Zoekresultaten 12181-12190 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:239 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-808

    In deze zaak klaagt klager over de advocaat van zijn wederpartij (zijn ex-echtgenote) in hun echtscheidingsprocedure. Hij verwijt verweerster niet duidelijk te zijn geweest over haar rol omdat zij zich na te hebben teruggetrokken uit de procedure toch weer voor de wederpartij stelde. Naar het oordeel van de raad is dit verwijt ongegrond. Dit handelen past binnen de grote mate van vrijheid die een advocaat heeft om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem goeddunkt. Het verwijt dat verweerster de procedure onnodig heeft vertraagd door onredelijke en irrationele vorderingen is door klager onvoldoende onderbouwd en daarom ongegrond. Wel gegrond is het klachtonderdeel dat klaagt over het feit dat verweerster zich in de echtscheidingsprocedure zonder toestemming van klager tot de rechtbank heeft gewend nadat uitspraak was bepaald. Verweerster heeft erkend dat dit niet juist was. Verweerster krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:225 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210126 210127D

    Klacht over eigen advocaat en dekenbezwaar. Verweerder heeft klager bijgestaan in twee strafrechtelijke procedures, waarbij verweerder in de opdrachtbevestiging weliswaar melding maakt dat hij niet basis van toevoeging bijstand verleent, maar de afspraken rondom de kosten voor zijn bijstand zijn onduidelijk. Uit de opdrachtbevestiging volgt de suggestie dat de Staat verweerder zal betalen als vrijspraak volgt maar onduidelijk blijft dat in geval van een veroordeling de kosten voor rekening van klager zullen komen noch wat de proceskansen en -risico’s zijn in dit verband. Ook heeft verweerder nagelaten tussentijdse declaraties met concrete specificaties van uren en kosten naar klager te sturen. Door ieder gebrek aan tussentijdse aanwijzingen voor de mogelijkheid dat klager tegen het einde van de procedures moest gaan betalen, is klager pas na zeer lange tijd na afloop van de rechtsbijstand geconfronteerd met zeer hoge kosten (hoger dan verweerder kennelijk had voorzien, gezien zijn opdrachtbevestiging). Verweerder heeft hierdoor niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Gegrond. Bekrachtiging. Schorsing 12 weken per zaak.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:240 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-837

    Klaagster voert 23 klachten aan tegen verweerster verband houdend met verweersters werkzaamheden voor klaagster in het kader van een echtscheidingsprocedure. Verweerster trad in die kwestie voor klaagster op als advocaat/mediator. De voornaamste verwijten van klaagster zijn dat verweerster niet heeft gehandeld zoals een goed mediator betaamt, dat zij niet heeft gezorgd voor een “equality of arms” en niet heeft gecontroleerd of het advies over het toepasselijke recht juist was. De raad heeft klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard omdat de verwijten of niet voldoende onderbouwd waren of niet aan de hand van de aangevoerde argumenten en tegenargumenten konden worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:226 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210128 210129D

    Klacht over eigen advocaat en dekenbezwaar (zaak zoon, zie zaak vader tegen zelfde advocaat 210126 en 210127D). Verweerder heeft vader bijgestaan in strafzaak en civiele kwestie. Verweerder heeft in deze zaak tuchtrechtelijk verwijtbaar nagelaten zijn declaraties deugdelijk te specificeren. Verweerder heeft excessief gedeclareerd en in strijd met de gedragsregels zonder voorafgaand overleg met de deken conservatoir beslag gelegd. Verweerder is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekort geschoten in zijn informatieplicht jegens verweerder omtrent de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. In de behandelde zaak was geld te verwachten dus op zich is begrijpelijk dat er gesproken is over de mogelijkheid dat klager de kosten zou moeten betalen maar advocaat had klager wel juist en volledig over de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand moeten informeren. Verder heeft verweerder heeft door het opstellen van een garantstelling door klager voor declaraties van zijn vader een andere zekerheid aanvaard dan een voorschot in geld en aldus ism Regel 25 van gedragsregels 2018 gehandeld. Advocaat heeft de kernwaarden van financiële integriteit en onafhankelijkheid bij diverse handelingen en gedurende een periode van meerdere jaren onvoldoende in acht genomen. Hof bekrachtigt oordeel raad, voor zover aan het hof voorgelegd. Schorsing 12 weken per zaak.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:273 Raad van Discipline Amsterdam 21-836/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klager heeft slechts een afgeleid belang en geen rechtstreeks belang. Klacht is in zoverre kennelijk-niet ontvankelijk. Klacht van klaagster kennelijk ongegrond. Verweerder heeft haar zaak voldoende voortvarend behandeld. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 193/2020

    Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op het stopzetten van medicatie. Uit de informatie van de apotheker blijkt dat de betreffende medicatie (tijdelijk) niet geleverd kon worden. Deze leveringsproblemen vallen buiten de invloedssfeer van beklaagde als huisarts en kunnen haar dan ook niet worden verweten. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2175-2020/271

    Klagers hebben een klacht ingediend over de behandeling van wijlen hun moeder (patiënte) tegen meerdere artsen van de afdeling geriatrie. De klacht tegen verweerder houdt onder meer in dat 1) het te lang heeft geduurd voordat het behandelbeleid is gestart, 2) het postoperatieve beleid onvoldoende is gebleken en een verslechtering van de algemene toestand van patiënte tot gevolg heeft gehad, 3) behandelkeuzen niet werden bepaald op basis van de noodzaak voor patiënte, 4) het beleid teveel werd overgelaten aan de dienstdoende arts-assistenten, 5) sprake is geweest van een onzorgvuldig proces van versterving en 6) het medisch dossier bij het verweerschrift afwijkend is.Verweerder heeft primair een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van klagers, omdat het (aanvullend) klaagschrift niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en de klacht meer het karakter heeft van een algemene klacht tegen het ziekenhuis dat later is omgewerkt tot een tuchtklacht. Subsidiair heeft verweerder de klacht bestreden.Het college heeft de klagers ontvankelijk verklaard in hun klacht, nu (net) voldoende duidelijk is wat klagers verweerster verwijten. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard, nu verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt omtrent de medische behandeling van patiënte. Daarnaast heeft het college een aantal verwijten niet kunnen vaststellen. Voorts is verweerder niet bij alles betrokken geweest en hoefde dat ook niet te zijn. Van een onzorgvuldig proces van versterving is geenszins sprake. Het college ziet geen aanwijzingen van het (achteraf en ten onrechte) aanpassen van het medisch dossier van patiënte door verweerder.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-571

    Dekenbezwaar over gebruik en registratie van geheimhoudernummers. Vaststaat dat verweerster haar man, tevens (samenwerkend) fiscalist/belastingadviseur, gedurende langere tijd en zonder daartoe gerechtigd te zijn gebruik heeft laten van één van haar geheimhoudernummers (het mobiele nummer van haar man). Daardoor heeft verweerster in strijd gehandeld met artikel 6.11 Voda en de kernwaarde integriteit geschonden en ook het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Verweerster heeft ook in strijd met artikel 6.10 en 6.11 Voda het mobiele nummer van haar man en van haar juridisch medewerker als geheimhoudernummers geregistreerd, nu deze nummers niet aan de voorwaarden voldeden. Ook heeft verweerster de op haar rustende geheimhoudingsplicht geschonden door haar man onbeperkt toegang te verlenen tot haar kantooradministratie, terwijl niet is gebleken dat haar man in alle dossiers een van verweerster afgeleid verschoningsrecht had. Vanwege het (volgens de deken) ontbreken van boos opzet aan de kant van verweerster en omdat verweerster de deken op eigen initiatief in alle openheid op de hoogte heeft gehouden over de stand van zaken met de FIOD en gelet op haar blanco tuchtrechtelijk verleden volstaat de raad met oplegging van een berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:274 Raad van Discipline Amsterdam 21-835/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Gelet op het verweer van verweerster is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de executie van de beschikking is voortgezet en ten laste van klager loonbeslag is gelegd. Tussen klager en de vrouw was (en is) immers in geschil de vraag of er gewijzigde afspraken ten aanzien van de kinderalimentatie zijn gemaakt. Niet gebleken dat verweerster onprofessioneel heeft gereageerd op de e-mails van de advocaat van klager. Tot slot is niet gebleken dat klager onnodig op kosten is gejaagd door verweerster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 194/2020

    Klacht tegen psychiater. De klacht heeft betrekking op het stopzetten van medicatie. Uit bericht van de apotheek blijkt dat deze medicatie op korte termijn niet leverbaar was. Hiervan valt beklaagde geen verwijt te maken. Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld door klager een volwaardig alternatief te bieden. Klacht is kennelijk ongegrond.