ECLI:NL:TGZRZWO:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9123
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:72 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-05-2026 |
| Datum publicatie: | 22-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9123 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/Afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen plastisch chirurg ongegrond. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij medisch onzorgvuldig en verwijtbaar heeft gehandeld door haar niet volledig te informeren over de risico’s en het resultaat van de uitgevoerde ingrepen bij een praktijk voor cosmetische behandelingen. Daarbij heeft de plastisch chirurg volgens klaagster te grote borstimplantaten geïndiceerd en geplaatst. Ook de hersteloperatie is volgens klaagster niet zorgvuldig uitgevoerd. De plastisch chirurg zou ook niet aan zijn dossierplicht hebben voldaan. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg heeft voldaan aan de verzwaarde informatieplicht. De grootte van de protheses waren de wens van klaagster en in samenspraak is hiertoe besloten. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 22 mei 2026 op de klacht van:
A,
wonende te B,
klaagster,
gemachtigde mr. F.B. ten Hove.
tegen
C,
plastisch chirurg,
destijds werkzaam in D,
verweerder,
gemachtigde mr. R. Bertens.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij medisch onzorgvuldig en verwijtbaar
heeft gehandeld door haar niet volledig te informeren over de risico’s en het resultaat
van de uitgevoerde ingrepen bij E te D (hierna: de praktijk). Daarbij heeft de plastisch
chirurg volgens klaagster te grote borstimplantaten geïndiceerd en geplaatst. Ook
de hersteloperatie is volgens klaagster niet zorgvuldig uitgevoerd. De plastisch chirurg
zou ook niet aan zijn dossierplicht hebben voldaan.
1.2 De plastisch chirurg stelt zich op het standpunt dat hij niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht ongegrond is. Hierna licht het college dat
toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 oktober 2025;
- het verweerschrift, met bijlagen, binnengekomen op 29 december 2025;
- het proces-verbaal van het op 6 maart 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 10 april 2026. De partijen
zijn verschenen. Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De gemachtigde van klaagster
heeft pleitnotities voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.
3. De feiten
3.1 Klaagster, geboren in 2000, is op 23 april 2021 bij de plastisch chirurg geweest.
De plastisch chirurg was destijds onder meer werkzaam bij de praktijk, gevestigd in
D.
In het dossier bevindt zich een door klaagster op 20 april 2021 ondertekend formulier
‘Informed consent Borstvergroting/Borstlift’.
3.2 In het medisch dossier werd bij het consult van 23 april 2021 genoteerd (alle citaten zijn overgenomen inclusief taal- en typefouten en voor zover voor de zaak relevant):
“De twee korte termijn risico’s van borstvergroting zijn nabloeding en gestoorde wondgenezing
door infectie. Deze risico’s zijn uiterst zeldzaam, als u zich strikt aan de volgende
voorwaarden houdt: 6 weken voor de operatie absoluut niet roken en niet meeroken.
Meeroken betekent dat u in een ruimte bent waar anderen roken. Uw gewicht mag niet
hoger zijn dan uw lengte min 1. Bent u bijvoorbeeld 1.70m lang, dan mag u maximaal
70 kg wegen. Bent u 1.65 lang, dan mag u maximaal 65 kg wegen.
De lange termijn risico’s van borstvergroting zijn:
Ontevredenheid met het gekozen volume. verkeerde positie van de implantaten, double
bubble deformiteit (onvoldoende ontplooiing van de onderpoolhuid, oorspronkelijke
borst ligt zichtbaar op het implantaat), rock – and-sock deformiteit (overtollige
huid en klier hangen zichtbaar over het implantaat), symmastie (“uniboob = verbinding
tussen beide borsten), verbreding van de tepelhof. storende littekenvorming en striemen
(ook wel striae genoemd)
Tevens: rimpeling, voelbaarheid, zichtbaarheid en abnormale beweeglijkheid van de
implantaten.
Voorts: asymmetrie door vooraf bestaande asymmetrie van borstvolume, tepel-positie,
ribben of wervelkolom.
Tenslotte: vermindering of verlies van gevoel in de tepels, onvermogen borstvoeding
te geven. Auto immune Syndrome induced by Adjuvants (ASIA syndroom). Breast Implant
Associated Anaplastic Large Cell Lymphoma (BI-ALCL). aanhoudende pijn, vochtophoping
in de borsten, kapselvorming en scheuren van een implantaat.
Lichamelijk onderzoek
tepelhoogte 17
borstbreedte rechts 12.5 links 12
onderpoolhuid 7 cm
afstand tepel middellijn rechts 9 links 10
soepel
onderste borstplooi en borst links hoger dan rechts
nb asymmetrie met rechts meer prominente ribben, vooruitstekend
asymmetrie zal deels blijven, patiente begrijpt dit en acccepteert dit
begrijpt dat dit te maken heeft met haar scoliose.
