Zoekresultaten 9901-9950 van de 48411 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-274/DH/DH

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij ongegrond. Verweerder heeft een brief rechtstreeks naar klager gestuurd. Het was beter geweest als de brief ook naar de advocaat van klager was gestuurd. Het verzuim is echter van onvoldoende gewicht om te leiden tot gegrondheid van de klacht. Redengevend is dat klager begreep of kon begrijpen wat tot de brief had geleid. De raad twijfelt er niet aan dat klager de inhoud en consequenties van de brief kon begrijpen. Klager had daarnaast al snel na ontvangst van de brief contact met zijn advocaat. Klager is aldus door de gang van zaken niet in zijn belangen geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:162 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-017/DB/OB 22-018/DB/OB

    Advocaten hebben in hun hoedanigheid van bestuurder van de stichting derdengelden een verrekening van een declaratie met derdengelden, waarvoor door de cliënt geen toestemming was verleend, geaccordeerd. Strijd met artikelen 6.19 lid 4 en 6.23 Verordening op de advocatuur.Gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-204/DB/OB

    Het ligt op de weg van een advocaat om, indien er sprake is van bewijsmateriaal wat in het nadeel van zijn cliënt is, zijn cliënt, die ontkent de hem tenlastegelegde strafbare feiten te hebben gepleegd, te wijzen op de kansen en risico’s in die strafrechtprocedure. Onvoldoende gebleken dat advocaat dit heeft gedaan.Klacht gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle |2022/4164

    Klacht tegen tandarts. Klaagster was patiënte van de aangeklaagde tandarts. Nadat zij betrokken was geweest bij een ruzie waarbij ook de dochter van de tandarts betrokken was, heeft de tandarts per direct de behandelingsovereenkomst met haar beëindigd. Ook stuurde hij hierover een e-mail naar de moeder van klaagster. Klaagster verwijt de tandarts dat deze haar zorg heeft onthouden en de behandelingsovereenkomst niet op de juiste wijze heeft beëindigd. Ook verwijt klaagster de tandarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de inhoud van het e-mailbericht aan haar moeder. Het college verklaart de klacht geheel gegrond en legt hiervoor een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-471/DB/LI 22-549/DB/LI/D

    Door advocaat te laat ingediend bezwaar is vanwege termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Advocaat heeft zijn cliënt gedurende 16 maanden niet geïnformeerd over de beslissing op bezwaar en zonder overleg met zijn cliënt namens die cliënt beroepsprocedures gevoerd. Advocaat heeft zijn beroepsfout pas 16 maanden nadat hij deze had opgemerkt bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar gemeld. Klacht en dekenbezwaar gegrond, voorwaardelijke schorsing 6 weken, proeftijd 2 jaar.Termijn ex artikel 8a lid 3 Advocatenwet verkort tot twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3924

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager stelt dat de verpleegkundige zijn beroepsgeheim heeft geschonden door met de psychiater – die klager heeft gezien in verband met een psychiatrisch onderzoek bij het CBR – te spreken over zijn alcoholgebruik. Klager heeft een toestemmingsformulier getekend maar was in de veronderstelling dat er enkel gesproken zou worden over de behandeling van zijn psychiatrische diagnose en niet over zijn alcoholgebruik. Het college overweegt dat er een door klager getekend toestemmingsformulier aanwezig is in de stukken. Dit toestemmingsformulier geeft de verpleegkundige toestemming om medische gegevens uit te wisselen aan de keurende psychiater. Het college volgt het verweer van de verpleegkundige dat alcoholconsumptie een onderdeel is van de psychiatrische diagnose en behandeling. Nu er sprake was van toestemming van klager, heeft de verpleegkundige zijn beroepsgeheim niet geschonden door te spreken over de alcoholconsumptie van klager. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3951

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij meermaals en gedurende een langere periode professionele grenzen heeft overschreden door een erfenis van patiënte te aanvaarden. Door de erfenis te aanvaarden heeft de verpleegkundige grenzen overschreden zoals die voortvloeien uit artikel 2.4 van de Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden (V&V 2015) en artikel 7:453 BW. Voorts kan de verpleegkundige worden verweten dat zij ondanks verzoeken van de inspectie daartoe geen inzage in het dossier van patiënte heeft verstrekt. In dit geval wordt aangenomen dat sprake is van een zwaarwegend belang, op grond waarvan de verpleegkundige inzage in haar dossier had moeten verstrekken. Ook heeft de verpleegkundige ‘slechts summier’ meegewerkt met het onderzoek dat door de inspectie is gedaan. Het college overweegt dat indien de inspectie onderzoek doet, een hulpverlener verplicht is om medewerking te verlenen. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. De verpleegkundige heeft er geen blijk van gegeven te reflecteren en zich toetsbaar op te stellen. Schorsing voor de duur van zes maanden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3708

