Zoekresultaten 20801-20850 van de 47479 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.354

    Klacht tegen arts. Bij klaagster zijn door verweerster een boven- en onderooglidcorrectie uitgevoerd. Klaagster verwijt verweerster onder meer dat zij bij klaagster de indruk heeft gewekt dat zij chirurg was, terwijl zij geregistreerd staat als basisarts, dat zij voorafgaand aan de operatie onvoldoende informatie heeft verstrekt, de ingreep slecht heeft voorbereid en niet goed heeft uitgevoerd. Deze klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaard. Aan de arts is door het college in eerste aanleg de bevoegdheid ontzegd om, in het register ingeschreven staand, het beroep van arts uit te oefenen voor zover dit het verrichten van boven- en onderooglidcorrecties betreft en is de publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van de arts gegrond verklaard voor zover het zich richtte tegen de gegrondverklaring van het klachtonderdeel dat de ingreep slecht was voorbereid en niet goed was uitgevoerd. Dit onderdeel van de klacht acht het Centraal Tuchtcollege ongegrond. Nu d e door de arts in beroep overgelegde verklaringen onvoldoende inzicht geven in hoe de arts de door haar gestelde bekwaamheid heeft verworven en de arts ook in beroep geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat in het kader van achterwacht afspraken waren gemaakt met omliggende ziekenhuizen of met in de nabijheid werkzame specialisten ziet het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding een minder zware maatregel op te leggen dan in eerste aanleg was opgelegd. Met eenparigheid van stemmen komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat de maatregel van een ontzegging van de bevoegdheid om boven- en onderooglidcorrecties te verrichten moet worden gehandhaafd. Het Centraal Tuchtcollege gelast de publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-439/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat tegen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-327/DB/OB

    Verzoek deken tot schorsing van verweerder subsidiair tot het treffen van een voorlopige voorziening. Advocaat wordt verdacht van strafbare feiten die hebben geleid tot voorlopige hechtenis die inmiddels onder voorwaarden is geschorst. Verzoek tot schorsing afgewezen omdat naar het oordeel van de raad geen sprake is van een dusdanig spoedeisend belang dat enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang schorsing met onmiddellijke ingang vergt. Evenmin is gebleken van dusdanige psychische problemen waardoor verweerder niet in staat moet worden geacht zijn praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt toegewezen en bepaald wordt dat verweerder zijn werkzaamheden onder het toezicht van een andere advocaat verricht totdat onherroepelijk op het door de deken in te dienen bezwaar is beslist. De raad draagt de deken op een advocaat aan te wijzen die dit toezicht zal uitoefenen

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.390

    Klacht tegen verzekeringsarts werkzaam voor het UWV. Verweerder is verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in bezwaar. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) een onjuiste verklaring aan de rechtbank heeft verstrekt over de telefoongesprekken met het slaapcentrum, 2) in een rapportage heeft verklaard dat hij zodanig is opgeleid dat hij metingen van slaaponderzoek kan interpreteren, en 3) dat hij in deze rapportage op geen enkele manier aangeeft een inhoudelijke beoordeling te hebben gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:276 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-756/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-817/DB/LI

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:118 Raad van Discipline Amsterdam 18-289/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.391

    Klacht tegen een verpleegkundige. Tegen het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht dat de verpleegkundige door het aangaan van een affectieve en seksuele relatie met een patiënte de professionele grens die hij als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige in acht behoorde te nemen ernstig heeft overschreden en daarmee zeer laakbaar heeft gehandeld, gegrond is, heeft de Inspectie geen grief gericht. Het beroep van de Inspectie is (uitsluitend) gericht tegen de hoogte althans de vorm van de maatregel die door het Regionaal Tuchtcollege aan de verpleegkundige is opgelegd en strekt ertoe dat het Centraal Tuchtcollege een gedeeltelijk onvoorwaardelijke schorsing oplegt dan wel de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde voorwaarden herformuleert. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, doch uitsluitend voor zover deze de formulering betreft van de opgelegde voorwaarden voor tenuitvoerlegging van de maatregel van schorsing voor de duur van zes maanden van de inschrijving van de verpleegkundige in het BIG-register. Het Centraal Tuchtcollege bepaalt dat deze schorsing niet eerder ten uitvoer wordt gelegd dan nadat het Centraal Tuchtcollege zulks heeft gelast op grond van het feit dat de verpleegkundige, binnen de proeftijd die wordt bepaald op twee jaar, de volgende voorwaarden niet is nagekomen: - dat hij zich onder behandeling stelt bij een gz-psycholoog of psychotherapeut, waarbij de behandeling is gericht op bewustwording van het thema overschrijden van persoonlijke en professionele grenzen binnen een behandelrelatie, voor de frequentie en duur die deze behandelaar noodzakelijk acht; - dat hij opgave doet van de persoon van deze behandelaar aan de Inspectie en deze ervan in kennis stelt dat de Inspectie bij de behandelaar informatie kan inwinnen over de aard, globale inhoud, voortgang en frequentie van de behandeling en aan de behandelaar toestemming geeft om deze informatie aan de Inspectie te verstrekken; - dat hij de Inspectie schriftelijk laat weten wanneer de psychologische behandeling met instemming van de gz-psycholoog of psychotherapeut is voltooid, welke brief of verklaring door de gz-psycholoog of psychotherapeut mede ondertekend dient te worden ten bewijze van zijn instemming daarmee; - dat, indien de verpleegkundige de voorwaarden niet volledig en tijdig naleeft, het Centraal Tuchtcollege alsnog de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel kan gelasten, en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:270 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-647/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:112 Raad van Discipline Amsterdam 17-995/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-031/DB/LI

