Zoekresultaten 13801-13850 van de 48204 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 137/2020
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:48
Patiënt heeft een tuchtklacht ingediend tegen meerdere huisartsen. Na het overlijden is de klacht voortgezet door zijn zus. De behandelend artsen wordt verweten dat zij de hoofdpijnklachten van patiënt onvoldoende serieus hebben genomen en dat zij niet aan de hand van verder doorvragen een behoorlijke diagnose hebben gesteld of eerder actie hebben ondernomen. Bij patiënt is later een hersentumor geconstateerd. Beklaagde is één van de huisartsen tegen wie een klacht is ingediend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:77 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.194
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:77
Klacht tegen kaakchirurg. Klager is vanwege een slecht gebit met ontstekingen door zijn huisarts naar verweerder verwezen. Verweerder heeft klager in vier jaar tijd verschillende keren behandeld. Daarbij zijn onder meer de tanden van klager verwijderd en zijn verschillende implantaten geplaatst. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij zijn zorgplicht niet is nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:72 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210028
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:72
Artikel 13 beklag. Klaagster heeft haar beklag 7 weken na het verstrijken van de termijn ingediend. Het Hof is van oordeel dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd dat en waarom de door haar genoemde medische redenen haar hebben belet om tijdig het beklag bij het Hof in te dienen. Ook overigens is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die de lange termijnoverschrijding rechtvaardigen. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:66 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190175H
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:66
Herzieningsverzoek. In de kern bevat het herzieningsverzoek twee gronden. Verzoekster stelt dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door in hoger beroep stukken te accepteren die niet in eerste aanleg zijn ingediend en door niet in te gaan op de bezwaren van verzoekster tegen de indiening van een geluidsfragment waarvan de wederpartij slechts een deel schriftelijk had uitgewerkt. Deze herzieningsgrond slaagt niet. Verweerster heeft in hoger beroep ruimschoots de mogelijkheid te reageren op de ingediende stukken en daar gebruik van gemaakt. Daarbij is door het hof expliciet aangegeven dat het geluidsfragment in de beoordeling is betrokken voor zover partijen zich daarop hebben beroepen. Geen schending van het beginsel van hoor en wederhoor. De tweede herzieningsgrond betreft de inhoud van de beslissing, de feitenvaststelling en de motivering van de beslissing. Motiveringsklachten leveren naar vaste jurisprudentie geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel op. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar herzieningsverzoek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 138/2020
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:49
Patiënt heeft een tuchtklacht ingediend tegen meerdere huisartsen. Na het overlijden is de klacht voortgezet door zijn zus. De behandelend artsen wordt verweten dat zij de hoofdpijnklachten van patiënt onvoldoende serieus hebben genomen en dat zij niet aan de hand van verder doorvragen een behoorlijke diagnose hebben gesteld of eerder actie hebben ondernomen. Bij patiënt is later een hersentumor geconstateerd. Beklaagde is één van de huisartsen tegen wie een klacht is ingediend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:78 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.195
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:78
Klacht tegen tandarts. Verweerster heeft klager in eerste instantie op verwijzing van een kaakchirurg gezien in verband met problemen met zijn prothese in de bovenkaak. Later is klager bij verweerster op consult geweest in verband met een probleem met de vergoeding van implantaten in de bovenkaak en weer later vanwege kaakgewrichtsklachten. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij in haar werk als tandarts tekort is geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:73 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210044
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:73
Artikel 13 beklag. Klager wil een advocaat om een procedure bij de Rechtbank Noord Holland te starten om het gezag over en omgang met zijn kinderen te krijgen dan wel nakoming te vorderen van de omgangsregeling en een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam tot benoeming van een bijzondere curator op grond van artikel 32 Rv. De deken heeft, onder verwijzing naar adviezen van advocaten die eerder de zaak van klager hebben bestudeerd, terecht mogen concluderen dat een dergelijke procedure bij de Rechtbank Noord Holland geen redelijke kans van slagen heeft. Verder begrijpt het hof uit het beklag van klager dat het doel van klager is gezag over en omgang met zijn kinderen te krijgen. Dat resultaat wordt niet bereikt met een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. Het beklag wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:67 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200110