Conclusie Beleid
Uitleg bijsluiter NVPC
Foto Documentatie
2 x RSD 360
2x RSF 425. voorkeur”
De brochure ‘THE-BEST-BREAST’ maakt deel uit van de stukken.
3.3 Klaagster werd op 14 mei 2021 door de plastisch chirurg geopereerd. Het operatieverslag
maakt deel uit van het dossier.
Daarin is opgetekend:
“Type operatie: Subpectorale borstvergroting beiderzijds
Merk: Motiva RSF 425 beiderzijds, breedte 12,25 cm dikte 5.00cm
Voorbereidingen:
Pre-operatief zijn alle overwegingen betreffende de correctie met patiënte besproken.
Met name gaat het om: de redenen voor de operatie, de te verrichten procedure, de
herstelperiode, het te verwachten resultaat en de mogelijke complicaties.
De besproken complicaties zijn: nabloeding en infectie, waarbij roken en overgewicht
bekend en benoemde risicofactoren zijn. Voorts ontvredenheid met het gekozen volume,
verkeerde positie van de inmplantaten (te hoog of te laat, te ver naar buiten of naar
binnen), double bubble deformiteit (onvoldoende ontplooïng van de onderpoolhuid, oorspronkelijke
borst ligt zichtbaar op het implantaat), rock- and-sock deformiteit (overtolloge huid
en klier hangen zichtbaar en of voelbaar onder het implantaat), symmastie (“uniboob”=
verbinding tussen beide borsten), verbreding van de tepelhof, storende littekenvorming
en striemen (ook wel striae genoemd). Tevens: rimpeling, voelbaarheid, zichtbaarheid
en abnormale beweeglijkheid van de implantaten. Voorts: asymmetrie door vooraf bestaand
asymmetrie van borstvolume, tepel-positie, ribben of wervelkolom. Tenslotte: vermindering
of verlies van gevoel in de tepels, onvermogen borstvoeding te geven, Auto Immune
Syndrome Induced by Adjuvants (ASIA syndroom), Breast Implant Associated Anaplastic
Large Cell Lymphoma (BI-ALCL), aanhoudende pijn, vochtophoping in de borsten en kapselvorming.
Patïente is erop gewezen dat de implantaten kunnen inkapselen, draaien, kantelen en
scheuren. Ze is er van op de hoogte dat zij de littekens 1 jaar lang niet aan de zon
of aan de zonnebank mag blootstellen. Patiënte kreeg het advies na 5 jaar een controle
MRI-scan te laten vervaardigen en vervolgens iedere 10 jaar, tenzij eerder klachten
optreden. Patiënte is ervan op de hoogte dat bovenstaande complicaties extra operaties
met zich mee kunnen brengen, met bijkomende kosten. Alle bovenstaande informatie is
vermeld in de brochure “THE-BEST-BREAST” en de “bijsluiter borstvergroting” op de
website van de Nederlandse Vereniging voor Plastische chirurgie (www.nvpc.nl) en werd
met patiënte gedeeld en besproken. Patiënte heeft aangegeven deze informatie te begrijpen
en de risico’s van haar keuze te accepteren. Door uitvoerige pre-operatieve consultatie
zijn de verwachting van patiënte in goede verhouding gebracht met de mogelijkheden.
De bestaande pre-operatieve afwijkingen zijn fotografisch met toestemming van patiënte
gedocumenteerd. Pre-operatief zijn in samenspraak met patiënte de dimensies van de
te gebruiken implantaten gekozen. Hierbij is gebruik gemaakt van de metingen bij lichamelijk
onderzoek, van simulatie met pasprothesen in de BH en van voorbeeldfoto’s met patiënten
zelf. Zij gaat op basis hiervan accoord met plaatsing van de in het dossier vermelde
implantaten. De gegeven van deze operatie en de implantaten worden online ingevoerd
in de Dutch Breast Implant Registry (DBIR). (…)”
In het dossier bevinden zich WhatsApp-berichten tussen klaagster en de plastisch chirurg, inclusief foto’s vanaf 15 mei 2021.
3.4 Op 12 november 2021 kwam klaagster bij de plastisch chirurg op nacontrole. Daarvan is opgetekend in het dossier:
“Consult
Nu bottoming out
Tijdens het consult van dr. [achternaam plastisch chirurg, RTG] zijn volgende punten
besproken
Lichamelijk onderzoek
tepelhoogte 19
borstbreedt
onderpoolhuid 12 = bottoming out
afstand tepel middellijn rechts 10 links 11 cm
zeer lase [deels onleesbaar, RTG] huid
Conclusie Beleid
uitleg bijsluiten NVPC
Foto Documentatie
horizontale caudale wigexcisie mediaal sluiten
en wissel naar
2x RSD 265 11 breed en 3.8 dik
2x RSF 315 11 breed en 4.5 dik
Uitleg horizontaal litteken in de plooi
patiente begrijp dit en accepteert dit
klaagschrift invullen!”
