Zoekresultaten 20801-20850 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-973

    Klacht tegen eigen advocaat in echtscheidingszaak. Beroepsfout. Verweerster heeft in 2009 abusievelijk sieraden aan de man laten afgeven terwijl deze in echtscheidingsbeschikking uit 2008 aan de vrouw, haar cliënte, waren toebedeeld. Klacht deels te laat ingediend, dus niet-ontvankelijk. Bewijsaanbod klaagster gepasseerd. Klacht wel ontvankelijk voor zover het optreden van advocaat in 2015 betreft. Advocaat had toen alsnog gelegenheid cliënte over de fout te informeren, excuses aan te bieden, beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar in te lichten en schade voor cliënt te beperken. De indruk is echter dat verweerster daarentegen haar fout heeft willen verdoezelen en de schuld heeft willen afschuiven. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:178 Raad van Discipline Amsterdam 18-569/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster gebruik heeft gemaakt van valse stukken en/of de rechter onjuist heeft geïnformeerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-498

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder feiten heeft geponeerd waarvan hij wist of had kunnen weten dat die onjuist waren. Ook niet gebleken dat verweerder (te) emotioneel betrokken is bij de zaak en/of zich onprofessioneel heeft gedragen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-356/DB/ZWB

    Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in haar brief aan klaagster feitelijk onjuist te stellen dat klaagster recht heeft op een AOW-uitkering, nu klaagster in de gelegenheid is gesteld om op verweersters brief te reageren en de daarin gestelde feiten te weerleggen, en zij door de onjuiste mededeling van verweerster niet in haar belangen geschaad. Inhoud en toonzetting brief niet onnodig grievend en tijdstip verzending is evenmin tuchtrechtelijk ontoelaatbaar. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-923

    Klacht tegen eigen advocaat over het niet bespreken van toevoegingsmogelijkheden in strafzaak verzekeringsfraude. €50.000 gedeclareerd. Gedragsregel 24. Art 12 Wrb. Bedrijfsmatig belang. Strafdagvaarding op naam klager, niet op bedrijf. Geen uitzondering, geen goede gronden om aan te nemen dat cliënt niet in aanmerking kwam voor toevoeging. Klachtonderdeel gegrond. Verweerder mogelijk op verkeerde been gezet door klagers herhaalde beweringen dat hij veel, al dan niet zwart, geld had. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-73

    1. de notaris had geen legal opinion mogen afgegeven. 2. de notaris had de aantekeningen van het (beweerde) gesprek in 2008 onder de gegeven omstandigheden niet mogen weggooien. 3. de notaris heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door [M] wel éénzijdig van informatie te voorzien en klaagster niet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/051AP

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen twee apothekers. Zij verwijt beide apothekers - kort samengevat- dat zij onzorgvuldig jegens haar hebben gehandeld door aan haar verkeerde medicatie (Sotalol 80 mg in plaats van Montelukast 10 mg) te verstrekken. De klacht heeft tevens betrekking op de organisatie van de apotheek. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:63 Accountantskamer Zwolle 17/2550 Wtra AK

    Betrokkene maakte deel uit van het team dat werkte aan de opdracht die onderwerp is van de klacht met nummer 17/2549. Hij was betrokken bij de formulering van de opdracht en adviseerde de accountant die eindverantwoordelijk was bij het opstellen van het rapport. Ook fungeerde hij voor hem als klankbord. Betrokkene was dan ook medeverantwoordelijk voor het uitvoeren van de opdracht en kan daarom voor deze opdracht tuchtrechtelijk worden aangesproken. Verwezen wordt naar de overwegingen in die tuchtzaak. Bij het opleggen van de maatregel van waarschuwing heeft de Accountantskamer er mede op gelet dat betrokkene niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:64 Accountantskamer Zwolle 17/2549 Wtra AK

