Zoekresultaten 1-10 van de 46459 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8314

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft in 2016 onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de verpleegkundige dat zij en een collega (tegen wie klager ook een klacht heeft ingediend, zaaksnummer A2025/8228) de situatie van klager bij een huisbezoek enkele dagen voor deze gebeurtenis niet goed hebben ingeschat en hem niet de juiste hulp hebben geboden. Het college overweegt dat de verpleegkundige correct heeft gehandeld. Dat de verpleegkundige bij klager een paranoïde psychose vaststelde betekent nog niet dat er zich bij klager op dat moment een acute noodsituatie voordeed waarvoor onmiddellijk maatregelen nodig zouden zijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-546/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij en over verweerder in hoedanigheid van bemiddelaar. Verweerder diende een partijdig belang en kon daarom niet tegelijkertijd optreden als onpartijdig bemiddelaar in het familieconflict. Hij had klager duidelijk moeten laten weten dat hij handelde als belangenbehartiger van zijn cliënt en had klager om die reden moeten adviseren een eigen belangenbehartiger in de arm te nemen. Verweerder heeft zijn onafhankelijkheid in de zin van artikel 2 Advocatenwet hiermee in gevaar gebracht. Klacht deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-841/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klagers valselijk heeft beschuldigd van bedreiging en zich denigrerend jegens klagers heeft uitgelaten, noch dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 5.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:21 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-600/AL/MN

    Klager heeft een appartement gehuurd van een commanditaire vennootschap. Verweerder is (mede)bestuurder van de stichting die de CV bestuurt. De CV heeft een beheerder die namens de verhuurder optrad richting klager als huurder. De aan verweerder verweten gedragingen zien op op het optreden van verweerder in hoedanigheid van bestuurder als genoemd en zijn optreden namens de beheerder. vast staat dat de verhuurder vanaf het begin in het geschil met klager door verschillende advocaten is bijgestaan; niet door verweerder. Verweerder is als gemachtigde namens de verhuurder bij zittingen geweest of heeft namens de verhuurder/ beheerder met (de advocaat van) klager gecorrespondeerd. Deze handelingen van verweerder hebben plaatsgevonden in de privésfeer en tussen die handelingen en de praktijkuitoefening van verweerder bestaat naar het oordeel van de raad geen verband. De inhoud van een e-mail van verweerder die hij vanaf zijn privé e-mailadres rechtstreeks aan klager heeft gestuurd, is naar het oordeel van de raad onvoldoende om tot de conclusie te komen dat er voldoende verband bestaat tussen deze privé-gedraging en de praktijkvoering van verweerder. De raad toetst het handelen van verweerder aan de (beperkte) maatstaf of de gedraging van verweerder in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht en of daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. Tussen klager en de verhuurder is een geschil over de verrekening ontstaan na opzegging van de huurovereenkomst. Een vergelijk bleek niet mogelijk. De verhuurder heeft daarna een bedrag aan klager betaald. Het lag op de weg van klager om daarover zo nodig een gerechtelijk oordeel te vragen. Uit de stukken is bovendien niet gebleken dat verweerder niet integer heeft gehandeld door zelf gedane toezeggingen of gerechtelijke uitspraken namens de verhuurder niet na te komen. De raad stelt verder vast dat sprake is van tegengestelde standpunten tussen klager en de verhuurder over (de terugbetaling van) de borgsom. Daarover zal een civielrechtelijk oordeel moeten worden gegeven. Verweerder heeft daarbij niet absoluut ongeoorloofd gehandeld. Verweerder heeft 2 e-mails aan klager rechtstreeks gestuurd. Een e-mail was als gemachtigde van de beheerder en stond hem vrij. De andere e-mail mocht verweerder naar het oordeel van de raad als partij - als bestuurder van de CV - aan klager sturen. De vraag die vervolgens voorligt is of verweerder zich daarvan had moeten onthouden. Alhoewel de scherpe toonzetting in die e-mail van verweerder niet de schoonheidsprijs verdient, verweerder heeft dat tijdens de zitting van de raad ook ingezien, wordt de inhoud daarvan door de raad niet als absoluut ongeoorloofd gekwalificeerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8358

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een keel-, neus- en oorarts. Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. Hoewel het college de verwarring van klaagster ten aanzien van de facturen begrijpt aangezien de facturen niet geheel lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8767

    Voorzittersbeslissing

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-768/AL/MN

    De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-043/AL/NN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-284/AL/MN 25-285/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-514/AL/MN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.