3.5 In het operatieverslag van 15 januari 2022 is opgenomen:
“Type operatie:
Implantaatwissel met horizontale caudale wigexcisie Implantaten Motiva RSF 315
Serienummer links: 21051093-01
Serienummer rechts: 21051093-02
Indicatie en voorbereiding:
Pre-operatief zijn alle overwegingen betreffende de correctie met patiënte besproken.
Met name gaat het om: de redenen voor de operatie, de te verrichten procedure, de
herstelperiode, het te verwachten resultaat en de mogelijke complicaties.
Ondanks uitvoerige pre-operatieve consultatie voorafgaande aan de 1e borstvergroting
vindt
patiënte de implantaten te groot en te laag (bottoming out). Om dit te corrigeren werd met
patiënte besproken een horizontale caudale wigexcisie te verrichten om de borstplooi en
daarmee de positie van de implantaten te verhogen. De huidreductie en het resulterende litteken in de borstplooi werd tijdens het spreekuur op de borsten aangetekend en fotografisch vastgelegd. De dimensies van de nieuwe, kleinere implantaten werden besproken. In samenspraak met patiënte werd gekozen voor Motiva RSF 315 met een breedte van 11.0 cm en een dikte van 4,50 cm. Hiermee wordt de breedte van de implantaten 1 .25 cm en de dikte 0,5 cm gereduceerd. De besproken complicaties zijn: nabloeding en infectie, waarbij roken en overgewicht bekende en benoemde risicofactoren zijn. Voorts ontevredenheid met het gekozen volume, verkeerde positie van de implantaten (te hoog of te laag, te ver naar buiten of naar binnen), double bubble deformiteit (onvoldoende ontplooiing van de onderpoolhuid, oorspronkelijke borst ligt zichtbaar op het implantaat), rock- and-sock deformiteit (overtollige huid en klier hangen zichtbaar en of voelbaar onder het implantaat), symmastie (‘uniboob” = verbinding tussen beide borsten), verbreding van de tepelhof, storende littekenvorming en striemen (ook wel striae genoemd). Tevens: rimpeling, voelbaarheid, zichtbaarheid en abnormale beweeglijkheid van de implantaten. Voorts: asymmetrie door vooraf bestaande asymmetrie van borstvolume, tepel-positie, ribben of wervelkolom. Tenslotte: vermindering of verlies van gevoel in de tepels, onvermogen borstvoeding te geven, Auto Immune Syndrome Induced by Adjuvants
(ASIA syndroom), Breast Implant Associated Anaplastic Large CelI Lymphoma (Bl-ALCL),
aanhoudende pijn, vochtophoping in de borsten en kapselvorming. Patïente is er op gewezen dat de implantaten kunnen inkapselen, draaien, kantelen en scheuren. Ze is er van op de hoogte dat zij de littekens 1 jaar lang niet aan de zon of aan de zonnebank mag blootstellen. Patiënte kreeg het advies na 5 jaar een controle MRI-scan te laten vervaardigen en vervolgens iedere 10 jaar, tenzij eerder klachten optreden. Patiënte is ervan op de hoogte dat bovenstaande complicaties extra operaties met zich mee kunnen brengen, met bijkomende kosten.
Alle bovenstaande informatie is vermeld in de brochure “THE-BEST-BREAST” en de ‘bijsluiter
borstvergroting” op de website van de Nederlandse Vereniging voor Plastische chirurgie
(www.nvpc.nI) en werd met patiënte gedeeld en besproken. Patiënte heeft aangegeven deze
informatie te begrijpen en de risico’s van haar keuze te accepteren.”
In het dossier bevinden zich WhatsApp-berichten tussen klaagster en de plastisch chirurg, waarbij ook foto’s zijn gevoegd.
3.6 Op 28 januari 2022 kwam klaagster bij de plastisch chirurg voor nacontrole.
3.7 In juni 2022 is klaagster bij F geweest. In de gemaakte aantekening ‘Eerst consult plastische chirurg’ is genoteerd:
“Concretiseren wens
Met welk resultaat zou u tevreden zijn
Minder hang, littekens minder duidelijk zichtbaar, mooiere vulling.
(…)
Algemeen lichamelijk onderzoek
Algemene indruk
Prothese te breed voor het postuur, zakt bdz door IMF heen. Litteken in IMF bdz,
hypertrofisch en ver naar lateraal en mediaal door, dogear, duidelijk zichtbaar. Volumedefect
van de borsten oppervlakkig bdz.