    Aan betrokkene is opdracht gegeven om een standpunt in te nemen ten aanzien van het verwerken van verschillende posten in de jaarrekening 2013 van een vennootschap, waaronder de rekening-courantvordering van deze vennootschap op de StAK. In deze laatste post was een bedrag opgenomen dat de vennootschap aan de StAK ter beschikking had gesteld voor de aankoop van certificaten van aandelen in de vennootschap. De StAK beschikte zelf niet over de middelen hiervoor. Het ging om certificaten van een bestuurder die aftrad. In de beëindigingsovereenkomst tussen de vennootschap en de desbetreffende bestuurder was overeengekomen dat laatstgenoemde de helft van zijn certificaten aan de StAK zou verkopen. Ondanks betaling van verschuldigde bedrag zijn de aandelen niet aan de StAK geleverd. De Accountantskamer is van oordeel dat de conclusie van betrokkene, dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat de jaarrekeningpost rekening-courantvordering niet correct is weergegeven, een deugdelijke grondslag ontbeert. Betrokkene heeft immers, in de wetenschap dat er ruim een jaar na de beëindigingsovereenkomst nog steeds onduidelijkheid bestond over de vraag hoe de transacties juridisch moesten worden vormgegeven, volstaan met de vaststelling dat er geen sprake was van een lening, nu een overeenkomst van lening ontbrak. Gelet op alle onduidelijkheden had het echter op de weg van betrokkene gelegen om na te gaan welke transacties precies hadden plaatsgevonden. Dan had hij kunnen vaststellen dat de certificaten niet aan de StAK waren geleverd, hetgeen in het kader van zijn opdracht zeer relevante informatie zou zijn geweest. Daar komt bij dat betrokkene ook geen onderzoek naar de financiële positie van de StAK heeft gedaan, terwijl hij zich wel heeft uitgelaten over de al dan niet inbaarheid van de vordering. Nu betrokkene bekend was met het feit dat de StAK de certificaten niet zelf kon betalen en SIG de betaling om die reden heeft gefinancierd, was er naar het oordeel van de Accountantskamer alle aanleiding om juist ook naar de financiële positie van de StAK uitgebreider onderzoek te doen. Op voorhand kon immers niet worden uitgesloten dat dit had moeten leiden tot het treffen van een voorziening of het afwaarderen van de vordering. Betrokkene heeft aldus het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden. Bij het opleggen van de maatregel van berisping heeft de Accountantskamer er mede op gelet dat betrokkene al twee keer eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld in verband met het rapporteren van bevindingen waaraan een deugdelijke grondslag ontbreekt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 081/2018

    Verblijf in en ontslag uit ggz-instelling. Klacht tegen onder meer niet optreden tegen bedreiging met keukenmes door medepatiënt en vernieling persoonlijke spullen, verkeerde/teveel medicatie bij ontslag en niet-nakoming toezegging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-307/DB/ZWB/D

    Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door meerdere malen voorwerpen het gerechtsgebouw binnen te brengen die volgens de veiligheidsvoorschriften niet zijn toegestaan. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden berisping. Proceskostenveroordeling

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-21

    Klager verwijt de notaris dat hij de Wet op het Notarisambt (hierna: Wna) heeft geschonden alsmede eigenrichting heeft gepleegd. Verder heeft de notaris met de weigering om de gronden te passeren artikel 21 Wna geschonden. De notaris heeft bijvoorbeeld nimmer een UBO-verklaring gevraagd. Klager is de dupe van de wanprestatie van de notaris. De notaris heeft artikel 22 Wna geschonden door alle informatie te geven die hij kende.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/033AP

    Klaagster dient een klacht in tegen haar voormalig apotheker. Zij verwijt de apotheker dat zij, of het personeel waaraan zij leiding geeft, haar verkeerde medicatie heeft verstrekt. Klaagster zegt dat haar gezondheid hierdoor ernstige schade op had kunnen lopen. Volgens klaagster maakt de apotheek al jaren fouten. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:239 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.523

