Zoekresultaten 101-110 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 260042

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft aan klaagster een advocaat aangewezen voor het hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter. Vervolgens heeft klaagster een herhaald verzoek gedaan om aanwijzing van een advocaat voor dezelfde procedure. Het hof is van oordeel dat de deken op goede gronden heeft geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen. Het standpunt van de deken dat het feit dat de aangewezen advocaat zich heeft onttrokken geen reden geeft voor aanwijzing van een nieuwe advocaat wordt door het hof onderschreven. De deken heeft er terecht op gewezen dat de aangewezen advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat – in overleg met klaagster – de strategie bepaalt in de zaak. De advocaat mag geen handelingen verrichten tegen klaagsters wil, maar wanneer er sprake is van een verschil van mening over wat in de procedure naar voren moet worden gebracht, kan klaagster de advocaat niet dwingen bepaalde argumenten aan te voeren of om bepaalde incidenten op te werpen. Wanneer er geen overeenstemming kan worden bereikt over de strategie in de zaak, mag de aangewezen advocaat zich onttrekken. De deken heeft bij de eerste aanwijzing al te kennen gegeven dat dit geen reden zal zijn om een nieuwe advocaat aan te wijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:103 Raad van Discipline Amsterdam 26-272/A/A 26-276/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van rauwelijks dagvaarden, het niet-meewerken aan verplaatsing zittingsdatum of het doen van valse verklaringen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8506

    Klacht tegen (cosmetisch) arts gegrond. Doorhaling en onmiddellijke schorsing. Informed consent: kans op complicatie faciale parese (gezichtsverlamming) had moeten worden genoemd. Bij cosmetische ingrepen geldt een verzwaarde informatieplicht. De dossiervoering is onder de maat, de arts had patiënte na de operatie moeten zien, de arts heeft zijn eigen kunnen overschat, de diagnostiek na de operatie was onvoldoende, de inrichting van de zorg in de kliniek was onvoldoende: de operatiekamer voldeed niet voor een dergelijk lange ingreep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9439

    Voorzittersbeslissing, kennelijk ongegrond. Klacht van dochter van (inmiddels overleden) patiënte. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de naam van de instelling waar patiënte verbleef te delen met een familielid. Verweerder ontkent dit.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 260041

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klager wil voeren verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk is. Het betreft een procedure bij de kantonrechter, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:104 Raad van Discipline Amsterdam 26-270/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond. Vertrouwen advocatuur niet geschaad.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/21, 22 en 23

    De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9123

    Klacht tegen plastisch chirurg ongegrond. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij medisch onzorgvuldig en verwijtbaar heeft gehandeld door haar niet volledig te informeren over de risico’s en het resultaat van de uitgevoerde ingrepen bij een praktijk voor cosmetische behandelingen. Daarbij heeft de plastisch chirurg volgens klaagster te grote borstimplantaten geïndiceerd en geplaatst. Ook de hersteloperatie is volgens klaagster niet zorgvuldig uitgevoerd. De plastisch chirurg zou ook niet aan zijn dossierplicht hebben voldaan. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg heeft voldaan aan de verzwaarde informatieplicht. De grootte van de protheses waren de wens van klaagster en in samenspraak is hiertoe besloten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9440

    Voorzittersbeslissing, kennelijk ongegrond. Klacht van dochter van (inmiddels overleden) patiënte. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder goede grond weigert om een schriftelijke bevestiging te geven dat haar moeder wilsonbekwaam was.

  • ECLI:NL:TSCTS:2026:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-03 (2025.V8-WR123 ANNA JOHANNA)

    De zaak gaat over een aanvaring tussen twee vissersschepen op 14 oktober 2024 om 03:19 uur op de Noordzee ten westen van Ouddorp/Stellendam. De stomende garnalenkotter ZK147 De Kim (De Kim) is daar toen met haar voorzijde tegen de achterzijde van het vissende visserschip WR123 Anna Johanna (Anna Johanna) gevaren. Beide schepen raakten beschadigd; persoonlijke ongevallen hebben zich niet voorgedaan. De inspecteur maakt de schippers van beide schepen een verwijt. Het verwijt aan de schipper van de Anna Johanna – waar deze zaak over gaat – is dat hij geen goede uitkijk heeft gehouden, terwijl dat wel nodig was vanwege het gevaar van een aanvaring door, in dit geval, De Kim. Daarnaast verwijt de inspecteur hem dat hij is uitgevaren ondanks dat de geneeskundige verklaring van de plaatsvervangend schipper al anderhalve maand verlopen was, terwijl kort daarvoor nog een waarschuwing was gegeven door inspecteurs van de ILT. Zonder geldige medische keuring is het vaarbevoegdheidsbewijs niet geldig en voldeed de bemanning dus niet aan de eisen van het ‘certificaat minimale bemanningssterkte (visserij)’. Het Tuchtcollege acht de verwijten gegrond en legt de schipper van de Anna Johanna de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van drie (3) weken en een geldboete van € 1.500,-.