ECLI:NL:TGZRAMS:2022:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4163

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2022:165
Datum uitspraak: 15-11-2022
Datum publicatie: 15-11-2022
Zaaknummer(s): A2022/4163
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is sinds 2016 patiënt van de huisarts. Klager heeft de huisarts verzocht om medicatie (Ivermectine) tegen een infectie aan zijn been en die heeft de huisarts hem niet gegeven. Klager neemt dat de huisarts kwalijk, omdat die weigering volgens hem heeft geresulteerd in een lymfoedeem en een olifantsbeen. De huisarts heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat, mede gezien de voorgeschiedenis van klager, de huisarts terecht heeft geoordeeld dat er geen indicatie was voor het voorschrijven van Ivermectine. Het college kan zich vinden in de door de huisarts voorgestelde behandeling in de vorm van gewichtsreductie, compressietherapie en het voorschrijven van antibiotica. Het college is dan ook van oordeel dat de huisarts medisch juist heeft gehandeld jegens klager. Verder heeft de huisarts klager nog voor diagnostiek naar de dermatoloog verwezen en voorgesteld om hem voor diagnostiek naar de internist te verwijzen, maar dat wilde klager niet. Van een weigering van zorg door de huisarts is dus geen sprake. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

A2022/4163

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Beslissing van 15 november 2022 naar aanleiding van de klacht van:


A,
wonende te B,
klager,


tegen


C,
huisarts,
werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam te Utrecht.


1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 13 april 2022;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 24 augustus 2022 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de brief van klager van 19 september 2022, binnengekomen op 21 september 2022.


Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.


2. Waar gaat de zaak over en wat is de beslissing?

2.1 Klager is sinds 2016 patiënt van de huisarts. Klager heeft de huisarts verzocht om medicatie tegen een infectie aan zijn been en die heeft de huisarts hem niet gegeven. Klager neemt dat de huisarts kwalijk, omdat die weigering volgens hem heeft geresulteerd in een lymfoedeem en een olifantsbeen.


2.2 Het college komt tot de conclusie dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het college licht dat hierna toe.


3. Wat houdt de klacht in?

Klager verwijt de huisarts dat zij


a) zijn verzoek om behandeling/medicatie heeft geweigerd en
b) hem onheus heeft bejegend door zijn klacht niet serieus te nemen en geen toelichting te geven op haar weigering.

4. Wat is het verweer?

De huisarts heeft de klacht bestreden. Het verweer wordt voor zover nodig hierna verder besproken.


5. Wat zijn de overwegingen van het college?

5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en de stand van de wetenschap ten tijde van het handelen.
Klachtonderdeel a) weigering behandeling/medicatie

5.2 Klager heeft de overtuiging dat hij filariasis heeft nadat hij jaren geleden is besmet met een tropische draadworm. Filariasis is volgens hem de oorzaak van het lymfoedeem in zijn been. Zijn klacht ziet erop dat hij vanaf maart 2021 de huisarts herhaaldelijk heeft verzocht om een recept voor Ivermectine ter behandeling van dat lymfoedeem. De huisarts heeft niet bewilligd in dat verzoek. In het medisch journaal heeft de huisarts op 9 maart 2021 (in reactie op het verzoek van klager) genoteerd: “Nee.vaatschade na wondroos en enorme overgewicht is de oorzaak”.

5.3 Uit het medisch dossier van klager en de toelichting daarop van de huisarts in haar verweerschrift blijkt dat bij klager in het verleden meerdere keren (in ieder geval in september 2018 en december 2019) wondroos aan zijn linkerbeen is geconstateerd en dat mede daardoor een lymfoedeem is ontstaan. Na het ontslag van klager uit het ziekenhuis in 2019 heeft de huisarts geregeld dat het been van klager op het kantoor van de thuiszorg werd gezwachteld. Ook zijn klager steunkousen aangemeten. Het lymfoedeem en de wondroos zijn toen verdwenen. Nadat klager gestopt was met het dragen van zijn steunkousen en hij zijn been niet meer op het kantoor van de thuiszorg kon laten zwachtelen door een aanpassing van zijn zorgverzekeringspakket, werd zijn been weer dikker hetgeen heeft geleid tot zijn verzoek om Ivermectine. Mede gezien de hierboven geschetste voorgeschiedenis heeft de huisarts terecht geoordeeld dat er geen indicatie was voor het voorschrijven van Ivermectine. Ook kan het college zich vinden in de door haar voorgestelde behandeling in de vorm van gewichtsreductie en compressietherapie (door middel van het zwachtelen van zijn been en het dragen van steunkousen). Voor de infectie heeft zij antibiotica voorgeschreven met behulp waarvan deze is verdwenen. Het college is dan ook van oordeel dat de huisarts medisch juist heeft gehandeld jegens klager.

5.4 Niet alleen heeft de huisarts medisch correct gehandeld, maar ook heeft zij klager serieus genomen in zijn vermoeden van filariasis. De huisarts heeft juist gehandeld door klager voor te houden dat eerst met zekerheid de diagnose filariasis moet worden gesteld voordat daarop een behandeling kan worden ingezet. Zij heeft klager voor diagnostiek naar de dermatoloog verwezen, omdat zij zich niet bij machte voelde om zelf de diagnose te stellen. Ook heeft zij klager voorgesteld om hem voor diagnostiek naar de internist te verwijzen, maar dat wilde klager niet. Van een weigering van zorg door de huisarts is dus geen sprake.


Klachtonderdeel b) onjuiste bejegening

5.5 Zoals in het vorige klachtonderdeel al aan de orde is gekomen, concludeert het college dat de huisarts klager serieus heeft genomen in zowel zijn klachten als zijn vermoeden van de oorzaak daarvan (filariasis). Zij kon zelf de diagnose filariasis niet stellen, maar heeft hem verwezen naar een specialist die dat wel kon. In dat opzicht is dus geen sprake van onjuiste bejegening.

Uit het medisch journaal blijkt dat de huisarts haar handelswijze heeft toegelicht, net zoals zij ook haar weigering om Ivermectine voor te schrijven meerdere keren heeft uitgelegd. Dat zij klager onheus heeft bejegend door zijn verzoek zonder opgave van redenen af te wijzen, is dus niet gebleken.

De huisarts heeft weersproken dat zij zich denigrerend heeft opgesteld jegens klager en op haar beurt heeft zij gesteld dat klager heeft gescholden en gevloekt. Het college kan niet vaststellen wie van beiden op dit punt gelijk heeft.

Conclusie

5.6 De conclusie is dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.

6. De beslissing

Het college:

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door E.A. Messer, voorzitter, S. Colsen, lid-jurist, G.J. Dogterom, A. Wewerinke en I. Weenink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door F.J.E. van Geijn, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2022.


secretaris                                                                                                                         voorzitter