    Klacht tegen een psychiater. Klager is in het kader van een vorderingsprocedure op grond van artikel 130 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 door verweerder, psychiater, onderzocht met betrekking tot de vraag of hij beschikt over de psychische geschiktheid vereist voor het besturen van een motorrijtuig. De klacht houdt in dat de rapportage van verweerder onzorgvuldig tot stand is gekomen en/of dat de daarin getrokken conclusie van alcoholmisbruik onvoldoende wordt ondersteund door de bevindingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat in het rapport op onvoldoende consistente wijze uiteengezet is waarop de conclusie steunt dat bij klager de psychiatrische diagnose alcoholmisbruik in ruime zin gesteld kan worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de psychiater wel in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat bij klager sprake is van alcoholmisbruik in ruime zin. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180097

    Klacht advocaat wederpartij. Inhoud en toonzetting van e-mailbericht aan klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat daarmee oneigenlijke druk is uitgeoefend. Gegrond. Verweerder is niet-ontvankelijk in zijn grief dat de raad bepaalde feiten niet juist zou hebben vastgesteld, nu deze feiten betrekking hebben op klachtonderdelen waartegen geen appel is ingesteld en de beslissing van de raad derhalve in zoverre in kracht van gewijsde is gegaan. Voorts heeft verweerder bij dit onderdeel van zijn beroep noch een eigen belang noch een afgeleid belang. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-029/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder klager ten onrechte heeft beschuldigd van feiten die niet op waarheid berusten. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180080

    Klacht eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar onvoldoende medewerking of informatie heeft gegeven. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de verzoeken van klagers om met KIFID en de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar in gesprek te gaan, niet te honoreren. Ongegrond. Verkorte bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-940/DB/OB

    Voorzitter heeft terecht geoordeeld dat klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk is wegens ontbreken eigen belang en deels kennelijk ongegrond wegens ontbreken feitelijke grondslag. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:170 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180093

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-014/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder in strijd met artikel 21 Rv of Gedragsregel 30 heeft gehandeld door bewust onjuiste informatie te presenteren of informatie achter te houden. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180094a

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-013/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder in strijd met artikel 21 Rv of Gedragsregel 30 heeft gehandeld door bewust onjuiste informatie te presenteren of informatie achter te houden. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180094b

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180051

    Art. 5 beklag. Het hof vindt het thans veel te vroeg om klager de gelegenheid te geven terug te keren in de balie. Klager zal daartoe de raad van de orde een gedetailleerd en onderbouwd praktijkplan moeten overleggen en, alvorens een verzoek tot inschrijving als advocaat te doen, eerst met de raad van de orde dan wel de deken moeten overleggen welke elementen er wellicht aan dat plan ontbreken en daaraan toegevoegd moeten worden. Klager doet er verstandig aan om pas een hernieuwd verzoek tot inschrijving als advocaat te doen, nadat hij van de raad van de orde het signaal heeft gekregen dat hij aan alle voorwaarden voldoet om het groene licht te krijgen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-002

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De lezingen van partijen over het verloop van de behandeling en de inhoud van het gesprek tijdens de twee consulten lopen uiteen, zodat niet kan worden vastgesteld dat de fysiotherapeut klager twee stompen heeft gegeven en zich onterecht heeft bemoeid met het medicatiegebruik van klager. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/132F

    Klager is onder behandeling geweest bij de fysiopraktijk van verweerder voor revalidatie na een ruptuur aan zijn achillespees. Tijdens een oefening had hij een re-ruptuur en moest hij naar het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zich onbetamelijk heeft gedragen door geen inhoudelijk gesprek aan te gaan, en te bedreigen met geweld. Tevens verwijt hij hem het schenden van zijn beroepsgeheim. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180045D

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van het onvoorwaardelijk deel van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd , nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/156F

