Zoekresultaten 81-90 van de 47536 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9031
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:120
De ex-partner van klaagster is enige tijd in behandeling geweest bij een arts in opleiding tot specialist (aios) psychiatrie en verweerder - een psychiater - als zijn supervisor. Tijdens deze opname heeft de aios – die toen net drie maanden als aios aan het werk was – een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat er zorgen waren over de dynamiek tussen klaagster en haar ex-partner en de gevolgen daarvan voor het opvoedklimaat voor hun minderjarige kinderen. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat deze melding onzorgvuldig en onjuist is geweest. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Volgens het college voldoet de melding niet aan de eisen van zorgvuldigheid zoals bedoeld in de KNMG-meldcode kindermishandeling. De psychiater had zich, als supervisor, ervan moeten vergewissen dat de melding aan de eisen van zorgvuldigheid beantwoordde voordat deze aan Veilig Thuis werd gestuurd. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de psychiater een waarschuwing op.Zie ook: A2025/9033 (zaak tegen aios).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9033
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:121
De ex-partner van klaagster is enige tijd in behandeling geweest bij een arts in opleiding tot specialist (aios / verweerder) psychiatrie en een psychiater, zijn supervisor. Tijdens deze opname heeft de aios – die toen net drie maanden als aios aan het werk was – een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat er zorgen waren over de dynamiek tussen klaagster en haar ex-partner en de gevolgen daarvan voor het opvoedklimaat voor hun minderjarige kinderen. Klaagster verwijt de aios onder meer dat deze melding onzorgvuldig en onjuist is geweest. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Volgens het college voldoet de melding niet aan de eisen van zorgvuldigheid zoals bedoeld in de KNMG-meldcode kindermishandeling. De aios had de melding bovendien aan zijn supervisor moeten voorleggen, voordat hij deze aan Veilig Thuis stuurde. Van een arts die een melding doet bij Veilig Thuis mag verlangd worden dat deze een grote mate van zorgvuldigheid betracht. Het college houdt er rekening mee dat de aios nog maar kort in opleiding was en legt een waarschuwing op.Zie ook: A2025/9031 (zaak tegen supervisor van aios).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2982
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:107
.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8691
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122
Klaagster is deels kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster vindt dat de behandelend psychiater van haar ex-partner door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft gebracht. Voor zover klaagster klaagt over handelingen in het kader van de behandeling van haar ex-partner, is zij niet-ontvankelijk. In de klachtonderdelen over het handelen van de psychiater jegens klaagster als naaste, is zij wel ontvankelijk. Die klachtonderdelen verklaart het college kennelijk ongegrond.Zie ook: A2025/8994 (verweerder in hoedanigheid van psychotherapeut).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 260040
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:162
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat verzocht voor een huurgeschil. Zoals de deken terecht heeft aangegeven, moeten huurgeschillen worden aangebracht bij de kantonrechter. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klager mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. Nu op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, is het hof van oordeel dat de deken klagers verzoek om aanwijzing terecht heeft afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:105 Raad van Discipline Amsterdam 26-281/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:105
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/26, 27 en 28
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:13
De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 260008
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:163
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Verweerder is bij beslissing van de raad van 8 december geschorst in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad heeft daarbij de termijn als bedoeld in artikel 60ab lid 5 Advocatenwet (indienen dekenbezwaar) op zes weken bepaald. Verweerder heeft zich op 18 december 2025 uitgeschreven als advocaat. De deken heeft daarop besloten om geen dekenbezwaar in te dienen. Uit artikel 60ab lid 5 Advocatenwet volgt dat de schorsing na de termijn van zes weken van rechtswege vervalt als niet binnen die termijn een dekenbezwaar is ingediend. Nu dat niet is gebeurd, is de aan verweerder opgelegde schorsing in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat komen te vervallen. Gelet hierop heeft verweerder geen belang meer bij een beoordeling van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8274
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ten aanzien van de communicatie met klager en het beëindigen van de behandelrelatie met de dochter van klager onzorgvuldig heeft gehandeld en niet het belang van haar minderjarige patiënt voorop heeft gesteld. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Het college volstaat in dit geval met een gegrondverklaring zonder de oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 260005
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:164
Het verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij een klacht niet is verwezen is ongegrond. Voor zover klager heeft aangevoerd dat de voorzittersbeslissing is genomen zonder dat sprake is geweest van hoor-en wederhoor, wijst het hof erop dat er in de procedure in verzet invulling is gegeven aan dit beginsel door het bieden van de mogelijkheid van verweer, re- en dupliek. Hiervan is door klager en verweerster ook gebruikgemaakt. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft de mogelijkheid gehad om bij de Raad van Discipline zijn standpunt over het dekenbezwaar, de wijze van totstandkoming ervan en het handelen van de deken in dat kader naar voren te brengen. Van die mogelijkheid heeft klager gebruik gemaakt. Dat betekent dat klager niet alsnog zijn bezwaren over -het handelen van- de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht tegen de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.