    Klacht over schending gedragsregel 7 niet-ontvankelijk want geen eigen belang. Geschil over openstaande nota’s en verrekenen is onderwerp van civiele procedure, niet aan tuchtrechter hierover te oordelen. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.476

    Klacht tegen een verpleegkundige. Voor zover in beroep aan de orde, verwijt klager de verpleegkundige dat zij bij haar initiatief om twee bewoners elkaar te laten helpen bij het wassen grensoverschrijdend en onprofessioneel heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de stukken en hetgeen door partijen over en weer ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft daarmee het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgene wat het Regionaal Tuchtcollege in de overwegingen 5.2 tot en met 5.4 heeft overwogen over. Aanvullend overweegt het Centraal Tuchtcollege dat in beroep op geen enkele wijze door klager aannemelijk is gemaakt dat ter zake van het de bewoners elkaar laten helpen bij het wassen, sprake was van enige drang of dwang van de zijde van de verpleegkundige. In beroep is niets komen vast te staan dat aanknopingspunten biedt voor de stelling dat sprake was van dwang en daarmee van grensoverschrijdend en/of onprofessioneel handelen. In dat licht bezien heeft klager ook niet duidelijk kunnen maken wat in deze situatie nu het grensoverschrijdende karakter van het handelen van de verpleegkundige was. Het Centraal Tuchtcollege komt tot de conclusie dat de klacht, voor zover in beroep aan de orde, door het Regionaal Tuchtcollege terecht als ongegrond is afgewezen. Het beroep faalt en wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:271 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-651/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:113 Raad van Discipline Amsterdam 18-017/A/A 18-018/A/A

    Klacht over eigen advocaten. Verweerder 1 heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in het geheel niet te reageren op de aansprakelijkstelling van klager. In de gegeven omstandigheden ziet de raad aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-030/DB/LI

    Klacht over schending gedragsregel 7 niet-ontvankelijk want geen eigen belang. Geschil over openstaande nota’s en verrekenen is onderwerp van civiele procedure, niet aan tuchtrechter hierover te oordelen. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/159

    Klager dient een klacht in tegen verweerder (huisarts) omdat hij hem heeft aangemeld voor Mentrum maar dat hij bij Inforsa is beland. Tevens verwijt hij de huisarts dat hij hem verkeerde medicatie heeft gegeven. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:272 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-770/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn; klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:114 Raad van Discipline Amsterdam 18-016/A/A

    Klacht over eigen advocaat ongegrond. Het valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij klager niet heeft gewezen op de mogelijkheid een klacht in te dienen bij het EHRM. Het indienen van een klacht bij het EHRM is geen normale rechtsgang en van een behoorlijk advocaat behoeft niet te worden verwacht dat hij zijn cliënt op een dergelijke niet gebruikelijke vervolgstap wijst.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.306

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager is geopereerd aan een scheefgegroeide grote teen (hallux valgus) en een klauwteen. De orthopedisch chirurg was op de dag van de operatie verhinderd door autopech en is daarom vervangen door een collega orthopedisch chirurg. De orthopedisch chirurg heeft zich later bij zijn collega in de operatiekamer gevoegd. Klager maakt de orthopedisch chirurg verschillende verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht in zijn geheel af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-989/DB/LI

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:273 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-395/DH/DH-b