    Klager is onder behandeling geweest bij de fysiopraktijk van verweerder voor revalidatie na een ruptuur aan zijn achillespees. Tijdens een oefening had hij een re-ruptuur en moest hij naar het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zich onbetamelijk heeft gedragen door geen inhoudelijk gesprek aan te gaan, en te bedreigen met geweld. Tevens verwijt hij hem het schenden van zijn beroepsgeheim. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180017

    Klacht tegen voormalig deken. Verweerder heeft erkend dat hij - bij wijze van kwinkslag - tegen klager heeft gezegd dat klager zijn geld beter op de kermis zou kunnen besteden dan aan het griffierecht. Hoewel het hof dit een onhandige opmerking vindt, is de opmerking niet zo ongepast dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook overigens is de klacht ongegrond. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 032/2018

    Klacht tegen tandarts over beëindiging behandelingsovereenkomst. Klacht gegrond. Vanwege bijzondere omstandigheden geen maatregel

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/8

    Klager verwijt de notaris dat hij de op hem rustende zorgplicht heeft geschonden en stelt hiertoe – samengevat – dat de notaris (1) ten onrechte geen controle op de wilsbekwaamheid van erflaters heeft uitgevoerd; (2) ten onrechte geen controle op de geschiktheid van de benoemde afwikkelingsbewindvoerder heeft uitgevoerd; alsmede dat er (3) geen noodzaak bestond om een afwikkelingsbewindvoerder te benoemen; (4) de notaris een ‘aanwezige’ benoemd heeft en het (5) curieuze optreden van de afwikkelingsbewindvoerder na het overlijden van erflaters. 1) Gelet op het vorenstaande heeft de notaris zich naar het oordeel van de kamer voldoende vergewist van de wilsbekwaamheid van erflaters en is van beïnvloeding van erflaters, afgezien van de insinuatie van klager op dat vlak, niet gebleken. Het enkel kampen met zogenaamde ouderdomsproblemen kan niet leiden tot de conclusie van klager dat erflaters niet meer wilsbekwaam zouden zijn. Dit klachtonderdeel slaagt niet. 2 en 3) De notaris heeft zich, naar het oordeel van de kamer terecht, op het standpunt gesteld dat het niet aan de notaris maar aan de erflater is om te beoordelen of een afwikkelingsbewindvoerder moet worden benoemd en wie voor die taak geschikt is. Dit klachtonderdeel slaagt niet. 4) De notaris heeft verklaard dat de afwikkelingsbewindvoerder op 24 juni 2017 erflaatster weliswaar naar het ziekenhuis heeft gebracht en dat de notaris hem daar kort gesproken heeft, maar dat de testamenten zijn verleden en getekend uitsluitend in aanwezigheid van erflaters en de notaris. De kamer heeft geen redenen om te twijfelen aan deze verklaring van de notaris. Ook dit klachtonderdeel slaagt dan ook niet. 5) Naar het oordeel van de kamer valt niet in te zien hoe het beweerdelijke optreden van de afwikkelingsbewindvoerder na het overlijden van erflaters de notaris verweten kan worden. De notaris was immers slechts betrokken bij het opstellen en passeren van de testamenten en niet bij de afwikkeling van de nalatenschap. Ook dit klachtonderdeel slaagt niet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180063

    Hoger beroep tegen de beslissing van de raad inhoudende dat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ongegrond is. Appelverbod (artikel 46h lid 7 Aw). Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit zou volgen dat de raad bij de behandeling van de zaak een fundamenteel rechtsbeginsel heeft geschonden. Klagers zijn daarom niet-ontvankelijk in hun beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:157 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180078

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klacht gegrond voor zover verweerster, nadat de zaak voor uitspraak is komen te staan, contact heeft gezocht met de kantonrechter zonder toestemming van de wederpartij. De gedragingen van verweerster vallen onder de reikwijdte van de gedragsregels, nu zij zich als advocaat heeft gepresenteerd bij de kantonrechter. Strijd met gedragsregel 15 lid 2. Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat aan verweerster geen maatregel behoort te worden opgelegd, aangezien zij niet de intentie heeft gehad om de kantonrechter inhoudelijk te benaderen. Het hof vernietigt de beslissing van de raad op dat onderdeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180049A