Moeilijke borst omdat er zoveel gebeurd is. Enige optie is nieuwe operatie waarbij
de onderpool wordt verstevigd met een Tiger mat, tevens lipofilling van de borst mediaal
met donorplaats mediale zijde bovenbeen.
(…)
Diagnose
Afwijkingen na eerdere borstvergroting.”
3.8 Op 21 november 2022 is klaagster bij G geweest. Van dit consult is de navolgende aantekening gemaakt:
“Zorgvraag:
Correctie borsten bdz
Anamnese:
St na borstaugmentatie door dr. [naam plastisch chirurg, RTG] bij Praktijd [naam
praktijk, RTG]. Postoperatief klachten door te zware prothese bdz, borsten te dicht
bij elkaar geweest. Had andere resultaat verwacht.
Correctie door [naam plastisch chirurg, RTG] met vervangen prothese rechter en linker
borsten, verplaatsen naar lateraal en resectie overtollige huid onderpol bdz middels
resectie. Is niet blij met resultaat, Voelt zich verminkt door littekens. Borsten
zien niet natuurlijk uit.
Lichamelijk onderzoek:
Borsten in verhouding rest lichaam groot. Littekens deels nog actief en verdikt.
Linker borst mediaal dog ear. Littekens per borst van sternum naar axillaire lijn
lopen, rond 1 cm boven van IMF. Bottoming out en te lange afstand tepel IMF (rechts
0,5 en links 10 cm).
Baker 2 rechts en links.
Beleid:
Littekenmassage / gebruik van silicone gel ter verbetering van littekenklachten.
Toelichting over beperkte optie tot correctie: Littekens blijven altijd zichtbaar.
Optie is expectatief beleid met acceptatie van borsten of chirurgie correctie. Correctie
kan middels littekenexcisie, dog ear correctie en plaatsen van kleinee prothese gedaan
worden. Streg gezien geen medisch indicatie voor operatie.”
3.9 Op 26 februari 2024 heeft een plastisch chirurg via H een medisch advies uitgebracht:
“Voorgeschiedenis:
Cliënte was 20 jaar oud op het moment van de wens tot borstvergroting. Zij woog slechts 40 kg.
14-05-2021: borstvergroting. 440 ml. prothesen.
15-01-2022: in verband met het uitzakken prothesen, symmastie (de barsten komen in de middenlijn tegen elkaar over het borstbeen (niet het heiligbeen) en pijnklachten volgde een re-operatie.
Verwijderen van huid onder de borst en vervangen prothesen door prothesen van 315
ml.
Opmerkingen:
Qua informed consent en voorlichting heeft [achternaam plastisch chirurg, RTG] zich
volledig ingedekt. Hoewel er een inspanningsverplichting is en geen resultaatverplichting
zijn er mijns inziens grenzen overschreden. Bij de eerste operatie zijn veel te grote
implantaten geplaatst. Er treden dan voorspelbare complicaties op zoals uitzakken
van de prothese, oprekken van huid, symmastie en pijnklachten. Dit beeld wordt ook
bevestigd door de mening van andere plastisch chirurgen. Bij de beoordeling welke
maat prothesen geplaatst moeten worden staat de patiënt buitenspel. Die kan voor de
operatie nooit een goed beeld krijgen van het volume. Dat “alles” is besproken is
geen vrijbrief voor schadelijk handelen.
Het is de verantwoordelijkheid van de chirurg om een verstandige afweging te maken,
Het zou ook niet verkeerd zijn geweest als hij bij het eerste consult een borstvergroting
had ontraden gezien het aanwezige volume en het lichaamsgewicht van cliënte. Als arts
heb je ook de verplichting om patiënt soms tegen zichzelf te beschermen als er een
kans op schade bestaat. De “herstel” operatie heeft het probleem niet opgelost. Wel
resteren nu enorme
littekens en hebben de borsten een onnatuurlijke vorm. Door het huidige gewicht van de prothese is te verwachten dat zij in de loop van de tijd nog verder gaan uitzakken. Er kan dan alleen een herstel worden uitgevoerd door het verwijderen van de prothese (of vervangen door een veel kleinere) en het reduceren van de huid die immers door dit
volume is opgerekt. Dit resulteert in littekens zoals te zien bij een borstverkleining.
In het algemeen hebben zaken waarbij de patiënt niet tevreden is over een cosmetisch
resultaat weinig kans. Maar in het onderhavige geval ben ik van mening dat er grenzen
zijn overschreden. Een en ander zal afhangen van het rapport van een deskundige. I
zal zich beroepen op het gegeven dat in de informatie die is verstrekt problemen over
volume, asymmetrie en dergelijke zijn benoemd.”