    Klacht tegen gz-psycholoog in tbs-instelling. De klacht gaat over de plaatsing op een bepaalde afdeling, de aanvraag van een EVBG-status en de longstay-aanvraag. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1172

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager ter zitting behandeld. Na sluiting van het onderzoek ter zitting is gebleken dat dit onderzoek door de afwezigheid van de specialist ouderengeneeskunde niet volledig kon zijn. Het Centraal Tuchtcollege acht zich hierdoor onvoldoende geïnformeerd om tot een oordeel te komen. In verband hiermee wordt het onderzoek ter zitting in deze zaak heropend en geschorst. Tussenbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3707

    Klacht tegen gz-psycholoog in tbs-instelling. De klacht gaat onder meer over de overplaatsing naar een andere afdeling, de aanvraag van een EVBG-status en de plaatsing in afzondering. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1173

    Klacht tegen een verpleegkundige. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager ter zitting behandeld. Na sluiting van het onderzoek ter zitting is gebleken dat dit onderzoek niet volledig is geweest. Het Centraal Tuchtcollege acht zich hierdoor onvoldoende geïnformeerd om tot een oordeel te komen. In verband hiermee wordt het onderzoek ter zitting in deze zaak heropend en geschorst. Tussenbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3706

    Klacht tegen psychiater in tbs-instelling. De klacht heeft betrekking op klagers medicatie, de aanvraag van een EVBG-status en de plaatsing op een bepaalde afdeling. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-413/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder klaagster ter zitting onder druk heeft gezet en/of tegen haar wil de schikking heeft laten ondertekenen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1224

    Klacht tegen huisarts. Klager is de curator van zijn meerderjarige zoon. De zoon is bekend met autisme en heeft een ernstige verstandelijke beperking. De huisarts is de huisarts van de zoon. De zoon gebruikt in verband met gedragsproblemen al jaren het medicijn risperidon. Klager verwijt de huisarts dat hij weigert de zoon te verwijzen naar een specialist als gevolg waarvan klager al vijf jaar de dosering risperidon zelf moet regelen, geen handtekening wil zetten voor een andere invalidenbus en weigert door te verwijzen naar een keuringsarts voor een andere invalidenbus. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:293 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-300/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Er wordt (onder meer) geklaagd dat verweerder niet zorg heeft gedragen voor een opheffing of afwikkeling van beslagen daterende uit 2015. De raad is van oordeel dat verweerder de grenzen van de aan hem toekomende (grote) vrijheid als advocaat van de wederpartij niet heeft overschreden. Het stond verweerder vrij om – namens zijn cliënten – niet in te gaan op de verzoeken van klaagster om de beslagen op te heffen dan wel af te wikkelen. Daarbij acht de raad van belang dat de beslagen weliswaar al in 2015 zijn gelegd, maar klaagster pas in juli en augustus 2020 heeft verzocht om de beslagen op te heffen. Bovendien heeft verweerder bij e-mail van 2 september 2021 een voorstel gedaan om de beslagen af te wikkelen, maar daarop heeft de advocaat van klaagster geantwoord dat klaagster eerst de klacht bij de deken afgewikkeld wil zien en op dit moment niets meer met de beslagen te doen. Gelet op het voorgaande is de raad van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:287 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-903/AL/GLD

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-726/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Uit de overgelegde e-mails blijkt dat verweerder klagers in voldoende mate heeft geinformeerd over hoe hij over de zaak en de door klagers gewenste aanpak dacht. Het feit dat de kantonrechter het betoog van verweerder niet heeft gevolgd en de vordering van klagers heeft afgewezen, betekent nog niet dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt. Bij het starten van een rechtszaak spelen nu eenmaal tegenstrijdige belangen waarbij een van de partijen door de rechter in het ongelijk wordt gesteld. Dat een partij in het ongelijk is gesteld, betekent niet automatisch dat de advocaat van die partij fouten heeft gemaakt of tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder had klagers eerder duidelijkheid kunnen geven over zijn twijfel die uiteindelijk heeft geleid tot zijn besluit om zich te onttrekken, maar uit het klachtdossier blijkt niet dat klagers door het tijdsverloop op enigerlei wijze zijn geschaad. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:288 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-924/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:289 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-846/AL/GLD

