Zoekresultaten 12191-12200 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:275 Raad van Discipline Amsterdam 21-430/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2021
- Datum uitspraak: 29-11-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:275
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3124
- Datum publicatie: 06-12-2021
- Datum uitspraak: 03-12-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:107
Klacht tegen psychiater. Klagers rijbewijs is eerder door het CBR ongeldig verklaard in verband met middelenmisbruik. Enige tijd later is klager zelf een “Procedure Gezondheidsverklaring” gestart om een verklaring van geschiktheid te krijgen en een nieuw rijbewijs aan te vragen. In dit kader heeft beklaagde een psychiatrische expertise verricht en klager onderzocht. Vervolgens heeft hij een adviesrapport uitgebracht aan de medisch adviseur van het CBR. Daarbij heeft hij geadviseerd om klager geschikt te achten met een termijnbeperking van één jaar. De medisch adviseur heeft vervolgens om een toelichting op het rapport gevraagd en gevraagd daarin ook te betrekken dat klager in het jaar ervoor met alcohol op is aangehouden waarbij het resultaat van de meting 685 ug/l was. Omdat deze aanhouding bij beklaagde niet bekend was, achtte hij aanvullend onderzoek nodig, waarvoor hij klager persoonlijk wilde onderzoeken. Klager ging hier aanvankelijk mee akkoord maar heeft de afspraak uiteindelijk geannuleerd. Klager verwijt beklaagde dat hij van klager eiste dat hij opnieuw persoonlijk zou worden onderzocht. Vanwege het belang van de verkeersveiligheid én om het inzicht van klager in zijn alcoholgebruik te kunnen beoordelen, acht het college het begrijpelijk en zorgvuldig dat beklaagde klager aanvullend persoonlijk wilde onderzoeken om tot een weloverwogen advies te kunnen komen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:198 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-575/DB/OB
- Datum publicatie: 06-12-2021
- Datum uitspraak: 06-12-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:198
Toezicht op naleving van de WwFT door advocaten geschiedt door de deken. Klager komt ter zake geen klachtrecht toe. Verweerder heeft het standpunt van zijn cliënte verwoord. Niet gebleken dat belang van klager nodeloos is geschaad evenmin dat er sprake is van (beraming van) afpersing door de advocaat.Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2021/09
- Datum publicatie: 06-12-2021
- Datum uitspraak: 03-12-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:43
Klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij - toen zij klagers behandelaar werd - hem niet langer het middel Efexor wilde voorschrijven, terwijl klager dat een goed medicijn vindt. Klager verwijt de psychiater ook dat zij hem antipsychotica heeft voorgeschreven. Klager wil geen antipsychotica gebruiken, omdat deze medicatie volgens hem leidt tot gewichtstoename en via dwang wordt toegediend. Het college is van oordeel dat uit het dossier in deze zaak niet blijkt dat de verwijten van klager terecht zijn. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:272 Raad van Discipline Amsterdam 21-850/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2021
- Datum uitspraak: 29-11-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:272
Voorzittersbeslissing. klacht over advocaat wederpartij. Niet ten onrechte gecommuniceerd met advocaat wederpartij. Geen onnodige kosten. Klacht kennelijk-ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2168-2020/267
- Datum publicatie: 06-12-2021
- Datum uitspraak: 16-11-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:119
Klagers hebben een klacht ingediend over de behandeling van wijlen hun moeder (patiënte) tegen meerdere artsen van de afdeling geriatrie. De klacht tegen verweerster houdt onder meer in dat 1) het postoperatieve beleid onvoldoende is gebleken, 2) sprake is geweest van een onzorgvuldig proces van versterving en 3) het medisch dossier bij het verweerschrift afwijkend is.Verweerster heeft primair een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van klagers, omdat het (aanvullend) klaagschrift niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en de klacht meer het karakter heeft van een algemene klacht tegen het ziekenhuis dat later is omgewerkt tot een tuchtklacht. Subsidiair heeft verweerster de klacht bestreden.Het college heeft de klagers ontvankelijk verklaard in hun klacht, nu (net) voldoende duidelijk is wat klagers verweerster verwijten. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het college kan de verwijten niet vaststellen, het dossier bevat daarvoor geen aanwijzingen. Van een onzorgvuldig proces van versterving is geenszins sprake. Dat verweerster het medisch dossier ten gunste van zichzelf heeft aangepast, kan het college ook niet vaststellen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2305-A2021/052
- Datum publicatie: 03-12-2021