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk (deels wegens ne bis in idem) en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:115 Raad van Discipline Amsterdam 18-288/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over (voormalig) deken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.307

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager is geopereerd aan een scheefgegroeide grote teen (hallux valgus) en een klauwteen. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij zich ten onrechte als een ervaren arts heeft voorgedaan, dat hij de operatie bij klager foutief heeft uitgevoerd, dat hij na de operatie niet de juiste informatie over het resultaat van de operatie heeft gegeven en dat hij klager ten onrechte hoop heeft gegeven op volledig herstel. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht in zijn geheel af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:103 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-366/DH/DH

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-761/DB/LI

    Advocaat heeft in hoedanigheid van voorzitter van een klachtcommissie niet zodanig gehandeld dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1000/DH/RO

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft uitsluitend of in overwegende mate vanwege een geschil met de Raad voor Rechtsbijstand herhaaldelijk uitstel gevraagd voor zittingen. Naar het oordeel van de raad betaamt het een advocaat niet om vanwege eigen belangen herhaaldelijk een zitting geen doorgang te laten vinden en daardoor de rechtsgang te frustreren. Indien verweerder ten gevolge van arbeidsongeschiktheid niet in staat was om zijn cliënt bij te staan had verweerder bovendien voor adequate vervanging dienen zorg te dragen. Verweerder heeft in strijd met de gedragsregels en de op hem rustende zorgvuldigheidsverplichting zijn eigen (financiële) belang boven de belangen van zijn minderjarige cliënt en de behoorlijke rechtsgang gesteld. Vanwege de verwevenheid van het aan de onderhavige klacht ten grondslag liggende feitencomplex met klachtzaak 17-1001/DH/RO volstaat de raad met de oplegging van een maatregel in één van de beide zaken. In de onderhavige zaak zal de raad onder verwijzing naar de in de andere klachtzaak opgelegde maatregel, afzien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:104 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-654/DH/RO-a

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder had klager op de hoogte moeten stellen van op vergelijkbare onderdelen negatief uitpakkende vonnissen. Ook heeft verweerder klager onvoldoende geïnformeerd over de proceskansen en –risico’s. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:269 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-724/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1001/DH/RO

    Klacht ingediend door president rechtbank. Verweerder heeft verwijtbaar gehandeld door als advocaat van een minderjarige in een strafzaak verschillende keren om uitstel te verzoeken dan wel niet te verschijnen ter zitting en geen vervanging te regelen wegens een conflict met de Raad voor Rechtsbijstand over de toekenning van extra uren. Vanwege de verwevenheid van het aan de onderhavige klacht ten grondslag liggende feitencomplex met klachtzaak 17-1000/DH/RO volstaat de raad met de oplegging van een maatregel in de onderhavige zaak en zal de raad in de andere zaak van het opleggen van een maatregel afzien. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:105 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-654/DH/RO-b

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder had klager op de hoogte moeten stellen van op vergelijkbare onderdelen negatief uitpakkende vonnissen. Ook heeft verweerder klager onvoldoende geïnformeerd over de proceskansen en –risico’s. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:112 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1011/DH/RO

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend dat er bedragen van de derdengeldenrekening zijn overgemaakt zonder dat op de betalingsopdracht een tweede handtekening van de medebestuurder is geplaatst. Ook heeft verweerder, in strijd met artikel 6 lid 6 Vafi, verschillende overboekingen gedaan althans laten doen zonder dat daar een declaratie en schriftelijke toestemming van de cliënt aan ten grondslag lag. Dekenbezwaar in zoverre gegrond. Hoewel de raad twee van de drie klachtonderdelen gegrond acht, ziet zij vanwege de tijd die inmiddels is verstreken, het feit dat het om slechts enkele incidenten gaat, waarover niet eerder door iemand is geklaagd, er voor het overige geen onregelmatigheden in de administratie zijn aangetroffen, verweerder steeds alle medewerking heeft verleend en niet wegloopt voor zijn fouten en verantwoordelijkheden alsmede de houding van verweerder ter zitting, aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:106 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-654/DH/RO-c

    Klacht over advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder heeft zich te formalistisch opgesteld door te stellen dat de bij de interne klachtprocedure betrokken partijen vonnissen op eigen initiatief aan verweerder als klachtenfunctionaris hadden moeten verstrekken, terwijl deze vonnissen op het kantoor van verweerder aanwezig waren. Dit klachtonderdeel is gegrond. De raad ziet reden om af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad gaat er daarbij van uit dat verweerder in toekomstige gevallen een meer actieve houding zal aannemen. De raad heeft voorts van belang geacht dat verweerder nog niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Tijdsverloop interne klachtbehandeling niet zodanig dat sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen; klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-664/DH/RO