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:67
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening in een familierechtelijke zaak. Het eerste klachtonderdeel houdt in dat verweerster bij de aanvraag van de toevoeging fouten heeft gemaakt, waardoor die eerst werd geweigerd en pas na zeven maanden werd toegewezen. Verweerster heeft voldoende toegelicht dat dit het gevolg is van een verkeerde interpretatie van het diagnosedocument van het juridisch loket door de Raad voor Rechtsbijstand. Verweerster heeft vervolgens een bezwaar ingediend, dat gegrond is verklaard. Dat zij niet naar de zitting van de Raad voor Rechtsbijstand kon en klager zelf zijn zaak daar heeft moeten toelichten, heeft zij vooraf voldoende met hem besproken. Dit klachtonderdeel is dus ongegrond. De klachtonderdelen twee en vier zijn gezamenlijk behandeld en houden in dat verweerster de verkeerde werkzaamheden heeft verricht en halverwege de zaak heeft neergelegd waardoor klager nog steeds niet het gewenste resultaat heeft en een andere advocaat heeft moeten zoeken. Het hof oordeelt net als de raad dat verweerster voldoende uitleg heeft gegeven waarom zij bepaalde stappen in het dossier heeft genomen en dat zij daarna tot de conclusie kon komen dat de zaak geen redelijke kans van slagen had. Een advocaat kan niet verplicht worden een zaak te behandelen. Beide onderdelen zijn daarom ongegrond. Klachtonderdeel drie houdt in dat verweerster niet goed bereikbaar was en vaak afspraken met klager heeft afgezegd. Dit klachtonderdeel is onvoldoende onderbouwd met stukken en dus ook ongegrond verklaard. Volledige bekrachtiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2019.315
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:72
Klacht tegen een ambulanceverpleegkundige. Klacht over het achterwege laten van immobilisatie door de ambulanceverpleegkundige na een ongecontroleerde val van een oudere man op een badkamervloer. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de verpleegkundige gegrond en verklaart de gegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege schetst de bijzondere en onvoorspelbare omstandigheden waaronder een ambulanceverpleegkundige het werk verricht en benadrukt dat de ambulanceverpleegkundige geen diagnoses stelt, maar werkhypotheses aan de hand van een afgenomen anamnese en screening van de vitale functies.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.196
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:79
Klacht tegen tandarts. Verweerster is als tandarts-gnatholoog werkzaam bij een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Klager is naar haar verwezen in verband met klachten over de kauwmusculatuur. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij in haar werk als tandarts tekort is geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:74 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210081
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:74
Kennelijk niet-ontvankelijk hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:68 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200239 en 200240
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:68
Klacht over advocaat wederpartij. De klacht houdt in dat verweerders de betaling van hun facturen door hun cliënte uit de vof accepteerden, terwijl zij hadden moeten weten dat hun cliënte niet bevoegd was die betalingen uit de vof te verrichten. De klacht tegen verweerder in 200239 is ongegrond, omdat voldoende aannemelijk is dat hij als advocaat-stagiair geen inzicht had in het betalingsverkeer van het advocatenkantoor. De klacht tegen verweerster in 200240 is ongegrond, omdat gezien de inhoud van het geschil tussen de vennoten kennelijk een rekening courantverhouding heeft bestaan waarbij de privé uitgaven van de vennoten achteraf verrekend werden. Ook na het protest in kort geding van klagers tegen die betalingen, mocht verweerster vertrouwen op de mededeling van haar cliënte dat verrekening zou volgen en zij gerechtigd was tot betaling vanuit de vof. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad: klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 139/2020
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:50