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:290 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-841/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1208

    Klacht tegen huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk niet‑ontvankelijk, omdat onvoldoende duidelijk is wat klager de huisarts verwijt. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht voldoende duidelijk. Bij klager is in 2019 de prostaat verwijderd in verband met een prostaatcarcinoom. Klager verwijt de huisarts dat hij nooit de PSA‑waarde heeft laten bepalen en hem niet heeft verwezen naar een uroloog. Dit terwijl klager al vanaf 2001 bij hem kwam met plasklachten. Volgens klager was de prostaatoperatie met blijvende ingrijpende gevolgen niet nodig geweest als de huisarts anders had gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verjaring en voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:291 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-448/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Familierecht. Klaagster heeft in het bijzonder erover geklaagd dat verweerder in het verzoekschrift heeft geschreven dat ‘ook de moeder niet zonder verleden is’. Klaagster heeft daarover aangegeven dat daardoor de suggestie is gewekt dat ook zij – net als de cliënt van verweerder – met justitie in aanraking is gekomen. De raad is daarover van oordeel dat verweerder deze woorden beter niet had kunnen gebruiken. Dat heeft verweerder ook erkend. De raad is echter van oordeel dat verweerder daarmee niet de grenzen van de hem toekomende vrijheid heeft overschreden. De raad acht daarbij nog van belang dat ook klaagster werd bijgestaan door een advocaat en dat klaagster en die advocaat op de zitting konden reageren op deze stelling van verweerder. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:285 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-163/AL/MN

    Verweerder heeft naar het oordeel van de raad de met klagers gemaakte (financiële) afspraken in strijd met regels 16 lid 1 en 17 lid 2 niet schriftelijk vastgelegd en is tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Voor zover verweerder er al vanuit mocht gaan dat de dochter van klagers op 6 december 2019 gemachtigd was om namens klagers twee facturen voor akkoord te ondertekenen - een volmacht van klagers aan haar ontbreekt bij de stukken - kon verweerder naar het oordeel van de raad daaruit niets méér afleiden dan dat de dochter op dat moment instond voor betaling van die facturen. Anders dan verweerder betoogt, kon hij daaruit echter niets afleiden voor zijn toekomstige werkzaamheden voor klagers. Of de daarna verzonden facturen verschuldigd zijn, zal in een civiele procedure moeten worden beoordeeld. Tot het moment van zijn onttrekking heeft verweerder onvoldoende met (de gemachtigde van) klagers gecommuniceerd en hen ook onvoldoende op de hoogte gehouden van de voortgang in de verschillende procedures. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de raad onnodig grievend uitgelaten over (de familie van) klagers. Of verweerder excessief heeft gedeclareerd, kan de raad op basis van de stukken niet vaststellen. Verweerder mocht zich op zijn retentierecht in de zin van regel 28 lid 2 beroepen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1209

    Klacht tegen huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk niet‑ontvankelijk, omdat onvoldoende duidelijk is wat klager de huisarts verwijt. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht voldoende duidelijk. Bij klager is in 2019 de prostaat verwijderd in verband met een prostaatcarcinoom. Klager verwijt de huisarts dat zij de PSA‑waarde niet heeft laten bepalen en klager niet heeft verwezen naar een uroloog. Dit terwijl klager haar hierom uitdrukkelijk heeft verzocht en al vanaf 2001 bij de voorganger van de huisarts kwam met plasklachten. Volgens klager was de prostaatoperatie met blijvende ingrijpende gevolgen niet nodig geweest als de huisarts anders had gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3715