    Klacht over procesadvocaat wederpartij. Nu niet is gebleken dat verweerder ter zake van de aspecten waarover klager klaagt enige bemoeienis heeft gehad met de procedure(s) die zijn kantoorgenote namens haar cliënte tegen klager aanhangig heeft gemaakt, is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van de processtukken die zijn kantoorgenote heeft opgesteld. Het hof verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:158 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180014

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij, dat hij onnodige procedures is gestart, niet onafhankelijk is ten opzichte van zijn client en niet de-escalerend wil werken, is ook in hoger beroep ongegrond. Klagers verzoek om schadevergoeding (onnodig gemaakte proceskosten) wordt afgewezen, omdat niet buiten twijfel is dat de vordering doorde civiele rechter zal worden toegewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/121 en 122

    SHE/2017/121 De notaris heeft niet eerst een conceptakte toegestuurd. Vader wilde zo spoedig mogelijk tot ondertekening overgaan. De notaris had niet aan die druk van vader moeten en mogen toegeven. De notaris had er beter aan gedaan om meer tijd te nemen tussen het opstellen en het passeren van het testament. Klacht tegen de notaris gegrond. Gelet op de beperkte werkzaamheden van de notaris in het dossier geen maatregel. SHE/2017/122 De kandidaat-notaris had, toen hem duidelijk werd dat vader de telefonisch doorgegeven aanpassing van het testament niet leek te begrijpen, pas op de plaats moeten maken en op dat moment de relevante conceptakte achter moeten laten en op een later tijdstip terug kunnen komen om in een gesprek met vader de reikwijdte van de aanpassing te bespreken. In plaats daarvan heeft de kandidaat-notaris derden erbij gehaald, die tegengestelde belangen hadden en wiens samenzijn eerder door de kandidaat-notaris als “ijzig” was omschreven. Door aldus te handelen en daaropvolgend de akte te passeren, heeft de kandidaat-notaris niet de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht die men, gelet op het bepaalde in artikel 17, eerste lid, Wna, van een kandidaat-notaris mag verwachten. De kamer zal de klacht tegen de kandidaat-notaris dan ook gegrond verklaren. Daarbij acht de kamer het passend en geboden om aan hem de maatregel van een waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180049B

    Klacht over advocaat wederpartij. Kernwaarde partijdigheid. Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat verweerster de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet heeft overschreden door de formulering van de stellingen van haar cliënte in de civiele procedure. De uitlatingen van verweerster waren functioneel nu verweerster deze heeft gedaan teneinde te voldoen aan haar stelplicht in een civiele procedure en ter onderbouwing van het standpunt van haar cliënte. Het hof verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:159 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180112

    Klacht tegen eigen advocaat, dat hij onder meer toezeggingen niet is nagekomen, is ook in hoger beroep ongegrond.De grief tegen de klachtomschrijving faalt. Geen ruimte voor nieuwe klachten in hoger beroep. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180102

    Hoger beroep tegen de beslissing van de wrakingskamer van de raad. Appelverbod (art. 515 lid 5 WvSv). Het verzoek om doorbreking van dit verbod wordt afgewezen. Geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:172 Raad van Discipline Amsterdam 18-519/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder klager inadequaat heeft bijgestaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180042