Patiënt heeft een tuchtklacht ingediend tegen meerdere huisartsen. Na het overlijden is de klacht voortgezet door zijn zus. De behandelend artsen wordt verweten dat zij de hoofdpijnklachten van patiënt onvoldoende serieus hebben genomen en dat zij niet aan de hand van verder doorvragen een behoorlijke diagnose hebben gesteld of eerder actie hebben ondernomen. Bij patiënt is later een hersentumor geconstateerd. Beklaagde is één van de huisartsen tegen wie een klacht is ingediend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:27 Accountantskamer Zwolle 20/2530 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:27
Voorzittersuitspraak. Klacht over accountant die correspondentie, adviesdossiers en administratie van klaagster aan de FIOD heeft verstrekt en heeft meegewerkt aan een gedelegeerd rechter-commissarisverhoor door de FIOD. Betrokkene heeft de stukken aan de FIOD overhandigd na ontvangst van een vordering als bedoeld in art. 126nd Wetboek van Strafrecht (Sv), zodat sprake is van openbaarmaking die door de wet wordt gevorderd, in welk geval de accountant vertrouwelijke gegevens toch openbaar moet maken. Daarnaast was betrokkene op grond van het bepaalde in de artikelen 201, 213 en 221 Sv verplicht mee te werken aan het gedelegeerd getuigenverhoor. Aan een accountant komt geen verschoningsrecht toe. Betrokkene heeft hierover overleg gehad met de afdeling juridische zaken en hun adviezen opgevolgd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.037
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:73
Klacht tegen chirurg. De klacht heeft betrekking op de overleden echtgenoot van klaagster (verder de patiënt). Patiënt is gezien op de polikliniek door een collega van verweerder i.v.m. een tumor. In het opvolgend multidisciplinair overleg werd besloten om direct te opereren. Een week later is patiënt gezien door een andere collega (C2020.040), hoofdbehandelaar, die weer vier dagen later patiënt heeft geopereerd. Twee weken later volgt een hersteloperatie en drie dagen nadien nog een. Deze laatste operatie wordt door verweerder, chirurg, verricht. In de week na deze operatie wordt patiënt nog tweemaal geopereerd. Tien dagen na de laatste operatie overlijdt patiënt. Klaagster verwijt verweerder: 1. Het niet duidelijk communiceren met de patiënt en de familie; 2. Het niet doen van zorgvuldig onderzoek voorafgaand aan de operaties; 3. Het zonder toestemming en overleg opereren, aangezien de patiënt, gezien zijn verwardheid, geen beslissingen kon nemen; 4. Het niet noteren van de inhoud van zogenaamde gesprekken die met de familie zouden hebben plaatsgevonden; 5. Het schenden van de zorgplicht door patiënt direct na de operatie over te dragen aan de hoofdbehandelaar; 6. Het ontbreken van nazorg na het overlijden van de patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:69 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200250W
- Datum publicatie: 16-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:69
Voor zover de aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden dateren van voor de mondelinge behandeling in de beroepszaak (zaaknummer 200250) op 22 januari 2021, of betrekking hebben op hetgeen tijdens die mondelinge behandeling is gezegd of gebeurd, is het wrakingsverzoek te laat ingediend. Voor zover het wrakingsverzoek is gebaseerd op de brief van 9 februari 2021 is dit wel tijdig ingediend. Dit betekent dat enkel de brief van 9 februari 2021 als grondslag van het wrakingsverzoek heeft te gelden. De brief van 9 februari 2021 is door mr. A.M. van Amsterdam, als lid van het presidium, geschreven en ondertekend namens het voltallige presidium. De wrakingskamer is van oordeel dat er geen objectieve reden is voor vrees bij verzoekers dat sprake zal zijn van (een schijn van) vooringenomenheid bij verweerder bij de behandeling van voornoemd hoger beroep. Daarvoor staat de brief van 9 februari 2021 in een te ver verwijderd verband met de beroepszaak. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:57 Raad van Discipline Amsterdam 20-882/A/NH 20-883/A/NH/D
- Datum publicatie: 15-04-2021
- Datum uitspraak: 15-03-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:57
Klacht en dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de geheimhoudingsplicht uit de mediationovereenkomst te schenden. Hij heeft hiermee de kernwaarde integriteit geschonden. De raad legt in zowel de gegrond verklaarde klacht als het gegrond verklaarde dekenbezwaar één maatregel op, te weten een berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-535/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2021
- Datum uitspraak: 28-12-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:206
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-647/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2021
- Datum uitspraak: 28-12-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:207
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2015:360 Raad van Discipline 's-Gravenhage 15-310/DH/DH
- Datum publicatie: 15-04-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2015
- ECLI:NL:TADRSGR:2015:360