3.10 Op 15 december 2023 is door de gemachtigde van klaagster aan de plastisch
chirurg een afschrift van het medisch dossier verzocht. Op 13 januari 2024 heeft de
plastisch chirurg per e-mailbericht aan de gemachtigde van klaagster laten weten dat
hij geen toegang meer heeft tot het medisch dossier en verzocht hij de gemachtigde
contact op te nemen met de praktijk.
3.11 Op 16 januari 2024 meldde de plastisch chirurg aan de gemachtigde van klaagster per e-mailbericht:
“De aansprakelijkheid ligt bij de [naam praktijk, RTG] in [vestigingsplaats praktijk,
RTG], onder bestuur van mevrouw [naam praktijkhouder, RTG].
Ik heb begrepen dat u in de zomer met dit bedrijf gecorrespondeerd heeft.”
Op 18 januari 2024 verzocht de gemachtigde van klaagster – per e-mailbericht – aan de plastisch chirurg om de aansprakelijkstelling door te geleiden naar zijn aansprakelijkheidsverzekeraar.
De plastisch chirurg meldde – per emailbericht – op diezelfde dag aan de gemachtigde van klaagster:
“Ik heb geen aansprakelijkheid verzekeraar. Alles loopt via de [naam praktijk, RTG] en mevrouw [voornaam praktijkhouder, RTG].”
3.12 Op 2 mei 2024 verzocht de gemachtigde van klaagster de plastisch chirurg
nogmaals om de aansprakelijkheid voor tekortkoming in de behandelingsovereenkomst
te erkennen en met de gemachtigde in overleg te treden over het afwikkelen van de
schade van klaagster.
3.13 Op 7 mei 2024 berichtte de plastisch chirurg per e-mail aan de gemachtigde van klaagster:
“Ik heb uw brief in goede orde ontvangen. Ik ging er ten onrechte van uit dat u van praktijk [naam praktijk, RTG] het volledige medische dossier zou ontvangen.
Ik zal al informatie alsnog met u delen en zoals u in uw laatste brief vraagt, toelichten.”
3.14 Op 20 december 2024 wendde de gemachtigde van klaagster zich per brief tot
de plastisch chirurg, als behandelend arts. Daarin werd verzocht de aansprakelijkheid
te erkennen en in overleg te treden.
De plastisch chirurg reageerde per brief van 2 januari 2025. Daarin is – voor zover
thans relevant – opgenomen:
“In mijn eerdere e-mail d.d. 22.5.24, heb ik u geïnformeerd dat de aansprakelijkheidsverzekering
voor mijn werkzaamheden bij praktijk [naam praktijk, RTG] door deze praktijk bij I
contractueel is vastgelegd.
Zoals ik ook in mijn eerdre mail d.d. 22.5.24 benoem, blijft hierbij staan dat de
financiële aansprakelijkheid voor het traject van cliënte contractueel is vastgelegd
bij praktijk [naam praktijk, RTG]. Door praktijk [naam praktijk, RTG] werd een financiële
behandelovereenkomst met cliënte afgesloten. Vervolgens heb ik voor praktijk [naam
praktijk, RTG], als plastisch chirurg in ZZP-verband, de twee genoemde operaties verricht.
De financiële behandelovereenkomst is echter opgesteld tussen cliënte en praktijk
[naam praktijk, RTG]”.
3.15 Uit informatie van de huisarts, gedateerd 10 mei 2023, blijkt het navolgende:
“dossier: geen correspondentie PCH over borsten, wel PCH afspr ivm neuscorrectiewens
(niet nagekomen)
(…)
Bijgevoegd een zeer beknopt verslag dd. 14 mei 2021 van de behandelend chirurg,
[naam plastisch chirurg, RTG]. In het dossier van patiënte is verder geen andere brief
betreffende deze borstvergroting.”
In de bijlage bij het afschrift van het huisartsendossier bevindt zich een afschrift van de app ‘Clinicminds.com’ met de tekst:
“J, 14-05-2021
Geachte collega,
Onderstaande cliënt is vandaag door mij behandeld. De behandeling is zonder complicaties
verlopen. Om het herstel voorspoedig te laten verlopen zijn adviezen en medicatie
door ons verstrekt. Bijsluiten van de medicatie zijn meegegeven.
[persoonsgegevens klaagster, RTG]”
4. De klacht en de reactie van de plastisch chirurg
4.1 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij:
a) voorafgaand aan en tijdens de operatie van 14 mei 2021 klaagster niet voldoende
heeft geïnformeerd over de risico’s van protheses met een volume van
440 ml;
b) tijdens de operatie van klaagster op 14 mei 2021 te grote protheses heeft geplaatst;
c) voorafgaand aan de hersteloperatie op 15 januari 2022 tekort is geschoten
bij het
informeren over de hersteloperatie, het indiceren en het
uitvoeren van de hersteloperatie;
d) niet heeft voldaan aan de dossierplicht en niet heeft voldaan aan het verzoek
tot een
afschrift van het medisch dossier;
e) niet correct gehandeld heeft na de schadeclaim die klaagster heeft ingediend
bij de
plastisch chirurg.
