Zoekresultaten 44751-44760 van de 47374 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0520 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 059/2009

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is bekend met een borderline persoonlijkheidsstoornis waarvoor zij langdurig is behandeld. Klaagster verwijt verweerder dat hij teveel medicatie heeft voorschreven en haar niet wilde opnemen als het slecht met haar ging. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0028 Accountantskamer Zwolle 10/10 Wtra AK

    Aanvang driejaarstermijn zodra bij klagers bezwaren rijzen n.a.v. de uitkomst van een door betrokkenen uitgebrachte waardering. Deze termijn vangt niet pas aan nadat nader overleg met betrokkenen is gevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0516 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 186

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij als behandelend arts van haar ex-partner een geneeskundige verklaring heeft afgegeven waarin hij zijn oordeel heeft gegeven over de (medische) geschiktheid van deze ex-partner om werk te verrichten. De huisarts heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Het College acht de klacht gegrond en legt de huisarts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0517 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-002

    Klaagster verwijt de arts dat hij tekort is geschoten in de ten aanzien van klaagster te betrachten zorg door zonder haar toestemming een (nadere) verklaring af te geven aan de Raad voor de Kinderbescherming, terwijl bovendien de verstrekte informatie nauwelijks op eigen waarneming van de arts kon zijn gebaseerd en ook onjuist was. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Het College oordeelt dat de klacht gegrond is en legt de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0518 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 183

    Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij voor aanvang van de eerste operatie slecht heeft gecommuniceerd over de eventuele risico’s van de operatie, bij de eerste operatie een onbetrouwbare methode ter bepaling van het niveau heeft gebruikt, tijdens de operatie op het verkeerde niveau heeft geopereerd en pas na afloop van de tweede operatie klaagster ervan in kennis heeft gesteld dat hij eerder op het verkeerde niveau had geopereerd. De neurochirurg heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Het College wijst de klacht in haar geheel af.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0025 Accountantskamer Zwolle 09/2153 Wtra AK

    Artikelen 5 en 24, tweede lid GBAA. Schijn van afhankelijkheid opgewekt en daardoor afbreuk gedaan aan het vertrouwen dat door het maatschappelijk verkeer in accountants wordt gesteld, door onder de gegeven omstandigheden tegelijkertijd de belangen van en moeder en (het bedrijf van) een van haar kinderen te behartigen, terwijl moeder dat kind - en diens nazaten - in hoge mate bevoordeelt boven haar andere kinderen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0519 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 216a

    Klager verwijt de arts, die als lid-geneeskundige deelnam aan de beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CT) met betrekking tot klager, dat hij door zijn conclusie in deze beslissing klager als beroepsbeoefenaar schade heeft berokkend en dat door zijn conclusie het vertrouwen is beperkt in de wijze waarop klager de individuele gezondheidszorg bedrijft. Het College verklaart in raadkamer klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0026 Accountantskamer Zwolle 10/9 Wtra AK

    Aanvang driejaarstermijn zodra bij klagers bezwaren rijzen n.a.v. de uitkomst van een door betrokkenen uitgebrachte waardering. Deze termijn vangt niet pas aan nadat nader overleg met betrokkenen is gevoerd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0027 Accountantskamer Zwolle 10/292 Wtra AK

    Eventuele beroepsfouten ter zake verleende diensten door de voorganger van de naderhand aangestelde accountant zijn deze tuchtrechtelijk niet te verwijten, ook niet indien de naderhand aangestelde accountant de schuldvorderingen met betrekking tot die verleende diensten van zijn voorganger op klaagster/cliente heeft overgenomen en bij klaagster/cliente naderhand invordert. Indien een client op grond van omstandigheden, die binnen diens risicosfeer liggen, de relatie met de accountant verbreekt, kan deze niet verweten worden dat hij niet tijdig voor een aangifte heeft zorg gedragen, waarvoor op het moment van beeindiging van de relatie krachtens een uitstelregeling nog (voldoende) tijd was.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0514 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/099

    De klacht betreft de behandeling van klaagsters zoontje, verder patiëntje te noemen. Patiëntje is bekend met multipele congenitale afwijkingen. Klaagster verwijt beide kinderartsen –kort en zakelijk weergegeven- dat zij zijn tekortgeschoten in de zorg die patiëntje van hen mocht verwachten onder andere door ten onrechte een AMK melding te doen. Klaagster verwijt de revalidatiearts, die aan hetzelfde ziekenhuis verbonden is als de kinderartsen, dat hij een advies aan een gezins- en voogdij instelling heeft uitgebracht zonder het patiëntje te kennen en hem te hebben gezien. Alle drie de artsen hebben de klacht gemotiveerd betwist. De klachten werden gezamenlijk ter terechtzitting behandeld. In de zaken 09/097 en 09/098 heeft het college de klacht afgewezen. Het college oordeelde in beide zaken met betrekking tot de melding bij het AMK dat de kinderarts in de zaak 09/097 -nadat zij informatie over het patiëntje had ingewonnen- terecht direct actie had ondernomen en conform de KNMG Meldcode en Stappenplan “Artsen en kindermishandeling” had gehandeld, waarbij in de zaak 09/098 werd vooropgesteld dat de kinderarts slechts terloops betrokken was geweest bij de melding aan het AMK. In de zaak 09/099 heeft het college de revalidatiearts een waarschuwing opgelegd. Het college oordeelde dat de arts verwarring en onduidelijkheid ten aanzien van zijn rol en functie had veroorzaakt door zich in een e-mail aan de gezins-en voogdijinstelling te presenteren als (kinder)revalidatie arts terwijl hij in zijn hoedanigheid van medisch adviseur een advies had uitgebracht. Voorts was de onafhankelijkheid onvoldoende gewaarborgd, nu de revalidatiearts feitelijk het handelen van zijn collega’s had getoetst. Het college oordeelde dat in de gegeven omstandigheden –ernstig gehandicapt patiëntje met multipele afwijkingen- het zorgvuldiger was geweest dat de revalidatie arts in dit geval patiëntje had gezien en niet alleen op basis van de stukken en foto’s had geoordeeld. Ook was het advies niet met de vereiste mate van zorgvuldigheid opgesteld.