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:65 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-826/DH/RO
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 03-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:65
Voorzittersbeslissing. Klaagsters zijn kennelijk niet-ontvankelijk; twee van de drie klaagsters omdat ze geen direct belanghebbende zijn en de derde klaagster omdat al eerder is geklaagd over hetzelfde feitencomplex.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:59 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-708/DH/RO
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:59
Omvangrijke klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een complex zakelijk geschil ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:60 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-592/DH/DH
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:60
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:65 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200250
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:65
Hoger beroep van verzetbeslissing niet-ontvankelijk. Geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-089/DH/RO
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:61
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:62 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-997/DH/RO
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 10-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:62
Voorzittersbeslissing. Klacht ten de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende onderbouwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:63 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-996/DH/DH
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 10-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:63
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:57 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-820/DH/DH
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:57
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie ongegrond. Verweerster heeft persoonlijke gegevens van klaagster die onrechtmatig verkregen zijn door de man in procedures overgelegd. Dit is niet onbetamelijk, omdat het overleggen van deze gegevens het belang van de man diende.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:64 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-880/DH/DH
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 10-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:64
Voorzittersbeslissing. Klachten tegen de eigen advocaat niet-ontvankelijk, omdat de klacht is ingediend na de vervaltermijn.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:58 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-759/DH/RO
- Datum publicatie: 14-04-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:58
Klacht tegen de eigen advocaat in een bestuursrechtelijke kwestie. Verweerster heeft een bericht van klager met opmerkingen over een ingediend processtuk over het hoofd gezien. Dit is een onzorgvuldigheid waarvoor verweerster verantwoordelijk is. Het is echter ook iets dat iedereen kan overkomen, waarmee de raad rekening houdt bij het bepalen van de op te leggen maatregel. Verweerster heeft verder onvoldoende met klager gecommuniceerd over haar keuze om geen uitstel van de zitting te vragen. Ook dit is een onzorgvuldigheid waarvoor zij verantwoordelijk is. Verweerster kampte in de periode rondom de zitting met ernstige gezondheidsklachten en haar gezondheidssituatie verslechterde in de dagen rondom de zitting met een ziekenhuisopname als gevolg. Ook deze omstandigheden zal de raad meewegen bij de keuze van de op te leggen maatregel. Waarschuwing. Op verzoek van verweerster is de proceskostenveroordeling gematigd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-168
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 13-04-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:43
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Beklaagde is binnen de kaders van haar bevoegdheid gebleven. Niet is gebleken dat zij oneigenlijke druk heeft uitgeoefend of haar onafhankelijkheid heeft geschonden. Zij heeft, rekening houdend met de spierziekte van klager, de werkgever geadviseerd om klager te ontheffen van arbeid tot december 2020. Na de uitslagen van de nadere onderzoeken zou de situatie van klager opnieuw worden geëvalueerd. Dat beklaagde in september 2020 nog over werkhervatting heeft gesproken is reeds daarom niet verwijtbaar. Het bespreken van de verschillende opties betekent ook niet dat beklaagde oneigenlijke druk heeft uitgeoefend. Het is juist de taak van beklaagde om klager zo volledig mogelijk te informeren over zijn mogelijkheden. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:63 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210071
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:63