    Klacht tegen orthopedisch chirurg na overlijden patiënte aan uitgezaaide liposarcoom in het rechterbovenbeen. Klaagster (dochter) verwijt verweerder dat hij tekortgeschoten is in de zorgverlening aan patiënte (moeder) en een onjuiste diagnose heeft gesteld, het medisch dossier onjuist heeft bijgehouden en patiënte en haar familie niet serieus heeft genomen, waardoor de juiste diagnose pas maanden later is gesteld.College: klacht ongegrond, zeer zeldzame vorm van kanker, diagnose moeilijk te stellen, niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten van verweerder.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:292 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-447/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft een e-mailbericht dat alleen voor haar cliënte bestemd was, abusievelijk ook aan klager (de wederpartij) gestuurd. In die e-mail noemt verweerster klager ‘een respectloze vader’. De raad is van oordeel dat verweerster door deze e-mail aan de wederpartij te sturen slordig heeft gehandeld. De door verweerster gebruikte woorden zijn niet netjes en deze had zij beter achterwege kunnen laten. De raad is echter van oordeel dat verweerster hiermee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De raad acht daarbij van belang dat ook klager zich in de correspondentie niet onbetuigd heeft gelaten en dat verweerster haar excuses aan klager heeft aangeboden. Dit klachtonderdeel zal daarom ongegrond worden verklaard. Ook andere klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:286 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1037/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Als partijdig advocaat was verweerster gehouden het belang van haar cliënt te dienen. Het was niet in het belang van haar cliënt om na een enkele aanwijzing van de advocaat van de wederpartij dat een brief van de belastingdienst vervalst was, deze brief direct uit de procedure terug te trekken. Het stond verweerster vrij om deze beschuldiging eerst zelf te onderzoeken en met haar cliënt te bespreken. Het is haar niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij van de echtheid van de bewuste brief is uitgegaan totdat voor haar onomstotelijk vaststond dat de brief een vervalsing betrof. Beide klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4163

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is sinds 2016 patiënt van de huisarts. Klager heeft de huisarts verzocht om medicatie (Ivermectine) tegen een infectie aan zijn been en die heeft de huisarts hem niet gegeven. Klager neemt dat de huisarts kwalijk, omdat die weigering volgens hem heeft geresulteerd in een lymfoedeem en een olifantsbeen. De huisarts heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat, mede gezien de voorgeschiedenis van klager, de huisarts terecht heeft geoordeeld dat er geen indicatie was voor het voorschrijven van Ivermectine. Het college kan zich vinden in de door de huisarts voorgestelde behandeling in de vorm van gewichtsreductie, compressietherapie en het voorschrijven van antibiotica. Het college is dan ook van oordeel dat de huisarts medisch juist heeft gehandeld jegens klager. Verder heeft de huisarts klager nog voor diagnostiek naar de dermatoloog verwezen en voorgesteld om hem voor diagnostiek naar de internist te verwijzen, maar dat wilde klager niet. Van een weigering van zorg door de huisarts is dus geen sprake. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4365

    Klacht tegen huisarts deels gegrond, zonder oplegging van een maatregel. De huisarts heeft de zoon van klaagster gezien op de huisartsenpost. Volgens klaagster heeft hij de medische situatie van haar zoon onderschat en hem zonder gepaste adviezen naar huis gestuurd zonder eerst een kinderarts te raadplegen. Verder heeft klaagster een klacht over de manier van communiceren en verwijt zij de huisarts dat hij in de brief naar de eigen huisarts niet de volledige gang van zaken heeft geschetst. De huisarts heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat de huisarts op adequate wijze de zoon heeft onderzocht en hij geen kinderarts hoefde te raadplegen. De huisarts mocht daarentegen niet voorbijgaan aan de extreem laag gemeten glucosewaarde (0,6 mmol/L). Hij heeft dit tekortschieten echter vrijwel direct na het consult onderkend, actie ondernomen en zijn eerdere nalaten gecorrigeerd. Het college is van oordeel dat het kortstondig tekortschieten niet ernstig genoeg is om over te gaan tot oplegging van een maatregel. Met betrekking tot de uitlatingen van de huisarts tijdens het consult kan het college niet vaststellen wat er precies is gezegd. Dit klachtonderdeel wordt daarom ongegrond verklaard. Over de verslaglegging aan de eigen huisarts oordeelt het college dat de huisarts vollediger had kunnen zijn. Voor een goede hulpverlening was de ontbrekende informatie echter niet noodzakelijk en evenmin voor de toetsbaarheid van zijn handelen. Het ontbreken van deze gegevens is naar het oordeel van het college dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De conclusie is dat de klacht deels gegrond is en dat er geen maatregel wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3884

