ECLI:NL:TGZRAMS:2022:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3554
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2022:160 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 11-11-2022 |
| Datum publicatie: | 11-11-2022 |
| Zaaknummer(s): | A2022/3554 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is sinds 2001 bekend bij een GGZ instelling waar de psychiater werkzaam is. Sinds 2009 heeft klager onafgebroken een rechterlijke machtiging opgelegd gekregen (sinds 2020 heet dit een zorgmachtiging). De psychiater heeft klager een aantal keren beoordeeld voor de verlenging van de rechterlijk machtiging. Klager verwijt de psychiater dat zij geen onafhankelijk psychiater is en dat zij bij de rechter dingen beweert over het ziektebeeld van klager zonder hem te zien of te spreken. Ook verwijt hij haar dat ze zich schuldig heeft gemaakt aan insluiping en dat zij zonder toestemming bijna in zijn woning stond. Het college is van oordeel dat de psychiater, die in het geheel niet betrokken is geweest bij de behandeling van klager, onafhankelijk een oordeel kon geven over de verlenging van de zorgmachtiging, ook al was zij in dienst bij de instelling waar klager onder behandeling staat. Op basis van de stukken bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en de juistheid van de beoordeling van de psychiater ook al heeft zij bij niet alle beoordelingen voorafgaand met klager gesproken. Voorts is het handelen van de psychiater waarbij zij tot aan de voordeur van klager kwam zodat zij hem- door de deur heen- van informatie kon voorzien niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
IN AMSTERDAM
Beslissing van 11 november 2022 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
psychiater,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. M.E.M. van Eeden, werkzaam in Utrecht.
1. De procedure
Het college heeft zijn beslissing gebaseerd op de volgende stukken:
- het klaagschrift, ontvangen op 13 oktober 2021;
- het aanvullende klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen.
De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van
het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik gemaakt.
Het college had na het lezen van deze stukken geen vragen meer en geen behoefte aan
een verdere toelichting van partijen. Het college heeft daarom de klacht op basis
van de stukken, zonder aanwezigheid van partijen, beoordeeld.
2. De kern van de zaak
2.1 Klager, 49 jaar oud, is sinds 2001 bekend bij GGZ E, waar de psychiater werkzaam
is. Sinds 2009 heeft klager onafgebroken een rechterlijke machtiging opgelegd gekregen
(sinds 2020 heet dit een zorgmachtiging).
2.2 De psychiater heeft klager een aantal keer beoordeeld voor de verlenging van de rechterlijke machtiging dan wel zorgmachtiging, namelijk in 2013, 2014, 2020 en 2021. Klager verwijt de psychiater dat zij geen onafhankelijk psychiater is en dat zij bij de rechter dingen beweert over het ziektebeeld van klager zonder hem te zien of te spreken. Ook verwijt hij haar dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan insluiping en dat zij zonder toestemming bijna in zijn woning stond.
2.3 De psychiater heeft de klacht bestreden. Het verweer wordt voor zover nodig hierna verder besproken.
3. De overwegingen van het college
3.1 Het college komt tot de conclusie dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld. Het college licht dat als volgt toe.
De onafhankelijkheid van de psychiater
3.2 Volgens klager is de psychiater niet onafhankelijk in haar beoordeling van de
verlenging van de zorgmachtiging, omdat zij in dienst is bij GGZ E. Dat de psychiater
in dienst is bij GGZ E betekent niet dat zij niet onafhankelijk kan functioneren en
geen onafhankelijk oordeel kan geven bij de beoordeling van de zorgmachtiging. Van
belang hierbij is dat een psychiater die betrokken is bij de voorbereiding van een
zorgmachtiging minimaal één jaar geen zorg mag hebben verleend aan de betrokkene (dit
staat in artikel 5:7 lid d van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg). De
psychiater is in het geheel niet betrokken geweest bij de behandeling van klager.
Zij heeft dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
3.3 Dit klachtonderdeel is dus ongegrond.
De beoordeling van de psychiater
3.4 Volgens klager heeft de psychiater bij de rechter dingen beweerd over zijn ziektebeeld zonder hem te zien of te spreken. Voor zover klager hiermee bedoelt dat de psychiater onjuiste informatie aan de rechter heeft verstrekt, kan het college deze klacht niet inhoudelijk beoordelen. Klager heeft namelijk niet duidelijk gemaakt welke informatie van de psychiater niet klopte. Daarbij merkt het college op dat op basis van de stukken er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en de juistheid van de beoordeling van de psychiater.
3.5 Uit de notities van de psychiater blijkt dat zij in 2013 en 2014 wel voorafgaand aan de beoordeling met klager heeft gesproken en in 2020 en 2021 niet. Dat er niet voorafgaand aan elke beoordeling een gesprek heeft plaatsgevonden kan de psychiater niet verweten worden. Zij heeft haar best gedaan om klager te spreken. Zo volgt uit haar rapportage dat zij op 7 augustus 2020 en op 8 oktober 2021 voor een huisbezoek bij de woning van klager is geweest, maar dat klager de deur niet opendeed. Ook was telefonisch contact niet mogelijk, omdat het bij de psychiater bekende nummer buiten gebruik was. De psychiater heeft op 7 augustus 2020 door de (dichte) deur heen (kort) uitleg gegeven over het doel van haar komst en over het vervolg. Op 8 oktober 2021 heeft zij een briefje door de brievenbus gedaan waarin zij – onder vermelding van haar telefoonnummer – schrijft dat klager indien gewenst contact met haar kan opnemen. De psychiater heeft hiermee zorgvuldig gehandeld.
3.6 Dit klachtonderdeel is dus ongegrond. Het zonder toestemming bijna de woning van
klager betreden
3.7 In haar poging om klager persoonlijk te spreken heeft de psychiater bij een buurman van klager aangebeld, zodat zij de gemeenschappelijke ruimte van het appartementencom-plex waar klager woont kon betreden en zij tot aan de voordeur van klager kon komen. Klager deed de deur van zijn woning niet open, zodat er alleen een eenzijdig gesprek door een dichte deur heeft plaatsgevonden. De psychiater is dus niet (onrechtmatig) de woning van klager binnengegaan. Het handelen van de psychiater waarbij zij tot aan de voordeur van klager kwam zodat zij hem – door de deur heen – van informatie kon voorzien is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
3.8 Dit klachtonderdeel is dus ongegrond. Conclusie
3.9 Gelet op het bovenstaande is het zonder meer duidelijk dat de klacht (in al haar onderdelen) ongegrond is.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist,
A.E. van ’t Hoog, A.C.M. Kleinsman en F.M.J. Bruggeman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door R. van der Vaart, secretaris.