Appelverbod. Hoger beroep tegen verzetsbeslissing van de raad. De stellingen van klager zien op de inhoud van de beslissing van de raad, zowel waar het de vastgestelde feiten betreft als de motivering van die beslissing. Deze (motiverings)klachten raken niet fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor, maar zien op de inhoudelijke beslissing van de zaak. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:57 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210076
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:57
Hoger beroep in strijd met appelverbod. Geen schending fundamentele rechtsbeginselen. Niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-151
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 13-04-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:44
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Beklaagde heeft, zonder zich te verdiepen in de multidisciplinaire richtlijn (‘Mensen met migraine…. aan het werk!’) en zonder deugdelijke motivering, de medische conclusies van de verzekeringsartsen van het UWV en van de neuroloog naast zich neergelegd. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Nu migraine of migraineachtige hoofdpijn wel degelijk frequent verzuim kan verklaren, is beklaagde tot een onjuist, althans tot een onvoldoende gemotiveerd oordeel over de arbeidsgeschiktheid van klager gekomen. Naar het oordeel van het College kon beklaagde op basis van de informatie die beschikbaar was en beklaagde bij een actievere houding bekend had kunnen zijn, in redelijkheid niet tot zijn conclusie komen dat klager volledig geschikt was voor zijn eigen werk. Voorts is naar het oordeel van het College gebleken dat beklaagde stelselmatig informatie over klager die hem niet welgevallig was, ongemotiveerd ter zijde heeft geschoven. Daarmee heeft beklaagde klager en zijn klachten onvoldoende serieus genomen. Ten slotte heeft beklaagde niet aannemelijk heeft kunnen maken dat hij het expertiserapport op goede gronden buiten beschouwing heeft gelaten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:271 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200231
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:271
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gedragsregel 25 overtreden door in de gehuurde woning van zijn cliënten te verschijnen en contact te hebben met klager (verhuurder), zonder dat de advocaat van klager daarbij aanwezig was en terwijl verweerder wist dat klager door een advocaat werd bijgestaan. De feitelijke omstandigheden waaronder dat gebeurde, maken echter dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder geen sprake is. Verder is de juistheid van de stellingen van klager met betrekking tot het handelen van verweerder tijdens bedoelde afspraak niet komen vast te staan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:64 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210072
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:64
Appelverbod. Beklag tegen verzetsbeslissing van de raad. Het hof stelt vast dat de door klager aangevoerde gronden ter onderbouwing van zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de beslissing van de raad, zowel waar het de vastgestelde feiten betreft als de motivering van die beslissing. Deze (motiverings)klachten raken niet fundamentele rechtsbeginselen maar de inhoudelijke beslissing van de zaak. Het hoger beroep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:58 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200259
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:58
Klacht over eigen advocaat. De raad heeft de klachtonderdeel a) ongegrond verklaard en klachtonderdeel b) gegrond verklaard. De raad heeft aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd en de raad heeft verweerster veroordeeld in de proceskosten, de reiskosten en het griffierecht. Het hof komt tot het oordeel dat de stelling van klaagster, dat zij geen contact heeft gehad met verweerster en dat zij verweerster geen opdracht heeft gegeven om aan de politie toestemming te geven klaagsters huissleutels aan de derde af te geven, ongeloofwaardig is. Dit betekent dat klachtonderdeel b) feitelijke grondslag mist en ongegrond is. Het hoger beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en verklaart, opnieuw rechtdoende, de klacht onder b) alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:59 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200251
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:59