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-645/DH/DH

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:155 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-128/DB/LI/D

    Advocaat heeft schorsingsvoorwaarden overtreden doordat hij heeft nagelaten zich tijdens zijn schorsing te onttrekken uit een procedure bij de rechtbank en doordat zijn naam en foto op de website vermeld is gebleven en hij de gegevens op Facebook en LinkedIn onvoldoende heeft verwijderd/aangepast. Advocaat heeft in de pers bedenkingen geuit tegen de door het Hof van Discipline aan hem opgelegde schorsing. Dekenbezwaar gegrond, schorsing 4 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-794/DH/RO

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft een arrest niet nader aan klager toegelicht nadat zijn secretaresse dit aan klager had gezonden. Uit het klachtdossier blijkt dat de houding van klager jegens verweerder niet optimaal was en dat klager een van verweerder ontvangen factuur onbetaald heeft gelaten. Dat rechtvaardigt evenwel nog niet de reactie, althans het uitblijven van passende nazorg, door verweerder. De klacht is op dit onderdeel dan ook in beginsel gegrond. De raad ziet echter reden om af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad gaat er daarbij van uit dat verweerder, die er blijk van heeft gegeven zijn nalatigheid in het onderhavige geval in te zien, in toekomstige vergelijkbare gevallen meer nazorg aan de cliënt zal verlenen. De raad heeft voorts van belang geacht dat verweerder nog niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:115 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-747/DH/RO

    Tussenbeslissing in een verzetzaak. Het verzet slaagt. De raad is van oordeel dat de voorzitter gelet op de over en weer ingenomen stellingen niet zonder meer tot het oordeel heeft kunnen komen dat het dossier geen aanknopingspunten bevat voor de juistheid van de stelling dat het strafdossier door verweerder op onrechtmatige wijze is verkregen. Klager heeft daarvoor enkele concrete mogelijkheden genoemd, welke in het licht van de daarbij gegeven toelichting door verweerder onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. Verweerder heeft tot op heden geen antwoord willen geven op de vraag hoe hij het strafdossier verkregen heeft. De raad ziet aanleiding om – met aanhouding van iedere verdere beslissing – de deken in het arrondissement Rotterdam op te dragen om te onderzoeken of verweerder het strafdossier op rechtmatige wijze heeft verkregen en of verweerder zich terecht op zijn functionele verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht beroept.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-746/DH/RO

    Gegronde klacht over beïnvloeding van getuigen in een verzekeringskwestie, in aanloop naar een voorlopig getuigenverhoor. Verweerder heeft met zijn handelswijze minstgenomen het voorwaardelijk opzet gehad op beïnvloeding van de getuigen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-021

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Niet is gebleken dat de vervolgbehandeling van het wortelkanaal niet lege artis is uitgevoerd. De eventueel nog aanwezige pijnklachten zijn voorafgaand door zowel de preventieassistente als door de tandarts met klaagster besproken. Enige klachten waren niet ongebruikelijk, gelet op de daarvoor uitgevoerde initiële behandeling. Ook niet gebleken dat de guttaperchastiften te diep of buiten de gebruikelijke marge zijn geplaatst. Wel sprake van enig doorgeperste sealer en/of guttapercha, maar niet ongebruikelijk en doorgaans geen oorzaak van de pijnklachten na het afsluiten van de wortelkanaalbehandeling. Niet voorschrijven van antibioticium is juist, het is ongebruikelijk om dit direct na een wortelkanaalbehandeling voor te schrijven. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:110 Raad van Discipline Amsterdam 17-1057/A/A

    Klacht over eigen advocaat gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster structureel geen, althans onvoldoende informatie te geven over/in de lopende zaken, klaagster niet voor te lichten over de goede en kwade kansen van een kort geding, klaagster niet te informeren over een zitting, zonder dat met klaagster te bespreken niet op de zitting te verschijnen en klaagster niet in kennis te stellen van het vonnis dat vervolgens is gewezen. De raad rekent verweerder dit zwaar aan. Schorsing voor de duur van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:111 Raad van Discipline Amsterdam 18-020/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk. Verweerster heeft niet in strijd gehandeld met Gedragsregel 12 (oud) door confraternele correspondentie tussen haar en een andere advocaat aan een derde advocaat te verstrekken. Klagers hebben voorts onvoldoende onderbouwd dat verweerster onjuiste informatie heeft verstrekt. Klagers zijn niet-ontvankelijk in het laatste klachtonderdeel vanwege ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 298/2017

    “Klacht tegen revalidatiearts. De revalidatiebehandeling is te vroeg gestaakt. De revalidatiearts is eindverantwoordelijk. Waarschuwing.”

