Zoekresultaten 11231-11240 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-665/AL/GLD/D

    Dekenbezwaar. De raad verklaart het dekenbezwaar grotendeels gegrond. De raad overweegt dat verweerder excessief heeft gedeclareerd en verschillende andere (gedrags)regels heeft geschonden. Verdachte heeft onder meer gehandeld in strijd met gedragsregels 3, 15, 16, 17 en 18. Verweerder heeft het vertrouwen van zijn cliënt en diens ouders ernstig geschonden. Verweerders ernstige tuchtrechtelijk verwijtbare handelen rechtvaardigt de oplegging van een zware maatregel. De raad legt verweerder een voorwaardelijke schorsing van 6 weken en een onvoorwaardelijke geldboete van € 5.000 euro op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-190/DB/W

    Niet gebleken is dat door de griffier onherroepelijke beslissingen zijn genomen, waarvoor de gewraakte tuchtrechter verantwoordelijkheid draagt en waaruit de vooringenomenheid van die tuchtrechter blijkt. Ook de in de overige gronden aangevoerde omstandigheid dat de gewraakte tuchtrechter niet binnen door verzoekers gestelde termijnen heeft gereageerd rechtvaardigt de conclusie dat zij vooringenomen of partijdig is niet. Verweerster had daartoe goede redenen en bovendien ligt het niet op de weg van een partij om in een klachtprocedure termijnen aan de tuchtrechter te stellen.Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam D2021/3442

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een klinisch psycholoog. De kinderen van klager waren in behandeling bij een collega (gz-psycholoog) van de klinisch psycholoog voor psychologische behandeling. De klinisch psycholoog is niet als onafhankelijk klachtenfunctionaris bij de behandeling van de klachten tegen zijn collega betrokken geweest. Dit kan hem dus ook niet worden verweten. Voorts heeft de klinisch psycholoog voldoende uitgelegd dat de beëindiging van de behandelrelatie een weloverwogen besluit is geweest. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/3497

    Psychiater wordt onder meer verweten dat zij haar expertise heeft ingezet voor een ongefundeerde verklaring over klager, haar artsentitel heeft misbruikt en het vertrouwen in de beroepsgroep heeft geschaad. Deze klachtonderdelen zijn gegrond. Verwijten rond het benoemen van strafrechtelijke feiten in de verklaring en het meewerken aan het ontnemen van de voogdij van klager zijn deels gegrond. Verwijt dat de psychiater zich heeft laten misleiden door een belanghebbende collega (ex-partner van klager) is ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/705623 / DW RK 21/350 KM/WdJ

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.069

    Klacht tegen MDL-arts. Klaagsters hebben een klacht ingediend tegen de MDL-arts/hoofdbehandelaar van hun inmiddels overleden moeder (patiënte). Patiënte was bekend met radiatie-enteritis als gevolg van een radiotherapie behandeling voor een endometriumcarcinoom in het verleden. Klaagsters verwijten de MDL-arts onder meer geen coloscopie is uitgevoerd en geen (nieuwe) CT-scan is gemaakt, dat tijdens de controles door de MDL-arts nooit palpatoir buikonderzoek is gedaan of een echo gemaakt, dat patiënte alle symptomen had van darmkanker, maar dat de MDL-arts steeds is blijven uitgaan van radiatie-enteritis en dat de communicatie met patiënt/klaagsters onzorgvuldig is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2035

    Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. In het kader van een letselschadeprocedure heeft de fysiotherapeut een aantal vragen over klager, zijn voormalig patiënt, beantwoord. Het college komt tot het oordeel dat een deel van dit antwoord onvolledig is. Het antwoord heeft de fysiotherapeut niet meer nagevraagd bij klager, voordat hij het antwoord instuurde. Ook had hij in zijn antwoord moeten vermelden waarop hij zijn antwoord baseerde en dat hij deze informatie niet meer bij klager had geverifieerd. Dat dit beter had gekund, heeft de fysiotherapeut erkend. Er wordt geen maatregel opgelegd, omdat de fysiotherapeut zijn werkwijze heeft aangepast. Overig klachtonderdeel ongegrond. Klacht deels gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-110/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2022/4045