Klacht tegen advocaat wederpartij over onnodig grievende uitlatingen over klaagster in een brief aan de rechtbank. Raad heeft de klacht gegrond verklaard, aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd en hem veroordeeld in het griffierecht, de reiskosten en de proceskosten. Naar het oordeel van de raad kan de passage uit verweerders brief niet anders worden begrepen dan dat de door verweerder genoemde slechte eigenschappen wel degelijk een verwijzing zijn naar klaagster. Evenmin is gebleken dat cliënt van verweerder bij het bezigen van deze bewoordingen een functioneel belang had. Het bezigen van dergelijke kwalificaties zonder dat deze een redelijk doel dienen, past een behoorlijk handelend advocaat niet. Dat verweerder de bewuste passage heeft ingetrokken en zijn verontschuldigingen aan klaagster heeft aangeboden, maakt dit niet anders. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, met veroordeling van verweerder in de proceskosten in hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2002:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210086
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2002
- ECLI:NL:TAHVD:2002:1
Kennelijk niet-ontvankelijk beroep. Klaagster is te laat in hoger beroep gekomen. Dat de raad de beslissing niet aan haar maar aan haar zoon had toegestuurd, ligt in haar risicosfeer. Uit haar proces-verbaal van de raad blijkt dat zij zelf had verzocht de beslissing aan haar zoon te sturen. Daarbij wist klaagster op welke datum de raad een beslissing zou geven.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:60 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200221
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:60
Het hoger beroep is beperkt tot de klacht voor zover deze betrekking heeft op de behartiging van de belangen van klaagster. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad en neemt die over. Verweerder heeft in opdracht van de bewindvoerder van klaagster een kort geding tegen de kinderen van klaagster aanhangig gemaakt en ontruiming van de woning van klaagster door de kinderen gevorderd. Verweerder mocht daarbij afgaan op de opdracht en de informatie die de bewindvoerder hem verstrekte, tenzij dat niet in het belang van klaagster zou zijn. Met de raad is het hof van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat verweerder de belangen van klaagster niet naar behoren heeft behartigd. Bekrachtiging van de beslissing van de raad, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:61 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200246
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:61
Tussenbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. De raad heeft verweerster de maatregel van berisping opgelegd en 8 van de 11 klachtonderdelen gegrond verklaard. Verweerster heeft hiertegen beroep aangetekend. Allereerst laakt het hof de wijze waarop verweerster haar voorlichtingsplicht wat betreft het aanvragen en verkrijgen van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand jegens klager ernstig heeft verzaakt. Ten tweede acht het hof het zeer kwalijk dat verweerster naast de toevoeging die zij bij de Raad voor Rechtsbijstand heeft gedeclareerd, op uurbasis honorarium bij de cliënt in rekening heeft gebracht. Dit is in strijd met de gedragsregels. Gestelde onwetendheid met deze basisregel van het stelsel van door de overheid gefinancierde rechtshulp, wat daar ook van zij, is daarvoor op geen enkele wijze een rechtvaardiging. Daarnaast is klaagster tekortgeschoten over de processtrategie helder en duidelijk met klager te communiceren. Gelet op de ernst van de gedragingen overweegt het hof dat de door de raad opgelegde maatregel van een berisping hem vooralsnog te licht voorkomt. Een, al dan niet (deels) voorwaardelijke, schorsing ligt hierbij meer in de rede. Teneinde zich een oordeel te kunnen vormen over welke voorwaarde(n) passend en geboden zijn, heeft het hof nadere informatie bij verweerster opgevraagd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:62 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210032
- Datum publicatie: 13-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:62
Artikel 13 beklag. Nu het aanwijzingsverzoek in zaaknummer 210044 gelijkluidend is aan het aanwijzingsverzoek in deze zaak en ook het beklag in beide zaken dezelfde strekking heeft, wordt verwezen naar de overwegingen in de beslissing van 29 maart 2021 gewezen onder zaaknummer 210044. Het beklag wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 149/2020
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:45
Klacht tegen gynaecoloog. Bij een laparoscopische baarmoederverwijdering is ureterletsel ontstaan. Complicatie, geen verwijtbar fout. Geen verwijt betreffend informed consent. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/678427 / DW RK 20/24 LvB/SM
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:26
Beslissing op verzet. De voorzittersbeslissing blijft niet-ontvankelijk, want het betreft hier hetzelfde feitencomplex als in een eerdere klacht van klager tegen de gerechtsdeurwaarder. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 148/2020
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:46
