Zoekresultaten 441-450 van de 48147 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-353/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:145
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over een contractuele boete. Hoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerders cliënt in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld, betekent dit niet automatisch dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden om de belangen van klaagster te schaden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:130
Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:131
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:141
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:132
Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c) en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-501/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:142
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-359/AL/GLD
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:149
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-586/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:143
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142
Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd. Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/457736 KL RK 25-134 en C/05/457737 KL RK 25-135
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 17-04-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:15
De vraag speelt of en aan wie de bankgarantie moet worden uitgekeerd bij ontbinding van de koop van een woning. Klager vindt dat de (kandidaat-)notaris het bedrag aan hem als verkopende partij had moeten uitkeren. De kamer overweegt dat in de koopovereenkomst tussen klager en de koopovereenkomst is opgenomen dat de bankgarantie niet wordt uitgekeerd zonder dat sprake is van een eensluidende betalingsopdracht van partijen. De (kandidaat-)notaris heeft aan die bepaling voldaan, hem valt dus geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.