4.2 De plastisch chirurg heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Daarbij wordt namens verweerder opgemerkt dat de plastisch chirurg die medisch advies heeft uitgebracht op 26 februari 2024 zeer evident niet onafhankelijk is en aan dit medisch advies niet veel waarde dient te worden gehecht. De gemachtigde wijst erop dat de tuchtzaak waarbij de plastisch chirurg door het Centraal Tuchtcollege voor de duur van één jaar is geschorst (ECLI:NL:TGZCTG:2025:101) van wezenlijk andere aard is dan hetgeen centraal staat in de onderhavige tuchtzaak en niet dient te worden meegewogen in de beoordeling.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de plastisch chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende plastisch chirurg. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Klachtonderdeel a) informed consent operatie 14 mei 2021
5.2 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij haar onvoldoende en te weinig specifieke informatie heeft verstrekt over de mogelijke risico’s die inherent zijn aan het plaatsen van protheses van 440 ml volume bij het lichaamsgewicht en de lengte van klaagster. Een algemene brochure is daarvoor niet voldoende en bij cosmetische ingrepen geldt een verzwaarde informatieplicht.
5.3 De plastisch chirurg stelt zich op het standpunt dat klaagster voorafgaande aan de ingreep een ’algemene brochure’ heeft ontvangen genaamd de ‘best-breast-brochure’ die specifiek en gedetailleerd is. De inhoud daarvan is tijdens de preoperatieve consulten met klaagster besproken. Daarnaast heeft klaagster ‘wishpics’ meegenomen en aan de hand van die foto’s en pasprothesen is de door klaagster gewenste dikte afgesproken.
5.4 Het college overweegt dat het uitgangspunt is dat een patiënt toestemming geeft voor het uitvoeren van een medische behandeling, zoals opgenomen in artikel 7:450 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 7:448 BW bepaalt dat de arts, voordat hij toestemming vraagt, de patiënt eerst moet informeren over een voorgestelde behandeling. Duidelijk moet zijn wat de aard en het doel zijn van de behandeling, wat de diagnose en de prognose zijn voor de patiënt, welke risico’s aan de behandeling verbonden zijn, welke complicaties er kunnen optreden en welke alternatieven mogelijk zijn. Daardoor kan de patiënt een weloverwogen besluit nemen. De arts mag de behandeling pas starten als de patiënt hiervoor toestemming heeft gegeven. De informatieplicht van de arts en het toestemmingsvereiste vormen samen het informed consent. Voor cosmetische (medisch niet noodzakelijke) behandelingen, zoals in dit geval, geldt een verzwaarde informatieplicht en worden er zwaardere eisen gesteld aan de verslaglegging in het medisch dossier
(ECLI:NL:TGZRZWO:2025:140).
5.5 Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg bij dit klachtonderdeel
niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft zich tot de praktijk
gewend omdat zij een borstvergroting wenste. Daarbij heeft zij ‘wishpics’ laten zien
als voorbeeld van het gewenste resultaat. Uit het medisch dossier blijkt dat klaagster
uitgebreid over de risico’s is geïnformeerd voorafgaande aan de ingreep, met name
tijdens het consult op 23 april 2021, en met de ‘best-breast-brochure’. Het college
stelt verder vast dat protheses van 425cc en geen 440cc zijn geplaatst. Onder meer
zijn de risico’s “Ontevredenheid met het gekozen volume. verkeerde positie van de
implantaten, double bubble deformiteit (onvoldoende ontplooiing van de onderpoolhuid,
oorspronkelijke borst ligt zichtbaar op het implantaat), rock – and-sock deformiteit
(overtollige huid en klier hangen zichtbaar over het implantaat), symmastie (“uniboob
= verbinding tussen beide borsten), verbreding van de tepelhof. storende littekenvorming
en striemen (ook wel striae genoemd)” uitdrukkelijk benoemd. Met de genoemde risico’s
op korte en lange termijn heeft de plastisch chirurg voldaan aan de verzwaarde informatieplicht
die geldt bij cosmetische ingrepen.
Klachtonderdeel b) te grote prothesen geplaatst op 14 mei 2021
5.6 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij te grote protheses, namelijk
van 440 ml, heeft geadviseerd en geplaatst. Klaagster wijst daarbij op het medisch
advies van een plastisch chirurg van 26 februari 2024.