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts zich een mening te hebben gevormd over de persoonlijke situatie van klager en zijn gezin, en zich daarbij grievend, beledigend en zelfs bedreigend jegens klager te hebben uitgelaten. Ook verwijt hij de huisarts aan de doorverwijzing van de dochter van klager naar een specialist de voorwaarde te hebben gesteld dat klager samen met zijn ex-vrouw op gesprek moest komen. Verder heeft de huisarts klager in eerste instantie naar een onjuiste klachtenregeling verwezen. De huisarts heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat de huisarts voor het merendeel binnen de grenzen van zijn professionele rol is gebleven. Het algemene beeld uit het dossier is dat de huisarts er alles aan deed om in het belang van de kinderen met beide ouders in gesprek te blijven. De opmerking die de huisarts heeft gemaakt over de verplichting van klager om “living costs” aan zijn ex-vrouw te betalen had hij achterwege moeten laten. Deze (onterechte) inmenging is echter onvoldoende ernstig om de huisarts hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Wat betreft de doorverwijzing naar een specialist is het college van oordeel dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld door de dochter eerst te willen zien, samen met haar ouders. Niet zeker was of de moeder achter een verwijzing zou staan terwijl in beginsel toestemming van beide ouders nodig is. Het college vindt de vergissing van klager over de klachtenregeling van te weinig gewicht om hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De conclusie is dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 220204

    Artikel 13 beklag. Eén van deze voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet is dat de rechtszoekende aannemelijk moet maken dat hij/zij niet in staat is om zelf tijdig een advocaat te vinden die bereid is om hem/haar bij te staan. Klaagster heeft slechts aangegeven dat zij meerdere advocaten heeft benaderd. Anders dan zij nu in haar beklag schrijft heeft zij geen bewijsstukken en/of toelichting op de beweerdelijke afwijzingen van door haar aangezochte advocaten voorzien, althans het hof heeft die niet bij de stukken aangetroffen. De door klaagster verschafte informatie voldoet daarom niet aan de vereisten voor een verzoek tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:281 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-299/AL/MN

    De raad is van oordeel dat verweerder in onvoldoende mate ervoor zorg heeft gedragen dat geen misverstand kon bestaan over de hoedanigheid waarin hij optrad. De raad kan zich voorstellen dat klager dacht dat verweerder slechts als de woordvoerder van zijn zuster dan wel als een soort mediator optrad. Daarbij acht de raad van belang dat de gesprekken bij klager thuis plaatsvonden, en dat klager en verweerder kennissen van elkaar waren en meermalen vóór deze gesprekken (vriendschappelijk) contact met elkaar hebben gehad. Schending gedragsregel 9. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 220203

    Niet-ontvankelijk artikel 13 beklag. Klager heeft weliswaar op tijd beklag ingesteld op 27 juni 2022, maar hij heeft zijn beklag niet binnen de beklagtermijn voorzien van gronden (motivering). Klager heeft de mogelijkheid gekregen om toe te lichten waarom hij zijn beklag niet binnen de termijn van een motivering heeft voorzien. Klager heeft enkel aangegeven dat hij vindt dat het hof eerst zijn klachten over het functioneren van het hof moet behandelen. Uit de stukken heeft het hof geen bijzondere omstandigheden kunnen afleiden waaruit blijkt dat het ontbreken van de motivering een gevolg is van overmacht. Ook is niet gebleken van andere omstandigheden die meebrengen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Nu klager niet op tijd de motivering van zijn beklag naar voren heeft gebracht, dient het beklag van klager niet-ontvankelijk te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:282 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-380/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De raad heeft vastgesteld dat verweerder ten aanzien van de behartiging van de belangen van klager niet heeft gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel zijn inhoudelijke bijstand als zijn communicatie met klager was onder de maat. Verweerder heeft in strijd met verschillende gedragsregels gehandeld en heeft daarmee de kernwaarde deskundigheid geschonden. In het nadeel van verweerder houdt de raad rekening met de omstandigheid dat verweerder in deze zaak meermalen zijn ongenoegen heeft geuit over het – in zijn ogen – onjuiste handelen van de partner van klager, die in dienst was bij verweerder. De raad acht dat ongepast en laakbaar. Voorts houdt de raad er rekening mee dat verweerder onvoldoende blijk heeft gegeven van inzicht in de klachtwaardigheid van zijn handelen. Rekening houdend met alle omstandigheden acht de raad de maatregel van een berisping passend en gebonden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-048/DH/DH en 22-051/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 220201