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 242/2017

    “Verweerder heeft zonder voldoende eigen onderzoek een shin-splintoperatie uitgevoerd. klacht gegrond, waarschuwing.”

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-009

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Het College is van oordeel dat de tandarts in redelijkheid tot zijn voorstel kon komen om tot extractie over te gaan, in combinatie met een frameprothese. De tandarts mocht in redelijkheid tot de afweging komen zich niet te kunnen vinden in de adviezen van een kaakchirurg en twee andere tandartsen ten aanzien van het gebit van klager. Daarbij komt dat endodontische behandeling in casu extra gecompliceerd was als gevolg van de aanwezige kronen, de smalle wortels en de parodontale situatie van het onderfront twijfelachtig was. Klager heeft toestemming gegeven voor de door verweerder voorgestelde behandeling. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-198

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. De lezingen van partijen over het voldoende uitleggen van het gewijzigde behandelplan en de instemming van klaagster staan lijnrecht tegenover elkaar. De overgelegde stukken bieden op dit punt onvoldoende houvast. Daarnaast is niet gebleken van een noemenswaardig lengteverschil, een onacceptabele ruimte tussen de twee kronen of een niet goed aan het tandvlees aansluitende brug. Ook niet gebleken dat de tandarts zich in liet met onjuiste facturering. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-154

    Voorzittersbeslissing. Verweerster en een toenmalig kantoorgenoot hebben een cliënt bijgestaan in diens bestuursrechtelijke geschil. Klager heeft verweerster verzocht om informatie over die kwestie, wat verweerster hem niet (volledig) heeft verstrekt. De voorzitter is van oordeel dat de nog altijd voortdurende geheimhoudingsverplichting van verweerster jegens haar inmiddels overleden cliënt haar niet toestaat om informatie uit dat dossier met derden te delen. Daarbij is de voorzitter van oordeel dat verweerster op zorgvuldige wijze met klager en later met zijn advocaat heeft gecommuniceerd en zich, tot het moment van haar aansprakelijkheidsstelling wegens vermeende onrechtmatige daad, meer dan welwillend jegens klager en zijn advocaat heeft opgesteld en daarbij voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze haar aansprakelijkheidsstelling verder zal worden afgewikkeld. Verweerster mocht aldus weigeren om de vragen van klager te beantwoorden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-547

    Verzetbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:229 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-547

    Voorzittersbeslissing; de voorzitter oordeelt klager ontvankelijk in zijn klacht. Weliswaar is eerder over hetzelfde feitencomplex geklaagd, maar die eerdere klacht heeft niet geleid tot een onherroepelijke eindbeslissing, zodat de situatie van het ne bis in idem-beginsel ex art. 47b Advocatenwet zich niet voordoet. Slordigheid, traagheid en niet adequaat handelen voor verweerster voor haar cliënt in geschil met verzekeraar kan de voorzitter niet vaststellen. Verweerster diende zich na de door haar geconstateerde vertrouwensbreuk aan de zaak te onttrekken en heeft dat ex gedragsregel 9 lid 2 op zorgvuldige wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:89 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180002

    Tussenbeslissing. Verweerster heeft (in opdracht van haar cliënt) een persoonlijk onderzoek laten verrichten naar klaagster (wederpartij cliënt), hetgeen heeft geleid tot een observatierapport. Het hof acht het, in tegenstelling tot de raad, voor de beoordeling van het tuchtrechtelijke handelen van verweerster niet van belang wie de opdracht tot het observatierapport heeft gegeven. Wel acht het hof van belang of er voldoende redenen waren voor het laten uitvoeren van zo een onderzoek dat zo diep ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van klagers. Teneinde deze vraag te kunnen beantwoorden heeft het hof nadere informatie van verweerster nodig. Hiertoe heeft het hof verweerster verzocht antwoord te geven op diverse vragen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 226/2017

    Klacht tegen verzekeringsarts UWV over deskundigenoordeel op verzoek van klager naar aanleiding van een verschil van mening met zijn werkgever over geschiktheid voor eigen werk. Het college acht de klachten hierover ongegrond.