    Verzet tegen beslissing voorzitter dat beroep van klaagster wordt afgewezen vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Verzet ongegrond. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De redenen die klaagster heeft aangevoerd vormen geen rechtvaardiging voor het te laat instellen van het hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 098/2018

    null

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/125

    Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 15 juni 2018 Het verzoek tot w raking van de wrakingskamer wordt niet in behandeling genomen. Een verzoek tot wraking moet worden ingesteld onmiddellijk als de feiten en omstandigheden waarop het berust bekend geworden zijn. Klagers wisten al sedert de oproeping voor de behandeling van de samenstelling van de wrakingskamer. Indiening vrijdagmiddag voorafgaand aan de zitting op maandagmiddag is te laat. Voor de goede orde merkt de kamer nog het volgende op. Klagers melden in hun e-mailbericht bij de indiening van dit wrakingsverzoek dat zij ervan uitgaan dat de zitting van 18 juni 2018 niet doorgaat. Het is aan de kamer om te bepalen of een zitting doorgang vindt. De aanname van klagers dat de zitting niet doorgaat en het niet verschijnen van klagers bij de behandeling van het wrakingsverzoek komt voor verantwoordelijkheid van klagers. Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 17 februari 2017 Ter zake de bevoegdheid om het wrakingsverzoek te beoordelen zou men op kunnen werpen dat de kamer niet over haar eigen wraking mag oordelen. Echter, uit de beslissing van 11 december 2017, nr. 200.226.004/01 van het Gerechtshof Amsterdam leidt de kamer af dat zij hiertoe wel de bevoegdheid heeft, zodat de kamer tot beoordeling van het wrakingsverzoek overgaat. Inhoudelijk oordeelt de kamer aldus: in een wrakingsverzoek dat gericht is tegen alle leden van een college is een verzoeker (in dit geval: klagers) niet ontvankelijk omdat daarin niet een verband gelegd wordt tussen een tuchtrechter en een concrete zaak, zoals de via artikel 100 van de Wna toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering eisen. Dit maakt dat klagers niet-ontvankelijk zijn in hun wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:60 Accountantskamer Zwolle 18/337 Wtra AK

    Betrokkene was de accountant van een onderneming en van de vennootschappen van de vennoten van de onderneming. Over de afwikkeling van de vennootschap onder firma liepen en lopen procedures. Een van de klachten ziet op een schriftelijke verklaring van betrokkene die is ingebracht in een van deze procedures. Aannemelijk is dat deze verklaring is afgelegd op een tijdstip dat betrokkene niet meer stond ingeschreven in het accountantsregister. Daarom is deze klacht niet-ontvankelijk. De klacht dat betrokkene frauderende praktijken van een van de vennoten heeft genegeerd is niet aannemelijk gemaakt. Dat geldt ook voor de klacht dat betrokkene partij heeft gekozen voor deze vennoot. Deze twee klachten zijn dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180076

    Klacht eigen advocaat. Verweerder heeft eerst een declaratie naar klaagster gestuurd en pas later de Raad voor Rechtsbijstand verzocht de verleende toevoeging in te trekken. Hiermee heeft verweerder in strijd met gedragsregel 18 lid 2 (gedragsregel 24 lid 2, oud) gehandeld. Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170120

    Klacht over eigen advocaat. De deken heeft op verzoek van het hof in de tussenbeslissing (ECLI:NL:TAHVD:2017:267) nader onderzoek ingesteld en van zijn bevindingen verslag gedaan bij het hof over de vraag waaraan het bedrag van € 200.000,- op de derdengeldenrekening van verweerder is gespendeerd. Eindbeslissing: Het hof stelt vast dat verweerder de conclusies van de deken op geen enkele wijze heeft weersproken. Het hof is van oordeel dat verweerder zich doelbewust aan de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen heeft proberen te onttrekken door zich van middelen te bedienen om de constateringen van de deken te verdoezelen. Door het overboeken van (forse) bedragen van de derdengeldrekening naar de kantoorrekening dan wel privérekeningen van verweerder en zijn kantoorgenoot, waarvoor geen deugdelijke onderbouwing is gegeven, heeft verweerder zijn eigen financiële (privé en kantoor)belang voorop gesteld en niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerder heeft door het overtreden van belangrijke regels in ernstige mate gehandeld in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid. Schrapping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:151 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170002