5.7 De plastisch chirurg stelt zich op het standpunt dat de implantaatbreedte wordt gebaseerd op het meten van de borstbreedte. Deze was bij klaagster 12,5 cm. De implantaatdikte is een persoonlijke keuze. Klaagster heeft na pasprothesen de voorkeur gegeven aan implantaatdikte (full) van 5,0 cm. Dit resulteerde in een implantaatvolume van 425 ml en geen 440 ml zoals in het klaagschrift is weergegeven. De plastisch chirurg wijst op de inhoud van de eerder genoemde WhatsApp-berichten waarin klaagster na de eerste operatie schreef “ben er echt heel erg blij mee ook met de volume boven” en “nee vind ze perfect”. Ontevredenheid met het gekozen implantaatvolume is een bekend risico van een borstvergroting, dat preoperatief met klaagster is besproken. Het risico is in het algemeen gering. De beleving van het eindresultaat bij esthetische chirurgie is altijd subjectief.
5.8 Het college dient de vraag te beantwoorden of de plastisch chirurg tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de geplaatste protheses te adviseren en te plaatsen.
5.9 Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft zich, met ‘wishpics’, gemeld bij de praktijk en met klaagster is, met behulp van pasprothesen, de gewenste dikte besproken. Hoewel de vraag kan worden gesteld of het verstandig is om bij het gewicht en het postuur van klaagster dergelijke protheses te plaatsen, blijkt uit het dossier dat dit klaagsters uitdrukkelijke wens was. Om die reden heeft zij zich gewend tot de praktijk. Het college heeft al vastgesteld dat geen protheses van 440cc, maar 425cc, zijn geplaatst. Daartoe is in samenspraak met klaagster besloten en er zijn het college geen omstandigheden gebleken waaruit blijkt dat de plastisch chirurg van de operatie van klaagster had moeten afzien.
Klachtonderdeel c) hersteloperatie op 15 januari 2022
5.10 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij klaagster onvoldoende heeft
geïnformeerd over de hersteloperatie. Daarnaast is de plastisch chirurg volgens klaagster
tekortgeschoten bij het indiceren en bij de uitvoering van de hersteloperatie.
5.11 De plastisch chirurg voert aan dat hij klaagster uitvoerig heeft gesproken en klaagster gekozen heeft voor een wissel naar kleinere implantaten in combinatie met een horizontale borstlift. In samenspraak is de implantaatkeuze (breedte 11.0 cm en dikte 4,5) gemaakt en in het best-breast-sjabloon inzichtelijk gemaakt. De plastisch chirurg wijst op de inhoud van WhatsApp-berichten na de tweede operatie waarin klaagster onder meer schreef “me borsten zien er al een stuk beter uit Ik was voor bhs aan t kijken en kwa maat ben ik weer terug bij af”.
5.12 Het college overweegt dat aan het informed consent voor de operatie van 15 januari 2022 dezelfde eisen worden gesteld als overwogen in overweging 5.4.
5.13 Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg aan de eisen van informed
consent heeft voldaan bij de operatie van 15 januari 2022. Tijdens het consult van
12 november 2021 is onder meer besproken dat gewisseld kon worden naar kleinere implantaten
en daarbij een horizontaal litteken in de plooi zou komen. Dit blijkt uit het medisch
dossier waarin staat: “horizontale caudale wigexcisie mediaal sluiten en wissel naar
2x RSD 265 11 breed en 3.8 dik 2x RSF 315 11 breed en 4.5 dik Uitleg horizontaal litteken
in de plooi patiente begrijpt dit en accepteert dit”.
In combinatie met de eerder aan klaagster uitgereikte ‘best-breast-brochure’ en
de bij klaagster bekende en nogmaals gemelde risico’s van een borstoperatie heeft
de plastisch chirurg voldaan aan de verzwaarde informatieplicht. Gelet op de ‘bottoming-out’
die was ontstaan na de eerste operatie is, naar oordeel van het college, terecht voorgesteld
om de implantaten te wijzigen naar een kleiner volume. Dit tuchtrechtelijk verwijt
is ongegrond.
Klachtonderdeel d) dossierplicht en niet voldoen aan verzoek tot afschrift dossier
5.14 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij niet heeft voldaan aan de
dossierplicht. Zo mist volgens klaagster het poliklinisch dossier waar de eerste en
volgende contacten zouden zijn beschreven en is sprake van een zeer beknopt verslag
van 14 mei 2021. Ook missen brieven aan de huisarts van klaagster. Daarnaast verwijt
klaagster de plastisch chirurg dat hij, ondanks toezeggingen, het dossier niet aan
klaagster, dan wel haar gemachtigde heeft verstrekt na diverse verzoeken.