- Datum uitspraak: 12-10-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:114
Klager verwijt de arts die werkzaam was op de huisartsenpost dat hij 1) zeer nalatig en onzorgvuldig heeft gehandeld, 2) zeer slecht heeft gecommuniceerd en hij geen inlevingsvermogen heeft laten zien. Klager heeft zich op geen enkel moment serieus genomen gevoeld en moest naar eigen zeggen aandringen op een verwijzing naar de SEH. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het doen van nader onderzoek had volgens de arts geen meerwaarde. Hij heeft klager zo spoedig mogelijk doorverwezen, alleen twijfelde hij over verwijzing naar de MDL-arts of de chirurg.Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Nu het college niet heeft kunnen vaststellen hoe de communicatie tijdens het consult precies is verlopen, aangezien de lezing van partijen van elkaar verschilt, heeft het college niet kunnen vaststellen dat de arts klachtwaardig heeft gehandeld. Ook anderszins heeft het college niet kunnen vaststellen dat de arts klachtwaardig heeft gehandeld. De arts heeft klager onderzocht en hem daarna doorverwezen naar de SEH. De arts heeft op goede gronden betoogd dat het doen van nader onderzoek niet zinvol was.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:74 Accountantskamer Zwolle 20/175 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-12-2021
- Datum uitspraak: 03-12-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:74
Klacht van een raadslid over de accountant die in opdracht van de gemeenteraad een onderzoek heeft ingesteld over een langslepende kwestie die in het verleden heeft geleid tot het vertrek van een burgemeester en een wethouder. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene alleen de eerste, inventariserende en oriënterende fase van het onderzoek door middel van een rapport heeft afgerond en dat de opdracht voor de vervolgfase van het onderzoek is uitgebleven. Geen assurance-opdracht omdat de opdracht niet als assurance-opdracht is aangenomen en niet aan het stramien voor assurance-opdrachten is voldaan. De klachtonderdelen zijn vaak moeilijk te lezen en te begrijpen en veelal niet of onvoldoende onderbouwd en toegelicht. De accountant heeft een onderbouwd en gemotiveerd verweer gevoerd. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3044
- Datum publicatie: 03-12-2021
- Datum uitspraak: 15-10-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:115
Verweerster is werkzaam als huisarts en praktijkhoudster. Klaagster staat ingeschreven als patiënt bij een collega van verweerster. Klaagster is in 2016 driemaal gezien door twee verschillende huisartsen die als waarnemer in de praktijk van verweerster werkzaam zijn. Tegen deze waarnemers heeft klaagster ook tuchtklachten ingediend, met het verwijt dat zij de diagnose "sudden deafness" hebben gemist. Volgens klaagster heeft verweerster als praktijkhoudster een passieve houding aangenomen nadat zij bekend was geworden met de gemiste diagnose en de ernstige gevolgen daarvan. Volgens klaagster had verweerster stappen moeten ondernemen en nader onderzoek moeten (laten) verrichten (o.a. een calamiteitenmelding). Het college oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van een calamiteit is naar het oordeel van het college geen sprake, omdat de gebeurtenis geen betrekking had op de 'organisatie van de zorg'. Verweerster heeft de situatie van klaagster binnen de praktijk voldoende kenbaar gemaakt en besproken. Verweerster hoefde geen contact op te nemen met klaagster, omdat de behandelend artsen dit zelf al hadden gedaan.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:75 Accountantskamer Zwolle 20/2253 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-12-2021
- Datum uitspraak: 03-12-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:75
Klaagster, wijlen haar echtgenoot en hun zoon waren vennoten in een vennootschap onder firma. In 2013 zijn klaagster en haar echtgenoot uitgetreden. Het kantoor van betrokkene heeft die uittreding begeleid, onder andere bij de waardering van het vermogen van de vof. Die waardering heeft ertoe geleid dat klaagster en haar echtgenoot een schuld aan hun zoon hadden. Klaagster meent dat bij de begeleiding door het kantoor van betrokkene fouten zijn gemaakt. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond. Betrokkene had de opdracht de jaarrekening van de vof samen te stellen. Hij was niet betrokken bij de waardering van het vermogen van de vof en er bestond voor hem geen aanleiding nader onderzoek te doen naar de daaruit voortvloeiende schuld van klaagster en haar echtgenoot aan hun zoon. Betrokkene is niet vaktechnisch verantwoordelijk voor het handelen van zijn kantoorgenoot, die bovendien onder het tuchtrecht voor registerbelastingadviseurs (RB) valt.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1219
- Pagina: 1220
- Pagina: 1221
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten