Zoekresultaten 1-10 van de 47494 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9173
- Datum publicatie: 02-06-2026
- Datum uitspraak: 02-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij als zijn ex-schoonzus en als psychiatrisch verpleegkundige een verklaring over (de psychische gesteldheid van) hem heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de verpleegkundige verwijtbaar gehandeld door in haar hoedanigheid van verpleegkundige een verklaring op te stellen zonder ooit een behandelrelatie met klager te hebben gehad en in de wetenschap dat deze verklaring in een gerechtelijke procedure zou worden gebruikt. Bovendien is de inhoud van haar verklaring niet objectief en is deze niet uitsluitend op feiten gebaseerd. Berisping opgelegd vanwege ernst verwijt, daarbij weegt mee dat inzicht in onjuistheid handelen onvoldoende is gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9560
- Datum publicatie: 02-06-2026
- Datum uitspraak: 02-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige, werkzaam als doktersassistente. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij heeft verboden om het alarmnummer 112 te bellen en dat de verpleegkundige de triageprotocollen niet (goed) heeft gevolgd waardoor vertraging is opgetreden in de (spoed)zorg voor klaagster. Klacht is ontvankelijk: de feitelijk werkzaamheden (triage) behoren tot de taken van een verpleegkundige. De klachtonderdelen zijn ongegrond: uit niets blijkt dat de verpleegkundige zou hebben verboden om het alarmnummer te bellen. Op basis van de NHG-Triagewijzer zijn de noodzakelijke vragen gesteld en in het huisartsenjournaal genoteerd. Er waren geen aanwijzingen dat klaagster instabiel was en de urgentie is terecht ingeschat als U3.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2756
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:109
.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:106 Raad van Discipline Amsterdam 25-709/A/A
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:106
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening en excessief declareren. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te handelen in strijd met de in de advocatuur belangrijke kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij op geen enkel moment schriftelijk aan klager heeft bevestigd welk risico er kleeft aan de processtrategie om de verklaring van klager te wijzigen, terwijl er al een andersluidende verklaring van klager in het strafdossier zat. Door deze processtrategie wordt de in zedenzaken zo belangrijke betrouwbaarheid van (de verklaring van) de verdachte, klager, aangetast. Verder rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij excessief voor de verrichte werkzaamheden heeft gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang en dat hij klager voorafgaand aan zijn werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de totale kosten. Ook het niet maandelijks verstrekken van overzichten, zoals door het kantoor van verweerder toegezegd, en de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties, waardoor ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald, is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2944
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:110
.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:107 Raad van Discipline Amsterdam 25-710/A/A
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:107
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door excessief te declareren, vooraf geen kosteninschatting te geven, geen transparante opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken en door geen maandelijkse overzichten te verstrekken. Dit raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt de raad mee dat excessief is gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang. Ook weegt de raad mee dat verweerster voorafgaand aan de werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de werkzaamheden en bijbehorende totale kosten en dat er door de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald. Tot slot weegt de raad mee dat verweerster ter zitting heeft erkend dat er geen maandelijkse urenoverzichten zijn gestuurd, dat verweerster feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van klager is geweest en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2906
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:111
Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent op de SEH betrokken bij de opname en behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de opname en behandeling op de SEH door de arts, de deskundigheid van de arts en het overleg van de arts met haar supervisor. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:50 Accountantskamer Zwolle 25/1956 Wtra AK
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:50
Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden opgelegd. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van objectiviteit, en van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene heeft klaagster en haar (ex-)man bijgestaan bij de financiële afwikkeling van hun echtscheiding. Hij heeft niet onderkend dat tussen klaagster en haar (ex-)man een belangentegenstelling kon en ook daadwerkelijk is ontstaan en dat het bijstaan van zowel klaagster als haar (ex-)man al bij de opdrachtaanvaarding en vervolgens op meerdere latere momenten tijdens de uitvoering van de opdracht heeft geresulteerd in een bedreiging van zijn objectiviteit. Ook heeft hij er niet voor gezorgd dat klaagster het voor de door haar te nemen beslissingen noodzakelijke inzicht heeft verkregen in de waarde van de vermogensbestanddelen van de huwelijksgoederengemeenschap, ondanks de door klaagster aanhoudend geuite twijfels daarover.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2907
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:112
Klacht tegen internist. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De internist was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Interne. De klacht van klaagster tegen de internist bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op zijn rol als supervisor, communicatie en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de internist in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2908
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:113
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De neuroloog was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Neurologie. De klacht van klaagster tegen de neuroloog bestaat uit meerdere onderdelen, die samengevat zien op het medisch handelen van de neuroloog en de samenwerking met andere specialisten/artsen. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de neuroloog in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 4750
- Volgende pagina zoekresultaten