    Klacht tegen GZ-psycholoog/psychotherapeut. Beklaagde wordt verweten dat hij onzorgvuldige diagnostiek heeft bedreven en onprofessioneel heeft gecommuniceerd. Ook zou hij de communicatie over de betwiste diagnose en de afsluiting van de behandeling hebben overgelaten aan de basispsycholoog. Voorts verwijt klager beklaagde dat hij zijn medisch dossier niet heeft geraadpleegd en dat hij teksten in het medisch dossier heeft verwijderd en aangepast. Ten aanzien van klachtonderdeel 1 is het college van oordeel dat beklaagde als werkbegeleider verantwoordelijk is voor het handelen van de basispsycholoog. Dit brengt met zich dat beklaagde ook verantwoordelijk is voor de herbeoordeling van de diagnose van klager door de basispsycholoog. Niet is gebleken dat het oordeel van beklaagde om de diagnose in stand te houden onzorgvuldig is geweest. Klachtonderdeel 1 is ongegrond. Klachtonderdeel 2 is eveneens ongegrond. Ter zitting heeft de getuige verklaard dat de door beklaagde gestelde vragen bestempeld moeten worden als een diagnostisch instrument om te onderzoeken hoe klager zou reageren buiten een niet-geprotocolleerde vragenlijst om. Daaruit blijkt niet dat beklaagde zich onprofessioneel heeft uitgelaten. Klachtonderdelen 3 en 4 acht het college gegrond. Beklaagde was als werkbegeleider inhoudelijk verantwoordelijk voor het handelen van de basispsycholoog. Op grond daarvan had beklaagde met klager in gesprek moeten gaan om de instandhouding van de diagnose te bespreken. Door dit niet zelf te doen, maar over te laten aan de basispsycholoog heeft beklaagde niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener verwacht mag worden. Klachtonderdelen 5 en 6 zijn ongegrond. Het college is van oordeel dat beklaagde niet het medisch dossier hoefde te raadplagen aangezien hij van de behandeling op de hoogte werd gehouden door de basispsycholoog. Het verwijt van klager dat beklaagde tekst in het medisch dossier heeft verwijderd of aangepast is niet komen vast te staan. Het college legt, nu de klachtonderdelen 3 en 4 gegrond zijn, de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle GP2020/15

    Klacht tegen GZ-psycholoog/psychotherapeut. Beklaagde wordt verweten dat hij onzorgvuldige diagnostiek heeft bedreven en onprofessioneel heeft gecommuniceerd. Ook zou hij de communicatie over de betwiste diagnose en de afsluiting van de behandeling hebben overgelaten aan de basispsycholoog. Voorts verwijt klager beklaagde dat hij zijn medisch dossier niet heeft geraadpleegd en dat hij teksten in het medisch dossier heeft verwijderd en aangepast. Ten aanzien van klachtonderdeel 1 is het college van oordeel dat beklaagde als werkbegeleider verantwoordelijk is voor het handelen van de basispsycholoog. Dit brengt met zich dat beklaagde ook verantwoordelijk is voor de herbeoordeling van de diagnose van klager door de basispsycholoog. Niet is gebleken dat het oordeel van beklaagde om de diagnose in stand te houden onzorgvuldig is geweest. Klachtonderdeel 1 is ongegrond. Klachtonderdeel 2 is eveneens ongegrond. Ter zitting heeft de getuige verklaard dat de door beklaagde gestelde vragen bestempeld moeten worden als een diagnostisch instrument om te onderzoeken hoe klager zou reageren buiten een niet-geprotocolleerde vragenlijst om. Daaruit blijkt niet dat beklaagde zich onprofessioneel heeft uitgelaten. Klachtonderdelen 3 en 4 acht het college gegrond. Beklaagde was als werkbegeleider inhoudelijk verantwoordelijk voor het handelen van de basispsycholoog. Op grond daarvan had beklaagde met klager in gesprek moeten gaan om de instandhouding van de diagnose te bespreken. Door dit niet zelf te doen, maar over te laten aan de basispsycholoog heeft beklaagde niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener verwacht mag worden. Klachtonderdelen 5 en 6 zijn ongegrond. Het college is van oordeel dat beklaagde niet het medisch dossier hoefde te raadplagen aangezien hij van de behandeling op de hoogte werd gehouden door de basispsycholoog. Het verwijt van klager dat beklaagde tekst in het medisch dossier heeft verwijderd of aangepast is niet komen vast te staan. Het college legt, nu de klachtonderdelen 3 en 4 gegrond zijn, de maatregel van waarschuwing op.