klacht tegen collega-tandarts. Het college acht klager geen belanghebbende voor zover de klacht ziet op de diagnostiek bij en informatieverschaffing aan een individuele patiënt van beklaagde. Datzelfde geldt voor de klacht dat beklaagde geen zelfinzicht toont en dat hij een gewoonte zou maken van het misleiden van patiënten voor parodontologie. In zoverre is de klacht niet-ontvankelijk. Het college acht de klacht ongegrond voor zover deze betrekking heeft op het vermeende bedrog dat beklaagde zou hebben gepleegd door een patiënt een valse verklaring te laten opstellen en deze in te brengen in een tuchtrechtelijke procedure tegen klager. Bedrog of valsheid is niet aannemelijk geworden en beklaagde mocht in een tuchtprocedure bewijs inbrengen van zijn stellingen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:21 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/676025 / DW RK 19/635 LvB/SM
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:21
Klacht ongegrond. Het te laat indienen van het verzoek(schrift) tot verkoop van beslagen aandelen, zodat de beslagen niet zouden komen te vervallen, kan de gerechtsdeurwaarder niet worden aangerekend nu dit niet tot zijn taak/opdracht behoorde. De gerechtsdeurwaarder heeft het verzoekschrift weliswaar opgesteld voor klaagster, maar het waren de (voormalige) advocaten van klaagster die voor tijdige indiening dienden zorg te dragen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:22 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/679229 DW RK 20/47 LvB/SM
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:22
Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: één week schorsing. De gerechtsdeurwaarder heeft naar willekeur gehandeld en lijkt op geen verantwoordelijkheid te hebben willen nemen om een deugdelijk executoriaal proces van inbeslagname, bewaring en executieverkoop)te willen voeren. De gerechtsdeurwaarder is inconsequent gebleken in zijn optreden en onzorgvuldig ten aanzien van de aankondiging met betrekking tot de executoriale openbare verkoop, terwijl hij geacht wordt te weten dat bij de inzet van een ingrijpend middel als beslag uiterste zorgvuldigheid mag worden gevergd. De gerechtsdeurwaarder is tevens veroordeeld in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:23 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/685389 / DW RK 20/293 LvB/SM
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:23
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder niet reageert op correspondentie van klager. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaard het verzet tegen die beslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:56 Raad van Discipline Amsterdam 21-028/A/A
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:56
Toewijzing verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. Verweerster is naar het oordeel van de raad niet langer in staat jeugdzorg-gerelateerde zaken met een professionele, open blik en met oog voor alle betrokken belangen te bekijken en in die zaken adequate en effectieve rechtsbijstand te verlenen. De raad bepaalt daarom bij wijze van voorzieningen dat verweerster alle thans door haar behandelde jeugdzorg-gerelateerde zaken binnen een week na deze beslissing neerlegt, deze zaken waar nodig binnen een week na deze beslissing overdraagt aan een opvolgend advocaat en voor onbepaalde tijd geen nieuwe jeugdzorg-gerelateerde zaken aanneemt of behandelt dan wel daarbij betrokken is, waarbij onder jeugdzorg-gerelateerde zaken in ieder geval wordt verstaan: zaken en procedures tegen (onderdelen van) jeugdzorginstellingen en alle familierechtelijke, civielrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke zaken – tegen welke partij dan ook – die verband houden met jeugdzorg.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:25 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/680145 / DW RK 20/84 LvB/SM
- Datum publicatie: 12-04-2021
- Datum uitspraak: 19-03-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:25
Beslissing op verzet. Tegenover de (gemotiveerde) verklaring van klager dat het exploot niet aan hem betekend is (of kan zijn geweest) heeft de gerechtsdeurwaarder slechts ingebracht geen herinneringen te hebben aan de betekening. Deze omstandigheid brengt met zich mee dat de gerechtsdeurwaarder evenmin kan bevestigen dat het exploot (wel) correct aan klager is uitgebracht. Het verzet is gegrond. De beslissing van de voorzitter wordt vernietigd. Aan de gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van berisping opgelegd en wordt zij in de kosten van de procedure veroordeeld. *****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 21 december 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3944. Het hof:- vernietigt de bestreden beslissing;en, opnieuw beslissende:- verklaart de klacht ongegrond. *****
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 276
- Pagina: 277
- Pagina: 278
- ...
- Pagina: 965
- Volgende pagina zoekresultaten