ECLI:NL:TGZRZWO:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9440
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:79 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-05-2026 |
| Datum publicatie: | 22-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9440 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing, kennelijk ongegrond. Klacht van dochter van (inmiddels overleden) patiënte. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder goede grond weigert om een schriftelijke bevestiging te geven dat haar moeder wilsonbekwaam was. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Voorzittersbeslissingvan 22 mei 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
D,
huisarts,
werkzaam te E,
verweerder.
1. De zaak in het kort
-
- Klaagsters moeder, overleden in 2023, leed aan dementie en had een alcoholprobleem, waarvoor zij werd opgenomen in een GGZ-instelling. Verweerder is huisarts bij de praktijk waar moeder patiënte was. Klaagster verwijt verweerder dat hij zonder goede grond weigert om een schriftelijke bevestiging te geven dat haar moeder ten tijde van de opname wilsonbekwaam was. Verweerder heeft het verzoek opgevat als een verzoek om moeders patiëntendossier in te zien, hetgeen hij met een beroep op de geheimhoudingsplicht heeft geweigerd.
-
- Klaagster heeft ook een klacht ingediend tegen verweerders collega-huisarts (zaaknummer Z2025/9439). In die zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan op dezelfde uitspraakdatum.
-
- De voorzitter komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Hierna licht de voorzitter toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 9 december 2025;
- de brief van 3 februari 2026 van de secretaris aan klaagster;
- de aanvulling op het klaagschrift, ontvangen op 10 februari 2026;
- het verweerschrift met bijlage, ontvangen op 8 april 2026;
- de repliek en aanvulling daarop, ontvangen op 2 respectievelijk 4 mei 2026.
3. De beoordeling
3.1 Volgens klaagster leed haar moeder aan dementie en had zij een alcoholprobleem. Zij is daarvoor opgenomen geweest in een GGZ-instelling. Moeder is overleden in 2023. Verweerder is huisarts bij de praktijk waar moeder patiënt was. Klaagster verwijt verweerder dat hij zonder goede grond weigert om een schriftelijke bevestiging te geven dat haar moeder ten tijde van de opname wilsonbekwaam was. Klaagster stelt deze bevestiging nodig te hebben om actie te ondernemen tegen bepaalde familieleden, die van moeder geprofiteerd zouden hebben.
3.2 Verweerder heeft het verzoek opgevat als een verzoek om moeders patiëntendossier in te zien. Hij heeft dit met een beroep op de geheimhoudingsplicht geweigerd en klaagster verwezen naar de GGZ-instelling, die volgens hem eerder in aanmerking zou komen om zo mogelijk informatie te verschaffen. Verweerder had zelf na 2022 geen contact meer met de moeder van klaagster gehad en in de periode waarin bewindvoering en/of mentorschap werd aangevraagd verbleef moeder bij F.
3.3 De voorzitter merkt op dat klaagster in deze procedure uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zij geen inzage verlangt in haar moeders patiëntendossier. Zij wil enkel een schriftelijke bevestiging van haar moeders wilsonbekwaamheid. De voorzitter zal daarom niet ingaan op het verweer dat klaagster vanwege de geheimhoudingsplicht geen inzage in het dossier toekomt.
3.4 De klacht kan echter niet slagen, nu het verweerder ook niet toegestaan is om als vroegere huisarts van moeder de gevraagde verklaring af te leggen. De voorzitter verwijst naar de richtlijn van de KNMG (https://www.knmg.nl/actueel/dossiers/beroepsgeheim/geneeskundige-verklaring) over het afleggen van een geneeskundige verklaring. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:
“Een geneeskundige verklaring is een schriftelijke verklaring die een oordeel bevat over een patiënt en over de (medische) geschiktheid of ongeschiktheid van een patiënt om bepaalde dingen wel of niet te doen. Als behandelend arts mag je geen geneeskundige verklaring afgeven over eigen patiënten. […] Een geneeskundige verklaring mag alleen worden afgegeven door een onafhankelijke arts.”
3.5 Hieruit volgt dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt dat hij zich niet heeft willen uitlaten over moeders wilsonbekwaamheid. De voorzitter zal de klacht dan ook kennelijk ongegrond verklaren.
4. De beslissing
De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 22 mei 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, bijgestaan
door
J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.
secretaris voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.