5.15 De plastisch chirurg stelt zich op het standpunt dat het dossier aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Hij wijst er daarbij op dat hij geen toegang meer heeft tot het dossier, maar inzage heeft gekregen en dat in zijn verweerschrift heeft verwerkt. Destijds werd via WhatsApp gecommuniceerd met patiënten, tegenwoordig niet meer. Het medisch dossier zoals zich dat bij de stukken bevindt, is volgens de plastisch chirurg compleet.
5.16 Het college overweegt dat ten tijde van het handelen de KNMG-richtlijn ’Omgaan met medische gegevens’ (versie juni 2021) gold. Op grond van artikel 12, derde lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679 (AVG) moet er zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen één maand, gereageerd worden op een verzoek.
5.17 Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg wat betreft de dossierplicht
en het verzoek om een afschrift niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Ten aanzien van de poliklinische contacten is het de vraag of deze met de plastisch
chirurg zelf zijn geweest. Klaagster heeft daarover ter zitting verklaard dat zij
ook ergens een consult met een consulente heeft gehad. Het is de plastisch chirurg
niet tuchtrechtelijk te verwijten dat consulten van anderen niet in het dossier zijn
weergegeven. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat er andere consulten met
de plastisch chirurg zijn geweest die niet in het medisch dossier zijn opgenomen.
Verder stelt het college vast dat het eerste verzoek namens klaagster, om een afschrift
van het medisch dossier, dateert van 15 december 2023. De plastisch chirurg heeft
op 13 januari 2024 naar klaagster gereageerd. De plastisch chirurg heeft weliswaar
niet zelf het dossier verstrekt maar dat was voor hem ook niet mogelijk. Het dossier
bevond zich bij de praktijk, waar klaagster het kon opvragen. De plastisch chirurg
heeft klaagster, toen zij het dossier niet ontving, terecht weer naar de praktijk
verwezen en zich ingespannen om klaagster de gewenste informatie te verschaffen. Het
college overweegt ten slotte dat het operatieverslag van 14 mei 2021 zoals dat is
weergegeven onder de feiten voldoet aan de gestelde eisen. Daarbij is van belang dat
een dossier zo bijgehouden dient te worden dat de continuïteit van de zorg aan patiënte
geborgd is. Het operatieverslag voldoet daaraan. Voor zover klaagster bedoelt dat
de brief over
14 mei 2021 aan de huisarts met de daarbij gevoegde bijlage, zeer beknopt is, overweegt
het college dat bij cosmetische chirurgie waarbij geen sprake is van verwijzing van
de huisarts, er geen verplichting bestaat tot (uitgebreide) berichtgeving aan de huisarts.
Daarmee is dit klachtonderdeel ongegrond.
Klachtonderdeel e) behandeling van de door klaagster ingediende (schade)claim
5.18 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij niet correct en adequaat heeft gehandeld in de door haar ingediende (schade)claim. De plastisch chirurg verwijst klaagster voor de financiële aansprakelijkheid door naar de praktijk waar de behandeling heeft plaatsgevonden. Hij had in ieder geval contact op moeten nemen met de praktijk om die aan te sporen de zaak verder te behandelen.
5.19 De plastisch chirurg wijst op het onderscheid tussen een financiële en medische verantwoordelijkheid. De praktijk waar de plastisch chirurg destijds werkzaam was, is de organisatie die verantwoordelijk is voor de financiële overeenkomst en die contractueel beschikt over een aansprakelijkheidsverzekering. De plastisch chirurg voert aan dat hij in deze correct en adequaat gehandeld heeft.
5.20 Het college overweegt het volgende. Klaagster heeft een behandelovereenkomst gesloten met de praktijk. De plastisch chirurg heeft, toen namens klaagster een aansprakelijkstelling volgde, telkens verwezen naar de praktijk. Daarmee heeft de plastisch chirurg zich, naar het oordeel van het college, voldoende ingespannen om klaagster op een zorgvuldige manier te informeren in het kader van de aansprakelijkstelling. Dit klachtonderdeel is ook ongegrond.
Slotsom
5.21 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht ongegrond
zijn.
Kostenveroordeling
5.22 Klaagster heeft verzocht de plastisch chirurg te veroordelen in de kosten
die zij heeft gemaakt in deze procedure. Een kostenveroordeling is mogelijk als het
college de klacht (gedeeltelijk) gegrond verklaart en aan de zorgverlener een maatregel
oplegt. Nu de klacht ongegrond is, bestaat er geen ruimte voor toewijzing van het
verzoek.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht ongegrond
- wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze beslissing is gegeven door J. Sap, voorzitter, D.S. de Vries, lid-jurist,
J.F.M. Heuff-Macaré van Maurik, E. Hajder en R.J.H. Ensink, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris, en in het openbaar uitgesproken
op 22 mei 2026.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.