integraal zouden worden vergoed en dat klager zelf die kosten zou moeten betalen. In de begeleidende brief bij de vaststellingsovereenkomst stond daar wel iets over, maar klager ontkent die brief ontvangen te hebben. Niet vastgesteld kan worden of dat juist is terwijl het op de weg van verweerder had gelegen dat aan te tonen. Dat heeft hij niet gedaan. Ook als klager die begeleidende brief wel had ontvangen, is de raad van oordeel dat verweerder tekort is geschoten. De inhoud van de brief was onvoldoende duidelijk. Dit klachtonderdeel is gegrond. Maatregel: waarschuwing en boete van € 6.500,- met als voorwaarde dat boete niet hoeft te worden betaald als binnen de gestelde termijn een bedrag van € 5.000,- (het bedrag dat klager aan zijn vorige advocaat heeft moeten betalen) aan klager wordt betaald.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-545 19-546

    Klagers verwijten verweerster dat er onvoldoende communicatie was. Er was geen plan van aanpak en het werk, zoals het opstellen van een dagvaarding werd voornamelijk door een secretaresse gedaan. Ook werd een door klagers geconstateerde fout niet hersteld. De deken is van oordeel dat verweerster ernstig tekort is geschoten in de aan klagers verleende rechtsbijstand en dat zij met name niet de deskundigheid ten toon gespreid heeft die van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. Verweerster erkent de klachten. Hoewel de raad gezien de ernst van de klachten een (voorwaardelijke) schorsing heeft overwogen, heeft zij, omdat dat verweerster blijk heeft gegeven in te zien dat de gang van zaken in deze kwestie een behoorlijk advocaat niet betaamt en adequate maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen, volstaan met een berisping. Daarbij heeft zij ook meegewogen dat verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel heeft opgelegd gekregen.