    Klacht over advocaat wederpartij. Advocaat schendt kernwaarden deskundigheid, integriteit en onafhankelijkheid door namens zijn cliënt kansloze/nutteloze procedures te starten tegen klagers in privé. Voorts heeft hij het (dreigen met het) doen van strafrechtelijke aangifte als pressiemiddel gebruikt. Tevens is hij verantwoordelijk voor grievend taalgebruik door één van zijn juridisch medewerkers. De slotconclusie is dat verweerder een structurele kruistocht jegens klagers voert. Schorsing drie maanden vanaf moment dat verweerder zou worden toegelaten tot het tableau. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:152 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180002

    Eindbeslissing. Klacht advocaat wederpartij. Het hof acht - alles afwegende - het, gelet op de discrepantie tussen de deskundigenrapporten in de letselschadezaak en het grote financiële belang van de cliënte van verweerster (schadeverzekeraar), in de onderhavige zaak niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster haar cliënte niet heeft weerhouden een observatieonderzoek naar klagers door een privaat onderzoeksbureau te laten uitvoeren teneinde te bezien of daarmee de conclusies van een deskundige konden worden versterkt, hoezeer daarmee ook een ernstige inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van klagers. Dat de rechtbank in een later vonnis, nadat verweerster de betreffende conclusie al had genomen, het observatierapport heeft bestempeld als onrechtmatig verkregen bewijs doet aan het voorgaande niets af. Verder acht het hof het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster onder verwijzing naar de deskundigenrapporten een beroep heeft gedaan op wetsartikelen en daarbij wettelijke termen, zoals ‘opzettelijke misleiding’, heeft gehanteerd. Bekrachtiging. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180050

    Klacht over eigen advocaat. Het doorlopen van een interne klachtenprocedure van het kantoor van de advocaat in kwestie is geen vormvereiste voor de toegang tot de onderhavige tuchtprocedure. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de inboedellijst niet bij de rechtbank in te dienen. In het licht van de kernwaarde deskundigheid (zie art. 10a lid 1 sub c Advocatenwet) lag het op de weg van verweerder om navraag te doen bij zijn cliënt als hij een document, dat in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt nodig is voor het voeren van de procedure, niet (tijdig) heeft ontvangen van zijn cliënt. Voorts acht het hof niet geloofwaardig dat verweerder een klachtbrief van klager niet heeft ontvangen. Het is tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder niet heeft gereageerd op de klachtbrieven van klager. Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 180060

    Klacht advocaat wederpartij. Het hof is van oordeel dat de inhoud van de mails tussen verweerster en de advocaat van klager geen blijk geeft van chantage door verweerster, maar eerder van een op zich zelf verstandige poging confraterneel aan te sturen op de-escalatie van het conflict. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht dat verweerster het dagboek van klager heeft ingebracht in de procedure bij het gerechtshof in 2012, omdat de termijn van drie jaren als bedoeld in art. 46g lid 1 sub a Aw was verstreken. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in zijn klacht over de verstrekking van zijn dagboek door verweerster aan een onderzoeksbureau. Het hof verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Al zou verweerster het dagboek ter beschikking van het onderzoeksbureau hebben gesteld, dan is dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit onderzoeksbureau is in opdracht van de cliënte van verweerster gevraagd een deskundig en objectief onderzoek in te stellen naar de informatie die de cliënte van verweerster over klager heeft. De deskundige heeft de relevantie van het aangeboden materiaal beoordeeld en verwerkt in het uiteindelijke rapport dat voor de cliënte van verweerster van belang kon zijn in het kader van het geschil dat aan de rechter is voorgelegd. Dit past binnen de ruime mate van vrijheid van een advocaat om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Klacht deels niet-ontvankelijk. Voor zover ontvankelijk verklaard, is de klacht ongegrond. Deels bekrachtiging beslissing raad.