    Artikel 13 beklag. Het hof stelt vast dat klager bijstand wenst van een advocaat voor een (tuchtrechtelijke) klachtprocedure tegen zijn voormalig advocaat. De deken heeft in dat verband terecht aangevoerd dat voor deze procedure geen sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Beklag ongegrond. Klager kan de deken - gelet op partikel 46c van de Advocatenwet - verzoeken hem te helpen bij het opstellen van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:283 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-271/AL/NN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad is van oordeel dat het handelen van verweerster met betrekking tot het innen van de dwangsommen bij klaagster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-380/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft een (concept)convenant en bijbehorende correspondentie overgelegd in de procedure. Daarmee is geen sprake van het delen van informatie over de inhoud van de schikkingsonderhandelingen; verweerster heeft slechts het resultaat ervan gedeeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 210381

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klager niet gewezen op de verhaalsmogelijkheid van de Raad voor Rechtsbijstand waarmee de toevoegingsvergoeding op klager zou kunnen worden verhaald. Het hof is van oordeel dat de op een advocaat rustende plicht om de cliënt van belangrijke informatie op de hoogte te brengen met zich brengt dat verweerder klager had moeten wijzen op die verhaalsmogelijkheid. Verweerder heeft dat niet gedaan. De klacht is daarom gegrond. Het hof legt in verband met bijzondere omstandigheden geen maatregel op. In zoverre wordt de beslissing van de raad vernietigd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1017/AL/GLD

    Herstelbeslissing. De raad overweegt dat sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor herstel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-598/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een familiezaak. De raad is van oordeel dat de (verifieerbare) informatieverstrekking van verweerder over de alimentatie te beperkt is geweest. Klacht in zoverre gegrond. Klacht voor het overige ongegrond, omdat niet kan worden vastgesteld dat verweerder te kort is geschoten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 210327 210328D

    Dekenbezwaar en TUL. In een eerder dekenbezwaar heeft het hof verweerder een voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd en als bijzondere voorwaarde gesteld dat verweerder gehouden is om in het lopende onderzoek van de deken volledige medewerking te verlenen en binnen twee weken na deze beslissing de deken inzage te geven in de door de deken verzochte dossiers. Het nieuwe, door de raad gegrond verklaarde, dekenbezwaar houdt in dat verweerder ook na de beslissing van het hof en na een nieuw verzoek van de deken de dossiers weigert te verstrekken. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad en legt in plaats van een schorsing van twaalf weken een schorsing van zesentwintig weken op. Het hof verklaart verweerder ontvankelijk in het beroep tegen de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ondanks de vermelding van de raad dat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open staat. Het hof bekrachtigt de beslissing tot tenuitvoerlegging van de eerder door het hof aan verweerder voorwaardelijk opgelegde schorsing van zes weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-610/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft een aangezegde getuige bezocht en is met hem in gesprek gegaan over de inhoud van het geschil. Hij heeft hiermee een handeling verricht die zou kunnen leiden tot ongeoorloofde beïnvloeding van de getuige en daarmee in strijd met gedragsregel 22 gehandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 210317

    Klacht over eigen (door de deken aangewezen) advocaat. Het hof is met de raad van oordeel van dat niet is gebleken dat de kwaliteit van de door verweerder verstrekte bijstand onder de maat was. Voor zover de klacht betrekking had op de aanwijzing van verweerder door de deken is de klacht niet-ontvankelijk. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:151 Hof van Discipline 's Gravenhage 220235

    Artikel 13 beklag. Het hof leidt uit de stukken af dat klaagster bijstand wenst van een advocaat voor het beëindigen van een zorgmachtiging en dat zij hiervoor een kortgedingprocedure bij de rechtbank wil starten. De deken heeft in dat verband terecht aangevoerd dat een kortgedingprocedure niet de geschikte weg is, maar dat klaagster een aanvraag tot beëindiging van de zorgmachtiging moet indienen bij de geneesheer-directeur (zie artikel 8:18 Wvggz). Voor het indienen van zo’n aanvraag geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Indien de geneesheer-directeur het verzoek tot beëindiging van de maatregel heeft afgewezen, kan wel de vraag rijzen of de deken een advocaat zou moeten aanwijzen. Die situatie is nu nog niet aan de orde. Het beklag van klaagster is in dit stadium ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:223 Raad van Discipline Amsterdam 22-774/A/A

    Voorzittersbeslissing; De gedragingen die klager verweerster verwijt, en die bovendien door verweerster worden betwist dan wel in een ander licht worden geplaatst, hebben zich volledig voltrokken in de privésfeer van verweerster en houden geen verband met verweersters praktijkoefening als advocaat. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3745

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is van mening dat de psychiater werkzaam in een TBS Kliniek waar klager verbleef, de verstrekking van Ritalin medicatie zonder deugdelijk onderzoek heeft gestaakt. Ook is klager van mening dat de psychiater door zowel de rol van psychiater als die van hoofd behandeling te vervullen, aan klager een onafhankelijk oordeel van een psychiater heeft onthouden. De psychiater heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat de psychiater, die ook als hoofd behandeling op een opname- en diagnostiekafdeling werkzaam is, en in die hoedanigheid het intakegesprek heeft gevoerd met klager, niet betekent dat hij klager niet als psychiater kan behandelen en onderzoeken. Niet valt in te zien waarom de psychiater na het voeren van het intakegesprek geen onafhankelijk oordeel als psychiater zou kunnen geven. Gelet op het gebrek aan een eenduidige indicatie voor het gebruik van Ritalin, is de handelswijze van de psychiater om dit middel om te zetten in een langwerkend methylfenidaatpreparaat en nader onderzoek te doen naar de indicatie niet onzorgvuldig. Het college ziet geen reden om te twijfelen aan de deugdelijkheid van het onderzoek van de psychiater. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:224 Raad van Discipline Amsterdam 22-768/A/A

    Voorzittersbeslissing; niet-ontvankelijk, omdat de klacht buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet is ingediend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3554

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is sinds 2001 bekend bij een GGZ instelling waar de psychiater werkzaam is. Sinds 2009 heeft klager onafgebroken een rechterlijke machtiging opgelegd gekregen (sinds 2020 heet dit een zorgmachtiging). De psychiater heeft klager een aantal keren beoordeeld voor de verlenging van de rechterlijk machtiging. Klager verwijt de psychiater dat zij geen onafhankelijk psychiater is en dat zij bij de rechter dingen beweert over het ziektebeeld van klager zonder hem te zien of te spreken. Ook verwijt hij haar dat ze zich schuldig heeft gemaakt aan insluiping en dat zij zonder toestemming bijna in zijn woning stond. Het college is van oordeel dat de psychiater, die in het geheel niet betrokken is geweest bij de behandeling van klager, onafhankelijk een oordeel kon geven over de verlenging van de zorgmachtiging, ook al was zij in dienst bij de instelling waar klager onder behandeling staat. Op basis van de stukken bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en de juistheid van de beoordeling van de psychiater ook al heeft zij bij niet alle beoordelingen voorafgaand met klager gesproken. Voorts is het handelen van de psychiater waarbij zij tot aan de voordeur van klager kwam zodat zij hem- door de deur heen- van informatie kon voorzien niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2022:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam Uitspraak 2022-03 (zaak 2022.V2-BEAUMAIDEN)

    Op maandag 18 oktober 2021, om circa 3:27 uur LT is het schip Beaumaiden aan de grond gelopen nabij het Deense eiland Bornholm. Deze gronding is dezelfde dag door de rederij aan de Inspectie gemeld (bijlage 5 bij het verzoekschrift). Het schip was volledig beladen met kunstmest en had een maximale diepgang van 5.50 m. Betrokkene had op 17 oktober 2021 de wacht van 20:00 tot 24:00 uur. Er was in deze periode geen uitkijk op de brug aanwezig. Tussen 19:00 en 21:00 uur heeft betrokkene circa een liter wijn gedronken. Rond 23:40 uur is hij in zijn hut naar het toilet gegaan. Daarna is hij op zijn bed gaan liggen en in slaap gevallen. Hij heeft de 3de stuurman niet gebeld om hem te wekken voor diens wacht van 00:00 tot 4:00 uur. Het schip heeft circa vier uur met een onbemande brug gevaren, op de automatische piloot, voordat het schip bij Bornholm, met een snelheid van tien knopen, aan de grond gelopen is.